2016-11-26 | BWBR0037934 | Informatiecode elektriciteit en gas
This commit is contained in:
parent
069efa2ab8
commit
5b6e90fb2f
1 changed files with 184 additions and 26 deletions
|
|
@ -95,7 +95,8 @@ n. in geval van een elektriciteitsaansluiting tot en met 3x80A: de doorlaatwaard
|
|||
o. in geval van een gasaansluiting tot en met 40 m^3(n)/uur of een profielgrootverbruikaansluiting: de aansluitcapaciteit van de aansluiting, aangeduid als de G-waarde van de meetinrichting die zich bij de aansluiting bevindt;
|
||||
p. de wijze waarop de desbetreffende aansluiting wordt bemeten;
|
||||
q. de profielcategorie voor elektriciteit respectievelijk de afnamecategorie voor gas die van toepassing is op de desbetreffende aansluiting;
|
||||
r. in geval van aansluitingen waarbij de allocatie met behulp van profielen plaatsvindt: het standaardjaarverbruik, in geval van een elektriciteitsaansluiting onderscheiden naar normaaluren en laaguren indien de aansluiting over een meetinrichting met telwerken voor normaaluren en laaguren beschikt.
|
||||
r. in geval van aansluitingen waarbij de allocatie met behulp van profielen plaatsvindt: het standaardjaarverbruik, in geval van een elektriciteitsaansluiting onderscheiden naar normaaluren en laaguren indien de aansluiting over een meetinrichting met telwerken voor normaaluren en laaguren beschikt;
|
||||
s. een kenmerk dat de allocatiemethode op de aansluiting weergeeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -113,7 +114,8 @@ f. per telwerk van de meetinrichting, bedoeld onder d, de volgende gegevens:
|
|||
3° in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: de energierichting van het telwerk;
|
||||
4° de meeteenheid;
|
||||
5° het aantal posities voor de komma;
|
||||
6° de vermenigvuldigingsfactor.
|
||||
6° de vermenigvuldigingsfactor;
|
||||
g. in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting gelet op externe factoren van technische aard al dan niet op afstand uitleesbaar is.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -156,7 +158,11 @@ De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet respectievelijk de beheerder
|
|||
De netbeheerder verzendt uiterlijk de werkdag volgend op de dag dat één of meerdere gegevens in het aansluitingenregister zijn gewijzigd de stamgegevens van de desbetreffende aansluiting aan de leverancier en de programmaverantwoordelijke en vermeldt daarbij:
|
||||
|
||||
a. de reden van verzending van de stamgegevens, te weten: "wijziging stamgegevens";
|
||||
b. indien het een wijziging van leverancier of programmaverantwoordelijke ten gevolge van een leverancierswitch, een inhuizing, een switch van programmaverantwoordelijke of een meterwissel betreft: de aanduiding van het desbetreffende mutatieproces;
|
||||
b. de aanduiding van het desbetreffende mutatieproces, indien het betreft:
|
||||
|
||||
(i) een leverancierswitch, een inhuizing, of een switch van programmaverantwoordelijke;
|
||||
(ii) een meterwissel, of
|
||||
(iii) een verzoek tot wijziging van de allocatiemethode;
|
||||
c. de datum waarop het aansluitingenregister door de netbeheerder is gemuteerd;
|
||||
d. de gegevens, bedoeld in 2.1.3, met uitzondering van onderdeel a;
|
||||
e. het referentienummer van de leverancier in het geval dat de stamgegevens worden verzonden bij een mutatieproces, waarbij de leverancier een referentienummer heeft opgegeven in de betreffende melding.
|
||||
|
|
@ -306,7 +312,7 @@ De regionale netbeheerders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de inrichting
|
|||
De regionale netbeheerders stellen, per EAN-code van een kleinverbruikaansluiting, in het toegankelijk meetregister, bedoeld in 2.6.1, de volgende gegevens beschikbaar:
|
||||
|
||||
a. de EAN-code van de aansluiting;
|
||||
b. de meterstanden bedoeld in 5.1.4.1, 5.2.2.3 en 5.3.4.3;
|
||||
b. de meterstanden bedoeld in 5.1.4.1, 5.2.2.3, 5.3.4.3, 5.3.4.3a en 5.3.4.3b;
|
||||
c. indien bepaald op basis van de meterstanden, bedoeld in 2.6.2, onderdeel b: de verbruiken, bedoeld in 5.3.4.4.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.3
|
||||
|
|
@ -601,7 +607,9 @@ d. de bedrijfs-EAN-code van de nieuwe leverancier;
|
|||
e. de bedrijfs-EAN-code van de programmaverantwoordelijke;
|
||||
f. het correspondentieadres van de aangeslotene indien dit afwijkt van het adres behorende bij de aansluiting;
|
||||
g. indien de leverancier dat wenst op te geven: de naam van de aangeslotene;
|
||||
h. indien de leverancier dat wenst op te geven: het referentienummer van de leverancier.
