2006-12-13 | BWBR0009950 | Telecommunicatiewet

This commit is contained in:
Coornhert 2006-12-13 12:00:00 +00:00
parent 1b972bb88e
commit 5c487e3e5f

View file

@ -29,7 +29,7 @@ j. bijbehorende faciliteiten: bij een elektronisch communicatienetwerk of een el
k. netwerkaansluitpunt: fysiek punt waarop een abonnee de toegang tot een openbaar communicatienetwerk wordt geboden; in het geval van netwerken met schakelings- of routeringsfuncties wordt het netwerkaansluitpunt bepaald door middel van een specifiek netwerkadres, dat met een abonneenummer of -naam kan zijn verbonden;
l. toegang: het aan een andere onderneming beschikbaar stellen van netwerkonderdelen, bijbehorende faciliteiten of diensten onder uitdrukkelijke voorwaarden al dan niet op exclusieve basis ten behoeve van het aanbieden van elektronische communicatiediensten of het verspreiden van programma's aan het publiek door die onderneming;
m. interconnectie: specifiek type toegang dat wordt gerealiseerd tussen exploitanten van openbare netwerken, inhoudende het fysiek en logisch verbinden van openbare communicatienetwerken die door dezelfde of een andere onderneming worden gebruikt om het de gebruikers van een onderneming mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden;
n. gebruiker: natuurlijke persoon of rechtspersoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische communicatiedienst;
n. gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische communicatiedienst;
o. eindgebruiker: natuurlijke persoon of rechtspersoon die van een openbare elektronische communicatiedienst gebruik maakt of wil gaan maken en die niet tevens openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten aanbiedt;
p. abonnee: natuurlijke persoon of rechtspersoon die partij is bij een overeenkomst met een aanbieder van openbare elektronische communicatiediensten voor de levering van dergelijke diensten;
q. consument: natuurlijke persoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische communicatiedienst voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden;
@ -110,7 +110,7 @@ c. het bevorderen van belangen van eindgebruikers wat betreft keuze, prijs en kw
**2.** Het college stelt vast welke gegevens bij de mededeling aan het college worden overgelegd, alsmede de wijze waarop de mededeling wordt gedaan. Die gegevens betreffen in ieder geval de naam, het adres, de vestigingsplaats, respectievelijk de woonplaats en een beschrijving van de in het eerste lid bedoelde netwerken, diensten of faciliteiten. Het college doet hiervan mededeling in de Staatscourant.
**3.** De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden slechts verzameld ten behoeve van de goede uitvoering van deze wet en zijn beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is voor het vaststellen van de identificatie van degene, bedoeld in het eerste lid.
**3.** De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden slechts verzameld ten behoeve van de goede uitvoering van deze wet en zijn beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is voor het vaststellen van de identiteit en de hoedanigheid van degene, bedoeld in het eerste lid.
**4.** Het college registreert degene, bedoeld in het eerste lid, na ontvangst van de in dat lid bedoelde mededeling en de daarbij behorende gegevens.
@ -202,7 +202,7 @@ a. op volgorde van binnenkomst van de aanvragen;
b. door middel van een vergelijkende toets, al dan niet met inbegrip van een financieel bod, of
c. door middel van een veiling.
**5.** De keuze voor toepassing van een van de procedures, bedoeld in het vierde lid, geschiedt door Onze Minister, met dien verstande dat voorzover het de verlening van vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte door of ten behoeve van commerciële omroepinstellingen als bedoeld in artikel 1, onder dd, van de Mediawet betreft, de keuze geschiedt door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Daarbij wordt, met inachtneming van het frequentieplan en het beginsel van non-discriminatie, tevens nader de bestemming van de frequentieruimte bepaald waarop de keuze betrekking heeft.
**5.** De keuze voor toepassing van een van de procedures, bedoeld in het vierde lid, geschiedt door Onze Minister, met dien verstande dat voorzover het de verlening van vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte door of ten behoeve van commerciële omroepinstellingen als bedoeld in artikel 1, onder dd, van de Mediawet betreft, de keuze geschiedt door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Daarbij kan, met inachtneming van het frequentieplan, tevens nader de bestemming van de frequentieruimte worden bepaald waarop de keuze betrekking heeft.
**6.** Voorzover de in het vijfde lid bedoelde keuze betrekking heeft op het al dan niet toepassen van het financiële bod bij de toepassing van de vergelijkende toets, geschiedt deze tevens in overeenstemming met Onze Minister van Financiën.
