diff --git a/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md b/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md index 8f81708dc67..3a31057f063 100644 --- a/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md +++ b/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md @@ -22,7 +22,7 @@ Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt vers a. scheepsafvalstoffen: de in de onderdelen b tot en met d nader bepaalde afvalstoffen; b. olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen: afgewerkte olie, bilgewater en overige olie- of vethoudende afvalstoffen die bij het in bedrijf zijn of het onderhoud van een schip aan boord ontstaan; -c. afval van de lading: ladingrestanten dan wel afvalwater dat ladingrestanten bevat; +c. afval van de lading: afval en afvalwater, dat in verband met de lading aan boord van het schip ontstaat. Hiertoe behoren niet de restlading, dampen en overslagresten, bedoeld in Deel B van de Uitvoeringsregeling; d. overige scheepsafvalstoffen: afvalwater, huisvuil, zuiveringsslib, slops en gevaarlijke afvalstoffen, voorzover die afvalstoffen bij het in bedrijf zijn of het onderhoud van een schip aan boord ontstaan en niet vallen onder olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen of afval van de lading; e. afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of voorwerpen waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; f. afvalwater: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; @@ -31,14 +31,16 @@ h. schipper: de gezagvoerder van een schip of degene, die deze vervangt; i. zeeschip: een schip dat is toegelaten voor de zee- of kustvaart en overwegend daartoe is bestemd; j. exploitant van een schip: de eigenaar, de rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van het schip; k. gemotoriseerd schip: een schip waarvan de hoofd- of hulpmotoren, met uitzondering van ankerliermotoren, verbrandingsmotoren zijn; -l. ontvangstvoorziening: voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen bedoeld schip of bedoelde locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht; -m. bevoegde autoriteit: de autoriteit of autoriteiten die ten aanzien van een vaarweg voor de toepassing van artikel 1.15, tweede lid, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, artikel 1.15, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement, artikel 1.15 van het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas of artikel 43 van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, is of zijn aangewezen bij of krachtens het desbetreffende reglement dan wel, binnen het toepassingsgebied van het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 of het Scheepvaartreglement Eemsmonding: de Rijkshavenmeester Westerschelde, onderscheidenlijk de bevoegde autoriteit, aangewezen ingevolge artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Scheepvaartreglement Eemsmonding; -n. verdrag: het op 9 september 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (Trb. 1996, 293): -o. Uitvoeringsregeling: bijlage 2, behorende bij het verdrag; -p. conferentie: de Conferentie der Verdragsluitende Partijen, bedoeld in artikel 14 van het verdrag; -q. internationaal orgaan: het Internationale Verevenings- en Coördinatieorgaan, bedoeld in artikel 10 van het verdrag; -r. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; -s. afgewerkte olie: afgewerkte olie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit inzamelen afvalstoffen. +l. ontvangstvoorziening: een vaste of mobiele inrichting, door de bevoegde autoriteiten toegelaten voor het in ontvangst nemen van scheepsafval of dampen; +m. exploitant van de ontvangstvoorziening: degene die beroepsmatig een ontvangstvoorziening exploiteert; +n. bevoegde autoriteit: de autoriteit of autoriteiten die ten aanzien van een vaarweg voor de toepassing van artikel 1.15, tweede lid, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, artikel 1.15, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement, artikel 1.15 van het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas of artikel 43 van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, is of zijn aangewezen bij of