diff --git a/amvb/reglement-verpleging-ter-beschikking-gestelden/BWBR0008690/README.md b/amvb/reglement-verpleging-ter-beschikking-gestelden/BWBR0008690/README.md index 04da9137076..435c92dc444 100644 --- a/amvb/reglement-verpleging-ter-beschikking-gestelden/BWBR0008690/README.md +++ b/amvb/reglement-verpleging-ter-beschikking-gestelden/BWBR0008690/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Reglement verpleging ter beschikking gestelden bwb_id: BWBR0008690 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2020-10-30' +datum_inwerkingtreding: '1997-10-02' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008690 citeertitel: Reglement verpleging ter beschikking gestelden --- @@ -17,33 +17,84 @@ citeertitel: Reglement verpleging ter beschikking gestelden In dit besluit wordt verstaan onder: a. de wet: de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden; -b. de reclassering: een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995. +b. de reclassering: de stichting of een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 1, onder *b*, onderscheidenlijk onder *c*, van de Reclasseringsregeling 1995. ## Hoofdstuk 2. AANWIJZING VAN PARTICULIERE INRICHTINGEN ### Artikel 2 -Vervallen +**1.** Een aanvraag tot aanwijzing als particuliere inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, bedoeld in artikel 37*d*, eerste lid, onder *a*, van het Wetboek van Strafrecht, wordt bij Onze Minister ingediend. + +**2.** + +De aanvraag bevat de volgende bescheiden: + +a. de statuten of reglementen van de rechtspersoon die het psychiatrisch ziekenhuis beheert; +b. een schriftelijke verklaring inhoudende dat een voorgenomen wijziging van de situatie met betrekking tot een der onderwerpen genoemd onder a en in het derde lid, ten minste een maand voordat de desbetreffende wijziging wordt doorgevoerd ter kennis van Onze Minister wordt gebracht. + +**3.** + +De rechtspersoon die het psychiatrisch ziekenhuis beheert legt tevens over: + +a. de door Onze Minister verlangde gegevens over de bouwkundige voorzieningen die van belang zijn voor de beoordeling van de veiligheid binnen de inrichting en de maatschappelijke veiligheid daarbuiten; +b. de door Onze Minister verlangde gegevens over de personele en materiële toerusting die van belang zijn voor de beoordeling van de geschiktheid van de inrichting voor de verpleging van ter beschikking gestelden. + +**4.** Onze Minister beslist binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 3 -Vervallen +**1.** + +De aanwijzing als particuliere inrichting wordt door Onze Minister ingetrokken: + +a. op verzoek van de rechtspersoon die het psychiatrisch ziekenhuis beheert; +b. indien de beveiliging dan wel de personele of materiële toerusting van de inrichting, bedoeld in artikel 2, derde lid, niet meer voldoet aan de eisen die daaraan naar het oordeel van Onze Minister moeten worden gesteld. + +**2.** De aanwijzing als particuliere inrichting kan door Onze Minister worden ingetrokken, indien de rechtspersoon heeft gehandeld in strijd met de toepasselijke regelgeving alsmede hetgeen overeenkomstig artikel 2, tweede lid, onder b, is verklaard. ## Hoofdstuk 3. RIJKSINRICHTINGEN ### Artikel 4 -Vervallen +**1.** Het hoofd van de rijksinrichting brengt jaarlijks vóór 1 oktober aan Onze Minister een jaarplan voor het volgende jaar uit. Het jaarplan omvat in ieder geval een begroting van de kosten en opbrengsten voor dat jaar. + +**2.** Het hoofd van de rijksinrichting brengt jaarlijks vóór 1 maart aan Onze Minister verslag over zijn werkzaamheden in het voorgaande jaar uit. Bij dit verslag wordt een jaarrekening gevoegd. + +**3.** Onze Minister kan regels stellen aan de vorm en de inhoud van de in het eerste en tweede lid genoemde stukken. ## Hoofdstuk 4. AANTEKENINGEN ### Artikel 5 -Vervallen +**1.** Omtrent iedere ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde worden door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aantekeningen gehouden omtrent diens lichamelijke en geestelijke gesteldheid, bedoeld in artikel 509*o*, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering. + +**2.** + +De aantekeningen bevatten in elk geval: + +a. zo volledig mogelijke gegevens betreffende de afkomst en het verleden; +b. gegevens omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid bij binnenkomst; +c. gegevens omtrent de ontwikkelingen gedurende de verpleging; +d. gegevens omtrent belangrijke voorvallen gedurende de verpleging. + +**3.** Onze Minister kan een model voor de aantekeningen vaststellen. ### Artikel 6 -Vervallen +**1.** Het hoofd van de inrichting houdt in een register aantekening van de beslissingen tot beperking van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam van de verpleegde, genoemd in de artikelen 24 tot en met 28 en 30, alsmede de beslissingen tot afzondering of separatie, genoemd in artikel 34, en van elke strafoplegging, genoemd in artikel 49 van de wet. + +**2.** + +De aantekening bevat in elk geval: + +a. de personalia van de verpleegde; +b. de aard van de genomen beslissing; +c. de omstandigheden die aanleiding gaven tot het nemen van de beslissing; +d. de diagnose, voor zover de beslissing wordt genomen ter afwending van ernstig gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde; +e. indien de verpleegde zich tegen de beslissing heeft verzet, een mededeling daarvan; +f. voor zover van toepassing, de duur van de beperkende maatregel. + +**3.** Onze Minister kan een model voor het register vaststellen. ## Hoofdstuk 5. COMMISSIE VAN TOEZICHT EN BEKLAGCOMMISSIE @@ -86,7 +137,7 @@ a. ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onz b. personeelsleden of medewerkers, werkzaam bij een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden; c. personen, werkzaam bij een door Onze Minister gesubsidieerde instelling die werkzaam is op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen indien zij in het kader van de uitoefening van hun functie te maken hebben met de personen ingesloten in de inrichting waarbij de commissie van toezicht is ingesteld; d. personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister, indien hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid hetzij door hun positie, hetzij door de aard van hun werkzaamheden in het geding zou kunnen komen; -e. personen tegen wie bezwaren bestaan tegen de vervulling van de functie die blijken uit de algemene documentatieregisters als bedoeld in het Besluit justitiële gegevens of de politiegegevens, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet politiegegevens. De bezwaren dienen betrekking te hebben op het vertrouwelijk karakter van de functie alsmede de aan de functie verbonden bevoegheden. +e. personen tegen wie bezwaren bestaan tegen de vervulling van de functie die blijken uit de algemene documentatieregisters als bedoeld in het Besluit inlichtingen Justitiële documentatie of de politieregisters, bedoeld in artikel 1, onder *c*, van de Wet politieregisters. De bezwaren dienen betrekking te hebben op het vertrouwelijk karakter van de functie alsmede de aan de functie verbonden bevoegheden.“bevoegheden” moet zijn “bevoegdheden.” ### Artikel 11 @@ -143,51 +194,45 @@ d. wanneer hij naar het oordeel van Onze Minister door handelen of nalaten ernst **1.** De kosten van de commissie van toezicht worden door de Staat gedragen. -**2.