|
||||
h. indien de leverancier dat wenst op te geven: het referentienummer van de leverancier;
|
||||
i. indien de leverancier de naam van de aangeslotene overeenkomstig 3.1.1.1, onderdeel g, heeft opgegeven, en hierover beschikt: de geboortedatum van de aangeslotene;
|
||||
j. indien de leverancier de naam van de aangeslotene overeenkomstig 3.1.1.1, onderdeel g, heeft opgegeven, en hierover beschikt: het KvK-nummer van de aangeslotene.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1.1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -707,6 +715,10 @@ De regionale netbeheerder muteert het aansluitingenregister met de door de nieuw
|
|||
|
||||
De regionale netbeheerder informeert de nieuwe leverancier en de nieuwe programmaverantwoordelijke overeenkomstig paragraaf 2.2 omtrent de mutaties, bedoeld in 3.1.3.1.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1.3.4
|
||||
|
||||
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode naar de waarde “profielallocatie”.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.1.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1.4.1
|
||||
|
|
@ -803,6 +815,10 @@ De regionale netbeheerder muteert het aansluitingenregister met de door de actue
|
|||
|
||||
De regionale netbeheerder zet, indien de aansluiting is voorzien van een meetinrichting die op afstand uitleesbaar is, de administratieve status van de meetinrichting, bedoeld in 2.1.4 onderdeel b, op "aan" indien deze op "uit" staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.3.4
|
||||
|
||||
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode naar de waarde “profielallocatie”.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.2.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.4.1
|
||||
|
|
@ -829,7 +845,9 @@ e. de bedrijfs-EAN-code van de nieuwe leverancier;
|
|||
f. de bedrijfs-EAN-code van de programmaverantwoordelijke;
|
||||
g. het correspondentieadres van de aangeslotene indien dit afwijkt van het adres behorende bij de aansluiting;
|
||||
h. in geval van een elektriciteitsaansluiting, of er sprake is van een aansluiting met verblijfsfunctie of complexbepaling;
|
||||
i. indien de leverancier dat wenst op te geven: het referentienummer van de leverancier.
|
||||
i. indien de leverancier dat wenst op te geven: het referentienummer van de leverancier;
|
||||
j. indien de leverancier hierover beschikt: de geboortedatum van de aangeslotene;
|
||||
k. indien de leverancier hierover beschikt: het KvK-nummer van de aangeslotene.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -934,6 +952,10 @@ De regionale netbeheerder informeert de nieuwe leverancier en nieuwe programmave
|
|||
|
||||
De regionale netbeheerder zet, indien de aansluiting is voorzien van een meetinrichting die op afstand uitleesbaar is, de administratieve status van de meetinrichting, bedoeld in 2.1.4 onderdeel b, op "aan" tenzij de aangeslotene voorafgaand aan de inhuizing heeft aangegeven dat de administratieve status van de meetinrichting, bedoeld in 2.1.4 onderdeel b, op "uit" moet staan.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.3.5
|
||||
|
||||
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode naar de waarde “profielallocatie”.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.3.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.4.1
|
||||
|
|
@ -1057,6 +1079,10 @@ De regionale netbeheerder beëindigt de procedure van een reeds bevestigd, maar
|
|||
|
||||
De regionale netbeheerder muteert het aansluitingenregister met de door de actuele leverancier aangeleverde gegevens overeenkomstig 2.1.8, tenzij een later ingediende leverancierswitchmelding, inhuizingsmelding of uithuizingsmelding voor dezelfde aansluiting is ontvangen voor een eerdere of dezelfde mutatiedatum.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.4.2
|
||||
|
||||
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode naar de waarde “profielallocatie”.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.4.5. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.5.1
|
||||
|
|
@ -1215,7 +1241,7 @@ g. de aansluiting volgens het aansluitingenregister een kleinverbruikaansluiting
|
|||
|
||||
### Artikel 3.6.3.2
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder beëindigt de bulk PV-switchprocedure en bericht dit uiterlijk de werkdag na ontvangst van de melding bullk PV-switch aan de leverancier, indien één of meerdere van de controles, bedoeld in 3.6.3.1, onderdeel a tot en met c, een negatief resultaat opleveren, en vermeldt daarbij:
|
||||
De regionale netbeheerder beëindigt de bulk PV-switchprocedure en bericht dit uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van de melding bullk PV-switch aan de leverancier, indien één of meerdere van de controles, bedoeld in 3.6.3.1, onderdeel a tot en met c, een negatief resultaat opleveren, en vermeldt daarbij:
|
||||
|
||||
a. de bedrijfs-EAN-code van de regionale netbeheerder;
|
||||
b. de bedrijfs-EAN-code van de leverancier;
|
||||
|
|
@ -1228,7 +1254,7 @@ d. indien aangeleverd in de bulk PV-switchmelding: het referentienummer van de l
|
|||
|
||||
### Artikel 3.6.3.3
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder beëindigt de PV-switchprocedure voor de desbetreffende aansluiting en bericht dit uiterlijk de werkdag na ontvangst van de melding bulk PV-switch aan de leverancier, indien één of meerdere van de controles, bedoeld in 3.6.3.1, onderdeel d tot en met g, een negatief resultaat opleveren, en vermeldt daarbij:
|
||||
De regionale netbeheerder beëindigt de PV-switchprocedure voor de desbetreffende aansluiting en bericht dit uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van de melding bulk PV-switch aan de leverancier, indien één of meerdere van de controles, bedoeld in 3.6.3.1, onderdeel d tot en met g, een negatief resultaat opleveren, en vermeldt daarbij:
|
||||
|
||||
a. de bedrijfs-EAN-code van de regionale netbeheerder;
|
||||
b. de bedrijfs-EAN-code van de leverancier;
|
||||
|
|
@ -1246,7 +1272,7 @@ e. de reden van het niet uitvoeren van de PV-switch:
|
|||
|
||||
### Artikel 3.6.3.4
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder verstuurt uiterlijk de werkdag na ontvangst van de melding bulk PV-switch aan de oude programmaverantwoordelijke een verliesbericht voor de aansluitingen waarbij alle controles, bedoeld in 3.6.3.1, een positief resultaat opleveren en vermeldt daarbij:
|
||||
De regionale netbeheerder verstuurt uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van de melding bulk PV-switch aan de oude programmaverantwoordelijke een verliesbericht voor de aansluitingen waarbij alle controles, bedoeld in 3.6.3.1, een positief resultaat opleveren en vermeldt daarbij:
|
||||
|
||||
a. de EAN-code(s) van de aansluiting(en);
|
||||
b. de bedrijfs-EAN-code van de regionale netbeheerder;
|
||||
|
|
@ -1256,7 +1282,7 @@ e. de procesidentificatie die van toepassing is, te weten: "PV-switch".
|
|||
|
||||
### Artikel 3.6.3.5
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder verstuurt uiterlijk de werkdag na ontvangst van de melding bulk PV-switch aan de leverancier een verwervingsbericht voor de aansluitingen waarbij alle controles, bedoeld in 3.6.3.1, een positief resultaat opleveren en vermeldt daarbij:
|
||||
De regionale netbeheerder verstuurt uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van de melding bulk PV-switch aan de leverancier een verwervingsbericht voor de aansluitingen waarbij alle controles, bedoeld in 3.6.3.1, een positief resultaat opleveren en vermeldt daarbij:
|
||||
|
||||
a. de EAN-code(s) van de aansluiting(en);
|
||||
b. de bedrijfs-EAN-code van de regionale netbeheerder;
|
||||
|
|
@ -1268,7 +1294,7 @@ g. de procesidentificatie die van toepassing is, te weten: "PV-switch".
|
|||
|
||||
### Artikel 3.6.3.6
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder verstuurt uiterlijk de werkdag na ontvangst van de melding bulk PV-switch aan de nieuwe programmaverantwoordelijke een verwervingsbericht voor de aansluitingen waarbij alle controles, bedoeld in 3.6.3.1, een positief resultaat opleveren en vermeldt daarbij:
|
||||
De regionale netbeheerder verstuurt uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van de melding bulk PV-switch aan de nieuwe programmaverantwoordelijke een verwervingsbericht voor de aansluitingen waarbij alle controles, bedoeld in 3.6.3.1, een positief resultaat opleveren en vermeldt daarbij:
|
||||
|
||||
a. de EAN-code(s) van de aansluiting(en);
|
||||
b. de bedrijfs-EAN-code van de regionale netbeheerder;
|
||||
|
|
@ -1372,9 +1398,13 @@ De regionale netbeheerder voert bij het verwijderen van de aansluiting een fysie
|
|||
|
||||
Uiterlijk vijf werkdagen na de datum waarop de kleinverbruikmeetinrichting is gewisseld of gewijzigd effectueert de regionale netbeheerder dit in het aansluitingenregister overeenkomstig 2.1.8.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.11.1.1a
|
||||
|
||||
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter- allocatie” heeft, en de regionale netbeheerder stelt vast dat de meetinrichting niet op afstand uitleesbaar is, muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode onmiddellijk naar de waarde “profielallocatie”.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.11.1.2
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder informeert de leverancier en de programmaverantwoordelijke die voor de aansluiting in het aansluitingenregister vermeld staan overeenkomstig paragraaf 2.2 over de mutatie, bedoeld in 3.11.1.1.