krachtens het desbetreffende reglement dan wel, binnen het toepassingsgebied van het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 of het Scheepvaartreglement Eemsmonding: de Rijkshavenmeester Westerschelde, onderscheidenlijk de bevoegde autoriteit, aangewezen ingevolge artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Scheepvaartreglement Eemsmonding; +o. verdrag: het op 9 september 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (Trb. 1996, 293): +p. Uitvoeringsregeling: bijlage 2, behorende bij het verdrag; +q. conferentie: de Conferentie der Verdragsluitende Partijen, bedoeld in artikel 14 van het verdrag; +r. internationaal orgaan: het Internationale Verevenings- en Coördinatieorgaan, bedoeld in artikel 10 van het verdrag; +s. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; +t. afgewerkte olie: afgewerkte olie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit inzamelen afvalstoffen; +u. dampen: gasvormige uit vloeibare lading vervluchtigende verbindingen (gasvormige restanten van vloeibare lading). **2.** @@ -64,16 +66,20 @@ f. verenigbare transporten: transporten waarbij tijdens opeenvolgende reizen in g. overslagresten: lading die bij de overslag buiten de laadruimen of de ladingtanks op het schip terechtkomt; h. leidingsysteem: alle leidingen waarin zich vloeibare of gasvormige lading kan bevinden, met inbegrip van de bijbehorende pompen, filters en afsluitinrichtingen; i. restlading: lading die na het lossen doch zonder nalossen in de ladingtank, het leidingsysteem of het laadruim van een schip is achtergebleven; -j. nalossen: het uit de laadruimen, ladingtanks en het leidingsysteem van een schip verwijderen van restlading en het van een schip verwijderen van verpakkings- en stuwmateriaal; -k. nalenssysteem: een systeem voor het nalossen van de ladingtanks en het leidingsysteem van een schip; -l. nagelensde ladingtank: een ladingtank van een schip waaruit de restlading is verwijderd met behulp van een nalenssysteem en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; -m. ladingrestanten: vloeibare lading die zich in een ladingtank of het leidingsysteem van een schip bevindt en daaruit niet met behulp van het nalenssysteem kan worden verwijderd, dan wel droge lading die zich in een laadruim van een schip bevindt en daaruit niet kan worden verwijderd met behulp van bezems of veegmachines, dan wel, indien de losstandaard vacuümschoon van toepassing is, met behulp van vacuümreinigers; -n. bezemschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van bezems of veegmachines en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; -o. vacuümschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van vacuümreinigers en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; -p. wassen: het verwijderen van ladingrestanten met behulp van stoom of water; -q. gewassen laadruim of ladingtank: een laadruim of ladingtank met aansluitend leidingsysteem, dat onderscheidenlijk die na het wassen in beginsel voor elke soort lading geschikt is; -r. waswater: afvalwater dat afkomstig is van het wassen van een laadruim dan wel een ladingtank of het leidingsysteem, dan wel een gangboord of andere licht vervuilde oppervlakte van een schip; -s. losverklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 53, derde lid, dan wel een buiten Nederland opgestelde verklaring als bedoeld in artikel 6.03 van de Uitvoeringsregeling. +j. uitstoten van dampen: elk afblazen van dampen uit een gesloten ladingtank met uitzondering van het ontspannen van de tank om de luiken te openen en om de dampconcentratie te meten alsmede bij het inschakelen van de veiligheidsventielen; +k. nalossen: het uit de laadruimen, ladingtanks en het leidingsysteem van een schip verwijderen van restlading en het van een schip verwijderen van verpakkings- en stuwmateriaal; +l. nalenssysteem: een systeem voor het nalossen van de ladingtanks en het leidingsysteem van een schip; +m. nagelensde ladingtank: een ladingtank van een schip waaruit de restlading is verwijderd met behulp van een nalenssysteem en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; +n. ladingrestanten: vloeibare lading die zich in een ladingtank of het leidingsysteem van een schip bevindt en daaruit niet met behulp van het nalenssysteem kan worden verwijderd, dan wel droge lading die zich in een laadruim van een schip bevindt en daaruit niet kan worden verwijderd met behulp van bezems of veegmachines, dan wel, indien de losstandaard vacuümschoon van toepassing is, met behulp van vacuümreinigers; +o. bezemschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van bezems of veegmachines en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; +p. vacuümschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van vacuümreinigers en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; +q. wassen: het verwijderen van ladingrestanten met behulp van stoom of water; +r. gewassen laadruim of ladingtank: een laadruim of ladingtank met aansluitend leidingsysteem, dat onderscheidenlijk die na het wassen in beginsel voor elke soort lading geschikt is; +s. waswater: afvalwater dat afkomstig is van het wassen van een laadruim dan wel een ladingtank of het leidingsysteem, dan wel een gangboord of andere licht vervuilde oppervlakte van een schip; +s. losverklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 53, derde lid, dan wel een buiten Nederland opgestelde verklaring als bedoeld in artikel 6.03 van de Uitvoeringsregeling; +t. ontgassen: verwijderen van dampen, overeenkomstig aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling, uit een nagelensde ladingtank bij een ontvangstvoorziening door gebruik te maken van hiervoor geschikte procedures en technieken; +u. ventileren: rechtstreekse afgifte van dampen uit de ladingtank aan de atmosfeer; +v. ontgaste of geventileerde tank: ladingtank waaruit de dampen, overeenkomstig de ontgassingsstandaarden van aanhangsel IIIa, behorende bij de Uitvoeringsregeling, zijn verwijderd. **4.** @@ -114,7 +120,7 @@ Het in het oppervlaktewaterlichaam brengen van stoffen bedoeld in de artikelen 6 ### Artikel 4 -Het is verboden scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading vanaf een schip in een oppervlaktewaterlichaam te brengen, behoudens voorzover elders in dit besluit anders is bepaald. +Het is verboden scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading vanaf een schip in een oppervlaktewaterlichaam te brengen of dampen in de atmosfeer uit te stoten, behoudens voorzover elders in dit besluit anders is bepaald. ### Artikel 5 @@ -122,7 +128,7 @@ Het verbod, bedoeld in artikel 4, is niet van toepassing ten aanzien van het i ### Artikel 6 -**1.** Indien vanaf een schip scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading in een oppervlaktewaterlichaam geraken of dreigen te geraken, waarschuwt de schipper onverwijld de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit, tenzij het een geval betreft als bedoeld in artikel 4, laatste zinsnede, of artikel 5. +**1.** Indien vanaf een schip scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading in een oppervlaktewaterlichaam geraken of dreigen te geraken of dampen ten aanzien waarvan in aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling ontgassing voorgeschreven is, vrijkomen of dreigen vrij te komen, waarschuwt de schipper onverwijld de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit, tenzij het een geval betreft als bedoeld in artikel 4, laatste zinsnede, of artikel 5. **2.** Bij de toepassing van het eerste lid geeft de schipper de plaats van het voorval alsmede de hoeveelheid en de aard van de afvalstoffen of de lading zo nauwkeurig mogelijk aan. @@ -344,13 +350,13 @@ In afwijking van artikel 30 is dit hoofdstuk niet van toepassing op het laden of ### Artikel 32 -**1.** Het is verboden een stof, preparaat of ander product, behorende tot een goederensoort die is vermeld in aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling in of op een schip te laden, tenzij degene die laadt het bepaalde in de artikelen 40, 41, eerste lid, en 61 in acht neemt. +**1.** Het is verboden een stof, preparaat of ander product, behorende tot een goederensoort die is vermeld in aanhangsel III of aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling in of op een schip te laden, tenzij degene die laadt het bepaalde in de artikelen 40, 41, eerste lid, en 61 in acht neemt. -**2.