@ -273,6 +273,21 @@ b. tot gebruik strekt van door Onze Minister aan te wijzen overheidsorganen, bel
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld terzake van het gebruik van de aangewezen frequentieruimte, bedoeld in het eerste lid, alsmede terzake van de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
### Artikel 3.4a
**1.** Indien vergunningen als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, worden verleend volgens de procedure bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, onder b, of onder c, kan in het belang van een evenwichtige verdeling van schaarse frequentieruimte, voor bij ministeriële regeling aan te wijzen diensten, bij die regeling de maximale hoeveelheid frequentieruimte worden vastgesteld die een aanvrager bij verlening van bedoelde vergunningen kan verkrijgen.
**2.** Indien een aanvrager een onderneming is die rechtstreeks of middellijk een dominerende invloed kan uitoefenen op een andere aanvrager worden zij als één aanvrager aangemerkt.
**3.**
Indien de andere aanvrager bedoeld in het tweede lid de rechtsvorm van een privaatrechtelijke rechtspersoon heeft, wordt dominerende invloed als bedoeld in het tweede lid vermoed te kunnen worden uitgeoefend wanneer de onderneming rechtstreeks of middellijk:
a. over de meerderheid van de stemrechten, verbonden aan de door de rechtspersoon uitgegeven aandelen beschikt, of
b. meer dan de helft van de leden van het bestuur of het toezichthoudend orgaan benoemt.
**4.** Dit artikel blijft buiten toepassing als artikel 82f van de Mediawet van toepassing is.
### Artikel 3.5
**1.** Een vergunning kan in het belang van een goede verdeling van frequentieruimte, alsmede in het belang van een ordelijk en doelmatig gebruik van frequentieruimte onder beperkingen worden verleend. In die belangen kunnen aan een vergunning voorschriften worden verbonden. Indien de frequentieruimte moet worden gebruikt voor het aanbieden van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten stelt Onze Minister het college in de gelegenheid hem advies uit te brengen ter zake van de omvang van de vergunning alsmede de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend en de voorschriften die aan de vergunning worden verbonden.
@ -292,7 +307,7 @@ Een vergunning wordt door Onze Minister geweigerd indien:
a. verlening daarvan in strijd is met het frequentieplan;
b. een doelmatig gebruik van het frequentiespectrum dit vordert;
c. reeds een vergunning voor het gebruik van de in de aanvraag gevraagde frequentieruimte is verleend, tenzij gedeeld gebruik van frequentieruimte mogelijk is;
d. deze is gevraagd voor het verspreiden van programma's, waarvoor geen zendtijd is verkregen op grond van de Mediawet, of, voorzover toestemming is vereist krachtens de Mediawet, deze toestemming niet is verleend;
d. deze is gevraagd voor het verspreiden van programmas, door een instelling die op grond van de Mediawet zendtijd heeft verkregen en de vergunning anders dan bij voorrang als bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, wordt verleend;
e. feiten of omstandigheden er naar het oordeel van Onze Minister op duiden dat de veiligheid van de staat of de openbare orde door het verlenen van de vergunning in gevaar kan worden gebracht, of
f. verlening daarvan in strijd zou zijn met de bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de artikelen 82e of 82f van de Mediawet, gestelde regels.
@ -320,23 +335,24 @@ b. de naleving van een bindend besluit van een instelling van de Europese Unie o
Een vergunning kan door Onze Minister voorts slechts worden ingetrokken indien:
a. de houder van de vergunning niet meer voldoet aan de aan hem gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een vergunning;
b. de houder van de vergunning de bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de artikelen 82e of 82f van de Mediawet gestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften niet nakomt;
b. de houder van de vergunning de bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de artikelen 82a, 82e, of 82f van de Mediawet gestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften niet nakomt;
c. een doelmatig gebruik van het frequentiespectrum dit vordert;
d. de vrees gewettigd is dat het van kracht blijven van de vergunning ernstig gevaar zal opleveren voor de veiligheid van de staat of de openbare orde;
e. de gronden waarop de vergunning is verleend zijn vervallen, of
f. de instandhouding van de vergunning de daadwerkelijke mededinging op de relevante markt in aanzienlijke mate zou beperken.
g. de vergunning met toepassing van artikel 3.4a is verleend en de zeggenschap over het gebruik van de vergunning is overgegaan naar een andere vergunninghouder aan wie eveneens met toepassing van dat artikel een vergunning is verleend voor frequentieruimte met een zelfde bestemming, en daardoor de maximale hoeveelheid te verkrijgen frequentieruimte wordt overschreden en rekeninghoudend met de dan geldende omstandigheden een evenwichtige verdeling van schaarse frequentieruimte het in stand laten van de vergunning niet langer rechtvaardigt.
**3.** Op de gronden, genoemd in het tweede lid, kan Onze Minister in plaats van de vergunning intrekken deze ook wijzigen.