|
||||
De regionale netbeheerder informeert de leverancier en de programmaverantwoordelijke die voor de aansluiting in het aansluitingenregister vermeld staan overeenkomstig paragraaf 2.2 over de mutatie, bedoeld in 3.11.1.1 en in voorkomende gevallen over de mutatie bedoeld in 3.11.1.1a.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.11.2. De regionale netbeheerder voert een fysieke meteropname uit en distribueert de meterstand
|
||||
|
||||
|
|
@ -1455,14 +1485,39 @@ De regionale netbeheerder informeert de leverancier en programmaverantwoordelijk
|
|||
|
||||
Op verzoek van de aangeslotene wijzigt de regionale netbeheerder de administratieve status van de kleinverbruikmeetinrichting, bedoeld in 2.1.4 onderdeel b, van de kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is in het aansluitingenregister overeenkomstig 2.1.8.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.13.1.1a
|
||||
|
||||
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, en het verzoek van de aangeslotene inhoudt dat de kleinverbruikmeetinrichting administratief uit wordt gezet, collecteert de regionale netbeheerder de dan geldende meterstand(en) en stelt deze vast. Vervolgens muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode naar de waarde “profielallocatie” met inachtneming van 2.1.8.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.13.1.2
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder informeert de leverancier en de programmaverantwoordelijke die voor de aansluiting in het aansluitingenregister vermeld staan overeenkomstig paragraaf 2.2 over de mutatie, bedoeld in 3.13.1.1.
|
||||
De regionale netbeheerder informeert de leverancier en de programmaverantwoordelijke die voor de aansluiting in het aansluitingenregister vermeld staan overeenkomstig paragraaf 2.2 over de mutatie, bedoeld in 3.13.1.1 en in voorkomende gevallen over de mutatie bedoeld in 3.13.1.1a.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.13.1.3
|
||||
|
||||
De meetinrichting waarvan de administratieve status op ”uit” is gezet wordt beschouwd als een meetinrichting die niet op afstand uitleesbaar is.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.13a. Wijzigen van het kenmerk of de kleinverbruikmeetinrichting al dan niet op afstand uitleesbaar is
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.13a.1. De netbeheerder muteert het kenmerk inzake de uitleesbaarheid van de kleinverbruikmeetinrichting
|
||||
|
||||
### Artikel 3.13a.1.1
|
||||
|
||||
Indien de regionale netbeheerder constateert dat de kleinverbruikmeetinrichting vanwege externe factoren van technische aard niet op afstand uitleesbaar is, dan wijzigt de regionale netbeheerder het kenmerk als bedoeld in 2.1.4, onderdeel g dienovereenkomstig met inachtneming van 2.1.8.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.13a.1.2
|
||||
|
||||
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3, onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft en de regionale netbeheerder de uitleesbaarheid van de kleinverbruikmeetinrichting, zoals bedoeld in 2.1.4, onderdeel g wijzigt naar “niet op afstand uitleesbaar”, dan:
|
||||
|
||||
(i) collecteert de regionale netbeheerder de dan geldende meterstand overeenkomstig 5.2.2, of indien zulks onmogelijk is,
|
||||
(ii) berekent de regionale netbeheerder de dan geldende meterstand overeenkomstig 5.1.3.3
|
||||
|
||||
en stelt deze vast. Vervolgens muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode naar de waarde “profielallocatie” met inachtneming van 2.1.8.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.13a.1.3
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder informeert de leverancier en de programmaverantwoordelijke die voor de aansluiting in het aansluitingenregister vermeld staan overeenkomstig paragraaf 2.2 over de mutatie bedoeld in 3.13a.1.1 en in voorkomende gevallen over de mutatie bedoeld in 3.13a.1.2.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.14. Correctieprocessen op kleinverbruikaansluitingen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.14.1. Correctieproces onterechte leverancierswitch
|
||||
|
|
@ -1567,6 +1622,79 @@ De leverancier die constateert dat er sprake is van een onterechte PV-switch, di
|
|||
|
||||
De programmaverantwoordelijke die naar aanleiding van de onterechte PV-switch, bedoeld in 3.14.5.1, onterecht in het aansluitingenregister is geregistreerd, verrekent de volumes en eventuele kosten met de leverancier wanneer dit noodzakelijk wordt geacht.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.15. Wijzigen van de allocatiemethode met betrekking tot elektriciteitsaansluitingen die voorzien zijn van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.15.1. De leverancier dient een verzoek in tot wijziging van de allocatiemethode
|
||||
|
||||
### Artikel 3.15.1.1
|
||||
|
||||
De actuele leverancier die beschikt over een machtiging van de aangeslotene om de allocatiemethode te wijzigen, stuurt de betreffende wijziging van de allocatiemethode op de gewenste mutatiedatum naar de regionale netbeheerder. De melding “wijziging allocatiemethode” bevat:
|
||||
|
||||
a. de EAN-code van de aansluiting;
|
||||
b. de mutatiedatum;
|
||||
c. de gewenste allocatiemethode;
|
||||
d. de bedrijfs-EAN-code van de regionale netbeheerder;
|
||||
e. de bedrijfs-EAN-code van de actuele leverancier;
|
||||
f. indien de leverancier dat wenst op te geven: het referentienummer van de leverancier.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.15.2. De regionale netbeheerder controleert het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode
|
||||
|
||||
### Artikel 3.15.2.1
|
||||
|
||||
Naar aanleiding van het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode controleert de regionale netbeheerder of:
|
||||
|
||||
a. het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode volledig en syntactisch correct is;
|
||||
b. de EAN-code van de aansluiting voorkomt in het aansluitingenregister;
|
||||
c. de aansluiting een elektriciteitsaansluiting betreft;
|
||||
d. de gewenste mutatiedatum gelijk is aan datum indiening wijzigingsverzoek;
|
||||
e. de wijziging van de allocatiemethode wordt ingediend door de actuele leverancier;
|
||||
f. de allocatiemethode is toegestaan;
|
||||
g. de aansluiting op afstand uitleesbaar is;
|
||||
h. de gewenste allocatiemethode niet reeds van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.15.2.2
|
||||
|
||||
Als alle controles uit 3.15.2.1 een positief resultaat geven, wordt de procedure vervolgd vanaf 3.15.3. Als dat niet het geval is, wordt de wijziging niet uitgevoerd en wordt de procedure na 3.15.2.3 beëindigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.15.2.3
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder bericht het niet uitvoeren van de wijziging van de allocatiemethode naar aanleiding van 3.15.2.2 uiterlijk de werkdag na ontvangst van het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode aan de leverancier die het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode heeft ingediend en vermeldt daarbij:
|
||||
|
||||
a. de EAN-code van de aansluiting;
|
||||
b. de bedrijfs-EAN-code van de regionale netbeheerder;
|
||||
c. de bedrijfs-EAN-code van de leverancier;
|
||||
d. de reden van het niet uitvoeren van de wijziging van de allocatiemethode:
|
||||
|
||||
1° het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode is onvolledig of syntactisch onjuist;
|
||||
2° de EAN-code van de aansluiting is onbekend;
|
||||
3° de aansluiting betreft geen elektriciteitsaansluiting;
|
||||
4° de gewenste mutatiedatum voldoet niet aan de gestelde indientermijn;
|
||||
5° de indienende leverancier is onjuist;
|
||||
6° de allocatiemethode is niet toegestaan
|
||||
7° de aansluiting is niet op afstand uitleesbaar;
|
||||
8° de gewenste allocatiemethode wordt reeds toegepast;
|
||||
e. indien aangeleverd in het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode: het referentienummer van de leverancier.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.15.3. De regionale netbeheerder voert de wijziging van de allocatiemethode uit en communiceert hierover
|
||||
|
||||
### Artikel 3.15.3.1
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder muteert het veld, zoals bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, in het aansluitingenregister met de door de leverancier aangeleverde gegevens overeenkomstig 2.1.8.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.15.3.2
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder informeert de leverancier en de programmaverantwoordelijke die voor de aansluiting in het aansluitingenregister vermeld staan overeenkomstig paragraaf 2.2. over de mutatie, bedoeld in 3.15.3.1.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.15.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
|
||||
|
||||
### Artikel 3.15.4.1
|
||||
|
||||
De leverancier collecteert de meterstand behorende bij de wijziging van de allocatiemethode, stelt deze vast en distribueert deze overeenkomstig hoofdstuk 5 indien de fysieke status van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel h, de waarde “in bedrijf” heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.15.4.2
|
||||
|
||||
De leverancier stelt geen meterstand vast indien de fysieke status van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel h, niet de waarde “in bedrijf” heeft.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Mutatieprocessen voor grootverbruikaansluitingen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.1. Switch van leverancier op een grootverbruikaansluiting
|
||||
|
|
@ -1583,7 +1711,9 @@ c. de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder;
|
|||
d. de bedrijfs-EAN-code van de nieuwe leverancier;
|
||||
e. de bedrijfs-EAN-code van de programmaverantwoordelijke;
|
||||
f. indien de leverancier dat wenst op te geven: de naam van de aangeslotene;
|
||||
g. indien de leverancier dat wenst op te geven: het referentienummer van de leverancier.
|
||||
g. indien de leverancier dat wenst op te geven: het referentienummer van de leverancier;
|
||||
h. indien de leverancier de naam van de aangeslotene overeenkomstig 4.1.1.1, onderdeel f, heeft opgegeven, en hierover beschikt: de geboortedatum van de aangeslotene;
|
||||
i. indien de leverancier de naam van de aangeslotene overeenkomstig 4.1.1.1, onderdeel f, heeft opgegeven, en hierover beschikt: het KvK-nummer van de aangeslotene.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4.1.2. De netbeheerder controleert de switchmelding
|
||||
|
||||
|
|
@ -1825,7 +1955,9 @@ e. de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder;
|
|||
f. de bedrijfs-EAN-code van de nieuwe leverancier;
|
||||
g. de bedrijfs-EAN-code van de programmaverantwoordelijke;
|
||||
h. in geval van een elektriciteitsaansluiting, of er sprake is van een aansluiting met verblijfsfunctie of complexbepaling;
|
||||
i. indien de nieuwe leverancier dat wenst op te geven: het referentienummer van de nieuwe leverancier.
|
||||
i. indien de nieuwe leverancier dat wenst op te geven: het referentienummer van de nieuwe leverancier;
|
||||
j. indien de leverancier hierover beschikt: de geboortedatum van de aangeslotene;
|
||||
k. indien de leverancier hierover beschikt: het KvK-nummer van de aangeslotene.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3.1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -2673,11 +2805,15 @@ Paragraaf 5.1 is niet van toepassing op onbemeten kleinverbruikaansluitingen.
|
|||
|
||||
### Artikel 5.1.2.1
|
||||
|
||||
De leverancier collecteert voor een kleinverbruikaansluiting ten minste eenmaal per 12 maanden een meterstand.
|
||||
Indien de allocatiemethode van een kleinverbruikaansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “profielallocatie” heeft, collecteert de leverancier voor deze kleinverbruikaansluiting ten minste eenmaal per 12 maanden een meterstand.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.2.1a
|
||||
|
||||
Indien de allocatiemethode van een kleinverbruikaansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, collecteert de leverancier voor deze kleinverbruikaansluiting maandelijks een op afstand uitleesbare meterstand van de eerste kalenderdag van de desbetreffende maand.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.2.2
|
||||
|
||||
De leverancier collecteert in het kader van een mutatieproces een meterstand die betrekking heeft op de mutatiedatum, zoals bedoeld in paragrafen 3.1 tot en met 3.4.
|
||||
De leverancier collecteert in het kader van een mutatieproces een meterstand die betrekking heeft op de mutatiedatum, zoals bedoeld in paragrafen 3.1 tot en met 3.4 en 3.15.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.2.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -2687,7 +2823,7 @@ De leverancier meldt bij de opvraag, bedoeld in 5.1.2.1 of 5.1.2.2, aan de aange
|
|||
|
||||
### Artikel 5.1.3.1
|
||||
|
||||
De leverancier valideert de meterstand, bedoeld in 5.1.2, met behulp van de in het toegankelijk meetregister vermelde historische meterstanden en het uit het aansluitingenregister verkregen standaardjaarverbruik en controleert of de meterstand, indien van toepassing voor zowel het normaaltelwerk als het laagtelwerk, tussen de volgende validatiegrenzen ligt:
|
||||
De leverancier valideert de meterstand, bedoeld in 5.1.2, met uitzondering van de meterstand zoals bedoeld in artikel 5.1.2.1a, met behulp van de in het toegankelijk meetregister vermelde historische meterstanden en het uit het aansluitingenregister verkregen standaardjaarverbruik en controleert of de meterstand, indien van toepassing voor zowel het normaaltelwerk als het laagtelwerk, tussen de volgende validatiegrenzen ligt:
|
||||
|
||||
a. Bovengrens = Vorige meterstand + 200% * [SOM fractie (Datum_vorige meterstand : Datum_te valideren meterstand)] * SJV / vermenigvuldigingsfactor
|
||||
b. Ondergrens = Vorige meterstand + 50% * [SOM fractie (Datum_vorige meterstand : Datum_te valideren meterstand)] * SJV / vermenigvuldigingsfactor;
|
||||
|
|
@ -2716,6 +2852,10 @@ f. Berekende meterstand (teruglevering elektriciteit laag) = vorige meterstand (
|
|||
|
||||
De leverancier stelt de gevalideerde meterstand, bedoeld in 5.1.3.1 of 5.1.3.2 onderdeel b, of de berekende meterstand, bedoeld in 5.1.3.3, vast voor de opnamedatum bij een periodieke meterstand of voor de mutatiedatum bij een mutatieproces.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.3.4a
|
||||
|
||||
De leverancier stelt de gecollecteerde meterstand als bedoeld in 5.1.2.1a vast op uiterlijk de vijftiende werkdag van de desbetreffende maand.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.3.5
|
||||
|
||||
Gedurende de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2016 wordt in plaats van de volumeherleidingsfactor tijdelijk een afwijkende factor toegepast door de volumeherleidingsfactor te vermenigvuldigen met 1,008027. De tijdelijk toe te passen factor wordt daarmee 0,98408 (= 0,97624 x 1,008027).
|
||||
|
|
@ -2724,7 +2864,7 @@ Gedurende de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2016 wordt in pla
|
|||
|
||||
### Artikel 5.1.4.1
|
||||
|
||||
De leverancier verstuurt de vastgestelde meterstand, bedoeld in 5.1.3.4, de werkdag na vaststelling, doch uiterlijk binnen de termijnen, bedoeld in 5.3.4.3, naar de regionale netbeheerder en vermeldt daarbij:
|
||||
De leverancier verstuurt de vastgestelde meterstand, bedoeld in 5.1.3.4 en 5.1.3.4a, de werkdag na vaststelling, doch uiterlijk binnen de termijnen, bedoeld in 5.3.4.3, naar de regionale netbeheerder en vermeldt daarbij:
|
||||
|
||||
a. de EAN-code van de aansluiting;
|
||||
b. de bedrijfs-EAN-code van de regionale netbeheerder;
|
||||
|
|
@ -2908,24 +3048,41 @@ c. indien aangeleverd in het bericht: het referentienummer van de leverancier.
|
|||
|
||||
### Artikel 5.3.4.3
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder berekent een meterstand namens de leverancier overeenkomstig 5.1.3.3, indien de leverancier in gebreke blijft en de regionale netbeheerder geen tijdig vastgestelde meterstand van de leverancier, bedoeld in 5.1.4.1, heeft ontvangen:
|
||||
De regionale netbeheerder collecteert een op afstand uitleesbare meterstand namens de leverancier, indien de leverancier in gebreke blijft en de regionale netbeheerder geen tijdig vastgestelde meterstand van de leverancier, bedoeld in 5.1.4.1, heeft ontvangen:
|
||||
|
||||
a. binnen vijftien werkdagen na de mutatiedatum van het betreffende mutatieproces, bedoeld in 3.1 tot en met 3.4, of;
|
||||
b. binnen veertien maanden na de laatst vastgestelde meterstand, waarbij een meterstand wordt berekend en vastgesteld voor de datum van één jaar na de opnamedatum van de laatst vastgestelde meterstand.