** Het is verboden een stof, preparaat of ander produkt, behorende tot een goederensoort die is vermeld in aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling uit of van een schip te lossen, tenzij degene die lost het bepaalde in de artikelen 41, tweede lid, 42, 43, 45, 47, 53, 57 en 60 in acht neemt. +**2.** Het is verboden een stof, preparaat of ander produkt, behorende tot een goederensoort die is vermeld in aanhangsel III of aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling uit of van een schip te lossen, tenzij degene die lost het bepaalde in de artikelen 41, tweede lid, 42, 43, 45, 47, 53, 57 en 60 in acht neemt. **3.** Het eerste lid, dan wel het tweede lid is niet van toepassing indien het laden, onderscheidenlijk het lossen, plaatsvindt in een overslaginstallatie. -**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling. +**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot aanhangsel III of aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling. ### Artikel 33 @@ -396,7 +402,16 @@ Bij het laden wordt in het vervoersdocument de bij regeling van Onze Minister te **1.** Bij het laden wordt het schip vrij van overslagresten gehouden. Zijn er toch overslagresten ontstaan, dan worden deze na het laden van het schip verwijderd en zo veel mogelijk toegevoegd aan de lading. -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het lossen. +**2.** + +Tot het laden en lossen van een schip behoren ook de maatregelen tot nalossen alsmede: + +a. bij wassen, voor het wassen en +b. bij ontgassen, voor het ontgassen, + +die ingevolge Deel B van de Uitvoeringsregeling zijn vereist. De restlading behoort zo veel mogelijk aan de lading te worden toegevoegd. + +**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het lossen. ### Artikel 42 @@ -408,7 +423,7 @@ Bij het laden wordt in het vervoersdocument de bij regeling van Onze Minister te ### Artikel 43 -**1.** Aansluitend aan het lossen van vloeibare lading uit een ladingtank van een schip wordt met behulp van een leiding die wordt aangesloten op het nalenssysteem van het schip de in de ladingtank achtergebleven restlading verwijderd, zodanig dat de losstandaard nagelensde ladingtank wordt bereikt. +**1.** Aansluitend aan het lossen van vloeibare lading uit een ladingtank van een schip wordt met behulp van een leiding die wordt aangesloten op het nalenssysteem van het schip de in de ladingtank achtergebleven restlading verwijderd, zodanig dat de losstandaard overeenkomstig aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling in de nagelensde ladingtank wordt bereikt. **2.** Aansluitend aan de toepassing van het eerste lid ten aanzien van alle ladingtanks van het schip wordt dat lid overeenkomstig toegepast ten aanzien van het leidingsysteem van het schip. @@ -420,11 +435,13 @@ Bij het laden wordt in het vervoersdocument de bij regeling van Onze Minister te De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de artikelen 41 tot en met 43. -### Paragraaf 3.5. Wasverplichting en voorschriften ten aanzien van afvalwater +### Paragraaf 3.5. Was- en ontgasverplichting en voorschriften ten aanzien van afvalwater en dampen ### Artikel 45 -In bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen wordt na lossing de laadruimte of de ladingtank gewassen en wordt afvalwater dat ladingrestanten bevat ingenomen en behandeld en daarna op de bedrijfsriolering geloosd onderscheidenlijk in de laadruimte of de ladingtank achtergelaten. +**1.** In bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen wordt na lossing de laadruimte of de ladingtank gewassen overeenkomstig de losstandaarden en de afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling en wordt afvalwater dat ladingrestanten bevat ingenomen en behandeld en daarna op de bedrijfsriolering geloosd onderscheidenlijk in de laadruimte of de ladingtank achtergelaten. + +**2.** In bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen wordt na lossing de ladingtank ontgast overeenkomstig de ontgassingsstandaarden in Aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling. ### Artikel 46 @@ -434,7 +451,9 @@ Vervallen **1.** Voor het wassen, bedoeld in artikel 45, kan de schipper een voorziening buiten de losplaats worden toegewezen, mits hem daarbij tevens, in afwijking van artikel 45, in overleg met de exploitant van het schip een ontvangstvoorziening wordt toegewezen voor het afgeven van het afvalwater dat zich na het wassen in het laadruim of de ladingtank en het leidingsysteem bevindt. -**2.** De aangewezen ontvangstvoorziening is gelegen in de nabijheid van de losplaats of op de route van het schip. +**2.** Bij vloeibare lading, waarbij dampen ontstaan die een ontgassing vereisen zoals bedoeld in artikel 70, tweede lid, onderdeel c, is de afzender verplicht de vervoerder in de vervoersovereenkomst een ontvangstvoorziening toe te wijzen, waar het schip na het lossen, met inbegrip van het nalossen en de verwijdering van de overslagresten, ontgast moet worden. + +**3.** De aangewezen ontvangstvoorziening is gelegen in de nabijheid van de losplaats of op de route van het schip. ### Artikel 48 @@ -488,8 +507,9 @@ a. hij zich er van vergewist heeft, dat 1°. de overslagresten zijn verwijderd; 2°. alle geloste laadruimen zijn nagelost of ladingtanks nagelensd; -3°. voldaan is aan de wasverplichting indien die van toepassing is, dan wel hem daartoe overeenkomstig artikel 47 een voorziening is toegewezen en +3°. voldaan is aan de wasverplichting overeenkomstig de losstandaarden en de afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling, indien die van toepassing is, dan wel hem daartoe overeenkomstig artikel 47 een voorziening is toegewezen; 4°. indien artikel 45 van toepassing of van overeenkomstige toepassing is, het afvalwater dat ladingrestanten bevat is ingenomen dan wel hem daartoe een ontvangstvoorziening is toegewezen, en +5°. voldaan is aan de ontgassingsverplichting en de toepasselijke ontgassingsstandaarden van aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling, dan wel hem daartoe overeenkomstig artikel 47 een voorziening is toegewezen. b. hij voldaan heeft aan het bepaalde in artikel 54. ### Artikel 56 @@ -506,13 +526,15 @@ Het ingevolge artikel 54, tweede lid, terug ontvangen exemplaar van de losverkla **1.** Indien de laadruimten en ladingtanks van schepen worden ingezet voor verenigbare transporten wordt dit schriftelijk aangetoond door de schipper. De ladingontvanger dan wel de overslaginstallatie vult in dat geval de toepasselijke rubriek van de losverklaring in. -**2.** De schipper zorgt ervoor dat het in de eerste regel van het eerste lid bedoelde schriftelijke bewijs tot na de beëindiging van het lossen van de verenigbare vervolglading aan boord aanwezig is. +**2.** Een ladingtank van schepen die verenigbare transporten uitvoeren hoeft niet ontgast te worden voor zover bij een volgende belading de dampen overeenkomstig Aanhangsel IIIa door de overslaginstallatie worden opgevangen en niet in de atmosfeer terechtkomen. De vervoerder dient dit schriftelijk in de losverklaring te kunnen aantonen. -**3.** Indien op het moment van het lossen de vervolglading nog niet bekend is, maar verwacht wordt dat die verenigbaar zal zijn, kan de toepassing van de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen worden uitgesteld. +**3.** De schipper zorgt ervoor dat het in de eerste regel van het eerste lid bedoelde schriftelijke bewijs tot na de beëindiging van het lossen van de verenigbare vervolglading aan boord aanwezig is. -**4.** De in artikel 70 bedoelde afzender en de in artikel 71 bedoelde ontvanger wijzen voorlopig een ontvangstvoorziening als bedoeld in artikel 47 aan en vullen dit in de toepasselijke rubrieken op de losverklaring in. +**4.** Indien op het moment van het lossen de vervolglading nog niet bekend is, maar verwacht wordt dat die verenigbaar zal zijn, kan de toepassing van de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen worden uitgesteld. -**5.** Een ladingruim en ladingtank behoeven niet gewassen te worden wanneer, voordat de in het vierde lid bedoelde ontvangstvoorziening wordt aangelopen, aantoonbaar vaststaat dat de vervolglading verenigbaar is. De schipper vult dit in bij de toepasselijke rubriek op de losverklaring en zorgt ervoor dat deze tot en met het lossen van de verenigbare vervolglading aan boord aanwezig is. +**5.** De in artikel 70 bedoelde afzender en de in artikel 71 bedoelde ontvanger wijzen voorlopig een ontvangstvoorziening als bedoeld in artikel 47 aan en vullen dit in de toepasselijke rubrieken op de losverklaring in. + +**6.** Een ladingruim en ladingtank behoeven niet gewassen te worden wanneer, voordat de in het vierde lid bedoelde ontvangstvoorziening wordt aangelopen, aantoonbaar vaststaat dat de vervolglading verenigbaar is. De schipper vult dit in bij de toepasselijke rubriek op de losverklaring en zorgt ervoor dat deze tot en met het lossen van de verenigbare vervolglading aan boord aanwezig is. ### Artikel 59 @@ -529,7 +551,7 @@ Vervallen Ingeval van eenheidstransporten wordt voor de aanvang van het laden overeenkomstige toepassing gegeven aan de artikelen 45 en 47 ten aanzien van het regenwater en het buiswater dat na beëindiging van de voorafgaande lossing in het laadruim terecht is gekomen. -### Paragraaf 3.8. Lozing van afvalwater +### Paragraaf 3.8. Lozing van afvalwater of uitstoten van dampen ### Artikel 62 @@ -549,15 +571,21 @@ a. ballastwater uit ballasttanks, ballastwater dat blijkens een losverklaring we b. waswater dat afkomstig is van een bezemschone gangboord of van een andere licht verontreinigde oppervlakte van het schip of c. afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen een losstandaard is aangegeven en dat, blijkens een losverklaring die voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6, afkomstig is uit een laadruim of ladingtank waaruit de restlading is verwijderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4. +**3.** In afwijking van het verbod van artikel 4 kunnen dampen, ten aanzien waarvan de afgifte aan de atmosfeer door middel van ventileren overeenkomstig Aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling uitdrukkelijk is toegestaan, in de atmosfeer worden gebracht. + +**4.** In afwijking van het verbod van artikel 4 kunnen dampen, met inachtneming van de bepalingen van aanhangsel IIIa, behorende bij de Uitvoeringsregeling en onderdeel 7.2.3.7 van het ADN, worden uitgestoten indien dit wordt vereist door een onvoorzien verblijf op de scheepswerf of door een onvoorziene reparatie ter plaatse door een scheepswerf of een andere gespecialiseerde onderneming en de dampen niet naar een ontvangstvoorziening kunnen worden afgevoerd. Daarbij moet de plaats waar de dampen worden uitgestoten alsmede de hoeveelheid en de aard van de stof of de dampen zo nauwkeurig mogelijk worden aangeven. + ### Artikel 63 In afwijking van artikel 6 behoeft de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit niet te worden gewaarschuwd indien afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in kolom 3 of 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven, in een oppervlaktewaterlichaam geraakt of dreigt te geraken. -### Paragraaf 3.9. Transport, afgifte en ontvangst van afvalwater +### Paragraaf 3.9. Transport, afgifte en ontvangst van afvalwater en dampen ### Artikel 64 -Indien afvalwater ingevolge het bepaalde in artikel 47 of 61 moet worden afgegeven, brengt de schipper het afvalwater over naar de hem toegewezen ontvangstvoorziening en biedt het aldaar aan. +**1.** Indien afvalwater ingevolge het bepaalde in artikel 47 of 61 moet worden afgegeven, brengt de schipper het afvalwater over naar de hem toegewezen ontvangstvoorziening en biedt het aldaar aan. + +**2.** Indien dampen ingevolge het bepaalde in artikel 47 moeten worden afgegeven, brengt de schipper deze over naar de hem toegewezen ontvangstvoorziening en biedt deze aldaar aan. ### Artikel 65 @@ -575,17 +603,30 @@ Degene die een ontvangstvoorziening exploiteert, draagt er zorg voor dat afvalwa **1.** Het in ontvangst nemen van afvalwater dat ladingrestanten bevat wordt bevestigd door invulling en ondertekening van de daartoe bestemde rubrieken van de ingevolge artikel 66 voorgelegde losverklaring in tweevoud voorgelegde verklaringen. De ontvangstvoorziening bezorgt na ondertekening een exemplaar van de ondertekende losverklaring terug aan de schipper. -**2.** Degene die de ontvangstvoorziening exploiteert als bedoeld in artikel 67 bewaart een exemplaar van de door hem, de ladingontvanger of de overslaginstallatie, en de schipper ingevulde en ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden na afgifte in zijn administratie. +**2.** Indien het schip, overeenkomstig artikel 47, tweede lid, naar een ontvangstvoorziening voor het ontgassen is doorverwezen bevestigt de exploitant van deze voorziening de ontgassing van het schip in de losverklaring. -**3.** De schipper bewaart de van de ontvangstvoorziening terugontvangen ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden aan boord. +**3.** De exploitant van de ontvangstvoorziening voor het ontgassen dient een kopie van de door hem en de schipper ingevulde en ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden na afgifte in zijn bedrijfsadministratie te bewaren. -**4.** De exploitant van het schip bewaart de van de ontvangstvoorziening terugontvangen ondertekende losverklaring in zijn bedrijfsadministratie. +**4.** Degene die de ontvangstvoorziening exploiteert als bedoeld in artikel 67 bewaart een exemplaar van de door hem, de ladingontvanger of de overslaginstallatie, en de schipper ingevulde en ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden na afgifte in zijn administratie. + +**5.** De schipper bewaart de van de ontvangstvoorziening terugontvangen ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden aan boord. + +**6.** De exploitant van het schip bewaart de van de ontvangstvoorziening terugontvangen ondertekende losverklaring in zijn bedrijfsadministratie. ### Paragraaf 3.10. Privaatrechtelijke bepalingen ### Artikel 69 -De vervoerder stelt een schip voor vervoer van lading aan de afzender ter beschikking met bezemschone laadruimen dan wel nagelensde ladingtanks en vrij van overslagresten. +**1.** De vervoerder stelt een schip voor vervoer van lading aan de afzender ter beschikking met bezemschone laadruimen dan wel nagelensde of ontgaste ladingtanks en vrij van overslagresten. + +**2.** + +Indien het schip voor het laden niet overeenstemt met de voorgeschreven losstandaard en indien de ladingontvanger of afzender van het vorige transport zijn verplichtingen niet is nagekomen, draagt de vervoerder de kosten voor het nalossen en: + +a. bij het wassen, de kosten voor het wassen; +b. bij het ontgassen, de kosten voor het ontgassen, + +van het schip, alsook voor de inname en verwijdering van het afval van de lading. ### Artikel 70 @@ -596,8 +637,9 @@ De vervoerder stelt een schip voor vervoer van lading aan de afzender ter beschi De afzender is jegens de ontvanger en de vervoerder verplicht ter zake van het lossen van vloeibare lading van of uit een schip a. de in de artikelen 41, tweede lid, en 43 bedoelde maatregelen te treffen; -b. de in de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien het schip goederen heeft vervoerd waarvan de ladingrestanten overeenkomstig de losstandaarden en afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III bij de Uitvoeringsregeling niet met het waswater in het water geloosd mogen worden en -c. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater door een ontvangstvoorziening, alsmede voor wachttijden en omwegen die zijn ontstaan als gevolg van de toepassing van de onder a en b bedoelde maatregelen. +b. de in de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien het schip goederen heeft vervoerd waarvan de ladingrestanten overeenkomstig de losstandaarden en afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III bij de Uitvoeringsregeling niet met het waswater in het water geloosd mogen worden; +c. de in de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de ontgassingsverplichting en de daarbij ontstane dampen, indien uit de laatst afgegeven losverklaring blijkt dat het laadruim, onderscheidenlijk de ladingtank, na de vorige lossing ontgast is, en +d. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater of de onder c bedoelde dampen door een ontvangstvoorziening, alsmede voor wachttijden en omwegen die zijn ontstaan als gevolg van de toepassing van de onder a en b bedoelde maatregelen. ### Artikel 71