From 5be578da98da84f835512513d559ca4b4e959b9d Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 29 Aug 1997 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 1997-08-29 | BWBR0005260 | Maatregel teboekgestelde schepen 1992 --- .../BWBR0005260/README.md | 182 +++++++----------- 1 file changed, 69 insertions(+), 113 deletions(-) diff --git a/amvb/maatregel-teboekgestelde-schepen-1992/BWBR0005260/README.md b/amvb/maatregel-teboekgestelde-schepen-1992/BWBR0005260/README.md index ead3014de31..c327bef9224 100644 --- a/amvb/maatregel-teboekgestelde-schepen-1992/BWBR0005260/README.md +++ b/amvb/maatregel-teboekgestelde-schepen-1992/BWBR0005260/README.md @@ -16,18 +16,15 @@ citeertitel: Maatregel teboekgestelde schepen 1992 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. de wet: de Kadasterwet; -b. verdragsregister: verdragsregister als bedoeld in artikel 781, onder c, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek; -c. brandmerk: het in artikel 21, eerste lid, onder c, van de wet bedoelde brandmerk, aangebracht op het schip overeenkomstig artikel 22; -d. verplaatsing van een binnenschip: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 785, tweede lid, onder a, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek; -e. branden: het duurzaam aanbrengen van een brandmerk; -f. NSI-nummer: door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aan een zeeschip toegekend nationaal scheepsidentificatienummer; -g. rijkswet: Rijkswet nationaliteit zeeschepen; -h. vlagregister: vlagregister als bedoeld in de rijkswet. - -### Artikel 1a - -Dit besluit is mede gebaseerd op artikel 7g van de Kadasterwet. +a. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; +b. de Dienst: de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster; +c. kantoor: een kantoor van de Dienst waar openbare registers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *b*, van de Kadasterwet en een registratie voor schepen als bedoeld in artikel 85 van die wet worden gehouden; +d. hoofdkantoor: het ingevolge artikel 4, eerste lid, tweede zin, van de Kadasterwet door het bestuur van de Dienst als hoofdkantoor van de openbare registers en registratie voor schepen aangewezen kantoor van de Dienst; +e. bewaarder: de bewaarder, bedoeld in artikel 6 van de Kadasterwet; +f. verdragsregister: een verdragsregister als bedoeld in artikel 781, onder *d*, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek; +g. brandmerk: het in artikel 21, eerste lid, onder *c*, van de Kadasterwet bedoelde brandmerk, aangebracht op het schip overeenkomstig artikel 22; +h. verplaatsing van een binnenschip: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 785, tweede lid, onder *a*, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek; +i. branden: het duurzaam aanbrengen van een brandmerk. ### Artikel 2 @@ -37,7 +34,7 @@ De verplichtingen welke krachtens dit besluit rusten op de eigenaar van een schi **1.** -De rubrieken, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de wet, waarin schepen worden onderscheiden zijn: +De rubrieken, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Kadasterwet, waarin schepen worden onderscheiden zijn: a. Nederlandse zeeschepen; b. zeevissersschepen; @@ -47,43 +44,52 @@ c. binnenschepen. ### Artikel 4 -Indien een schip tot een andere rubriek dan die waarin het te boek staat gaat behoren, is de eigenaar verplicht een nieuwe teboekstelling te verzoeken met inachtneming van de artikelen 14 en 16 tot en met 19, met dien verstande dat de overlegging van de stukken, genoemd in artikel 16, eerste lid, onder b en c, niet is vereist. In het verzoek tot een nieuwe teboekstelling moet de bestaande worden vermeld. De bestaande teboekstelling wordt doorgehaald met inachtneming van de artikelen 28 tot en met 33. +Indien een schip tot een andere rubriek dan die waarin het teboekstaat gaat behoren, is de eigenaar verplicht een nieuwe teboekstelling te verzoeken met inachtneming van de artikelen 14 en 16 tot en met 19, met dien verstande dat de overlegging van de stukken genoemd in artikel 16, eerste lid, onder *b* en *c*, niet is vereist. In het verzoek tot een nieuwe teboekstelling moet de bestaande worden vermeld. De bestaande teboekstelling wordt doorgehaald met inachtneming van de artikelen 28 tot en met 33. ### Artikel 5 -Vervallen +**1.** Het hoofdkantoor houdt het verband met en tussen de gezamenlijke kantoren in stand en het oefent toezicht uit op de werkzaamheden, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder *a* en *d*, van de Kadasterwet, voor zover het schepen betreft. + +**2.** Aan het hoofdkantoor wordt een registratie voor schepen gehouden en bijgehouden betreffende alle teboekgestelde schepen. ### Artikel 6 -**1.** Wanneer de bewaarder blijkt dat een schip onder verschillende brandmerken te boek staat, beslist hij welke teboekstelling gehandhaafd blijft. Hij maakt van zijn bevinding zo nodig proces-verbaal op en zendt dit aan het Openbaar Ministerie. +**1.** Wanneer blijkt dat een zelfde schip op verschillende kantoren teboekstaat, doet de bewaarder van het hoofdkantoor daarvan opgaaf aan de bewaarders wie dit aangaat. -**2.** Wanneer blijkt dat op het schip brandmerken voorkomen die al dan niet in verband met de beslissing, bedoeld in het eerste lid, daarop niet behoren voor te komen, laat de bewaarder deze door een ambtenaar van de Dienst of een andere door de bewaarder daarmee belast persoon vernietigen. +**2.** De bewaarder van het hoofdkantoor beslist welke teboekstelling gehandhaafd blijft. Hij maakt van zijn bevinding zo nodig proces-verbaal op en zendt dit aan het Openbaar Ministerie. + +**3.** Wanneer blijkt dat op het schip brandmerken voorkomen die daarop, al dan niet in verband met de genomen beslissing, niet behoren voor te komen, laat de bewaarder van het hoofdkantoor deze door een ambtenaar van de Dienst of een andere door de bewaarder daarmee belaste persoon vernietigen. ### Artikel 7 -**1.** De bewaarder is bevoegd ter zake van het verzoek tot teboekstelling van een binnenschip en ter zake van het verzoek of de aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een binnenschip rechtstreeks in briefwisseling te treden met de houder van het desbetreffende verdragsregister. De briefwisseling kan door de bewaarder in de Nederlandse taal worden gevoerd. - -**2.** De eerste zin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ter zake van verzoeken tot teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip en ter zake van het verzoek of de aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip, met dien verstande dat voor «verdragsregister» wordt gelezen: buitenlandse register. +De bewaarder is bevoegd ter zake van het verzoek tot teboekstelling van een binnenschip en ter zake van het verzoek of de aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een binnenschip rechtstreeks in briefwisseling te treden met de houder van het desbetreffende verdragsregister. De briefwisseling kan door de bewaarder in de Nederlandse taal worden gevoerd. ### Artikel 8 -**1.** De teboekstelling vindt plaats door de inschrijving van het verzoek tot teboekstelling in de openbare registers. +**1.** De teboekstelling vindt plaats door de inschrijving van het verzoek tot teboekstelling in het register, genoemd in artikel 193 dan wel artikel 783 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. -**2.** De teboekstelling van schepen geschiedt voor ieder schip onder een eigen nummer. +**2.** De teboekstelling van schepen geschiedt voor ieder schip onder een eigen nummer. De gebruikte nummers van de rubriek binnenschepen vormen per kantoor een ononderbroken reeks. + +**3.** De inschrijvingen van verzoeken tot teboekstelling van zeeschepen en zeevissersschepen in het desbetreffende register geschieden onder een per kantoor doorlopend nummer. ### Artikel 8a -Stukken ter verkrijging van inschrijving van feiten die betrekking hebben op schepen of op rechten waaraan die schepen zijn onderworpen, worden, voor zover in papieren vorm, aangeboden op een plaats als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de wet en, voor zover in elektronische vorm, aan een elektronisch postadres als bedoeld in artikel 10 van de wet. +Stukken ter verkrijging van inschrijving van feiten die betrekking hebben op schepen of op de rechten waaraan deze onderworpen zijn, worden aangeboden aan het kantoor waar het desbetreffende schip te boek staat. ## Hoofdstuk 2. Certificaten omtrent binnenschepen ### Artikel 9 -**1.** De bewaarder geeft voor een te boek staand binnenschip aan de eigenaar een certificaat af waarop staan vermeld de gegevens, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder a, met uitzondering evenwel van gegevens met betrekking tot beperkt gerechtigden, onder c, sub 2°, onder d tot en met g, en onder i en l, van de wet. +**1.** -**2.** Indien het schip in een verdragsregister te boek staat, wordt geen certificaat afgegeven dan nadat voldaan is aan de in artikel 18 gestelde voorwaarden. +De bewaarder geeft voor een teboekstaand binnenschip aan de eigenaar een certificaat af waarop staan vermeld: -**3.** Indien er wijzigingen optreden in de op het certificaat vermelde gegevens betreffende het te boek staande binnenschip, levert de eigenaar het certificaat bij de bewaarder in. Aan hem wordt door de bewaarder een nieuw certificaat afgegeven, waarop de wijzigingen zijn aangebracht. +a. de naam van het kantoor van afgifte, onder vermelding dat het in Nederland is gevestigd; +b. de gegevens, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder *a*, met uitzondering evenwel van gegevens met betrekking tot beperkt gerechtigden, onder *c*, sub 2°, onder *d* tot en met *g*, en onder *j*, van de Kadasterwet. + +**2.** Indien het schip in een verdragsregister teboekstaat, wordt geen certificaat afgegeven dan nadat voldaan is aan de in artikel 18 gestelde voorwaarden. + +**3.** Indien er wijzigingen optreden in de op het certificaat vermelde gegevens betreffende het teboekstaande binnenschip, levert de eigenaar het certificaat bij de bewaarder in. Aan hem wordt door de bewaarder een nieuw certificaat afgegeven, waarop de wijzigingen zijn aangebracht. **4.** Op verzoek van de eigenaar wordt hem een duplicaat verstrekt, dat wordt gelijkgesteld met het certificaat. Het duplicaat moet als zodanig herkenbaar zijn en de afgifte ervan wordt door de bewaarder op het certificaat vermeld. De eigenaar stelt daartoe het certificaat aan de bewaarder ter hand. @@ -105,47 +111,33 @@ Onze Minister stelt de vorm vast van de in de artikel 9 bedoelde certificaten en ### Artikel 12 -**1.** De eigenaar van een in Nederland in aanbouw zijnd schip die daarvan de teboekstelling wenst te verkrijgen, biedt de Dienst een daartoe strekkend verzoek ter inschrijving aan, dat tevens een bewijs dat het schip in Nederland in aanbouw is en een verklaring van eigendom dient in te houden, alsmede de verklaring, bedoeld in artikel 194, vierde lid, tweede volzin, dan wel artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. +**1.** De eigenaar van een in Nederland in aanbouw zijnd schip die daarvan de teboekstelling wenst te verkrijgen, biedt op het kantoor van zijn keuze een daartoe strekkend verzoek ter inschrijving aan, dat tevens een bewijs dat het schip in Nederland in aanbouw is en een verklaring van eigendom dient in te houden, alsmede de verklaring, bedoeld in artikel 194, vierde lid, tweede volzin, dan wel artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. -**2.** Een schip in aanbouw kan worden te boek gesteld, zodra de bewaarder aannemelijk is gemaakt dat met de bouw van het schip is begonnen en dat het schip in Nederland in aanbouw is. +**2.** Een schip in aanbouw kan worden teboekgesteld, zodra de bewaarder aannemelijk is gemaakt dat met de bouw van het schip is begonnen en dat het schip in Nederland in aanbouw is. -**3.** artikel 14, vijfde lid, is van toepassing. Indien het verzoek een binnenschip in aanbouw betreft, zijn bovendien de artikelen 17 en 18 van toepassing. Indien het verzoek een zeeschip in aanbouw of een zeevissersschip in aanbouw betreft, is bovendien artikel 19 van toepassing. +**3.** Artikel 14, derde lid, is van toepassing. Indien het verzoek een binnenschip in aanbouw betreft, zijn bovendien de artikelen 17 en 18 van toepassing. Indien het verzoek een zeeschip in aanbouw of een zeevissersschip in aanbouw betreft, is bovendien artikel 19 van toepassing. ### Artikel 13 -**1.** Hij, te wiens name een zeeschip in aanbouw of een zeevissersschip in aanbouw te boek staat, is verplicht na de afbouw en voordat hij het schip aan een ander levert een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn de artikelen 24 en 26 van toepassing. Betreft het verzoek een zeeschip, dan wordt het verzoek vergezeld van de verklaring, bedoeld in artikel 15, eerste lid. De artikelen 14 en 16 zijn niet van toepassing, met dien verstande dat bij het verzoek wordt overgelegd de meetbrief, afgegeven volgens de bestaande wettelijke voorschriften. +**1.** Hij, te wiens name een zeeschip in aanbouw of een zeevissersschip in aanbouw teboekstaat, is verplicht na de afbouw en voordat hij het schip aan een ander levert een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn de artikelen 24 en 26 van toepassing. De artikelen 14 en 16 zijn niet van toepassing, met dien verstande dat bij het verzoek wordt overgelegd de meetbrief, afgegeven volgens de bestaande wettelijke voorschriften. -**2.** Hij, te wiens name een zeeschip in aanbouw of een zeevissersschip in aanbouw te boek staat, is verplicht om, indien hij het schip zelf in de vaart brengt, na de afbouw en voordat hij het schip in de vaart brengt, een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn de artikelen 16, 24 en 26 van toepassing. Het verzoek dient tevens in te houden de verklaring, bedoeld in artikel 194, vierde lid, tweede volzin, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. Betreft het verzoek een zeeschip, dan wordt het verzoek vergezeld van de verklaring, bedoeld in artikel 15, eerste lid. +**2.** Hij, te wiens name een zeeschip in aanbouw of een zeevissersschip in aanbouw teboekstaat, is verplicht om, indien hij het schip zelf in de vaart brengt, na de afbouw en voordat hij het schip in de vaart brengt, een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn de artikelen 16, 24 en 26 van toepassing. Het verzoek dient tevens in te houden de verklaring, bedoeld in artikel 194, vierde lid, tweede volzin, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en vergezeld te gaan van de verklaring van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, bedoeld in de vierde volzin van dat lid. -**3.** Hij, te wiens name een binnenschip in aanbouw te boek staat, is verplicht binnen drie maanden na de afbouw aan de bewaarder, mede te delen of het afgebouwde schip voldoet aan ten minste één der in artikel 784, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek te dien aanzien gestelde voorwaarden. Indien het schip aan ten minste één van deze voorwaarden voldoet, is hij verplicht om een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn de artikelen 16, 17, 18, 24 en 26 van toepassing. Het verzoek dient tevens in te houden de verklaring, bedoeld in artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. Wanneer één of meer van de over te leggen stukken ontbreken, onvolledig zijn of niet met elkaar of met de aangeboden verklaring overeenstemmen, of wanneer hij mededeelt dat het afgebouwde binnenschip niet aan ten minste één der bovengenoemde voorwaarden voldoet, wordt de teboekstelling met inachtneming van de artikelen 30 tot en met 33 doorgehaald. +**3.** Hij, te wiens name een binnenschip in aanbouw teboekstaat, is verplicht binnen drie maanden na de afbouw aan het kantoor waar het schip teboekstaat, mede te delen of het afgebouwde schip voldoet aan ten minste één der in artikel 784, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek te dien aanzien gestelde voorwaarden. Indien het schip aan ten minste één van deze voorwaarden voldoet, is hij verplicht om een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn de artikelen 16, 17, 18, 24 en 26 van toepassing. Het verzoek dient tevens in te houden de verklaring, bedoeld in artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. Wanneer één of meer van de over te leggen stukken ontbreken, onvolledig zijn of niet met elkaar of met de aangeboden verklaring overeenstemmen, of wanneer hij mededeelt dat het afgebouwde binnenschip niet aan ten minste één der bovengenoemde voorwaarden voldoet, wordt de teboekstelling met inachtneming van de artikelen 30 tot en met 33 doorgehaald. ### Titel 2. Overige schepen ### Artikel 14 -**1.** Hij die van een schip de teboekstelling wenst te verkrijgen, biedt de Dienst een daartoe strekkend verzoek ter inschrijving aan, dat tevens een verklaring van eigendom dient in te houden, alsmede de verklaring, bedoeld in artikel 194, vierde lid, tweede volzin, dan wel de verklaring, bedoeld in artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek indien het een verzoek tot teboekstelling van een zeeschip, niet zijnde een zeevissersschip betreft. Betreft het verzoek een zeeschip, dan wordt tevens de in artikel 15, eerste lid, bedoelde verklaring aangeboden. +**1.** Hij die van een schip de teboekstelling wenst te verkrijgen, biedt op het kantoor van zijn keuze een daartoe strekkend verzoek ter inschrijving aan, dat tevens een verklaring van eigendom dient in te houden, alsmede de verklaring, bedoeld in artikel 194, vierde lid, tweede volzin, die, indien het een verzoek tot teboekstelling van een zeeschip, niet zijnde een zeevissersschip betreft, vergezeld dient te gaan van de verklaring afgegeven door of namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, bedoeld in artikel 194, vierde lid, vierde volzin, dan wel de verklaring, bedoeld in artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. -**2.** In het verzoek tot teboekstelling wordt vermeld of het schip reeds, als schip in aanbouw of als afgebouwd schip, in de openbare registers dan wel in enig soortgelijk buitenlands register te boek staat of te boek gestaan heeft. +**2.** Bij het verzoek tot teboekstelling wordt vermeld elk Nederlands en buitenlands register, waar het schip, in aanbouw dan wel afgebouwd, reeds teboekstaat of teboekgestaan heeft. Ingeval het schip in geen enkel ander register teboekstaat of teboekgestaan heeft, wordt zulks in het verzoek vermeld. -**3.** In geval van vroegere teboekstellingen in de openbare registers wordt in het verzoek elke teboekstelling en het desbetreffende brandmerk vermeld. - -**4.** In geval van vroegere teboekstellingen in een buitenlands register wordt in het verzoek vermeld een identificatiekenmerk, soortgelijk aan het brandmerk, alsmede het land of de staat en de plaats van de teboekstelling. Indien vorenbedoeld identificatiekenmerk met betrekking tot het schip niet bestaat, wordt in het verzoek vermeld het land of de staat, de plaats en de dagtekening van de teboekstelling van het schip en het register waarin en het volgnummer waaronder in dat register de vroegere teboekstelling is ingeschreven. - -**5.** Behoudens het bepaalde in artikel 18, eerste lid, en artikel 19, eerste lid, wordt, indien het schip reeds in een buitenlands register te boek gestaan heeft, bij het in het eerste lid genoemde verzoek overgelegd een door de bevoegde autoriteit afgegeven verklaring, waaruit blijkt dat de teboekstelling is doorgehaald. +**3.** Behoudens het bepaalde in artikel 18, eerste lid, en artikel 19, eerste lid, wordt, indien het schip reeds in een buitenlands register teboekgestaan heeft, bij het in het eerste lid genoemde verzoek overgelegd een door de bevoegde autoriteit afgegeven verklaring, waaruit blijkt dat de teboekstelling is doorgehaald. ### Artikel 15 -**1.** Voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving, bedoeld in de artikelen 13, eerste en tweede lid, of 14, ten aanzien van een zeeschip, wordt door de eigenaar bij de Dienst een aanvraag ingediend voor een verklaring dat voldaan wordt aan de in artikel 194a van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijnde vereisten. - -**2.** De verklaring wordt afgegeven door de bewaarder. - -**3.** Bij het verzoek tot inschrijving verklaart de eigenaar dat de op grond van het eerste lid vereiste bewijsstukken en gegevens op het moment van aanbieden ter inschrijving actueel en ongewijzigd zijn. - -**4.** De kosten voor de behandeling van de aanvraag en afgifte van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de aanvrager. - -**5.** Het bestuur van de Dienst kan de vorm van de aanvraag en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, vaststellen. - -**6.** Het bestuur van de Dienst stelt eisen ten aanzien van de bij een aanvraag voor een verklaring, bedoeld in het eerste lid, te overleggen bewijsstukken en gegevens. +Vervallen ### Artikel 16 @@ -175,21 +167,21 @@ b. voor zover het een binnenschip betreft, het verstrekken van gegevens op grond ### Artikel 18 -**1.** Indien een binnenschip, waarvan de teboekstelling verzocht wordt, reeds in een verdragsregister te boek staat, wordt in de registratie voor schepen vermeld dat deze teboekstelling slechts rechtsgevolg heeft nadat de teboekstelling van het schip in het verdragsregister is doorgehaald. +**1.** Indien een binnenschip, waarvan de teboekstelling verzocht wordt, reeds in een verdragsregister teboekstaat, wordt in de registratie voor schepen vermeld dat deze teboekstelling slechts rechtsgevolg heeft nadat de teboekstelling van het schip in het verdragsregister is doorgehaald. -**2.** De bewaarder verstrekt aan de eigenaar van het binnenschip een uittreksel uit de registratie voor schepen, als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de wet, vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onderdelen a, c tot en met g, i en l, van de wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen. +**2.** De bewaarder verstrekt aan de eigenaar van het binnenschip een uittreksel uit de registratie voor schepen, als bedoeld in artikel 106, eerste lid, van de Kadasterwet, vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder *a*, *c*, *d*, *e*, *f*, *g* en *j*, van die wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen. -**3.** De in het eerste lid genoemde vermelding wordt doorgehaald na inschrijving van een bewijs waaruit blijkt dat de teboekstelling in het verdragsregister waar het binnenschip te boek stond, is doorgehaald. De bewaarder geeft aan de eigenaar van het binnenschip het in artikel 9 genoemde certificaat af. +**3.** De in het eerste lid genoemde vermelding wordt doorgehaald na inschrijving van een bewijs waaruit blijkt dat de teboekstelling in het verdragsregister waar het binnenschip teboekstond, is doorgehaald. De bewaarder geeft aan de eigenaar van het binnenschip het in artikel 9 genoemde certificaat af. -**4.** Indien het geval, genoemd in artikel 784, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, zich voordoet, wordt zulks in de registratie voor schepen vermeld na inschrijving van een bewijs van weigering door de bewaarder van het verdragsregister. De bewaarder geeft aan de eigenaar van het binnenschip het in artikel 9 genoemde certificaat af en tekent op het certificaat eveneens aan dat het geval, genoemd in artikel 784, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, zich heeft voorgedaan. Hij haalt de in het eerste lid genoemde vermelding door. +**4.** Indien het geval, genoemd in artikel 784, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek zich voordoet, wordt zulks in de registratie voor schepen vermeld na inschrijving van een bewijs van weigering door de bewaarder van het verdragsregister. De bewaarder geeft aan de eigenaar van het binnenschip het in artikel 9 genoemde certificaat af en tekent op het certificaat eveneens aan dat het geval genoemd in artikel 784, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek zich heeft voorgedaan. Hij haalt de in het eerste lid genoemde vermelding door. ### Artikel 19 -**1.** Indien een zeeschip of een zeevissersschip, waarvan de teboekstelling wordt verzocht, reeds in een buitenlands register te boek staat, wordt in de registratie voor schepen vermeld dat deze teboekstelling slechts rechtsgevolg heeft indien zich één der gevallen, bedoeld in artikel 194, derde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, voordoet. +**1.** Indien een zeeschip of een zeevissersschip, waarvan de teboekstelling wordt verzocht, reeds in een buitenlands register teboekstaat, wordt in de registratie voor schepen vermeld dat deze teboekstelling slechts rechtsgevolg heeft indien zich één der gevallen, bedoeld in artikel 194, derde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek voordoet. **2.** Artikel 18, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. -**3.** De in het eerste lid genoemde vermelding wordt doorgehaald indien binnen 30 dagen na de teboekstelling een bewijs wordt ingeschreven waaruit blijkt dat de teboekstelling in het buitenlandse register waarin het schip te boek stond, is doorgehaald. +**3.** De in het eerste lid genoemde vermelding wordt doorgehaald indien binnen 30 dagen na de teboekstelling een bewijs wordt ingeschreven waaruit blijkt dat de teboekstelling in het buitenlandse register waarin het schip teboekstond, is doorgehaald. **4.** Ingeval de bewaarder van het buitenlandse register doorhaling weigert, wordt zulks in de registratie voor schepen vermeld na inschrijving van een afschrift van het verzoek tot doorhaling en een bewijs van weigering door de bewaarder van het buitenlandse register. Hij haalt de in het eerste lid genoemde vermelding door. @@ -213,11 +205,11 @@ Vervallen **4.** Indien de branding in het buitenland heeft plaatsgevonden en de bevoegde buitenlandse autoriteit de bewaarder daarvan schriftelijk kennis heeft gegeven, is het derde lid van toepassing. -**5.** Indien het schip reeds is gebrand, worden bij de branding van de nieuwe merken de bestaande merken voorzien van een staand kruis voor het jaartal van teboekstelling of, ingeval bij de bestaande merken het kantoor van teboekstelling en het jaartal van teboekstelling zijn vermeld, tussen de aanduiding van dat kantoor en dat jaartal. +**5.** Indien het schip reeds is gebrand, worden bij de branding van de nieuwe merken de bestaande voorzien van een staand kruis tussen de aanduiding van het kantoor en van het jaartal. -**6.** Met inachtneming van het eerste tot en met vijfde lid worden wijze en plaats van aanbrengen van een brandmerk in elk voorkomend geval bepaald door de ambtenaar van de Dienst of een andere door de bewaarder daarmee belaste persoon. +**6.** Met inachtneming van het eerste tot en met vijfde lid worden wijze en plaats van aanbrengen van een brandmerk geval bepaald door de ambtenaar van de Dienst of een andere door de bewaarder daarmee belaste persoon. -**7.** Zolang na de teboekstelling van een schip het brandmerk daar nog niet op is aangebracht, wordt dat feit door de bewaarder aangetekend in de registratie voor schepen en tevens op de stukken die hij met betrekking tot een zodanig schip afgeeft of toezendt ingevolge de artikelen 99 en 101 van de wet. +**7.** Zolang na de teboekstelling van een schip het brandmerk daar nog niet op is aangebracht, wordt dat feit door de bewaarder aangetekend in de registratie voor schepen en tevens op de stukken die hij met betrekking tot een zodanig schip afgeeft of toezendt ingevolge de artikelen 99 en 106 van de Kadasterwet. ### Artikel 23 @@ -229,7 +221,7 @@ Het brandmerk dat dient ter aanduiding van een schip in aanbouw, wordt ook gebru ### Artikel 25 -**1.** Onverminderd de artikelen 22 en 24 brengt de eigenaar van een te boek staand binnenschip de naam en het brandmerk van het schip duidelijk zichtbaar in olieverf aan op een vast deel van het schip aan beide zijden of op het achterschip en wel in latijnse letters en arabische cijfers van ten minste vijftien centimeter hoogte in lichte kleur op een donkere ondergrond of in donkere kleur op een lichte ondergrond. +**1.** Onverminderd de artikelen 22 en 24 brengt de eigenaar van een teboekstaand binnenschip de naam en het brandmerk van het schip duidelijk zichtbaar in olieverf aan op een vast deel van het schip aan beide zijden of op het achterschip en wel in latijnse letters en arabische cijfers van ten minste vijftien centimeter hoogte in lichte kleur op een donkere ondergrond of in donkere kleur op een lichte ondergrond. **2.** De in het eerste lid bedoelde vermelding van het brandmerk wordt aangebracht achter de naam van het schip. Indien het schip ook buitenslands wordt gebruikt, moet de genoemde vermelding worden gevolgd door de letter N, aan te brengen op dezelfde wijze als is bepaald in het eerste lid. @@ -259,15 +251,15 @@ Vervallen ### Artikel 28 -**1.** De aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip wordt ingediend bij de rechtbank. Bij het verzoekschrift, waarbij tevens de machtiging van de rechtbank tot doorhaling van de teboekstelling wordt gevraagd en dat het brandmerk van het schip moet bevatten, wordt een uittreksel overgelegd uit de registratie voor schepen, als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de wet, vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onderdelen a, c tot en met g, i en l, van de wet, en de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen, alsmede de stukken waaruit de gestelde reden van de doorhaling blijkt. Indien de aangifte gedaan wordt op grond van het feit dat het schip vergaan is, gesloopt is of blijvend ongeschikt voor drijven is geworden, worden tevens stukken ter staving van de gegrondheid van de aangifte overgelegd. +**1.** De aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip wordt ingediend bij de rechtbank. Bij het verzoekschrift, waarbij tevens de machtiging van de rechtbank tot doorhaling van de teboekstelling wordt gevraagd en dat het brandmerk van het schip moet bevatten, wordt een uittreksel overgelegd uit de registratie voor schepen, als bedoeld in artikel 106, eerste lid, van de Kadasterwet, vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder *a, c, d, e, f, g* en *j*, van die wet, en de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen, alsmede de stukken waaruit de gestelde reden van de doorhaling blijkt. Indien de aangifte gedaan wordt op grond van het feit dat het schip vergaan is, gesloopt is of blijvend ongeschikt voor drijven is geworden, worden tevens stukken ter staving van de gegrondheid van de aangifte overgelegd. **2.** De bewaarder haalt de teboekstelling van het schip slechts door, indien het verzoekschrift is voorzien van de desbetreffende machtiging van de rechtbank. Het verzoekschrift wordt ter inschrijving aangeboden. **3.** Wanneer de bewaarder blijkt van enige omstandigheid die doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip wettigt, dient hij bij de rechtbank een verzoek in hem tot ambtshalve doorhaling te machtigen. -**4.** De bewaarder voegt bij het verzoekschrift een uittreksel uit de registratie voor schepen als bedoeld in het eerste lid, tweede zin, en alle andere bescheiden die tot staving van zijn verzoek kunnen dienen en die tot zijn beschikking staan. Het verzoekschrift, voorzien van de machtiging van de rechtbank, wordt ingeschreven. +**4.** De bewaarder voegt bij het verzoekschrift een uittreksel uit de registratie voor schepen, als bedoeld in het eerste lid, tweede zin, en alle andere bescheiden die tot staving van zijn verzoek kunnen dienen en die tot zijn beschikking staan. Het verzoekschrift, voorzien van de machtiging van de rechtbank, wordt ingeschreven. -**5.** De eigenaar van een te boek staand zeeschip of zeevissersschip is bevoegd een verzoek tot doorhaling van de teboekstelling van het schip in te dienen. Het eerste en tweede lid zijn op dit verzoek van toepassing, met dien verstande dat de overlegging van stukken waaruit de reden van doorhaling blijkt, niet is vereist. +**5.** De eigenaar van een teboekstaand zeeschip of zeevissersschip is bevoegd een verzoek tot doorhaling van de teboekstelling van het schip in te dienen. Het eerste en tweede lid zijn op dit verzoek van toepassing, met dien verstande dat de overlegging van stukken waaruit de reden van doorhaling blijkt, niet is vereist. ### Artikel 29 @@ -277,19 +269,19 @@ Wanneer een verzoek of aangifte is gedaan met het oog op doorhaling van de teboe ### Artikel 30 -**1.** Het verzoek of de aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een binnenschip wordt ingediend bij de rechtbank. Artikel 28, eerste lid, tweede en derde zin, is van toepassing. Indien het verzoek is gegrond op artikel 786, eerste lid, onder a , ten eerste, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, worden tevens de stukken overgelegd waaruit blijkt dat de teboekstelling niet of niet meer verplicht is. Indien het verzoek is gegrond op artikel 786, eerste lid, onder a , ten tweede, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, wordt tevens overgelegd een uittreksel uit het verdragsregister waarin wordt vermeld dat het schip onder voorwaarde van doorhaling in de openbare registers aldaar te boek gesteld is. +**1.** Het verzoek of de aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een binnenschip wordt ingediend bij de rechtbank. Artikel 28, eerste lid, tweede en derde zin, is van toepassing. Indien het verzoek is gegrond op artikel 786, eerste lid, onder *a*, ten eerste, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, worden tevens de stukken overgelegd waaruit blijkt dat de teboekstelling niet of niet meer verplicht is. Indien het verzoek is gegrond op artikel 786, eerste lid, onder *a*, ten tweede, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, wordt tevens overgelegd een uittreksel uit het verdragsregister waarin wordt vermeld dat het schip onder voorwaarde van doorhaling in het Nederlandse register aldaar teboekgesteld is. **2.** Artikel 28, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. -**3.** Indien de teboekstelling wordt doorgehaald op de grond, genoemd in artikel 786, eerste lid, onder a , ten tweede, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, geeft de bewaarder een bewijs van doorhaling af, waarin de datum van de doorhaling wordt vermeld en waarin, indien inschrijvingen of voorlopige aantekeningen ten gunste van derden op het schip bestaan, wordt vermeld dat hij zich ervan heeft vergewist, dat deze derden zich niet tegen doorhaling hebben verzet. +**3.** Indien de teboekstelling wordt doorgehaald op de grond, genoemd in artikel 786, eerste lid, onder *a*, ten tweede, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, geeft de bewaarder een bewijs van doorhaling af, waarin de datum van de doorhaling wordt vermeld en waarin, indien inschrijvingen of voorlopige aantekeningen ten gunste van derden op het schip bestaan, wordt vermeld dat hij zich ervan heeft vergewist, dat deze derden zich niet tegen doorhaling hebben verzet. -**4.** Indien de teboekstelling wordt doorgehaald op de grond, genoemd in artikel 786, eerste lid, onder a , ten derde, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, vindt doorhaling plaats onder vermelding in de registratie voor schepen dat deze doorhaling slechts rechtsgevolg heeft, wanneer binnen 30 dagen daarna door de eigenaar ter inschrijving wordt aangeboden de door hem ondertekende verklaring, genoemd in het eerste lid, onder a, ten derde, van dat artikel. De verklaring moet melding maken van de plaats, de datum en het nummer van teboekstelling. +**4.** Indien de teboekstelling wordt doorgehaald op de grond, genoemd in artikel 786, eerste lid, onder *a*, ten derde, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, vindt doorhaling plaats onder vermelding in de registratie voor schepen dat deze doorhaling slechts rechtsgevolg heeft, wanneer binnen 30 dagen daarna door de eigenaar ter inschrijving wordt aangeboden de door hem ondertekende verklaring, genoemd in het eerste lid, onder *a*, ten derde, van dat artikel. De verklaring moet melding maken van de plaats, de datum en het nummer van teboekstelling. **5.** Indien een certificaat is afgegeven, wordt dit, tezamen met een eventueel duplicaat, onverwijld bij de bewaarder ingeleverd. ### Artikel 31 -**1.** De eigenaar van een te boek staand binnenschip waarop artikel 786, eerste lid, onder b , ten vijfde, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is en waarvan de teboekstelling in het buitenlandse register heeft plaatsgevonden voordat de op 25 januari 1965 te Genève gesloten Overeenkomst inzake inschrijving van binnenschepen, met Protocollen (Trb. 1966, 228) voor de staat van dat register van kracht is geworden, is verplicht van de teboekstelling van het schip in het verdragsregister mededeling te doen aan de bewaarder, en daarbij tevens mede te delen of hij de teboekstelling in het verdragsregister zal handhaven. De in de eerste zin bedoelde mededelingen moeten worden gedaan binnen drie maanden nadat het buitenlandse register waarin het schip te boek staat de hoedanigheid van verdragsregister heeft verkregen. +**1.** De eigenaar van een teboekstaand binnenschip waarop artikel 786, eerste lid, onder *b*, ten vijfde, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is en waarvan de teboekstelling in het buitenlandse register heeft plaatsgevonden voordat de op 25 januari 1965 te Genève gesloten Overeenkomst inzake inschrijving van binnenschepen, met Protocollen (*Trb.* 1966, 228) voor de staat van dat register van kracht is geworden, is verplicht van de teboekstelling van het schip in het verdragsregister mededeling te doen aan het kantoor waar het schip teboekstaat, en daarbij tevens mede te delen of hij de teboekstelling in het verdragsregister zal handhaven. De in de eerste zin bedoelde mededelingen moeten worden gedaan binnen drie maanden nadat het buitenlandse register waarin het schip teboekstaat de hoedanigheid van verdragsregister heeft verkregen. **2.** Indien de eigenaar de in het eerste lid bedoelde mededelingen niet binnen de aldaar gestelde termijn heeft gedaan of indien hij heeft medegedeeld dat hij de teboekstelling in het verdragsregister wenst te handhaven, dient hij onverwijld een aangifte tot doorhaling van de teboekstelling overeenkomstig artikel 30 in. @@ -309,77 +301,41 @@ Wanneer een verzoek of aangifte is gedaan met het oog op doorhaling van de teboe ### Artikel 34 -**1.** Ingeval een schip is te boek gesteld dan wel de teboekstelling van een schip is doorgehaald, zendt de bewaarder daaromtrent per brief een kennisgeving aan de personen die dienaangaande volgens de bij de Dienst bekende gegevens belanghebbenden zijn. +**1.** Ingeval een schip is teboekgesteld dan wel de teboekstelling van een schip is doorgehaald, zendt de Dienst daaromtrent per brief een kennisgeving aan de personen die dienaangaande volgens de bij de Dienst bekende gegevens belanghebbenden zijn. -**2.** Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid. - -**3.** Indien de eigenaar bij de aanvraag van de teboekstelling daarom heeft verzocht en toestemming heeft gegeven, zendt de bewaarder na de teboekstelling van een zeeschip een bericht van de teboekstelling onder vermelding van specifieke kenmerken van het schip, waaronder het NSI-nummer, de tonnage van het schip en een omschrijving van het schip, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat als beheerder van het vlagregister. - -**4.** Bij het bericht, bedoeld in het derde lid, vermeldt de bewaarder tevens het registratienummer van het ingeschreven document en het brandmerk van het schip. - -**5.** In geval van overdracht of doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of van overdracht van aandelen in een zeeschip, zendt de bewaarder daaromtrent een bericht onder vermelding van het brandmerk en het NSI-nummer, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat als beheerder van het vlagregister. +**2.** Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van de in het eerste lid bedoelde kennisgevingen. ### Titel 6. Wijziging ### Artikel 35 -**1.** Indien van een te boek staand schip de naam, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder d, van de wet, of een gegeven als bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder f en g, van de wet is gewijzigd, dan wel het schip enige andere wijziging heeft ondergaan waardoor de beschrijving van het schip in de registratie voor schepen niet meer aan de werkelijkheid beantwoordt, biedt de eigenaar een aangifte ter inschrijving aan waarin de wijziging wordt vermeld. +Indien van een teboekstaand schip enig in artikel 85, tweede lid, onder *d*, *f* en *g*, van de Kadasterwet genoemd gegeven is gewijzigd, dan wel het schip enige andere wijziging heeft ondergaan waardoor de beschrijving van het schip in de registratie voor schepen niet meer aan de werkelijkheid beantwoordt, biedt de eigenaar een aangifte ter inschrijving aan waarin de wijziging wordt vermeld. -**2.** Indien de aangifte, bedoeld in het eerste lid, leidt tot bijwerking van de registratie voor schepen, zendt de bewaarder daarvan een bericht onder vermelding van het brandmerk en het NSI-nummer aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat als beheerder van het vlagregister. - -**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing in geval van een wijziging door de bewaarder in de registratie voor schepen van informatie als bedoeld in het eerste lid. - -### Artikel 35a - -**1.** Indien de Dienst een bericht ontvangt van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat als beheerder van het vlagregister, inzake een wijziging als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de rijkswet, neemt de Dienst een beslissing omtrent wijziging van het betreffende gegeven. - -**2.** Indien de Dienst de beslissing, bedoeld in het eerste lid, niet binnen één dag na ontvangst van die melding heeft genomen, tekent de Dienst in de registratie voor schepen aan dat het betreffende gegeven «in onderzoek» is. - -**3.** De Dienst verwijdert de aantekening dat een gegeven «in onderzoek» is uit de registratie voor schepen tegelijk met de verwerking van de wijziging in die registratie of, indien een bericht als bedoeld in het eerste lid niet tot wijziging leidt, met de beslissing om het gegeven niet te wijzigen. - -**4.** De beslissing, bedoeld in het tweede en derde lid, is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. - -**5.** De Dienst zendt Onze Minister, genoemd in het eerste lid, onverwijld een bericht over een handeling of beslissing als bedoeld in het tweede of derde lid. - -**6.** De Dienst doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de belanghebbende van zijn beslissing op grond van het tweede of derde lid, indien die beslissing heeft geleid tot een wijziging van het betreffende gegeven. - -### Titel 7. Overige bepalingen +### Titel 7. Overige bepaling ### Artikel 36 -Onze Minister stelt de vorm vast van de in dit hoofdstuk voorziene verzoeken, verklaringen, evenwel met uitzondering van de in artikel 14, vijfde lid, bedoelde verklaring van de bevoegde autoriteit, en aangiften met dien verstande, dat het bestuur van de Dienst de vorm van de in artikel 35 bedoelde aangifte vaststelt. - -### Artikel 36a - -Het NSI-nummer wordt opgenomen in de registratie voor schepen, bedoeld in artikel 85, tweede lid, van de wet. +Onze Minister stelt de vorm vast van de in dit hoofdstuk voorziene verzoeken, verklaringen, evenwel met uitzondering van de in artikel 14, eerste onderscheidenlijk derde lid, bedoelde verklaring van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk van de bevoegde autoriteit, en aangiften met dien verstande, dat het bestuur van de Dienst de vorm van de in artikel 35 bedoelde aangifte vaststelt. ## Hoofdstuk 4. Inschrijvingsvereisten voor akten van levering ### Artikel 37 -**1.** Voorafgaand aan de inschrijving van een akte van levering van een te boek staand zeeschip of van aandelen daarin, wordt door de verkrijger bij de Dienst een aanvraag ingediend voor een verklaring dat voldaan wordt aan de in artikel 194a van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijnde vereisten. +**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de Kadasterwet wordt ter inschrijving van een akte van levering van een teboekstaand zeeschip of van aandelen daarin, tenzij het de levering van een zeevissersschip of van aandelen daarin betreft, bij die akte tevens ter inschrijving aangeboden een verklaring afgegeven door of namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat dat met betrekking tot het schip voldaan blijft worden aan de in artikel 311 van het Wetboek van Koophandel genoemde vereisten. De in de eerste zin bedoelde verklaring bevat de in artikel 21, eerste lid, onder *a* tot en met *c*, van de Kadasterwet bedoelde gegevens. -**2.** De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door de bewaarder. +**2.** De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt door of namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven op aanvraag van de verkrijger, indien voldaan blijft worden aan de in artikel 311 van het Wetboek van Koophandel genoemde vereisten. -**3.** Bij de inschrijving van een akte van levering van een te boek staand zeeschip of van aandelen daarin wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de wet, tevens de verklaring, bedoeld in het eerste lid, ter inschrijving aangeboden. - -**4.** In de akte van levering verklaart de notaris dat de op grond van het eerste lid vereiste bewijsstukken en gegevens op het moment van aanbieden ter inschrijving actueel en ongewijzigd zijn. - -**5.** De kosten van aanvraag en afgifte van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de aanvrager. - -**6.** Het bestuur van de Dienst kan de vorm van de aanvraag en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, vaststellen. - -**7.** Het bestuur van de Dienst stelt eisen ten aanzien van de bij een aanvraag voor de verklaring, bedoeld in het eerste lid, te overleggen bewijsstukken en gegevens. +**3.** De kosten van aanvraag en afgifte van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de aanvrager. Het tarief voor deze kosten wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. ### Artikel 38 -Onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de wet wordt ter inschrijving van een akte van levering, ingeval het de levering van een te boek staand zeevissersschip of van aandelen daarin betreft, overgelegd bij het daartoe ter inschrijving aangeboden stuk het bewijs, genoemd in artikel 16, eerste lid, onder d. Dit bewijs wordt na vergelijking met het stuk waarvan de inschrijving verlangd wordt, aan de aanbieder teruggegeven. +Onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de Kadasterwet wordt ter inschrijving van een akte van levering, ingeval het de levering van een teboekstaand zeevissersschip of van aandelen daarin betreft, overgelegd bij het daartoe ter inschrijving aangeboden stuk het bewijs, genoemd in artikel 16, eerste lid, onder *d.* Dit bewijs wordt na vergelijking met het stuk waarvan de inschrijving verlangd wordt, aan de aanbieder teruggegeven. ## Hoofdstuk 5. Slotbepalingen ### Artikel 39 -Vervallen +De Maatregel teboekgestelde schepen 1990 (*Stb.* 1990, 500) wordt ingetrokken. ### Artikel 40