From 5bf558e540a80d1d69dba521990e3994f178cc7c Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2026 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2026-01-01 | BWBR0018831 | Wet verplichte beroepspensioenregeling --- .../BWBR0018831/README.md | 56 +++++++++++-------- 1 file changed, 33 insertions(+), 23 deletions(-) diff --git a/wet/wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0018831/README.md b/wet/wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0018831/README.md index 151a606cfe6..931d2002978 100644 --- a/wet/wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0018831/README.md +++ b/wet/wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0018831/README.md @@ -376,7 +376,7 @@ h. het niet verder in behandeling nemen van een aanvraag. **1.** Onverminderd artikel 17 kan onze Minister een persoon die slechts tijdelijk in Nederland werkzaam is, op aanvraag in een bijzonder, individueel geval voorwaardelijk of onvoorwaardelijk voor de periode dat die persoon in Nederland werkzaam is ontheffing verlenen van de verplichtstelling. -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels met betrekking tot de aanvraag worden gesteld, waarbij voor de indiening van de aanvraag kan worden bepaald dat deze uitsluitend langs elektronische weg kan geschieden, tenzij er naar het oordeel van Onze Minister sprake is van omstandigheden die zich daartegen verzetten. +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels met betrekking tot de aanvraag worden gesteld, waarbij voor de indiening van de aanvraag kan worden bepaald dat deze uitsluitend langs elektronische weg kan geschieden, tenzij er naar het oordeel van Onze Minister sprake is van omstandigheden die zich daartegen verzetten. Daarbij kan worden afgeweken van de artikelen 2:7, tweede lid, en 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht. ### Artikel 19 @@ -594,7 +594,7 @@ Indien een beroepspensioenregeling voorziet in een nabestaandenpensioen wordt vo a. een nabestaandenpensioen bij overlijden voor pensioendatum betreft een nabestaandenpensioen op risicobasis en de hoogte is diensttijdonafhankelijk; b. een partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum betreft een partnerpensioen op opbouwbasis; c. indien sprake is van een partnerpensioen, voorziet de beroepspensioenregeling voor alle partnerrelaties in partnerpensioen en wordt geen onderscheid gemaakt al naar gelang het type partnerrelatie; en -d. indien sprake is van een wezenpensioen wordt in de beroepspensioenregeling bepaald dat het wezenpensioen wordt uitgekeerd tot het kind 25 jaar wordt. +d. indien sprake is van een wezenpensioen wordt in de beroepspensioenregeling bepaald dat het kind aanspraak maakt op wezenpensioen tot het kind 25 jaar wordt en dat het wezenpensioen wordt uitgekeerd tot en met de kalendermaand waarin het kind 25 jaar wordt. **2.** Voor de toepassing van deze wet kan een beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot op enig moment slechts één partner hebben. Indien de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot op dat moment meer dan één partner zou hebben, wordt alleen de partner uit de oudste relatie als partner in de zin van deze wet aangemerkt. @@ -1424,7 +1424,7 @@ e. in het kader van een verrekening van pensioenrechten bij scheiding de waarde De pensioenuitvoerder heeft het recht om bij de ingang van het ouderdomspensioen een aanspraak op ouderdomspensioen en andere aanspraken ten behoeve van de gepensioneerde of zijn nabestaanden af te kopen, indien: -a. de uitkering van het ouderdomspensioen op de ingangsdatum minder bedraagt dan € 613,52 per jaar; en +a. de uitkering van het ouderdomspensioen op de ingangsdatum minder bedraagt dan € 632,63 per jaar; en b. de gepensioneerde geen bezwaar maakt tegen de afkoop indien de deelneming is geëindigd voor 1 januari 2007 of de gepensioneerde instemt met de afkoop indien de deelneming is geëindigd vanaf 1 januari 2007. **2.** @@ -2660,13 +2660,15 @@ c. geen gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht, bedoeld in artikel 214d. Indien een beroepspensioenregeling afspraken bevat over compensatie in de vorm van het toekennen van extra pensioenaanspraken, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de beroepsgenoot heeft recht op compensatie als voor het leeftijdscohort waartoe de beroepsgenoot behoort compensatie is overeengekomen in de beroepspensioenregeling, waarbij niet is vereist dat de beroepsgenoot bij aanvang van de compensatieperiode reeds werkzaam was als beroepsgenoot; -b. de compensatie wordt tijdsevenredig aan de beroepsgenoot toegekend over de compensatieperiode, die aanvangt op de ingangsdatum van de gewijzigde beroepspensioenregeling en uiterlijk 31 december 2036 eindigt; en +b. de compensatie wordt tijdsevenredig aan de beroepsgenoot toegekend over de compensatieperiode, die aanvangt op de ingangsdatum van de gewijzigde beroepspensioenregeling en uiterlijk eindigt op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip; en c. de compensatie is gefinancierd op het moment dat de compensatie onvoorwaardelijk wordt toegekend. **2.** In aanvulling op de artikelen 49, eerste lid, en 50, eerste lid, verstrekt de pensioenuitvoerder voor zover van toepassing de deelnemer jaarlijks en bij beëindiging van de deelneming informatie over de compensatieperiode en de mogelijke effecten voor compensatie bij beëindiging van de deelneming en het aangaan van een nieuwe beroepspensioenregeling. De pensioenuitvoerder stelt deze informatie tevens op zijn website beschikbaar voor de deelnemer. **3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen beroepsgenoot die op grond van de beroepspensioenregeling recht heeft op premievrije voortzetting. +**4.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid, onderdeel b, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + ### Artikel 145f **1.** Indien de beroepspensioenregeling is ondergebracht bij een beroepspensioenfonds stelt de beroepspensioenvereniging, voor zover van toepassing, een vereniging van gewezen deelnemers die aantoont een substantieel gedeelte van alle gewezen deelnemers van het beroepspensioenfonds te vertegenwoordigen of een vereniging van pensioengerechtigden die aantoont een substantieel gedeelte van alle pensioengerechtigden van het beroepspensioenfonds te vertegenwoordigen in de gelegenheid een oordeel uit te spreken over het transitieplan. Het oordeel wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van invloed kan zijn op de inhoud van het transitieplan en de daarin verantwoorde keuzes. Indien een oordeel gegeven wordt, geeft de beroepspensioenvereniging aan wat met het oordeel gedaan is. @@ -2812,10 +2814,12 @@ Met inachtneming van het zevende lid, aanhef, kan, in afwijking van het zevende a. de aanwending is opgenomen in het transitieplan, bedoeld in artikel 145c; en b. het beroepspensioenfonds advies heeft verkregen van het verantwoordingsorgaan op grond van artikel 145l, vierde lid. -**9.** Een beroepspensioenfonds kan na de collectieve waardeoverdracht een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve hebben die, in afwijking van de artikelen 28d of 28e, een omvang heeft van meer dan 15% van het geheel voor pensioen gereserveerd vermogen of kapitaal inclusief de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve. Voor deze reserve geldt de eis van de maximale omvang van 15% op 1 januari 2037 of zoveel eerder als de omvang van de reserve maximaal 15% is gaan bedragen. Voor het uitdelen uit de reserve boven de maximale omvang van 15% kan worden afgeweken van de artikelen 28d, derde lid, of 28e, derde lid. +**9.** Een beroepspensioenfonds kan na de collectieve waardeoverdracht een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve hebben die, in afwijking van de artikelen 28d of 28e, een omvang heeft van meer dan 15% van het geheel voor pensioen gereserveerd vermogen of kapitaal inclusief de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve. Voor deze reserve geldt de eis van de maximale omvang van 15% op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip, of zoveel eerder als de omvang van de reserve maximaal 15% is gaan bedragen. Voor het uitdelen uit de reserve boven de maximale omvang van 15% kan worden afgeweken van de artikelen 28d, derde lid, of 28e, derde lid. **10.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over in ieder geval de standaardmethode en de vba-methode. +**11.** De voordracht voor een krachtens het negende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + ### Artikel 145n **1.** Een beroepspensioenfonds dat over wil gaan tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l en een dekkingsgraad heeft waarbij de technische voorzieningen voor minder dan 90% door waarden worden gedekt, neemt tijdig maatregelen die ten tijde van de collectieve waardeoverdracht in de technische voorzieningen zijn verwerkt en doorgevoerd, waardoor de technische voorzieningen van het beroepspensioenfonds bij de collectieve waardeoverdracht ten minste voor 90% door waarden zijn gedekt. @@ -2838,9 +2842,9 @@ b. het beroepspensioenfonds advies heeft verkregen van het verantwoordingsorgaan **1.** Een beroepspensioenfonds dat naar verwachting zal overgaan op een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l, kan in de periode tot die collectieve waardeoverdracht plaatsvindt, in afwijking van de artikelen 133, 134, of 135, eerste en derde lid, afzien van het jaarlijks indienen van een herstelplan en kan in plaats daarvan jaarlijks een concreet en haalbaar overbruggingsplan indienen dat voldoet aan de daarvoor gestelde voorwaarden. -**2.** In afwijking van het eerste lid kan een beroepspensioenfonds dat op 1 juli 2025 geen implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder geen overbruggingsplan indienen voor de jaren 2025 en 2026. +**2.** In afwijking van het eerste lid kan een beroepspensioenfonds dat op 1 juli van het bij algemene maatregel van bestuur te bepalen jaar geen implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder, voor dat jaar en de daaropvolgende jaren gedurende de transitieperiode geen overbruggingsplan indienen. -**3.** In het overbruggingsplan beschrijft het beroepspensioenfonds de financiële situatie van het beroepspensioenfonds in de periode tot het beroepspensioenfonds overgaat tot collectieve waardeoverdracht maar uiterlijk op 1 januari 2027. Het uitgangspunt voor de beschrijving is de dekkingsgraad van het beroepspensioenfonds op 31 december van enig jaar. +**3.** In het overbruggingsplan beschrijft het beroepspensioenfonds de financiële situatie van het beroepspensioenfonds in de periode tot het beroepspensioenfonds overgaat tot collectieve waardeoverdracht maar uiterlijk op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip. Het uitgangspunt voor de beschrijving is de dekkingsgraad van het beroepspensioenfonds op 31 december van enig jaar. **4.** @@ -2863,19 +2867,15 @@ b. stelt informatie over het overbruggingsplan en de onderbouwing daarvan tijdig **8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels worden gesteld met betrekking tot de overbruggingsplannen. +**10.** De voordracht voor een krachtens het tweede en derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + ### Artikel 145p -**1.** Een beroepspensioenfonds dat na een of meer jaren overbruggingsplannen te hebben ingediend, in een jaar in plaats van een overbruggingsplan een herstelplan indient bij toezichthouder, doet dit binnen drie maanden na de in het tweede lid, onderdeel b of c, genoemde tijdstippen. +**1.** Een beroepspensioenfonds dat van plan is een overbruggingsplan in te dienen, meldt dit voor 1 april van het betreffende jaar aan de toezichthouder. Deze melding kan achterwege blijven voor zover de toezichthouder in het voorgaande jaar heeft ingestemd met een overbruggingsplan van dat fonds. Een beroepspensioenfonds dat na een of meer jaren overbruggingsplannen te hebben ingediend, in een jaar in plaats van een overbruggingsplan een herstelplan indient bij de toezichthouder, doet dit binnen drie maanden na de bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstippen. -**2.** +**2.** Het beroepspensioenfonds dient het overbruggingsplan ter instemming in bij de toezichthouder nadat het beroepspensioenfonds de dekkingsgraad heeft vastgesteld op 31 december van enig jaar. Indien een beroepspensioenfonds voor een jaar een overbruggingsplan indient, terwijl het beroepspensioenfonds in datzelfde jaar al een herstelplan heeft waarmee de toezichthouder heeft ingestemd, vervangt dit overbruggingsplan als het is vastgesteld het herstelplan. De data waarop het beroepspensioenfonds het overbruggingsplan uiterlijk indient, worden bij algemene maatregel van bestuur bepaald. -Het beroepspensioenfonds dient het overbruggingsplan ter instemming in bij de toezichthouder nadat het beroepspensioenfonds de dekkingsgraad heeft vastgesteld op 31 december van enig jaar. Indien een beroepspensioenfonds voor het jaar 2023 een overbruggingsplan indient, terwijl het beroepspensioenfonds voor het jaar 2023 al een herstelplan heeft waarmee de toezichthouder heeft ingestemd, vervangt dit overbruggingsplan als het is vastgesteld het herstelplan. Het beroepspensioenfonds dient het overbruggingsplan in: - -a. in het jaar 2023: uiterlijk 1 september 2023; -b. in de jaren 2024 en 2025: uiterlijk 1 juli 2024 respectievelijk 2025; en -c. in het jaar 2026: uiterlijk 1 april 2026. - -**3.** Het overbruggingsplan heeft steeds een looptijd tot het tijdstip waarop het beroepspensioenfonds verwacht over te gaan tot collectieve waardeoverdracht maar uiterlijk 1 januari 2027. +**3.** Het overbruggingsplan heeft steeds een looptijd tot het tijdstip waarop het beroepspensioenfonds verwacht over te gaan tot collectieve waardeoverdracht maar eindigt niet later dan op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip. **4.** Indien het beroepspensioenfonds op 31 december van enig jaar een dekkingsgraad heeft waarbij de technische voorzieningen voor minder dan 90% door waarden worden gedekt, neemt het binnen drie maanden na het tijdstip waarop het overbruggingsplan moet zijn ingediend maatregelen waardoor de dekkingsgraad van het beroepspensioenfonds direct zodanig wordt dat de technische voorzieningen voor 90% door waarden worden gedekt. @@ -2888,8 +2888,10 @@ c. in het jaar 2026: uiterlijk 1 april 2026. Voor zover het bij de maatregelen die in het overbruggingsplan zijn opgenomen een vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten betreft, worden deze voor zover het betreft een vermindering die betrekking heeft op: a. het vierde lid: direct in de technische voorzieningen verwerkt en direct ofwel in beginsel evenredig gespreid in de tijd doorgevoerd gedurende maximaal de termijn die wordt gebruikt voor het overbruggingsplan, waarbij de eerste termijn wordt doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend; -b. het vijfde lid in het overbruggingsplan voor het jaar 2023 of 2024: evenredig gespreid in de tijd gedurende maximaal de termijn die wordt gebruikt voor het overbruggingsplan, waarbij de eerste termijn direct in de technische voorzieningen wordt verwerkt en doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend; en -c. het zesde lid in de overbruggingsplannen voor de jaren 2024, 2025 of 2026: direct in de technische voorzieningen verwerkt en direct doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend. +b. het vijfde lid: evenredig gespreid in de tijd gedurende maximaal de termijn die wordt gebruikt voor het overbruggingsplan, waarbij de eerste termijn direct in de technische voorzieningen wordt verwerkt en doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend; en +c. het zesde lid: direct in de technische voorzieningen verwerkt en direct doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend. + +**8.** De voordracht voor een krachtens het eerste, tweede en derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. ### Paragraaf 5a.7. Aanvullende maatregelen transitieperiode pensioenfondsen @@ -3691,12 +3693,12 @@ Beroepsgenoten van 18 jaar of ouder die op het tijdstip van inwerkingtreding van In afwijking van artikel 23 mag de door of voor een deelnemer verschuldigde premie tot het moment van beëindiging van de deelneming een met de leeftijd oplopend percentage van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen bedragen, mits: a. op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen sprake was van een premieregeling met een met de leeftijd oplopend premiepercentage of een uitkeringsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, met een met de leeftijd oplopend premiepercentage ondergebracht bij een verzekeraar; -b. de deelneming van de deelnemer reeds was aangevangen waarbij de deelnemer pensioenaanspraken opbouwt, op de dag voordat voor nieuwe deelnemers een beroepspensioenregeling geldt waarbij de premie conform artikel 23 voor alle deelnemers een gelijk percentage van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen bedraagt, doch uiterlijk op 31 december 2026; en +b. de deelneming van de deelnemer reeds was aangevangen waarbij de deelnemer pensioenaanspraken opbouwt, op de dag voordat voor nieuwe deelnemers een beroepspensioenregeling geldt waarbij de premie conform artikel 23 voor alle deelnemers een gelijk percentage van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen bedraagt, maar uiterlijk op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip; en c. de beroepspensioenregeling niet het karakter heeft van een solidaire premieregeling. **2.** In aanvulling op de artikelen 49, eerste lid, en 50, eerste lid, verstrekt de pensioenuitvoerder de deelnemer jaarlijks en bij beëindiging van de deelneming informatie over het hanteren van een met de leeftijd oplopend premiepercentage en de mogelijke effecten bij beëindiging van de deelneming en het aangaan van een nieuwe pensioenregeling. De pensioenuitvoerder stelt deze informatie tevens op zijn website beschikbaar voor de deelnemer. -**3.** Indien op of na 1 januari 2027 de beroepspensioenregeling zodanig wordt gewijzigd dat de door of voor een deelnemer verschuldigde premie niet langer een met de leeftijd oplopend premiepercentage bedraagt maar een voor alle deelnemers gelijk premiepercentage maakt de beroepspensioenvereniging de effecten van de wijziging van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten voor deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden per leeftijdscohort inzichtelijk. +**3.** Indien op of na een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip de beroepspensioenregeling zodanig wordt gewijzigd dat de door of voor een deelnemer verschuldigde premie niet langer een met de leeftijd oplopend premiepercentage bedraagt maar een voor alle deelnemers gelijk premiepercentage maakt de beroepspensioenvereniging de effecten van de wijziging van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten voor deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden per leeftijdscohort inzichtelijk. **4.** @@ -3716,9 +3718,11 @@ b. de pensioenverwachting bij ongewijzigd voortzetten van de beroepspensioenrege **7.** Artikel 145d, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. +**8.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid, onderdeel b, en het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + ### Artikel 214e -**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder overgangstijdstip verstaan: het tijdstip waarop de pensioenuitvoerder overgaat op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling om te voldoen aan de regels omtrent het nabestaandenpensioen zoals geïntroduceerd met de Wet toekomst pensioenen maar uiterlijk 1 januari 2027. +**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder overgangstijdstip verstaan: het tijdstip waarop de pensioenuitvoerder overgaat op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling om te voldoen aan de regels omtrent het nabestaandenpensioen zoals geïntroduceerd met de Wet toekomst pensioenen maar uiterlijk een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip. **2.** Een persoon die vóór het overgangstijdstip kwalificeerde als partner zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel VII, onderdeel A, van de Wet toekomst pensioenen, blijft als partner in de zin van deze wet aangemerkt zo lang de betreffende relatie tussen de persoon en de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot wordt voortgezet. @@ -3732,6 +3736,8 @@ b. de pensioenverwachting bij ongewijzigd voortzetten van de beroepspensioenrege **7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. +**8.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + ### Artikel 214f **1.** @@ -3756,10 +3762,12 @@ a. de pensioenaanspraken worden verworven als gevolg van premievrije voortzettin b. het recht op premievrije voortzetting vanwege arbeidsongeschiktheid is ingegaan: 1°. voor het tijdstip dat de verzekeraar overgaat op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 214g; of -2°. nadat de deelneming vanwege een individuele beëindiging van de deelneming voor afloop van de periode, bedoeld in onderdeel a, is beëindigd waarbij op het moment van einde deelneming de verzekeraar nog niet is overgegaan op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 214g en het recht op premievrije voortzetting uiterlijk op 31 december 2028 is ontstaan. +2°. nadat de deelneming vanwege een individuele beëindiging van de deelneming voor afloop van de periode, bedoeld in onderdeel a, is beëindigd waarbij op het moment van einde deelneming de verzekeraar nog niet is overgegaan op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 214g en het recht op premievrije voortzetting uiterlijk is ontstaan op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip. **3.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de opbouw van pensioenaanspraken in een premieregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, uitgevoerd door een premiepensioeninstelling waarbij premievrije voortzetting van deze opbouw vanwege arbeidsongeschiktheid van de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot is verzekerd bij een verzekeraar. Bij deze verzekerde premievrije voortzetting voldoet de verzekeraar de verschuldigde premie aan de premiepensioeninstelling indien voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid. +**4.** De voordracht voor een krachtens het tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + ### Artikel 214fb In afwijking van artikel 65, tweede lid, geldt een termijn van vijftien jaar, voor de deelnemer die gewezen beroepsgenoot is geworden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, en die gedurende die termijn winst uit onderneming geniet als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001. @@ -3768,7 +3776,7 @@ In afwijking van artikel 65, tweede lid, geldt een termijn van vijftien jaar, v **1.** -De Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals die luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, blijft van toepassing tot het tijdstip dat de pensioenuitvoerder overgaat op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling, maar uiterlijk tot 1 januari 2027. In afwijking van de vorige zin zijn vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel VII, onderdelen A, Fa, Fb, X, Y, Z, AA, BB, CC, FFa, YY, ZZ, ZZa, AAA, JJJ, MMM, NNN, OOO en QQQ van de Wet toekomst pensioenen van toepassing: +De Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals die luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, blijft van toepassing tot het tijdstip dat de pensioenuitvoerder overgaat op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling, maar uiterlijk tot en met een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip. In afwijking van de vorige zin zijn vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel VII, onderdelen A, Fa, Fb, X, Y, Z, AA, BB, CC, FFa, YY, ZZ, ZZa, AAA, JJJ, MMM, NNN, OOO en QQQ van de Wet toekomst pensioenen van toepassing: a. de artikelen 1, voor zover relevant voor de in dit lid genoemde artikelen en het genoemde hoofdstuk, 22, 59, 59a, 59b, 59c, 60, 61, 62, 62a, 65, 107a, 109a, 110d, 110e, voor zover het betreft de bevoegdheid een oordeel te geven over de keuzes die van invloed zijn op de uitvoeringskosten en het oordeel dat de gemaakte uitvoeringskosten bevat, 139, 214c, voor zover het betreft het overgangsrecht voor artikel 145l, 146, 171, voor zover relevant voor de in dit lid genoemde artikelen en het genoemde hoofdstuk, 241ca, 214d, 214e, 214f, 214fa en 214fb en dit artikel; en b. hoofdstuk 5a. @@ -3777,6 +3785,8 @@ b. hoofdstuk 5a. **3.** Bij uitvoering van een beroepspensioenregeling waarop de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving van toepassing is door een pensioeninstelling uit een andere lidstaat, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing voor zover het de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving betreft en is het tweede lid van overeenkomstige toepassing voor zover het betreft de vermelding van het tijdstip van overgang op de website. +**4.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid, aanhef, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + ### Artikel 215 Deze wet wordt aangehaald als: Wet verplichte beroepspensioenregeling.