2011-10-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

This commit is contained in:
Coornhert 2011-10-01 12:00:00 +00:00
parent 5330903931
commit 5bffd2aa82

View file

@ -18,7 +18,7 @@ Op grond van artikel 16, onder a, Vw kan een aanvraag tot het verlenen van een v
De aanvraag om afgifte van een mvv wordt getoetst aan de voorwaarden die worden gesteld met het oog op het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland. De verplichting om voor de komst naar Nederland een mvv aan te vragen, stelt de overheid in staat te onderzoeken of de vreemdeling aan alle voor toelating gestelde vereisten voldoet, zonder daarbij door diens aanwezigheid hier te lande voor een voldongen feit te worden geplaatst (zie voor de algemene afwijzingsgronden en bijzondere voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning artikel 16 Vw en artikel 3.13 tot en met 3.56 Vb).
De aanvraag om afgifte van een mvv leidt, na verstrekking van de machtiging, in de praktijk veelal tot afgifte van een D + C visum; een combinatie van een nationaal visum voor lang verblijf (mvv) met een kort verblijf Schengen C-visum. Het C-gedeelte is 90 dagen geldig en het D-gedeelte is 180 dagen geldig na datum afgifte. Doel van dit combinatievisum, is het ondervangen van de problemen die voor de aanvrager mogelijk kunnen ontstaan door de periode die gemoeid is met het daadwerkelijk verstrekken van de verblijfstitel op basis van de mvv. Voor het combinatievisum gelden de bestaande voorwaarden en procedures, met dien verstande dat bij afwijzing van het D-visum, uiteraard geen afzonderlijk C-visum wordt verstrekt (zie A2/4.3.3.2).
De aanvraag om afgifte van een mvv leidt bij inwilliging tot afgifte van een Dvisum. Met dit D-visum mag de vreemdeling in een periode van drie maanden binnen zes maanden op het grondgebied van de lidstaten circuleren.
In artikel 17 Vw en artikel 3.71 Vb is een aantal categorieën aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw benoemd, die niet worden afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv. Deze categorieën zijn verder uitgewerkt onder B1/4.1.1.
@ -30,27 +30,21 @@ In algemene termen geldt dat het moet gaan om een land waar de vreemdeling gerec
Van bestendig verblijf kan sprake zijn in de volgende gevallen:
de vreemdeling verblijft in een land op basis van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van meer dan drie maanden.
de vreemdeling is in het land waar hij of zij verblijft, gerechtigd de uitkomst van een aanvraag om verblijf (aldaar) af te wachten.
de vreemdeling heeft in het land waar hij of zij verblijft een verblijfsprocedure doorlopen, waarvan de uitkomst in rechte onaantastbaar is geworden, en er bestaat een juridisch beletsel tegen uitzetting.
de vreemdeling verblijft in een land op basis van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van meer dan drie maanden.
de vreemdeling is in het land waar hij of zij verblijft, gerechtigd de uitkomst van een aanvraag om verblijf (aldaar) af te wachten.
de vreemdeling heeft in het land waar hij of zij verblijft een verblijfsprocedure doorlopen, waarvan de uitkomst in rechte onaantastbaar is geworden, en er bestaat een juridisch beletsel tegen uitzetting.
De algemene uitgangspunten dat het verblijf rechtmatig moet zijn (naar maatstaven van het betreffende land) en voor een periode langer dan drie maanden, zijn hierop steeds van toepassing.
Indien naar het oordeel van de Minister het handhaven van de termijn van meer dan drie maanden rechtmatig verblijf tot onredelijke gevolgen zal leiden, kan in voorkomende gevallen een kortere termijn volstaan, mits geen sprake is van het omzeilen van de mvv-procedure dan wel het oneigenlijk gebruik daarvan.
De algemene uitgangspunten dat het verblijf rechtmatig moet zijn (naar maatstaven van het betreffende land) en voor een periode langer dan drie maanden, zijn hierop steeds van toepassing. Indien naar het oordeel van de Minister het handhaven van de termijn van meer dan drie maanden rechtmatig verblijf tot onredelijke gevolgen zal leiden, kan in voorkomende gevallen een kortere termijn volstaan, mits geen sprake is van het omzeilen van de mvv-procedure dan wel het oneigenlijk gebruik daarvan.
In ieder geval zal geen bestendig verblijf worden aangenomen indien de vreemdeling in het bezit is van een toeristen- of zakenvisum.
Het aantonen van bestendig verblijf zal steeds dienen te geschieden aan de hand van officiële documenten, afgegeven door de autoriteiten van het land waar de vreemdeling verblijft. Uit deze documenten zal telkens moeten blijken dat de vreemdeling aldaar rechtmatig verblijft, en voor welke periode. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij de vreemdeling.
Indien daartoe voldoende concrete aanleiding bestaat, kan nader onderzoek worden ingesteld naar de redenen om vanuit dit derde land, niet zijnde het land van herkomst, verblijf in Nederland te vragen. Dit zou zich bijvoorbeeld kunnen voordoen wanneer binnen zeer korte tijd nadat in dit derde land om verblijf aldaar is gevraagd, de vreemdeling een aanvraag voor verblijf hier te lande indient, via de mvv-procedure. Niet is het de bedoeling dat zo op oneigenlijke wijze gebruik wordt gemaakt van de mvv-procedure. Hierbij kan met name gedacht worden aan mvv-aanvragen ingediend in de Nederland in ruime zin omringende landen, zoals de lidstaten van de EU. Van geval tot geval zal worden bezien of de uitkomst van het onderzoek aanleiding biedt dit tegen te werpen in de procedure en de afgifte van de mvv te weigeren.
Het aantonen van bestendig verblijf zal steeds dienen te geschieden aan de hand van officiële documenten, afgegeven door de autoriteiten van het land waar de vreemdeling verblijft. Uit deze documenten zal telkens moeten blijken dat de vreemdeling aldaar rechtmatig verblijft, en voor welke periode. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij de vreemdeling. Indien daartoe voldoende concrete aanleiding bestaat, kan nader onderzoek worden ingesteld naar de redenen om vanuit dit derde land, niet zijnde het land van herkomst, verblijf in Nederland te vragen. Dit zou zich bijvoorbeeld kunnen voordoen wanneer binnen zeer korte tijd nadat in dit derde land om verblijf aldaar is gevraagd, de vreemdeling een aanvraag voor verblijf hier te lande indient, via de mvv-procedure. Niet is het de bedoeling dat zo op oneigenlijke wijze gebruik wordt gemaakt van de mvv-procedure. Hierbij kan met name gedacht worden aan mvv-aanvragen ingediend in de Nederland in ruime zin omringende landen, zoals de lidstaten van de EU. Van geval tot geval zal worden bezien of de uitkomst van het onderzoek aanleiding biedt dit tegen te werpen in de procedure en de afgifte van de mvv te weigeren.
De aanvraag tot het verlenen van een mvv van een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft wordt afgewezen (zie REK-uitspraak van 16 maart 1995; RV 1995, 44). De mvv wordt verleend om legale binnenkomst in Nederland mogelijk te maken voor een vreemdeling die verblijf langer dan drie maanden in Nederland beoogt. Een mvv kan niet worden verleend om de binnenkomst in Nederland achteraf te legaliseren. Indien de vreemdeling op grond van artikel 8, aanhef en onder f, dan wel h, Vw rechtmatig in Nederland verblijft, wordt de aanvraag tot het verlenen van een mvv eveneens afgewezen.
Indien de vreemdeling op grond van artikel 8, aanhef en onder i, Vw rechtmatig in Nederland verblijft gedurende de vrije termijn en er sprake is van een aanvraag tot het verlenen van een mvv, staat zulks niet noodzakelijk aan een inhoudelijke beoordeling van deze aanvraag in de weg. Uit de lengte van de periode waarin en het doel waarvoor de vreemdeling in Nederland verblijft, moet wel blijken dat dit verblijf in Nederland niet gericht is op het omzeilen van het vereiste van een mvv.
De mvv is een nationaal visum. De bevoegdheid tot afgifte van een mvv ligt bij de Minister van BuZa. De Minister van BuZa heeft in een groot aantal gevallen van zijn bevoegdheid mandaat verleend aan het Hoofd van de Visadienst. Als Hoofd van de Visadienst is aangewezen het Hoofd van de IND.
Uit de besluiten zal altijd moeten blijken dat het gaat om een bevoegdheid van de Minister van BuZa. Alle beslissingen ten aanzien van mvvs dienen steeds namens de Minister van BuZa te worden genomen. De mvv kan worden afgegeven door een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland na voorafgaande machtiging van de Visadienst van het Ministerie van BuZa.
De mvv is een nationaal visum. De bevoegdheid tot afgifte van een mvv ligt bij de Minister van BuZa. De Minister van BuZa heeft in een groot aantal gevallen van zijn bevoegdheid mandaat verleend aan het Hoofd van de Visadienst. Als Hoofd van de Visadienst is aangewezen het Hoofd van de IND. Uit de besluiten zal altijd moeten blijken dat het gaat om een bevoegdheid van de Minister van BuZa. Alle beslissingen ten aanzien van mvvs dienen steeds namens de Minister van BuZa te worden genomen. De mvv kan worden afgegeven door een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland na voorafgaande machtiging van de Visadienst van het Ministerie van BuZa.
Er is voor mvv-aanvragen geen wettelijke beslistermijn. Ingevolge artikel 4:13 juncto 4:14 Awb dient binnen een redelijke termijn te worden beslist. Een termijn van drie maanden wordt redelijk geacht. In elk geval wordt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag bericht binnen welke termijn een beslissing kan worden verwacht (zie artikel 4:14 Awb). De Algemene Termijnenwet is van toepassing (zie B1/10.2.1).
@ -199,7 +193,7 @@ Voor bedrijven, onderwijsinstellingen (hieronder begrepen: onderzoeksinstellinge
Uit de aard van de verkorte mvv-procedure volgt dat deze procedure uitsluitend is bedoeld voor verzoeken om advies waarbij criteria gelden die duidelijk en eenvoudig (en daardoor snel) te toetsen zijn. Daarom is de verkorte mvv-procedure alleen mogelijk voor verzoeken om advies in het kader van arbeid in loondienst (inclusief stage), (de voorbereiding op) studie (uitsluitend hoger onderwijs) en culturele uitwisseling. Uitzondering betreft het verzoek om advies, onder bepaalde voorwaarden, in het kader van gezinshereniging (zie B1/1.5.5).
Een verzoek tot het verlenen van een mvv in de verkorte procedure zal bij inwilliging leiden tot afgifte van een D+C visum, met een geldigheid van 90 dagen vanaf de dag van afgifte van het C-deel, goed voor meerdere reizen (zie verder A2/4.3.3.2).
Een verzoek tot het verlenen van een mvv in de verkorte procedure zal bij inwilliging leiden tot afgifte van een D-visum. Met dit D-visum mag de vreemdeling in een periode van drie maanden binnen zes maanden op het grondgebied van de lidstaten circuleren.
Het verzoek om als convenanthouder te worden toegelaten tot de verkorte mvv-procedure en alle verzoeken om advies die via de verkorte mvv-procedure worden ingediend, moeten worden gericht aan de IND.
@ -2908,7 +2902,7 @@ Vanaf 1 oktober 2009 is het als gevolg van de Wet dwangsom en beroep bij niet ti
De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt vier weken (artikel 69, eerste lid, Vw). Dat geldt ook voor bezwaar en beroep tegen (feitelijke) rechtens relevante handelingen van een bestuursorgaan ten aanzien van een vreemdeling als zodanig, die ingevolge artikel 72, derde lid, Vw met een beschikking zijn gelijkgesteld. De termijn begint op de dag na die waarop de beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
Het beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan pas worden ingediend als het bestuursorgaan in gebreke is en er twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke heeft gesteld (zie artikel 6:12, tweede lid, Awb). Het indienen van een beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit (artikel 6:12, eerste lid, Awb) is niet aan een termijn gebonden, met dien verstande dat bij een onredelijk late indiening een niet-ontvankelijk verklaring kan volgen (artikel 6:12, vierde lid, Awb). Tenzij de beslistermijn is opgeschort (op grond van artikel 25, tweede lid, Vw of artikel 4:15 Awb), bedraagt de termijn waarbinnen een beschikking op een aanvraag omtrent een verblijfsvergunning regulier moet worden gegeven zes maanden. Voor visum- en mvv-aanvragen is er geen wettelijke beslistermijn. De beslissing moet genomen worden binnen een redelijke termijn. Die termijn bedraagt drie maanden. In elk geval wordt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag bericht binnen welke termijn een beslissing kan worden verwacht (artikel 4:14 Awb en B1/1).
Het beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan pas worden ingediend als het bestuursorgaan in gebreke is en er twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke heeft gesteld (zie artikel 6:12, tweede lid, Awb). Het indienen van een beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit (artikel 6:12, eerste lid, Awb) is niet aan een termijn gebonden, met dien verstande dat bij een onredelijk late indiening een niet-ontvankelijk verklaring kan volgen (artikel 6:12, vierde lid, Awb). Tenzij de beslistermijn is opgeschort (op grond van artikel 25, tweede lid, Vw of artikel 4:15 Awb), bedraagt de termijn waarbinnen een beschikking op een aanvraag omtrent een verblijfsvergunning regulier moet worden gegeven zes maanden. Voor mvv-aanvragen is er geen wettelijke beslistermijn. De beslissing moet genomen worden binnen een redelijke termijn. Die termijn bedraagt drie maanden. In elk geval wordt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag bericht binnen welke termijn een beslissing kan worden verwacht (artikel 4:14 Awb en B1/1).
##### 10.2.1. Tijdig indienen bezwaarschrift of (administratief) beroep
@ -7077,34 +7071,49 @@ Indien buiten enige twijfel vaststaat dat de medische behandeling blijvend aan N
De in Nederland verblijvende of meereizende gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling kunnen op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij de hoofdpersoon tijdens diens medische behandeling. Dit beleid heeft betrekking op de volgende gezinsleden:
(huwelijks)partner
juridische minderjarige kinderen
• (huwelijks)partner die eenentwintig jaar of ouder is;
• juridische of biologische minderjarige kinderen die onder rechtmatig gezag van de hoofdpersoon vallen.
Als de hoofdpersoon een minderjarig kind is, kunnen de volgende gezinsleden in aanmerking komen voor verblijf als hier bedoeld:
juridische ouders
minderjarige broers en zussen die feitelijk behoren tot het gezin.
• juridische of biologische ouders, voor zover het kind dat in Nederland verblijft onder rechtmatig gezag staat van deze ouders;
minderjarige broers en zussen die feitelijk behoren tot het gezin voor zover aan hun biologische of juridische ouders, onder wierrechtmatig gezag zij staan, verblijf in Nederland is toegestaan als gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling.
Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning zoals hier bedoeld dienen zij aan de volgende voorwaarden te voldoen:
de gezinsleden verblijven samen met de verblijfhouder in Nederland;
de familierechtelijke relatie is aangetoond;
de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding;
de vreemdeling vormt geen gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
• de gezinsleden verblijven samen met de verblijfhouder in Nederland en voeren een gemeenschappelijke huishouding;
• de familierechtelijke relatie is aangetoond;
• de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding;
• de vreemdeling vormt geen gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid;
• de gezinsleden zijn bereid om medewerking te verlenen aan een medisch onderzoek naar een ziekte aangewezen bij of krachtens de Infectieziektewet, ter bescherming van de volksgezondheid of een medische behandeling tegen een dergelijke ziekte te ondergaan;
• de hoofdpersoon beschikt duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan (zie ook hieronder onder *middelen van bestaan*).
Zie voor de wijze waarop aangetoond moet worden dat aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan B1/4 en B2 Vc.
Als de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een geregistreerd partnerschap is verbonden wordt de verblijfsvergunning slechts verleend aan één echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner tegelijkertijd, alsmede aan de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen. Ook indien de in Nederland verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking.
In deze situatie kan met toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vb vrijstelling van het mvv-vereiste worden verleend.
Zie voor een nadere uitwerking van bovengenoemde voorwaarden en voor de wijze waarop de vreemdeling moet aantonen aan bovengenoemde voorwaarden te voldoen B1/4 en B2 Vc.
In afwijking van het bepaalde in B1 wordt voorts de aanvraag in de in de eerste alinea genoemde gevallen niet afgewezen om de reden dat de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan indien het een gezinslid betreft van een houder van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling verleend nadat ten minste een jaar direct voorafgaande aan de aanvraag tegen de uitzetting beletselen hebben bestaan als bedoeld in artikel 64 Vw
Aan in Nederland verblijvende gezinsleden zoals hier bedoeld, die met de hoofdpersoon zijn meegereisd, kan met toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vb vrijstelling van het mvv-vereiste worden verleend.
*Middelen van bestaan*
In afwijking van het bepaalde in B1 Vc wordt voorts de aanvraag niet afgewezen om de reden dat de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan indien het een gezinslid betreft van een houder van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling die is verleend nadat ten minste een jaar direct voorafgaande aan de aanvraag tegen de uitzetting beletselen hebben bestaan als bedoeld in artikel 64 Vw.
In overige gevallen geldt het volgende:
• als de hoofdpersoon zelf het verblijf in Nederland van de gezinsleden financiert dan moet de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikken over een inkomen dat ten minste gelijk is aan het toepasselijke normbedrag, bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, Vb dan wel artikel 3.19, tweede lid, VV;
• als het verblijf in Nederland van de hoofdpersoon door een derde wordt gefinancierd moet de financier voldoen aan de toepasselijke norm voor zichzelf aangevuld met het toepasselijke normbedrag, bedoeld in artikel 3.19, vijfde lid, VV.
*Beperking, duur, aard van het verblijfsrecht en aantekeningen*
Om te verzekeren dat de gezinsleden slechts verblijf krijgen gedurende de medische behandeling van de hoofdpersoon, wordt aan hen een verblijfsvergunning verleend onder de beperking: verblijf bij (naam hoofdpersoon) met dezelfde geldigheidsduur als die van de hoofdpersoon.
Het verblijfsrecht is in deze gevallen conform artikel 3.5, tweede lid, onder a, Vb tijdelijk van aard. Houders van de verblijfsvergunning zoals hier bedoeld komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw.
De arbeidsmarktaantekening luidt arbeid niet toegestaan.
Op het verblijfsdocument wordt de aantekening een beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht gesteld.
In het geval dat de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 14 Vw wordt verleend aan een gezinslid van een houder van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling nadat ten minste een jaar direct voorafgaande aan de aanvraag tegen de uitzetting beletselen hebben bestaan als bedoeld in artikel 64 Vw wordt laatstgenoemde aantekening niet op het verblijfsdocument geplaatst.
In het geval dat de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 14 Vw wordt verleend aan een gezinslid van een houder van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling die is verleend nadat ten minste een jaar direct voorafgaande aan de aanvraag tegen de uitzetting beletselen hebben bestaan als bedoeld in artikel 64 Vw wordt laatstgenoemde aantekening niet op het verblijfsdocument geplaatst.
De bepalingen omtrent het voortgezet verblijf van B16/3 zijn op deze gezinsleden niet van toepassing gelet op het bijzondere karakter van het beleid inzake medische behandeling.
@ -7656,7 +7665,11 @@ Onderdanen van de EU, EER, en van Zwitserland zijn niet verplicht hun aanwezighe
#### 2.4. Aantonen identiteit en nationaliteit van een lidstaat
Om met succes beroep te kunnen doen op het gestelde in artikel 8.7 Vb en verder, dienen EU/EER onderdanen of Zwitserse onderdanen een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort over te leggen (conform bijlage IV GVI) dan wel op andere wijze ondubbelzinnig (zonder enige twijfel) hun identiteit en nationaliteit aan te tonen. De identiteitskaart of het paspoort dient overeenkomstig de wetgeving in de Lidstaat, waarvan zij onderdaan zijn, te zijn verstrekt. Hierop dient de nationaliteit van de onderdaan van de Lidstaat te zijn vermeld. Het enkele verlopen van de identiteitskaart of paspoort gedurende het rechtmatig verblijf in Nederland leidt niet tot verblijfsbeëindiging.
Om met succes beroep te kunnen doen op het gestelde in artikel 8.7 Vb en verder, dienen EU/EER onderdanen of Zwitserse onderdanen een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort over te leggen dan wel op andere wijze ondubbelzinnig (zonder enige twijfel) hun identiteit en nationaliteit aan te tonen. De identiteitskaart of het paspoort dient overeenkomstig de wetgeving in de Lidstaat, waarvan zij onderdaan zijn, te zijn verstrekt. Hierop dient de nationaliteit van de onderdaan van de Lidstaat te zijn vermeld. Het enkele verlopen van de identiteitskaart of paspoort gedurende het rechtmatig verblijf in Nederland leidt niet tot verblijfsbeëindiging.
De vreemdeling, die reeds in Nederland verblijft en stelt rechten te ontlenen aan het EG-Verdrag of de Overeenkomst EG-Zwitserland, maar geen geldige identiteitskaart of een geldig paspoort, heeft overgelegd noch op andere wijze ondubbelzinnig zijn identiteit en nationaliteit heeft aangetoond, wordt alsnog in de gelegenheid gesteld om dit over te leggen. Hiervoor dient een redelijke termijn te worden gegeven van twee weken.
Indien de vreemdeling hieraan geen gevolg geeft, is niet vastgesteld dat hij de nationaliteit heeft van een lidstaat van de EU/EER of van Zwitserland. Hij verblijft daarmee niet rechtmatig in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw in Nederland. Op grond van artikel 61, eerste lid, Vw dient de vreemdeling met inachtneming van artikel 62 Vw Nederland uit eigen beweging te verlaten. Wanneer hij dat niet doet, kan hij ingevolge artikel 63 Vw worden uitgezet door of namens de Minister (zie B10/7.1).
#### 2.5. Rechtmatig verblijf