** De leden van de commissie van toezicht genieten vergoeding van reis- en verblijfskosten en een vacatiegeld met betrekking tot hun werkzaamheden overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. +**2.** De leden van de commissie van toezicht genieten vergoeding van reis- en verblijfskosten en een vacatiegeld met betrekking tot hun werkzaamheden overeenkomstig de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn vastgesteld. **3.** Voor zover de secretaris of de plaatsvervangend secretaris geen ambtenaar is geniet deze tevens de in het tweede lid bedoelde vergoeding. -## Hoofdstuk 5a. Commissie van toezicht en beklagcommissie voor het vervoer - -### Artikel 17a - -**1.** De leden van de commissie van toezicht voor het vervoer, genoemd in artikel 15b, eerste lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, worden benoemd voor een periode van vijf jaren. Zij kunnen tweemaal voor herbenoeming in aanmerking komen. - -**2.** De artikelen 7, derde lid, 8, 11, 13, 15, 16 en 17 zijn van overeenkomstige toepassing. - -**3.** Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor benoeming als lid eveneens niet in aanmerking komen ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, niet zijnde ambtenaren bij het openbaar ministerie. - -### Artikel 17b - -**1.** De leden van de commissie van toezicht voor het vervoer hebben te allen tijde toegang tot de plaatsen waar en de vervoersmiddelen waarmee handelingen betreffende het vervoer worden uitgeoefend. - -**2.** De leden van de commissie van toezicht ontvangen van Onze Minister en het hoofd van de inrichting alle door hen gewenste inlichtingen ten aanzien van het vervoer van verpleegden en kunnen alle op het vervoer betreffende stukken inzien. Zij zijn tot geheimhouding verplicht, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht of uit de tenuitvoerlegging van hun taak de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. - -**3.** Onze Minister en het hoofd van de inrichting brengen alle voor de uitoefening van de taak van de commissie van toezicht belangrijke feiten en omstandigheden ter kennis van de commissie van toezicht. - ## Hoofdstuk 6. Plaatsing en overplaatsing ### Artikel 18 -Vervallen +Van een uitspraak waarbij door de rechter ten aanzien van een ter beschikking gestelde met toepassing van artikel 37*b* of 38*c* van het Wetboek van Strafrecht een bevel tot verpleging van overheidswege is gegeven, doet het openbaar ministerie zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister, onder bijvoeging van het dossier van de zaak. ### Artikel 19 -Vervallen +De beslissing van Onze Minister omtrent de plaatsing in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden die strekt tot tenuitvoerlegging van het bevel tot verpleging van overheidswege wordt door hem zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de betreffende inrichting en aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in de eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, alsmede het openbaar ministerie binnen wiens arrondissement de betrokkene wordt geplaatst. ### Artikel 20 -Vervallen +**1.** Met inachtneming van artikel 11, tweede lid, van de wet kan, indien de omstandigheden zulks wenselijk maken, Onze Minister ambtshalve of op schriftelijk verzoek van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft, beslissen dat de ter beschikking gestelde naar een andere inrichting zal worden overgeplaatst. + +**2.** Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt in dit geval een eindverslag op van de verpleging in diens inrichting. Hij voegt dit toe aan het verpleegdedossier. ### Artikel 21 -Vervallen +**1.** De beslissing van Onze Minister tot overplaatsing, bedoeld in artikel 20, wordt zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft en aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarheen de ter beschikking gestelde zal worden overgeplaatst. De beslissing van Onze Minister, bedoeld in artikel 13 en 14, eerste lid, van de wet wordt zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft en aan de inrichting tot klinische observatie bestemd onderscheidenlijk aan het psychiatrisch ziekenhuis waarheen de ter beschikking gestelde zal worden overgeplaatst. De voorgaande beslissingen worden tevens gemeld aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de verpleging geschiedt, en het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de verpleging zal worden voortgezet. + +**2.** Ingeval het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden met toepassing van artikel 14, tweede lid, van de wet voorlopig beslist tot overplaatsing naar een psychiatrisch ziekenhuis deelt hij dit onverwijld mede aan Onze Minister. Indien Onze Minister de beslissing bekrachtigt is het eerste lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 22 -Vervallen +**1.** Overbrenging van een ter beschikking gestelde met het oog op de aanvang van de tenuitvoerlegging van het bevel tot verpleging van overheidswege geschiedt op last van het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast. -## Hoofdstuk 7. Ongeoorloofde afwezigheid, bijzondere voorvallen en toelating bezoek en personeel +**2.** Overbrenging van een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde naar een psychiatrisch ziekenhuis met machtiging van de rechter geschiedt op last van het openbaar ministerie bij het gerecht dat de machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen heeft verleend. + +**3.** Indien artikel 14, tweede lid, van de wet is toegepast, indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden het proefverlof heeft beëindigd of in geval van ongeoorloofde afwezigheid, geschiedt de overbrenging krachtens beslissing van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. Deze kan ter uitvoering van zijn beslissing de hulp inroepen van het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde verblijft. + +**4.** In de andere gevallen geschiedt de overbrenging bij beslissing van Onze Minister. + +**5.** Onze Minister kan omtrent overbrenging, bedoeld in dit artikel, nadere regels stellen. + +## Hoofdstuk 7. ONGEOORLOOFDE AFWEZIGHEID EN ANDERE BIJZONDERE VOORVALLEN ### Artikel 23 @@ -205,36 +250,15 @@ Vervallen Het hoofd van de inrichting meldt onverwijld andere bijzondere voorvallen aan Onze Minister. Hij verstrekt Onze Minister te allen tijde alle verlangde inlichtingen. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inhoud en de wijze van melding. -### Artikel 24a - -Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen aan instellingen, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de wet. Deze regels hebben met het oog op de veiligheid in de instelling en de naleving van de bij of krachtens de wet gegeven regels, betrekking op: - -a. de toelating en de weigering van bezoek aan die instellingen, en -b. de toegang van personeel werkzaam bij die instellingen. - ## Hoofdstuk 8. VERPLEGINGS- EN BEHANDELINGSPLAN EN EVALUATIE ### Artikel 25 -**1.** - In het verplegings- en behandelingsplan worden ten minste opgenomen: a. de diagnose van de stoornis van de verpleegde; b. de therapeutische middelen die zullen worden toegepast, zo mogelijk gerelateerd aan de verschillende aspecten die in de stoornis te onderscheiden zijn; -c. of er overeenstemming over het verplegings- en behandelingsplan is; -d. de vrijheden die de verpleegde zijn toegekend boven de hem bij of krachtens de wet toekomende rechten, alsmede de voorwaarden die daaraan verbonden zijn en de consequenties van het niet opvolgen van die voorwaarden. - -**2.** - -In geval van een behandeling overeenkomstig artikel 16b, onder a of b, van de wet wordt in het verplegings- en behandelingsplan eveneens opgenomen: - -a. welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de verpleegde doet veroorzaken weg te nemen dan wel af te wenden; en -b. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de verpleegde ten aanzien van de behandeling. - -**3.** Het deel van het verplegings- en behandelingsplan waarover geen overeenstemming kan worden bereikt met de verpleegde dan wel diens curator of mentor, wordt slechts vastgesteld door een psychiater nadat een multidisciplinair overleg heeft plaatsgehad waaraan in ieder geval een psychiater, een arts, een psycholoog en een verpleegkundige hebben deelgenomen. - -**4.** Ingeval van een behandeling overeenkomstig artikel 16b, onder a, van de wet worden de verklaringen van de psychiaters, bedoeld in artikel 16c, tweede lid, van de wet, bij het in het derde lid bedoelde overleg betrokken. +c. de vrijheden die de verpleegde zijn toegekend boven de hem bij of krachtens de wet toekomende rechten, alsmede de voorwaarden die daaraan verbonden zijn en de consequenties van het niet opvolgen van die voorwaarden. ### Artikel 26 @@ -242,7 +266,7 @@ b. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de verpleegde t **2.** Gedurende de verpleging kan het verplegings- en behandelingsplan worden gewijzigd. Bij een wijziging wordt het evaluatieverslag betrokken. -**3.** Een wijziging in het verplegings- en behandelingsplan wordt, in overleg met de verpleegde, vastgesteld. De wijziging wordt hem voor het ingaan daarvan medegedeeld. +**3.** Een wijziging in het verplegings- en behandelingsplan wordt, zoveel mogelijk in overleg met de verpleegde, vastgesteld. De wijziging wordt hem voor het ingaan daarvan medegedeeld. ### Artikel 27 @@ -288,8 +312,7 @@ b. de uitspraken van de beklagcommissie en de beroepscommissie alsmede de versla c. de ontvangen afschriften van rechterlijke beslissingen betreffende de terbeschikkingstelling; d. machtigingen van Onze Minister, bedoeld in de artikelen 50, eerste lid, en 51, eerste lid, van de wet; e. gegevens met betrekking tot de toepassing van artikel 26 van de wet; -f. gegevens met betrekking tot de toepassing van artikel 16b, onder a of b, van de wet; -g. overige gegevens omtrent de gezondheid van de verpleegde en te diens aanzien uitgevoerde verrichtingen, een en ander voor zover de opname van deze gegevens voor een goede verpleging en behandeling aan hem noodzakelijk is. +f. overige gegevens omtrent de gezondheid van de verpleegde en te diens aanzien uitgevoerde verrichtingen, een en ander voor zover de opname van deze gegevens voor een goede verpleging en behandeling aan hem noodzakelijk is. ### Artikel 31 @@ -301,143 +324,65 @@ g. overige gegevens omtrent de gezondheid van de verpleegde en te diens aanzien **1.** Het hoofd van de inrichting bewaart het verpleegdedossier gedurende een termijn van tien jaren, te rekenen vanaf het tijdstip dat de terbeschikkingstelling eindigde. -**2.** Na de in het eerste lid genoemde termijn worden de bescheiden, opgenomen in het verpleegdedossier, met uitzondering van de vingerafdrukken die overeenkomstig artikel 22, tweede lid, van de wet zijn genomen, overeenkomstig de Archiefwet 1995 overgebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats of naar de algemene rijksarchiefbewaarplaats. +**2.** Na de in het eerste lid genoemde termijn worden de bescheiden, opgenomen in het verpleegdedossier, vernietigd, ofwel zodanig bewerkt dat deze niet meer tot de verpleegde kunnen worden herleid, tenzij dit in strijd is met een aanmerkelijk belang van een ander dan de verpleegde. **3.** Indien de verpleegde vóór de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn opnieuw ter beschikking wordt gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege vervalt de bewaartermijn en vangt deze aan op het tijdstip dat de nieuwe terbeschikkingstelling eindigt. -## Hoofdstuk 10. (Onvrijwillige) geneeskundige behandeling +## Hoofdstuk 10. GEDWONGEN GENEESKUNDIGE HANDELINGEN ### Artikel 33 -In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: +**1.** Voordat het hoofd van de inrichting beslist dat een door de arts noodzakelijk geachte geneeskundige handeling onder dwang zal worden toegepast, pleegt het hoofd van de inrichting overleg met die arts en met het hoofd van de afdeling waar de verpleegde verblijft. Indien de handeling door een andere arts wordt verricht, wordt bovendien met hem overlegd. -a. *a-dwangbehandeling:* een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 16b, onder a, van de wet; -b. *b-dwangbehandeling:* een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 16b, onder b, van de wet; -c. *gedwongen geneeskundige handeling:* de gedwongen geneeskundige handeling, bedoeld in artikel 26 van de wet; -d. *geneeskundige behandeling:* de onvrijwillige geneeskundige behandelingen, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, en de vrijwillige geneeskundige behandeling, bedoeld in artikel 16a van de wet; -e. *inspecteur:* de inspecteur, bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen; -f. *voortzetting van a-dwangbehandeling:* de voortzetting van a-dwangbehandeling, bedoeld in artikel 16c, vijfde lid, van de wet. +**2.** Indien de toepassing van een geneeskundige handeling onder dwang noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde, pleegt het hoofd van de inrichting bovendien overleg met de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater. -### Artikel 33a +**3.** In het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg wordt nagegaan of het ernstige gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van de verpleegde of van anderen niet op een andere wijze kan worden afgewend. Bij de keuze voor een bepaalde geneeskundige handeling wordt steeds gekozen voor de voor de verpleegde minst ingrijpende handeling. -**1.** Een geneeskundige behandeling wordt verricht in een daartoe geschikte ruimte, onder verantwoordelijkheid van de behandelend arts. +**4.** In de situatie, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de wet, pleegt het afdelingshoofd het in het eerste respectievelijk tweede lid bedoelde overleg. Het overleg van het hoofd van de inrichting met de in het eerste respectievelijk tweede lid bedoelde personen vindt zo spoedig mogelijk na de geneeskundige handeling plaats. -**2.** Er is ten behoeve van de geneeskundige behandeling vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, voldoende psychiatrisch geschoold verpleegkundig personeel aanwezig. Bovendien is vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, een psychiater beschikbaar. - -**3.** Een geneeskundige behandeling wordt slechts uitgevoerd door een arts of verpleegkundige die over voldoende deskundigheid beschikt deze behandeling uit te voeren en indien daartoe voldoende voorzieningen beschikbaar zijn. - -**4.** Eens per twee weken, of vaker indien het belang van de verpleegde dit eist, vindt een multidisciplinair overleg plaats, waaraan in ieder geval een psychiater, een arts, een psycholoog en een verpleegkundige deelnemen. +**5.** De verantwoordelijke arts draagt zorg dat de melding van de toepassing van artikel 26 van de wet wordt opgenomen in het register als bedoeld in artikel 6 en in het verpleegdedossier en dat de resultaten van het overleg alsmede de afspraken die daarbij zijn gemaakt worden opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan. ### Artikel 34 -**1.** Voordat het hoofd van de inrichting beslist dat een door de arts noodzakelijk geachte b-dwangbehandeling of gedwongen geneeskundige handeling zal worden verricht, pleegt het hoofd van de inrichting overleg met die arts en met het hoofd van de afdeling waar de verpleegde verblijft. Indien de behandeling door een andere arts wordt verricht, wordt tevens met hem overlegd. +**1.** De gedwongen geneeskundige handeling wordt toegepast in een daartoe geschikte ruimte, onder verantwoordelijkheid van de arts. -**2.** Ingeval van b-dwangbehandeling of indien het verrichten van een gedwongen geneeskundige handeling noodzakelijk is ter afwending van gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde, pleegt het hoofd van de inrichting bovendien overleg met de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater. +**2.** Van de toepassing van een gedwongen geneeskundige handeling wordt onverwijld melding gedaan aan Onze Minister en de commissie van toezicht. Indien de geneeskundige handeling wordt toegepast ter afwending van ernstig gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde wordt tevens onverwijld melding gedaan aan de bevoegde regionale inspecteur voor de gezondheidszorg. -**3.** In het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg wordt nagegaan of het gevaar niet op een andere wijze kan worden afgewend. - -**4.** In de situatie bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de wet, pleegt het afdelingshoofd het in het eerste respectievelijk tweede lid bedoelde overleg. Het overleg van het hoofd van de inrichting met de in het eerste en tweede lid bedoelde personen vindt vervolgens zo spoedig mogelijk na de aanvang van de geneeskundige behandeling plaats. - -### Artikel 34a - -**1.** Zo spoedig mogelijk na de aanvang van de gedwongen geneeskundige handeling wordt door of onder verantwoordelijkheid van een arts een plan opgesteld gericht op een zodanige verbetering van de toestand van de verpleegde dat de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling kan worden beëindigd. Dit plan wordt opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan. - -**2.** Bij de keuze voor een bepaalde geneeskundige handeling wordt steeds gekozen voor de voor de verpleegde minst ingrijpende handeling. - -### Artikel 34b - -**1.** Voordat het hoofd van de inrichting de beslissing tot voortzetting van a-dwangbehandeling neemt, pleegt hij overleg met in ieder geval de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater en met het hoofd van de afdeling waar de verpleegde verblijft. - -**2.** In het in het eerste lid bedoelde overleg wordt nagegaan of van de voortzetting van de behandeling alsnog het beoogde effect kan worden verwacht. - -**3.** De uitkomsten van het multidisciplinaire overleg, bedoeld in artikel 33a, vierde lid, worden bij de beslissing meegenomen. - -### Artikel 34c - -De verpleegde wordt gedurende de periode dat de a- of b-dwangbehandeling of de gedwongen geneeskundige handeling wordt verricht, zo vaak als nodig is bezocht door een arts of in diens opdracht een verpleegkundige. Het verslag van diens bevindingen wordt opgenomen in het verpleegdedossier. - -### Artikel 34d - -**1.** Het hoofd van de inrichting stelt de voorzitter van de commissie van toezicht, de raadsman van de verpleegde, de curator en de mentor in kennis van het voornemen tot een beslissing tot a-dwangbehandeling uiterlijk drie dagen voor het nemen van die beslissing. Zij worden in de gelegenheid gesteld bezwaren tegen de beslissing kenbaar te maken. - -**2.** De voorzitter van de commissie van toezicht doet onverwijld een melding aan de maandcommissaris. De maandcommissaris bezoekt na de melding onverwijld de verpleegde. - -**3.** Van de toepassing van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, gedwongen geneeskundige handeling of voortzetting van a-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij de aanvang van de behandeling melding gedaan aan Onze Minister en de commissie van toezicht. Ingeval van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of ingeval een gedwongen geneeskundige handeling wordt toegepast in verband met een gevaar dat voortvloeit uit een stoornis van de geestvermogens van de verpleegde, wordt bovendien melding gedaan aan de inspecteur. - -**4.** Bij de aanvang van een a-dwangbehandeling geeft het hoofd van de inrichting daarvan eveneens kennis aan de in het eerste lid genoemde personen. - -**5.** - -Het hoofd van de inrichting zendt met de melding, bedoeld in het derde lid, een afschrift van de beslissing tot de behandeling mee waarin hij in ieder geval vermeldt: - -a. in verband met welk gevaar is besloten tot een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of een gedwongen geneeskundige handeling; -b. welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar weg te nemen dan wel af te wenden; -c. welke personen, bedoeld in artikel 16a, onder c, van de wet, zich tegen de behandeling verzetten; -d. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de verpleegde ten aanzien van de behandeling; en -e. indien een behandeling plaatsvindt in een situatie waarin het de verpleegde is die zich verzet, of deze in staat kan worden geacht gebruik te kunnen maken van de regeling, vervat in de hoofdstukken XIV–XV respectievelijk XVI van de wet. - -**6.** Ingeval van een beslissing tot a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of een beslissing tot voortzetting van a-dwangbehandeling, vermeldt het hoofd tevens welke pogingen zijn gedaan om tot overeenstemming als bedoeld in artikel 16a, onder b, van de wet te komen. In geval van een beslissing tot a-dwangbehandeling vermeldt hij bovendien welke bezwaren tegen de behandeling zijn aangevoerd door de personen, bedoeld in het eerste lid. - -**7.** Van een beëindiging van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, of gedwongen geneeskundige handeling geeft het hoofd van de inrichting kennis aan de personen, genoemd in het derde en – indien van toepassing – vierde lid. - -### Artikel 34e - -De verantwoordelijke arts draagt zorg dat de melding van de toepassing van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, gedwongen geneeskundige handeling of voorzetting van a-dwangbehandeling wordt opgenomen in het register als bedoeld in artikel 6 en in het verpleegdedossier. Hij draagt tevens zorg dat de resultaten van het overleg, bedoeld in artikel 33a, vierde lid, artikel 34, en artikel 34b, alsmede de adviezen die daarbij zijn gegeven en de afspraken die zijn gemaakt worden opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan. - -### Artikel 34f - -**1.** De inspecteur stelt na beëindiging van elke a- of b-dwangbehandeling doch in ieder geval na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 16c, vierde lid, van de wet, een onderzoek in of de beslissing tot de behandeling zorgvuldig is genomen en of de uitvoering van de behandeling zorgvuldig is geschied. - -**2.** De inspecteur stelt eveneens een onderzoek in na beëindiging van elke gedwongen geneeskundige handeling, indien die handeling is verricht ter afwending van een gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde. +**3.** De verpleegde wordt gedurende de periode die volgt op de gedwongen geneeskundige handeling zo vaak als nodig is bezocht door een arts of in diens opdracht door een verpleegkundige. Het verslag van zijn bevindingen wordt opgenomen in het verpleegdedossier. ### Artikel 35 -**1.** Indien de toepassing van de behandeling, bedoeld in artikel 34, tweede lid, de duur van twee weken te boven gaat, wordt door het hoofd van de inrichting een commissie samengesteld bestaande uit ten minste een afdelingshoofd, een psychiater, een arts en een psycholoog. +**1.** Zo spoedig mogelijk na de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling wordt door of onder verantwoordelijkheid van een arts een plan opgesteld gericht op een zodanige verbetering van de toestand van de verpleegde dat de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling kan worden beëindigd. Dit plan wordt opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan. -**2.** De in het eerste lid bedoelde commissie brengt binnen twee dagen na de in het eerste lid bedoelde termijn en, indien de onvrijwillige behandeling langer wordt voortgezet, om de twee weken, advies uit aan het hoofd van de inrichting over de voortzetting van die behandeling. +**2.** Indien de toepassing van een gedwongen geneeskundige handeling als bedoeld in artikel 33, tweede lid, de duur van twee weken te boven gaat wordt door het hoofd van de inrichting een commissie samengesteld bestaande uit ten minste een afdelingshoofd, een arts of een psychiater en een psycholoog. -## Hoofdstuk 10a. TOEZICHT OP TELEFOONGESPREKKEN - -### Artikel 35a - -**1.** Telefoongesprekken die in verband met het toezicht, bedoeld in artikel 38, tweede lid, van de wet worden opgenomen, worden bewaard voor een periode van ten hoogste vier maanden. - -**2.** Na het verstrijken van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt een opgenomen telefoongesprek gewist. - -**3.** Indien bij de uitoefening van het toezicht blijkt dat een telefoongesprek met een persoon als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet is opgenomen, wordt dit opgenomen gesprek terstond gewist. - -**4.** De verpleegde wordt van het opnemen van het telefoonverkeer op de hoogte gesteld. - -**5.** Opgenomen telefoongesprekken worden slechts verstrekt aan derden die ingevolge de uitvoering van hen bij of krachtens de wet opgedragen taken, tot kennisneming daarvan bevoegd zijn. - -**6.** - -De verstrekking, bedoeld in het vijfde lid, kan slechts geschieden in verband met: - -a. de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de verpleegde voor de veiligheid van anderen dan de verpleegde of de algemene veiligheid van personen of goederen; -b. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting; -c. de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven; -d. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten. +**3.** De in het tweede lid bedoelde commissie brengt binnen twee dagen na de in het tweede lid bedoelde termijn en, indien de gedwongen geneeskundige handeling langer wordt voortgezet, om de twee weken, advies uit aan het hoofd van de inrichting over de voortzetting van de gedwongen geneeskundige handeling. ## Hoofdstuk 11. GEESTELIJKE VERZORGING ### Artikel 36 -**1.** Bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn een hoofd boeddhistische geestelijke verzorging, een hoofd hindoeïstische geestelijke verzorging, een hoofd islamitische geestelijke verzorging, een hoofdrabbijn, een hoofdpredikant, een hoofdaalmoezenier en een hoofd humanistische geestelijke verzorging aangesteld. Zij treden op als vertegenwoordiging van de zendende instanties en dienen Onze Minister gevraagd en ongevraagd van advies omtrent de geestelijke verzorging in de inrichtingen. - -**2.** De hoofden zijn in ieder geval belast met het doen van voordrachten voor aanstelling van geestelijk verzorgers bij de rijksinrichtingen behorende tot hun gezindte of levensovertuiging. +Aan een inrichting zijn geestelijke verzorgers van verschillende godsdiensten of levensovertuigingen verbonden, doch in elk geval geestelijke verzorgers van protestantse en rooms-katholieke gezindte en geestelijke verzorgers behorend tot het humanistisch verbond. ### Artikel 37 -Aan een inrichting zijn geestelijk verzorgers van verschillende godsdiensten of levensovertuigingen verbonden, doch in elk geval geestelijk verzorgers van boeddhistische, hindoeïstische, islamitische, joodse, protestantse en rooms-katholieke gezindte en geestelijk verzorgers van het humanistisch verbond. +**1.** Bij het Ministerie van Justitie zijn een hoofdpredikant, een hoofdaalmoezenier en een hoofd humanistisch geestelijke verzorging aangesteld. Zij treden op als vertegenwoordiging van de zendende instanties en dienen Onze Minister gevraagd en ongevraagd van advies omtrent de geestelijke verzorging in de inrichtingen. + +**2.** De hoofden, genoemd in het eerste lid, zijn in ieder geval belast met het doen van voordrachten voor aanstelling van geestelijke verzorgers bij de rijksinrichtingen behorende tot hun gezindte of levensovertuiging. ### Artikel 38 -De aanstelling van een geestelijk verzorger van boeddhistische, hindoeïstische, islamitische, joodse, protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijk verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een rijksinrichting geschiedt door of vanwege Onze Minister op voordracht van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 36, eerste lid. De aanstelling van een geestelijk verzorger van boeddhistische, hindoeïstische, islamitische, joodse, protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijk verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een justitiële particuliere inrichting geschiedt door of vanwege het bestuur van de inrichting gehoord de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 36, eerste lid. +**1.** De aanstelling van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een rijksinrichting geschiedt door of vanwege Onze Minister op voordracht van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 37, eerste lid. + +**2.** De aanstelling van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een justitiële particuliere inrichting geschiedt door of vanwege het bestuur van de inrichting gehoord de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 37, eerste lid. ### Artikel 39 -Een andere geestelijk verzorger dan de in artikel 37 genoemde kan door de directeur toegang worden verleend tot de inrichting. De directeur neemt deze beslissing niet dan na overleg met Onze Minister. +**1.** Een geestelijke verzorger van een andere dan de in artikel 36 genoemde gezindte of levensovertuiging kan door het hoofd van de rijksinrichting aan diens inrichting worden verbonden anders dan bij wijze van een aanstelling. Het hoofd van de rijksinrichting neemt deze beslissing niet dan na overleg met de reeds aan de inrichting verbonden geestelijke verzorgers. + +**2.** Onze Minister kan functievereisten vaststellen ten aanzien van geestelijk verzorgers zoals bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid. + +**3.** Een geestelijke verzorger die aan een rijksinrichting is verbonden anders dan bij wijze van aanstelling, ontvangt een bij regeling van Onze Minister vast te stellen vergoeding voor zijn werkzaamheden en de door hem gemaakte kosten. ## Hoofdstuk 12. EIGEN GELD EN ARBEIDSLOON @@ -508,17 +453,17 @@ b. de termijn, waarover naar zijn mening, de verlenging zich zou moeten uitstrek ### Artikel 47 -Indien de verlenging van de terbeschikkingstelling er toe zou kunnen leiden dat de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van vier jaar of een veelvoud van vier jaar te boven gaat, zendt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden zes maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, een voorlopig advies betreffende de wenselijkheid van de verlenging van de terbeschikkingstelling aan Onze Minister. Artikel 46, vijfde lid, is van toepassing. +Indien de verlenging van de terbeschikkingstelling er toe zou kunnen leiden dat de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van zes jaar of een veelvoud van zes jaar te boven gaat, zendt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden zes maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, een voorlopig advies betreffende de wenselijkheid van de verlenging van de terbeschikkingstelling aan Onze Minister. Artikel 46, vijfde lid, is van toepassing. ### Artikel 48 -**1.** Indien de verpleging voorwaardelijk is beëindigd of aan de terbeschikkingstelling voorwaarden zijn verbonden, zendt de reclassering die de ter beschikking gestelde hulp en steun verleent, indien verlenging van de terbeschikkingstelling wettelijk mogelijk is, drie maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, advies inzake de wenselijkheid van die verlenging aan Onze Minister. Dit advies gaat vergezeld van een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies van een psychiater of een psycholoog die zelf de ter beschikking gestelde heeft onderzocht. +**1.** Indien de verpleging voorwaardelijk is beëindigd of aan de terbeschikkingstelling voorwaarden zijn verbonden, zendt de reclassering die de ter beschikking gestelde hulp en steun verleent, indien verlenging van de terbeschikkingstelling wettelijk mogelijk is, drie maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, advies inzake de wenselijkheid van die verlenging aan Onze Minister. Dit advies gaat vergezeld van een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies van een psychiater die zelf de ter beschikking gestelde heeft onderzocht. **2.** De in het eerste lid bedoelde stukken worden twee maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken door tussenkomst van Onze Minister toegezonden aan het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 46, vijfde lid. ### Artikel 49 -**1.** Indien het openbaar ministerie naar aanleiding van het voorlopig advies, bedoeld in artikel 47, voornemens is een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen waardoor de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van vier jaar of een veelvoud van vier jaar te boven gaat, doet het daarvan zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister. +**1.** Indien het openbaar ministerie naar aanleiding van het voorlopig advies, bedoeld in artikel 47, voornemens is een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen waardoor de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van zes jaar of een veelvoud van zes jaar te boven gaat, doet het daarvan zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister. **2.** Na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, draagt Onze Minister zorg voor het tijdig totstandkomen van een advies of rapport van deskundigen als bedoeld in artikel 509*o*, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering en voor tijdige toezending daarvan aan het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 46, vijfde lid. @@ -535,8 +480,8 @@ Indien het openbaar ministerie daarom verzoekt, wordt terstond een nieuw advies Het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 46, vijfde lid, doet Onze Minister zo spoedig mogelijk mededeling: a. van zijn beslissing geen vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen; -b. van zijn vordering tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege overeenkomstig artikel 38g, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; -c. indien een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling is ingediend of een vordering als bedoeld onder *b* is ingediend, van de beslissing van de rechtbank op deze vordering en, indien deze niet onherroepelijk is geworden, van het instellen van beroep bij de bijzondere kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, van een voorlopige beëindiging van de verpleging van overheidswege als bedoeld in artikel 509w, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, en van de beslissing op het beroep. +b. van zijn vordering tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege overeenkomstig artikel 38*g*, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; +c. indien een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling is ingediend of een vordering als bedoeld onder *b* is ingediend, van de beslissing van de rechtbank op deze vordering en, indien deze niet onherroepelijk is geworden, van het instellen van beroep bij de bijzondere kamer van het gerechtshof te Arnhem, van een voorlopige beëindiging van de verpleging van overheidswege als bedoeld in artikel 509*w*, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, en van de beslissing op het beroep. **2.** Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de betrokkene wordt verpleegd en de reclassering die de betrokkene tijdens proefverlof hulp en steun verleent, worden door Onze Minister op de hoogte gesteld van een beslissing van de rechter als bedoeld in het eerste lid, tenzij andere wettelijke bepalingen reeds op andere wijze in die kennisgeving voorzien. @@ -554,7 +499,7 @@ c. indien hij bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en **2.** Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan bepalen dat gedurende het verblijf buiten de inrichting toezicht wordt uitgeoefend. -## Hoofdstuk 16. Verlof en proefverlof +## Hoofdstuk 16. VERLOF EN PROEFVERLOF ### Artikel 53 @@ -563,49 +508,30 @@ c. indien hij bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en Verlof als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de wet, wordt in de navolgende vormen onderscheiden: a. begeleid verlof; -b. onbegeleid verlof; -c. transmuraal verlof; -d. incidenteel verlof. +b. semi-begeleid verlof; +c. groepsverlof; +d. onbegeleid verlof zonder overnachting; +e. onbegeleid verlof met een of twee overnachtingen; +f. onbegeleid verlof met meer dan twee overnachtingen. -**2.** +**2.** Voordat het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden overgaat tot het verlenen van een vorm van verlof, bedoeld in het eerste lid, verzoekt deze Onze Minister schriftelijk een machtiging. De machtiging van Onze Minister kan mede omvatten het meermalen verlenen van de in het eerste lid onderscheiden verlofsoort. -Voordat het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden overgaat tot het verlenen van een vorm van verlof, bedoeld in het eerste lid, verzoekt deze Onze Minister schriftelijk een machtiging. De machtiging van Onze Minister kan mede omvatten het meermalen verlenen van de in het eerste lid onderscheiden verlofsoort. De machtiging wordt verleend voor de duur van een jaar. Ten behoeve van het verlenen van een nieuwe machtiging draagt de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden twee maanden voor het verlopen van de machtiging zorg voor een evaluatie aan Onze Minister. Een nieuwe machtiging wordt slechts verleend indien een evaluatie afgegeven is. +**3.** Het verzoek van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden komt tot stand na multidisciplinair overleg binnen diens inrichting. -De machtiging vervalt: +**4.** Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt in de huisregels een nadere procedure vast die voorafgaat aan het verlenen van verlof. In de huisregels wordt tevens een procedure opgenomen betreffende de wijze en de frequentie van controle op het verlof. -1°. zodra de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde vierentwintig uur ongeoorloofd afwezig is, tenzij sprake is van overmacht, of -2°. zodra het openbaar ministerie aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden meldt dat de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde wordt aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, begaan tijdens de tenuitvoerlegging van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege of tijdens de opneming in de inrichting. - -Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden doet van een strafbaar feit als bedoeld in onderdeel 2° binnen een week aangifte bij een opsporingsambtenaar. Indien aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangifte wordt gedaan, verlof is verleend, wordt dit verlof terstond ingetrokken door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verleent geen verlof aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangifte wordt gedaan, tot aan de mededeling van het openbaar ministerie als bedoeld in onderdeel 2°. - -**3.** Onze Minister kan de machtiging intrekken bij overtreding van de voorwaarden, gesteld bij het verlenen van verlof of indien feiten of omstandigheden bekend worden waardoor, indien deze ten tijde van het verlenen van de machtiging bekend waren geweest, de machtiging niet of niet in deze vorm zou zijn verleend. Onze Minister kan per inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of afdeling daarvan alle verlofmachtigingen intrekken indien er aanwijzingen zijn dat zich bij die inrichting of afdeling een patroon voordoet van meerdere onttrekkingen of andere incidenten. - -**4.** Het verzoek van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden komt tot stand na multidisciplinair overleg binnen diens inrichting. - -**5.** Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt in de huisregels een nadere procedure vast die voorafgaat aan het verlenen van verlof. In de huisregels wordt tevens een procedure opgenomen betreffende de wijze en de frequentie van controle op het verlof. - -**6.** Bij aanvang van het verlof ontvangt de ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde een verlofpas. Hierop staat in ieder geval het tijdstip van aanvang en einde van het verlof aangegeven. - -**7.** Er is een proef elektronisch volgsysteem als voorwaarde bij verlof. De proef is tijdelijk van aard en duurt ten hoogste zes jaar. Deelname aan deze proef geschiedt op vrijwillige basis. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over deze proef waaronder de doelgroep, de criteria en de rechtspositie van de ter beschikking gestelde. - -**8.** Onze Minister stelt nadere regels aangaande het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof. +**5.** Bij aanvang van het verlof ontvangt de ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde een verlofpas. Hierop staat in ieder geval het tijdstip van aanvang en einde van het verlof aangegeven. ### Artikel 54 **1.** De machtiging tot het verlenen van proefverlof van Onze Minister, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de wet, wordt schriftelijk door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangevraagd. -**2.** Bij dit verzoek wordt overgelegd een proefverlofplan, opgesteld in samenwerking met de reclassering, zo mogelijk die in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde tijdens dit proefverlof zal zijn gehuisvest. +**2.** Bij dit verzoek wordt overgelegd een proefverlofplan, opgemaakt naar aanleiding van een desbetreffend advies van de reclassering, zo mogelijk van die van het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde tijdens dit proefverlof zal zijn gehuisvest. -**3.** Onze Minister beslist zo spoedig mogelijk op dit verzoek. Deze beslissing wordt schriftelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. De machtiging van Onze Minister wordt verleend voor de duur van een jaar. +**3.** Onze Minister beslist zo spoedig mogelijk op dit verzoek. Deze beslissing wordt schriftelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. **4.** Onze Minister brengt een machtiging als bedoeld in het eerste lid schriftelijk ter kennis van het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, het openbaar ministerie in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde zich op grond van het proefverlofplan zal vestigen en van de reclassering die aan de ter beschikking gestelde hulp en steun zal verlenen. -**5.** Onze Minister stelt nadere regels aangaande het verlaten van de inrichting bij wijze van proefverlof. - -### Artikel 54a - -Er is een proef forensisch psychiatrisch toezicht in de fase van proefverlof. De proef is tijdelijk van aard en duurt ten hoogste drie jaar. Onze Minister wijst inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden aan waar de proef plaatsvindt. In de proef wordt, onverminderd de betrokkenheid van de reclassering, op de ter beschikking gestelde die met proefverlof is, toezicht gehouden door de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. - ### Artikel 55 Bij aanvang van het proefverlof ontvangt de ter beschikking gestelde van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden een schriftelijke verklaring waarin de voorwaarden zijn vermeld die aan het proefverlof zijn verbonden, benevens de gronden waarop het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden overeenkomstig artikel 50, derde lid, van de wet, het proefverlof kan intrekken. @@ -616,22 +542,13 @@ De ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde ontvangt zo nodig vergoeding ### Artikel 57 -**1.** Indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden het proefverlof intrekt, geeft hij daarvan terstond kennis aan Onze Minister. Deze kennisgeving wordt onder vermelding van de datum van ingang van de beslissing schriftelijk bevestigd. +**1.** Indien Onze Minister de machtiging voor proefverlof intrekt, geeft hij daarvan terstond kennis aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, die daarop het proefverlof intrekt. Deze kennisgeving wordt onder vermelding van de datum van ingang van de beslissing schriftelijk bevestigd. -**2.** Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis van de beslissing tot intrekking van het proefverlof. +**2.** Indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden het proefverlof intrekt, geeft hij daarvan terstond kennis aan Onze Minister. De tweede volzin van het eerste lid is van toepassing. -**3.** Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden geeft van de beslissing tot intrekking van het proefverlof schriftelijk bericht aan de instanties genoemd in artikel 54, vierde lid. +**3.** Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis van de beslissing tot intrekking van het proefverlof. -**4.** - -De machtiging van Onze Minister vervalt: - -1°. zodra de ter beschikking gestelde vierentwintig uur ongeoorloofd afwezig is, tenzij sprake is van overmacht, of -2°. zodra het openbaar ministerie aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden meldt dat de ter beschikking gestelde wordt aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, begaan tijdens het proefverlof. - -Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden doet van een strafbaar feit, als bedoeld in onderdeel 2°, binnen een week aangifte bij een opsporingsambtenaar. Indien aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangifte wordt gedaan, proefverlof is verleend, wordt dit verlof terstond ingetrokken door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verleent geen proefverlof aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangifte wordt gedaan, tot aan de mededeling van het openbaar ministerie als bedoeld in onderdeel 2°. - -**5.** Onze Minister kan de machtiging intrekken bij overtreding van de voorwaarden, gesteld bij het verlenen van proefverlof of indien feiten of omstandigheden bekend worden waardoor, indien deze ten tijde van het verlenen van de machtiging bekend waren geweest, de machtiging niet of niet in deze vorm zou zijn verleend. Onze Minister geeft terstond kennis van het intrekken van de machtiging tot proefverlof aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. +**4.** Het hoofd van de inrichting geeft van de beslissing tot intrekking van het proefverlof schriftelijk bericht aan de instanties genoemd in artikel 54, vierde lid. ### Artikel 58 @@ -645,11 +562,11 @@ Bijzondere voorwaarden, bedoeld in artikel 51, tweede lid, van de wet, strekkend ### Artikel 60 -**1.** De reclassering rapporteert regelmatig aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden dat proefverlof heeft verleend, met dien verstande dat de eerste rapportage plaatsvindt nadat een maand van het proefverlof is verstreken en dat vervolgens telkens wordt gerapporteerd over een periode van twee maanden. +**1.** De reclassering rapporteert regelmatig aan het hoofd van de inrichting dat proefverlof heeft verleend, met dien verstande dat de eerste rapportage plaatsvindt nadat een maand van het proefverlof is verstreken en dat vervolgens telkens wordt gerapporteerd over een periode van twee maanden. **2.** Indien de ter beschikking gestelde de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar brengt of dreigt te brengen dan wel de bij het proefverlof opgelegde verplichtingen niet nakomt, wordt daarover tussentijds gerapporteerd. -**3.** In de loop van de eerste helft van de derde maand voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal zijn verstreken, zendt de reclassering aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden haar beschouwingen inzake de wenselijkheid van verlenging van de terbeschikkingstelling. +**3.** In de loop van de eerste helft van de derde maand voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal zijn verstreken, zendt de reclassering aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden haar beschouwingen inzake de wenselijkheid van verlenging van de terbeschikkingstelling. Deze beschouwingen gaan zo mogelijk vergezeld van het advies van de aan de reclassering verbonden psychiater die bemoeienis heeft gehad met de ter beschikking gestelde. ### Artikel 61 @@ -722,19 +639,22 @@ De reclassering kan een voorstel doen aan het openbaar ministerie tot wijziging, ### Artikel 72 -Vervallen +Van een inrichting als bedoeld in artikel 38*a*, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt vereist dat deze: + +a. is toegelaten overeenkomstig artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, of +b. is aangemerkt als psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1, onder *h*, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. ### Artikel 73 -Vervallen +De directeur van een inrichting als bedoeld in artikel 38*a*, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, verleent de door Onze Minister aangewezen ambtenaren te allen tijde toegang tot de plaatsen waar ter beschikking gestelden verblijven. De ambtenaren zijn, voor zover dit voor de uitoefening van hun taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd de op deze personen betrekking hebbende stukken in te zien. ### Artikel 74 -Vervallen +De directeur van een inrichting als bedoeld in artikel 38*a*, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, houdt van de in deze inrichting opgenomen ter beschikking gestelden aantekeningen als bedoeld in artikel 5. Het tweede en derde lid van artikel 5 zijn van toepassing. Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de melding tevens wordt gedaan aan het openbaar ministerie dat op grond van artikel 67, eerste lid, het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent alsmede aan de reclassering, bedoeld in artikel 62. ### Artikel 75 -Vervallen +De directeur van een inrichting als bedoeld in artikel 38*a*, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, verschaft de reclassering die is belast met de hulp en steun van een ter beschikking gestelde die in zijn inrichting verblijft de informatie die nodig is met het oog op de verlening van hulp en steun en de opstelling van de adviezen die de reclassering opstelt met betrekking tot de ter beschikking gestelde. ## Hoofdstuk 19. BELONING EN VERGOEDING TOLK EN PERSONEN IN HET KADER VAN EEN BEKLAG- OF BEROEPSZAAK @@ -752,16 +672,16 @@ De vergoeding van de door een persoon als bedoeld in artikel 61, vierde lid, van ### Artikel 78 -Bij overlijden van een ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde komen de kosten van begrafenis of crematie voor zover die redelijkerwijs noodzakelijk kunnen worden geacht en niet ten laste van het vermogen van betrokkene of diens erfgenamen kunnen worden gebracht, ten laste van de Staat. +Bij overlijden van een ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde komen de kosten van begrafenis of crematie voor zover die redelijkerwijs noodzakelijk kunnen worden geacht, ten laste van de Staat. ### Artikel 79 **1.** -Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet langdurige zorg komen ten laste van de Staat: +Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten komen ten laste van de Staat: a. de kosten van verpleging en behandeling van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde die voortvloeien uit hulpverlening door gedragsdeskundigen in verband met de geestesstoornis van de betrokkene; -b. andere kosten van geneeskundige verzorging van de ter beschikking gestelde die van overheidswege wordt verpleegd; +b. andere kosten van geneeskundige verzorging van de ter beschikking gestelde die van overheidswege wordt verpleegd, voor zover die verpleegde niet als verplicht verzekerde aanspraak geldend kan maken op verstrekkingen krachtens de bepalingen van de Ziekenfondswet; c. de kosten van overbrenging van een ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde naar enige voor hem in het kader van de verpleging bestemde plaats. **2.** De noodzakelijke kosten van bestaan tijdens proefverlof komen niet ten laste van de Staat.