|
||||
a. binnen vijftien werkdagen na de mutatiedatum van het betreffende mutatieproces, bedoeld in 3.1 tot en met 3.4 en 3.15, of;
|
||||
b. binnen veertien maanden na de laatst vastgestelde meterstand, waarbij een meterstand wordt berekend en vastgesteld voor de datum van één jaar na de opnamedatum van de laatst vastgestelde meterstand, of
|
||||
c. binnen vijftien werkdagen na het begin van de maand waarop de meterstand, zoals bedoeld in 5.1.2.1a, betrekking heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.4.3a
|
||||
|
||||
Ter uitvoering van het bepaalde in 5.3.2.6, onder (ii) en 5.3.3.3, onder (ii), stelt de regionale netbeheerder namens de leverancier een stand vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.4.3b
|
||||
|
||||
Indien de leverancier in gebreke blijft en de regionale netbeheerder geen tijdig vastgestelde meterstand zoals bedoeld in 5.1.4.1 van de leverancier heeft ontvangen, noch een op afstand uitleesbare meterstand kon verkrijgen zoals bedoeld in 5.3.4.3, berekent de regionale netbeheerder een meterstand namens de leverancier overeenkomstig 5.1.3.3:
|
||||
|
||||
a. binnen vijftien werkdagen na de mutatiedatum van het betreffende mutatieproces, bedoeld in 3.1 tot en met 3.4 en 3.15, of
|
||||
b. binnen veertien maanden na de laatst vastgestelde meterstand, waarbij een meterstand wordt berekend en vastgesteld voor de datum van één jaar na de opnamedatum van de laatst vastgestelde meterstand.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.4.4
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder bepaalt het verbruik voor de reconciliatie, overeenkomstig 5.3.2 en 5.3.3, op basis van alle ontvangen vastgestelde meterstanden en namens de leverancier door de regionale netbeheerder vastgestelde meterstanden.
|
||||
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “profielallocatie” heeft, bepaalt de regionale netbeheerder het verbruik voor de reconciliatie, overeenkomstig 5.3.2 en 5.3.3, op basis van alle ontvangen vastgestelde meterstanden en namens de leverancier door de regionale netbeheerder vastgestelde meterstanden.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.4.5
|
||||
|
||||
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, bepaalt de regionale netbeheerder het verbruik overeenkomstig 5.3.2, op basis van:
|
||||
|
||||
(i) de overeenkomstig 5.1.3.4a vastgestelde meterstanden;
|
||||
(ii) de overeenkomstig 5.3.4.3, onderdeel c gecollecteerde meterstanden;
|
||||
(iii) de overeenkomstig 5.3.4.3a vastgestelde meterstanden, of
|
||||
(iv) de overeenkomstig 5.3.4.3b berekende meterstanden.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 5.3.5. De regionale netbeheerder distribueert de vastgestelde meterstand en verbruik voor reconciliatie
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.5.1
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder verstuurt uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de vastgestelde meterstand, bedoeld in 5.3.4.1, of uiterlijk vijf werkdagen nadat de regionale netbeheerder namens de leverancier een meterstand heeft vastgesteld, bedoeld in 5.3.4.3, aan:
|
||||
De regionale netbeheerder verstuurt uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de vastgestelde meterstand, bedoeld in 5.3.4.1, of uiterlijk vijf werkdagen nadat de regionale netbeheerder namens de leverancier een meterstand heeft bepaald en vastgesteld, bedoeld in 5.3.4.3, 5.3.4.3a en 5.3.4.3b, aan:
|
||||
|
||||
a. de actuele leverancier de vastgestelde meterstand en het verbruik, bepaald in 5.3.4.4, in geval van een periodieke, tussentijdse of fysieke meteropname;
|
||||
b. de oude leverancier de vastgestelde meterstand en het verbruik, bepaald in 5.3.4.4, in geval van een leverancierswitch, uithuizing, eindelevering of inhuizing waarmee een uithuizing is uitgevoerd;
|
||||
|
|
@ -3356,8 +3513,9 @@ De netbeheerder verzamelt ten behoeve van de netbeheerder van het landelijk hoog
|
|||
|
||||
De netbeheerder verzamelt ten behoeve van iedere programmaverantwoordelijke de hoeveelheid met zijn net uitgewisselde energie per programmatijdseenheid:
|
||||
|
||||
a. voor de aansluitingen waarvoor de desbetreffende programmaverantwoordelijke programmaverantwoordelijkheid draagt en die voorzien zijn van een dagelijks op afstand uitleesbare meetinrichting per aansluiting;
|
||||
b. voor de aansluitingen waarvoor de desbetreffende programmaverantwoordelijke programmaverantwoordelijkheid draagt en die niet voorzien zijn van een dagelijks op afstand uitleesbare meetinrichting per profielcategorie en per leverancier.
|
||||
a. voor de aansluitingen waarvoor de desbetreffende programmaverantwoordelijke programmaverantwoordelijkheid draagt en waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “telemetrie” heeft: per aansluiting;
|
||||
b. voor de aansluitingen waarvoor de desbetreffende programmaverantwoordelijke programmaverantwoordelijkheid draagt en waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3, onderdeel s, de waarde “profielallocatie” heeft: per profielcategorie en per leverancier;
|
||||
c. voor de aansluitingen waarvoor de desbetreffende programmaverantwoordelijke programmaverantwoordelijkheid draagt en waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft: per leverancier.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.5.8
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue