2006-08-01 | BWBR0002595 | Overgangswet W.V.O.
This commit is contained in:
parent
537539ffa5
commit
5c2cfd6de0
1 changed files with 12 additions and 45 deletions
|
|
@ -702,84 +702,51 @@ Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
|
|||
|
||||
### Artikel 108
|
||||
|
||||
**1.** Naast de bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in artikel 33, eerste lid onder *b*, van de Wet op het voortgezet onderwijs, gelden de in de bijlage bij deze wet genoemde bewijzen als bewijzen van bekwaamheid tot het geven van voortgezet onderwijs in de vakken en aan de scholen, in die bijlage aangegeven. Onze minister kan aan de bewijzen van bekwaamheid, genoemd in de bijlage, de bevoegdheid verbinden tot het geven van voortgezet onderwijs in andere vakken of aan andere scholen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze minister kan in de aanwijzing van de vakken en van de scholen, genoemd in de bijlage, beperkingen aanbrengen. Voor de bezitter van een bewijs van bekwaamheid die in de vijf jaren, voorafgaande aan het tijdstip waarop het ministerieel besluit in werking treedt, op grond van dit bewijs onderwijs heeft gegeven, geldt die beperking niet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
De bezitter van een bewijs van bekwaamheid, dat niet is genoemd in de bijlage bij deze wet, doch waaraan ingevolge de op 31 juli 1968 geldende voorschriften bevoegdheid tot het geven van onderwijs is verbonden, blijft bevoegd voor de soort van scholen, waartoe de in die voorschriften genoemde scholen ingevolge titel IV gaan behoren, indien hij tussen 31 augustus 1963 en 1 augustus 1968 op grond van dat bewijs onderwijs heeft gegeven.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 110
|
||||
|
||||
**1.** Tot een door Ons te bepalen datum kan Onze minister aan bewijzen van bekwaamheid, niet genoemd in de bijlage bij deze wet, de bevoegdheid verbinden tot het geven van voortgezet onderwijs in de vakken en aan de scholen, door hem aangegeven.
|
||||
|
||||
**2.** Tot een door Ons te bepalen datum kan Onze minister aan de bezitter van een in het buitenland behaald bewijs van bekwaamheid, ten aanzien waarvan het eerste lid niet is toegepast, de bevoegdheid verlenen tot het geven van voortgezet onderwijs in de vakken en aan de scholen, door hem aangegeven.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 110a
|
||||
|
||||
Onze minister regelt in welke gevallen, in afwijking van de voorschriften gegeven bij of krachtens de artikelen 108 tot en met 114, leraren die een bevoegdheid bezitten of worden geacht te bezitten voor bepaalde soorten van onderwijs, tevens tot een bepaald aantal lessen onderwijs kunnen geven in het desbetreffende vak of de combinatie van vakken in een soort van onderwijs, waarvoor zij niet de vereiste bevoegdheid bezitten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 111
|
||||
|
||||
**1.** Naast de bewijzen van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding, bedoeld in artikel 33, eerste lid onder *c*, van de Wet op het voortgezet onderwijs, gelden als zodanig de op 31 juli 1968 bestaande bewijzen van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding. Indien dit in de bijlage bij deze wet is aangegeven, is naast het bewijs van bekwaamheid het bezit vereist van een bewijs van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding.
|
||||
|
||||
**2.** Onze minister bepaalt voor welke scholen voor voortgezet onderwijs de bezitter van een bewijs van bekwaamheid, als bedoeld onder de nummers 1 tot en met 38 van de bijlage bij deze wet, tevens in het bezit dient te zijn van een bewijs van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding. Voor de bezitter van een bewijs van bekwaamheid die in de vijf jaren, voorafgaande aan het tijdstip waarop het ministerieel besluit in werking treedt, op grond van dit bewijs onderwijs heeft gegeven, geldt de eis van pedagogische en didactische voorbereiding niet, indien deze niet gesteld werd ingevolge de op 31 juli 1968 geldende voorschriften.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 112
|
||||
|
||||
**1.** Een ontheffing, als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Nijverheidsonderwijswet, wordt met ingang van 1 augustus 1968 geacht te zijn gegeven op grond van artikel 33, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs voor de soort van scholen, waartoe de in de beschikking genoemde scholen ingevolge titel IV van deze wet gaan behoren.
|
||||
|
||||
**2.** Hij die ingevolge artikel 11, derde lid, of artikel 54, eerste en tweede lid, van de Kweekschoolwet in het schooljaar 1967/1968 aan een kweekschool onderwijs heeft gegeven in een vak waarvoor hij niet het volgens de bijlage bij deze wet vereiste bewijs van bekwaamheid bezit, wordt aangemerkt als bevoegd tot het geven van onderwijs in dat vak aan een opleidingsschool voor onderwijzers.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 113
|
||||
|
||||
Als bevoegd tot het geven van voortgezet onderwijs wordt tevens aangemerkt hij, die in het schooljaar 1967-1968 onderwijs heeft gegeven in een vak, waarvoor geen bewijs van bekwaamheid is aangewezen, indien hij ingevolge de op 31 juli 1968 geldende voorschriften als daartoe bevoegd is aangemerkt. Deze bevoegdheid geldt voor de soort van scholen, waartoe de school, waaraan hij in dat schooljaar was verbonden, ingevolge titel IV gaat behoren.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 114
|
||||
|
||||
Tot een door Ons te bepalen datum kan Onze minister met betrekking tot vakken, waarvoor geen bewijs van bekwaamheid is aangewezen, verklaren, dat een leraar wordt geacht in het bezit te zijn van een bewijs van bekwaamheid tot het geven van voortgezet onderwijs in vakken en aan scholen, door hem aangegeven, en van een bewijs, als bedoeld in artikel 33, eerste lid onder *c*, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 114a
|
||||
|
||||
Tot een nader door Ons te bepalen datum kan Onze Minister in de gevallen waarin ten aanzien van een leraar met toepassing van artikel 33, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs reeds tien achtereenvolgende jaren aan één of meer scholen onder hetzelfde bevoegd gezag of diens rechtsvoorgangers is afgeweken van de eisen van benoembaarheid, gesteld in artikel 33, eerste lid onder *b* en *c*, van genoemde wet, volgens bij algemene maatregel van bestuur nader te stellen voorwaarden goedkeuren, dat voor de voortzetting van de betrekking aan een school onder dat bevoegd gezag of diens rechtsopvolgers voor onbepaalde tijd van die eisen wordt afgeweken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 115
|
||||
|
||||
**1.** Tot een door Ons te bepalen datum wordt de gelegenheid gegeven een examen af te leggen ter verkrijging van een akte van bekwaamheid tot het geven van middelbaar onderwijs, nijverheidsonderwijs of landbouwonderwijs en van het bij die akte behorende bewijs van pedagogische en didactische voorbereiding volgens de op 31 juli 1968 geldende voorschriften.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen, voor zover zij door Ons zijn vastgesteld, bij algemene maatregel van bestuur en, voor zover zij door Onze minister zijn vastgesteld, door hem worden gewijzigd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 116
|
||||
|
||||
**1.** Tot een door Ons te bepalen datum kunnen de akten van bekwaamheid, bedoeld in artikel 129*bis*, eerste lid onder *b*, van de Lager-onderwijswet 1920, worden verkregen door het met gunstig gevolg afleggen van een examen voor een of meer jaarlijks door Onze minister in te stellen commissies.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toelating tot het examen voor de akten lichamelijke oefening, Franse taal, Duitse taal, Engelse taal, Spaanse taal, Friese taal, Esperanto, wiskunde, handelskennis, handenarbeid, landbouwkunde en tuinbouwkunde is vereist het bezit van een akte van bekwaamheid als onderwijzer of van een ander bewijs van bekwaamheid, door Onze minister aangewezen.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toelating tot het examen voor de akten tekenen, huishoudkunde en nuttige handwerken voor meisjes zijn vereist een bij algemene maatregel van bestuur te stellen leeftijd en het bezit van een akte van bekwaamheid als onderwijzer of van een ander door Onze minister voor elk van die vakken aangewezen bewijs.
|
||||
|
||||
**4.** Zij die niet in het bezit zijn van een der in het tweede of derde lid genoemde of krachtens die bepalingen aangewezen bewijzen, kunnen slechts met toestemming van Onze minister tot de daargenoemde examens worden toegelaten.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toelating tot het examen voor de akte vrouwelijke handwerken is vereist het bezit van de akte nuttige handwerken voor meisjes of van de aantekening voor dit vak, bedoeld in artikel 129*bis*, vierde lid, van de Lager-onderwijswet 1920.
|
||||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent de in dit artikel bedoelde examens. Daarbij kan worden bepaald het bedrag, dat voor de toelating tot deze examens verschuldigd is.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Onze besluiten van:
|
||||
|
||||
10 september 1955, *Stb.* 413, 416, 417, 418, 419 en 420,
|
||||
5 februari 1960, *Stb.* 50, 51, 52 en 53,
|
||||
2 augustus 1960, *Stb.* 339,
|
||||
23 december 1964, *Stb.* 574,
|
||||
|
||||
zoals deze besluiten sedertdien zijn gewijzigd, worden geacht te zijn gegeven ter uitvoering van het zesde lid van dit artikel.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 116a
|
||||
|
||||
**1.** Tot en met het jaar 1975 wordt aan hen, die in het bezit zijn van de akte van bekwaamheid als onderwijzer, bedoeld in artikel 77 onder *a* van de wet van 17 augustus 1878, *Stb.* 127, doch die niet het examen in handenarbeid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Ons besluit van 15 augustus 1951, *Stb.* 373, of in artikel 16, vijfde lid, van Ons besluit van 15 augustus 1951, *Stb.* 374, met gunstig gevolg hebben afgelegd, de gelegenheid gegeven een examen in handenarbeid af te leggen volgens het bij Ons besluit van 6 september 1955, *Stb.* 410, behorende programma B met de daarbij behorende toelichting. Zij, die dit examen met gunstig gevolg hebben afgelegd, zijn bevoegd tot het geven van onderwijs in het vak handenarbeid aan een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** Tot en met het jaar 1975 wordt aan hen, die in het bezit zijn van de akte van bekwaamheid als onderwijzer, bedoeld in artikel 77 onder *a* van de wet van 17 augustus 1878, *Stb.* 127, doch die op hun akte niet de aantekening hebben verkregen, dat zij mede bevoegdheid verleent tot het geven van lager onderwijs in het vak, vermeld in artikel 2, eerste lid onder *j*, van de Lager-onderwijswet 1920, de gelegenheid gegeven een examen in het vak lichamelijke oefening af te leggen volgens het bij Ons besluit van 6 september 1955, *Stb.* 410, behorende programma B met de daarbij behorende toelichting. Zij, die dit examen met gunstig gevolg hebben afgelegd, zijn bevoegd tot het geven van onderwijs in het vak lichamelijke oefening aan een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Hoofdstuk 2. Rechtspositie personeel
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue