From 5ba03a3f5e46490d0e6d48cfddd0676b7911e2fb Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jul 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-07-01 | BWBR0019516 | Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels --- .../BWBR0019516/README.md | 147 +++++++++++++++--- 1 file changed, 122 insertions(+), 25 deletions(-) diff --git a/wet/wet-aanvullende-regels-veiligheid-wegtunnels/BWBR0019516/README.md b/wet/wet-aanvullende-regels-veiligheid-wegtunnels/BWBR0019516/README.md index b79d27b48d4..5415d3aaf6b 100644 --- a/wet/wet-aanvullende-regels-veiligheid-wegtunnels/BWBR0019516/README.md +++ b/wet/wet-aanvullende-regels-veiligheid-wegtunnels/BWBR0019516/README.md @@ -17,22 +17,23 @@ citeertitel: Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. richtlijn: richtlijn nr. 2004/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet (PbEU L 167, gerectificeerd bij PbEU L 201); -b. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; +b. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; c. bevoegd college van burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin een tunnel geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen; d. hulpverleningsdiensten: de politie, de brandweer en de GHOR, bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s; -e. bouwen: hetgeen onder bouwen wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Woningwet. +e. bouwen: hetgeen onder bouwen wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Woningwet; +f. bestemmingsplan: een bestemmingsplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening, met inbegrip van een rijksinpassingsplan en een provinciaal inpassingsplan als bedoeld in die wet, alsmede een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken; +g. tunnel: tunnel of tunnelvormig bouwwerk, uitsluitend dan wel mede bestemd voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994, met uitzondering van bromfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van die wet; +h. trans-Europees wegennet: het wegennet als omschreven in afdeling 2 van bijlage I van Beschikking nr. 1692/96/EG en geïllustreerd met kaarten of beschreven in bijlage II van die beschikking. ### Artikel 2 -**1.** Deze wet is van toepassing op tunnels, langer dan 250 meter, uitsluitend dan wel mede bestemd voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wegenverkeerswet 1994. De lengte van de tunnel wordt bepaald door het langste omsloten gedeelte. +**1.** Deze wet is van toepassing op tunnels, langer dan 250 meter. De lengte van de tunnel wordt bepaald door het langst omsloten gedeelte. **2.** Bij besluit van Onze Minister kan het bepaalde bij of krachtens deze wet of het bepaalde ten aanzien van de veiligheid van tunnels bij of krachtens de Woningwet uit het oogpunt van veiligheid geheel of gedeeltelijk van toepassing worden verklaard op met een tunnel vergelijkbare bouwwerken boven of bij een weg die uitsluitend dan wel mede bestemd is voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wegenverkeerswet 1994. ### Artikel 3 -**1.** Er is een Commissie voor de tunnelveiligheid die tot taak heeft in de bij of krachtens deze wet of de Woningwet aangegeven gevallen desgevraagd advies uit te brengen aan de tunnelbeheerder over de veiligheid van een tunnel. - -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van de Commissie voor de tunnelveiligheid. +Vervallen ### Artikel 4 @@ -48,41 +49,115 @@ e. bouwen: hetgeen onder bouwen wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onderde **3.** De veiligheidsbeambte wordt aangesteld door de tunnelbeheerder, nadat het bevoegd college van burgemeester en wethouders met deze aanstelling heeft ingestemd. De veiligheidsbeambte coördineert voor de organisatie van de tunnelbeheerder alle preventieve en veiligheidsmaatregelen ter verzekering van de veiligheid van de tunnelgebruikers en het tunnelpersoneel. De veiligheidsbeambte is voor de uitoefening van de bij of krachtens deze wet aan hem opgedragen taken onafhankelijk. -**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de taken van de veiligheidsbeambte. +**4.** Indien de tunnelbeheerder afwijkt van een advies van de veiligheidsbeambte gegeven krachtens deze wet, maakt de tunnelbeheerder zijn gemotiveerde afwijking van dat advies openbaar. + +**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de taken van de veiligheidsbeambte. ### Artikel 6 -**1.** In geval overwogen wordt een tunnel te bouwen laat de tunnelbeheerder een risicoanalyse uitvoeren ten aanzien van het tracé van de tunnel, alternatieve tracés en mogelijke alternatieven voor een tunnel, alsmede een risicoanalyse ten aanzien van het ontwerp van de tunnel. In geval overwogen wordt een tunnel dan wel het gebruik van een tunnel te veranderen, laat de tunnelbeheerder een risicoanalyse uitvoeren ten aanzien van het ontwerp van deze verandering of ten aanzien van het voornemen tot het veranderen van het gebruik. De risicoanalyse wordt uitgevoerd door een onafhankelijke deskundige. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ten aanzien van de methode voor het uitvoeren van de risicoanalyse en de aspecten die in ieder geval bij de risicoanalyse worden betrokken. +**1.** De kans op slachtoffers in de tunnel is blijkens een risicoanalyse niet groter dan 0,1/N^2 per kilometer tunnelbuis per jaar. Waarbij «N» het aantal dodelijke slachtoffers onder de weggebruikers per incident is en waarbij dat aantal 10 of meer bedraagt. -**2.** In geval overwogen wordt een tunnel te bouwen of het gebruik te veranderen, stelt de tunnelbeheerder na overleg met de veiligheidsbeambte een tunnelveiligheidsplan op waarin alle veiligheidsaspecten die een rol spelen bij de keuze van de locatie, het ontwerp en het beoogde gebruik, worden afgewogen. De risicoanalyses, bedoeld in het eerste lid, maken daarvan onderdeel uit. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van de vorm en inhoud van het tunnelveiligheidsplan. +**2.** De uitvoerder van de risicoanalyse, bedoeld in het eerste lid, is in functioneel opzicht onafhankelijk van de tunnelbeheerder. + +**3.** De risicoanalyse, bedoeld in het eerste lid, geschiedt volgens een bij ministeriële regeling vastgestelde methode. + +**4.** De tunnelbeheerder vraagt advies aan de veiligheidsbeambte over het bouwplan voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. + +### Artikel 6a + +**1.** Bij regeling van Onze Minister worden een of meer gestandaardiseerde uitrustingen vastgesteld die verschillen naar type gebruik of naar type ontwerp van de tunnel. + +**2.** + +Een gestandaardiseerde uitrusting als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Veiligheid en Justitie en: + +a. indien uit een risicoanalyse, bedoeld in artikel 6, derde lid, blijkt dat bij toepassing van de gestandaardiseerde uitrusting in een tunnel met de fysieke kenmerken van de opengestelde of in aanbouw zijnde tunnels, aan de in artikel 6, eerste lid, genoemde norm wordt voldaan, en +b. nadat het Veiligheidsberaad, bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s, in de gelegenheid is gesteld daarover advies uit te brengen. + +**3.** Onze Minister evalueert de gestandaardiseerde uitrustingen binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet van ... tot wijziging van de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels in verband met het vaststellen van een veiligheidsnorm en het stellen van regels omtrent het gebruik van gestandaardiseerde uitrustingen en in verband met wijzigingen in het totstandkomingsproces van wegtunnels (Stb. ...), en vervolgens telkens na vijf jaar. Indien de evaluatie daar aanleiding toe geeft, past Onze Minister de gestandaardiseerde uitrustingen aan en stelt hij de Tweede Kamer der Staten-Generaal van deze aanpassing in kennis. + +### Artikel 6b + +**1.** De tunnelbeheerder past in de tunnel een krachtens artikel 6a, eerste lid, vastgestelde gestandaardiseerde uitrusting toe. + +**2.** Indien overwogen wordt een tunnel te bouwen, laat de tunnelbeheerder een risicoanalyse als bedoeld in artikel 6, derde lid, uitvoeren ten aanzien van de tunnel zoals bij het vaststellen van het tracé voorzien wordt. **3.** -De tunnelbeheerder vraagt advies aan de Commissie, bedoeld in artikel 3, over: +De tunnelbeheerder kan van de gestandaardiseerde uitrusting, als bedoeld in het eerste lid, uitsluitend afwijken indien: -a. het tunnelveiligheidsplan; en -b. het bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zal worden aangevraagd. +a. dit noodzakelijk is om aan de in artikel 6, eerste lid, genoemde norm te voldoen, en +b. de tunnelbeheerder daarover advies heeft ingewonnen bij de veiligheidsbeambte, en +c. daarmee ten minste de zelfde mate van veiligheid wordt geboden als is beoogd met de betrokken gestandaardiseerde uitrusting of onderdelen daarvan, of +d. toepassing wordt gegeven aan artikel 3, tweede lid, of artikel 14 van Richtlijn 2004/54 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet. -**4.** In afwijking van artikel 2, eerste lid, eerste volzin, is het derde lid van overeenkomstige toepassing ten aanzien van tunnels, langer dan 250 meter, bestemd voor verkeer over spoorstaven of geleiderails. +**4.** + +De tunnelbeheerder kiest de toe te passen gestandaardiseerde uitrusting, als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand: + +a. aan de vaststelling van het tracébesluit als bedoeld in artikel 9 van de Tracéwet, of +b. aan de vaststelling van een bestemmingsplan of een wijziging daarvan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. + +**5.** + +Indien de tunnelbeheerder op grond van het derde lid afwijkt van de gestandaardiseerde uitrusting, maakt de tunnelbeheerder de keuze over de toe te passen uitrusting voorafgaand: + +a. aan de vaststelling van het tracébesluit, bedoeld in artikel 9 van de Tracéwet, of +b. aan de vaststelling van een bestemmingsplan of een wijziging daarvan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. + +**6.** De keuze voor de toe te passen uitrusting, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, of de keuze voor de toe te passen uitrusting, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, wordt gemaakt in overeenstemming met het bevoegd college van burgemeester en wethouders. + +### Artikel 6c + +**1.** De tunnelbeheerder stelt, na overleg met de veiligheidsbeambte, een tunnelveiligheidsplan op waarin alle veiligheidsaspecten die een rol spelen bij de keuze van de locatie, het ontwerp en het beoogde gebruik, worden afgewogen. De risicoanalyse bedoeld in artikel 6, derde lid, maakt daarvan onderdeel uit. + +**2.** Het tunnelveiligheidsplan wordt vastgesteld voorafgaand aan de vaststelling van het tracébesluit, bedoeld in artikel 9 van de Tracéwet, of voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan of van een wijziging daarvan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. + +**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van de vorm en de inhoud van het tunnelveiligheidsplan. + +### Artikel 6d + +**1.** Indien overwogen wordt de constructie, de voorzieningen of het gebruik van een tunnel wezenlijk te wijzigen, laat de tunnelbeheerder een risicoanalyse als bedoeld in artikel 6, derde lid, uitvoeren. + +**2.** Een wezenlijke wijziging van een tunnel vindt uitsluitend plaats indien uit de risicoanalyse, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat het risico niet groter is dan de veiligheidsnorm, genoemd in artikel 6, eerste lid. + +**3.** Artikel 6b, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op de keuze van de uitrusting die met de wezenlijke wijziging samenhangt. ### Artikel 7 -Voor de openstelling van een tunnel stelt de tunnelbeheerder na overleg met de veiligheidsbeambte en de burgemeester van de gemeente of van elk van de gemeenten waarin de tunnel is gelegen een veiligheidsbeheerplan op. Het plan omvat ten minste de organisatie van het tunnelbeheer, de afstemming van dit beheer met de hulpverleningsdiensten, de verkeersbegeleiding, de instandhoudingsactiviteiten en de bestrijding van rampen of andere gebeurtenissen in of bij een tunnel die een mensenleven, het milieu of de tunnel in gevaar kunnen brengen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van het veiligheidsbeheerplan. +**1.** Voor de openstelling van een tunnel stelt de tunnelbeheerder na overleg met de veiligheidsbeambte en de burgemeester van de gemeente of van elk van de gemeenten waarin de tunnel is gelegen een veiligheidsbeheerplan op. Het plan omvat ten minste de organisatie van het tunnelbeheer, de afstemming van dit beheer met de hulpverleningsdiensten, de verkeersbegeleiding, de instandhoudingsactiviteiten en de bestrijding van rampen of andere gebeurtenissen in of bij een tunnel die een mensenleven, het milieu of de tunnel in gevaar kunnen brengen. Het plan omvat tevens een analyse van scenario’s van ongevallen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van het veiligheidsbeheerplan en wordt de methode voor het uitvoeren van de analyse van scenario’s van ongevallen vastgesteld. De in de eerste volzin bedoelde analyse kan, met redenen omkleed, achterwege blijven. + +**2.** Voor de openstelling van een tunnel na een wezenlijke wijziging van de constructie, de voorzieningen dan wel het gebruik van de tunnel, past de tunnelbeheerder, na overleg met de veiligheidsbeambte en de burgemeester van de gemeente of van elk van de gemeenten waarin de tunnel is gelegen, het in het eerste lid bedoelde veiligheidsbeheerplan, voor zover noodzakelijk, aan die veranderde situatie aan. ### Artikel 8 -**1.** - -Het is verboden een tunnel voor het verkeer: - -a. na het bouwen open te stellen zonder daartoe strekkende vergunning van het bevoegd college van burgemeester en wethouders; -b. in gebruik te hebben zonder of in afwijking van het veiligheidsbeheerplan, bedoeld in artikel 7. +**1.** Het is verboden een tunnel voor het verkeer open te stellen zonder daartoe strekkende vergunning van het bevoegd college van burgemeester en wethouders. **2.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gegevens en bescheiden bij een aanvraag om vergunning, bedoeld in het eerste lid, verstrekt, onderscheidenlijk overgelegd, worden. **3.** Aan de vergunning, bedoeld in het eerste lid, worden geen voorschriften verbonden. Zij wordt niet onder beperkingen verleend. -**4.** De vergunning, bedoeld in het eerste lid, kan slechts en moet geweigerd worden indien met betrekking tot de onderhavige tunnel niet voldaan wordt aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of het bepaalde ten aanzien van de veiligheid van tunnels bij of krachtens de Woningwet. +**4.** In afwijking van het derde lid, kan de vergunning, bedoeld in het eerste lid, worden verleend onder de voorwaarde dat onvolkomenheden in de uitvoering van de gekozen gestandaardiseerde uitrusting, bedoeld in artikel 6b, vierde lid, of in de uitvoering van de gekozen voorzieningen op grond van artikel 6b, derde lid, binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn zijn hersteld, mits de tunnel ondanks de onvolkomenheden voldoet aan de in artikel 6, eerste lid, genoemde norm. + +**5.** + +De vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien: + +a. de uitrusting van de tunnel niet is uitgevoerd overeenkomstig de krachtens artikel 6b, vierde lid, gekozen gestandaardiseerde uitrusting of niet is uitgevoerd volgens de uitrusting die is gekozen op grond van artikel 6b, derde lid; +b. de tunnel niet voldoet aan het overige bepaalde bij of krachtens deze wet, of +c. de tunnel niet voldoet aan het bepaalde ten aanzien van de veiligheid van tunnels bij of krachtens de Woningwet. + +**6.** De artikelen 20, 25, 26, derde lid, en 27 van de Tracéwet zijn van toepassing op een vergunning als bedoeld in het eerste lid voor een tunnel die onderdeel uitmaakt van een tracébesluit, bedoeld in artikel 9 van de Tracéwet. + +### Artikel 8a + +**1.** Het is verboden een tunnel na een wezenlijke wijziging van de constructie, de voorzieningen dan wel het gebruik van de tunnel voor het verkeer open te stellen zonder daartoe strekkende vergunning van het bevoegd college van burgemeester en wethouders. + +**2.** Artikel 8, tweede, derde, vierde en vijfde lid, onderdelen b en c, is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 8b + +Het is verboden een tunnel voor het verkeer in gebruik te hebben zonder of in afwijking van het veiligheidsbeheerplan, bedoeld in artikel 7. ### Artikel 9 @@ -96,13 +171,13 @@ De tunnelbeheerder draagt zorg voor een actueel tunnelveiligheidsdossier. Bij mi **1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van het bevoegd college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. -**2.** Het bevoegd college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat elke tunnel ten minste eenmaal in de zes jaar wordt onderzocht ten einde vast te stellen of voldaan wordt aan de van toepassing zijnde bepalingen. Het college zendt de resultaten van dit onderzoek onverwijld naar de tunnelbeheerder, de veiligheidsbeambte, Onze Minister en Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie en geeft daarbij aan welke maatregelen naar zijn oordeel genomen moeten worden om de gebleken tekortkomingen weg te nemen. +**2.** Het bevoegd college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat elke tunnel ten minste eenmaal in de zes jaar wordt onderzocht ten einde vast te stellen of voldaan wordt aan de van toepassing zijnde bepalingen. Het college zendt de resultaten van dit onderzoek onverwijld naar de tunnelbeheerder, de veiligheidsbeambte, Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en geeft daarbij aan welke maatregelen naar zijn oordeel genomen moeten worden om de gebleken tekortkomingen weg te nemen. **3.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of het bepaalde ten aanzien van de veiligheid van tunnels bij of krachtens de Woningwet: -a. doet het bevoegd college van burgemeester en wethouders daarvan onverwijld mededeling aan de tunnelbeheerder, de veiligheidsbeambte, Onze Minister en Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie; +a. doet het bevoegd college van burgemeester en wethouders daarvan onverwijld mededeling aan de tunnelbeheerder, de veiligheidsbeambte, Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. kan het bevoegd college van burgemeester en wethouders de vergunning, bedoeld in artikel 8, eerste lid, intrekken. ### Artikel 12 @@ -135,9 +210,31 @@ Ten aanzien van tunnels ten behoeve waarvan de bouwvergunning voor 2 mei 2006 is ### Artikel 18 -**1.** Indien een tunnel voor 1 mei 2006 voor het openbare verkeer opengesteld is of opengesteld geweest is, beoordeelt het bevoegd college van burgemeester en wethouders voor 31 oktober 2006 of voldaan wordt aan het bepaalde bij of krachtens deze wet, of het bepaalde bij of krachtens de Woningwet met betrekking tot de veiligheidseisen voor tunnels. Indien het bevoegd college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat hieraan niet wordt voldaan, stelt hij de tunnelbeheerder en de veiligheidsbeambte in kennis van de te nemen maatregelen. +**1.** -**2.** Maatregelen ten aanzien van tunnels, bedoeld in het eerste lid, die nodig zijn om te voldoen aan het bepaalde bij of krachtens deze wet, of het bepaalde bij of krachtens de Woningwet met betrekking tot de veiligheidseisen voor tunnels, worden genomen voor 1 mei 2014. +Maatregelen ten aanzien van tunnels die voor 1 mei 2006 voor het openbare verkeer opengesteld zijn of opengesteld geweest zijn, die nodig zijn om te voldoen aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of het bepaalde bij of krachtens de Woningwet met betrekking tot de veiligheidseisen voor tunnels, worden genomen: + +a. voor tunnels in het Nederlands deel van het trans-Europees wegennet met een lengte van meer dan 500 meter: voor 1 mei 2014; +b. voor andere dan de in onderdeel a bedoelde tunnels: voor 1 mei 2019. + +**2.** + +Maatregelen ten aanzien van tunnels, die voor de inwerkingtreding van deze wet voor het openbare verkeer opengesteld zijn of opengesteld geweest zijn, die nodig zijn om te voldoen aan het bepaalde bij of krachtens deze wet, of die nodig zijn om te voldoen aan de norm, genoemd in artikel 6, eerste lid, worden genomen: + +a. voor tunnels in het Nederlands deel van het trans-Europees wegennet met een lengte van meer dan 500 meter: voor 1 mei 2014; +b. voor andere dan de in onderdeel a bedoelde tunnels: voor 1 mei 2019. + +**3.** + +De artikelen 6b en 8, vijfde lid, onderdeel a, zijn niet van toepassing op: + +a. tunnels waarvoor op het moment van inwerkingtreding van deze wet reeds een tracébesluit als bedoeld in artikel 9 van de Tracéwet is genomen of waarvoor een bestemmingsplan of een wijziging van een bestemmingsplan is vastgesteld; +b. tunnels die op het moment van inwerkingtreding van deze wet zijn opengesteld of opengesteld zijn geweest, of +c. tunnels die niet in beheer zijn bij het Rijk. + +### Artikel 18a + +Een door de Commissie voor de tunnelveiligheid afgegeven advies overeenkomstig artikel 6, derde lid, zoals dit luidde voor inwerkingtreding van deze wet, blijft onderdeel uitmaken van het tunnelveiligheidsdossier, genoemd in artikel 10, voor zover het advies verenigbaar is met deze wet. ### Artikel 19