### Artikel 3.8
**1.** Een vergunning kan op aanvraag van de houder van die vergunning aan een ander worden overgedragen met toestemming van Onze Minister.
**1.** Een vergunning kan op aanvraag van de houder van die vergunning geheel of gedeeltelijk aan een ander worden overgedragen met toestemming van Onze Minister onverminderd hetgeen is bepaald in het derde lid.
**2.** Een toestemming kan onder beperkingen worden verleend. Aan een toestemming kunnen voorschriften worden verbonden. Deze kunnen worden gewijzigd.
**2.** De voorschriften en beperkingen die aan een geheel of gedeeltelijk over te dragen vergunning zijn verbonden kunnen met het oog op het waarborgen van bestaande belangen worden gewijzigd dan wel aangevuld met nieuwe voorschriften of beperkingen.
**3.** De artikelen 3.3, tiende lid, en 3.6 zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** Indien de toestemming betrekking heeft op de overdracht van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte die bestemd is voor het aanbieden van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten, doet Onze Minister mededeling van het besluit tot die toestemming, van het al dan niet verbonden zijn van voorschriften aan die toestemming, alsmede van een besluit tot wijzigingen van die voorschriften in de Staatscourant.
**4.** Indien de toestemming betrekking heeft op de overdracht van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte die bestemd is voor het aanbieden van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten, doet Onze Minister mededeling in de Staatscourant van het besluit tot die toestemming, van het al dan niet gewijzigd zijn van de aan de vergunning verbonden voorschriften alsmede van het besluit nieuwe voorschriften aan de vergunning te verbinden.
### Paragraaf 3.3. Bijzonder gebruik van frequentieruimte
@ -348,9 +364,9 @@ In de gevallen waarin samenwerking tussen vergunninghouders van frequentieruimte
**1.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, toestemming geven tot een gebruik van de frequentieruimte dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk, wanneer dit noodzakelijk is ter beëindiging van strafbaar gedrag jegens een persoon.
**2.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderscheidenlijk Onze Minister van Defensie, toestemming geven tot een gebruik van de frequentieruimte dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk, wanneer dit noodzakelijk is ter uitvoering van de aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst onderscheidenlijk Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst opgedragen taken in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002. De Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de voorbereiding, totstandkoming en tenuitvoerlegging van een besluit als bedoeld in de eerste volzin.
**2.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderscheidenlijk Onze Minister van Defensie, toestemming geven tot een gebruik van de frequentieruimte dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk, wanneer dit noodzakelijk is ter uitvoering van de aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst onderscheidenlijk Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst opgedragen taken in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.
**3.** In overeenstemming met Onze Minister van Justitie onderscheidenlijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, kan bij ministeriële regeling van het toestemmingsvereiste, bedoeld in het eerste of tweede lid, vrijstelling worden verleend onder bij die regeling te stellen voorschriften.
**3.** In overeenstemming met Onze Minister van Justitie onderscheidenlijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of Onze Minister van Defensie, kan bij ministeriële regeling van het toestemmingsvereiste, bedoeld in het eerste of tweede lid, vrijstelling worden verleend onder bij die regeling te stellen voorschriften.
**4.**
@ -360,6 +376,8 @@ a. dit gebruik plaatsvindt met behulp van apparatuur die voldoet aan bij algemen
b. daartoe een last wordt verstrekt door een tot het onderzoek van telecommunicatie bevoegde autoriteit, en
c. dit plaatsvindt met het doel de gegevens, bedoeld in artikel 13.4, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 13.4, tweede lid, te achterhalen en het door de aanbieder voldoen aan de vordering van deze gegevens onvoldoende het belang van de strafvordering dient.
**5.** De Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de voorbereiding, totstandkoming en tenuitvoerlegging van een besluit, genomen bij of krachtens het eerste tot en met derde lid.
### Paragraaf 3.4. Antenne-opstelpunten, antennesystemen en antennes
### Artikel 3.11
@ -379,7 +397,7 @@ b. deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van boek 2 van het Bur
### Artikel 3.12
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden met betrekking tot antenne-opstelpunten en tevens, voor zover het betreft openbare elektronische communicatienetwerken die bestaan uit radiozendapparaten die geschikt zijn voor het verspreiden van programma's, met betrekking tot antennesystemen en antennes. Hierbij kunnen aan het college taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend.
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden met betrekking tot het bepaalde in artikel 3.11. Hierbij kunnen aan het college taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend.
**2.**
@ -402,7 +420,9 @@ Onverminderd artikel 3.12 is het college bevoegd om op eigen initiatief in concr
**2.** Op de voorbereiding van een nummerplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
**3.** Het is verboden voor een bestemming die voorkomt in een nummerplan andere nummers te gebruiken dan de nummers die in dat plan voor die bestemming zijn opgenomen.
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien het vast te stellen nummerplan slechts betrekking heeft op het uitbreiden van nummercapaciteit, welke het gevolg is van een toewijzing van nummers aan Nederland door een internationale organisatie en de belangen van degenen, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, onderdelen a, b en c, niet worden geschaad.
**4.** Het is verboden voor een bestemming die voorkomt in een nummerplan andere nummers te gebruiken dan de nummers die in dat plan voor die bestemming zijn opgenomen.
### Artikel 4.1a
@ -543,7 +563,7 @@ b. na de toekenning of reservering blijkt dat deze gedaan is met de kennelijke b
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een aanbieder van een bij die maatregel aan te wijzen categorie van openbare elektronische communicatiediensten verplicht is degene die op grond van een met hem gesloten overeenkomst die elektronische communicatiedienst afneemt:
a. de mogelijkheid te bieden het in het kader van de afgenomen elektronische communicatiedienst bij hem in gebruik zijnde nummer te blijven gebruiken indien hij er bij beëindiging van de overeenkomst voor kiest de desbetreffende elektronische communicatiedienst voortaan van een andere aanbieder af te nemen;
a. de mogelijkheid te bieden het in het kader van de afgenomen elektronische communicatiedienst bij hem in gebruik zijnde nummer te blijven gebruiken na beëindiging van de levering van de dienst in het geval de beëindiging van de levering plaatsvindt ten gevolge van een rechtsgeldige beëindiging van de overeenkomst;
b. de mogelijkheid te bieden het in het kader van de afgenomen elektronische communicatiedienst bij hem in gebruik zijnde nummer te blijven gebruiken indien hij binnen een bepaald gebied van adres verandert, of
c. de mogelijkheid te bieden het in het kader van de afgenomen elektronische communicatiedienst bij hem in gebruik zijnde nummer te blijven gebruiken indien hij er voor kiest een andere bij die maatregel aan te wijzen elektronische communicatiedienst af te nemen.
@ -690,7 +710,7 @@ c. de onder a en b bedoelde kabels en netwerkaansluitpunten worden opgeruimd.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk 6. Interoperabiliteit van diensten
## Hoofdstuk 6. Interoperabiliteit van diensten en vertrouwelijkheid van informatie
### Artikel 6.1
@ -729,11 +749,15 @@ Voorschriften als bedoeld in artikel 6.1, derde lid, of verplichtingen als bedoe
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor aanbieders van openbare telefoonnetwerken of openbare telefoondiensten regels gesteld:
a. met betrekking tot het behandelen van oproepen van de Europese telefoonnummeringsruimte;
b. die er op gericht zijn dat zich in Nederland bevindende eindgebruikers die gebruik maken van een door het college krachtens artikel 4.2, eerste lid, toegekend niet-geografisch nummer op dit nummer kunnen worden opgeroepen door zich in andere lidstaten van de Europese Unie bevindende eindgebruikers;
c. die er op gericht zijn dat zich in andere lidstaten van de Europese Unie bevindende eindgebruikers die gebruik maken van een niet-geografisch nummer dat is toegekend door een nationale regelgevende instantie op dit nummer kunnen worden opgeroepen door zich in Nederland bevindende eindgebruikers.
b. die er op gericht zijn dat zich in Nederland bevindende abonnees die gebruik maken van een door het college krachtens artikel 4.2, eerste lid, toegekend niet-geografisch nummer op dit nummer kunnen worden opgeroepen door zich in andere lidstaten van de Europese Unie bevindende eindgebruikers;
c. die er op gericht zijn dat zich in andere lidstaten van de Europese Unie bevindende abonnees die gebruik maken van een niet-geografisch nummer dat is toegekend door een nationale regelgevende instantie op dit nummer kunnen worden opgeroepen door zich in Nederland bevindende eindgebruikers.
**2.** Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan het college.
### Artikel 6.6
Artikel 6.1, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op onderhandelingen tot het verkrijgen van toegang tot het netwerk van een aanbieder van elektronische communicatienetwerken.
## Hoofdstuk 6a. Verplichtingen voor ondernemingen die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht
### Paragraaf 6a.1. Vaststellen van aanmerkelijke marktmacht
@ -916,6 +940,8 @@ Uiterlijk binnen achttien maanden nadat een besluit als bedoeld in het eerste li
a. het eerste lid om het besluit in stand te houden, of
b. het vierde lid om het besluit in te trekken.
**6.** Artikel 6a.2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf 6a.3. Verplichtingen op eindgebruikersniveau
### Artikel 6a.12
@ -1025,6 +1051,8 @@ b. meer dan de helft van de leden van het bestuur of het toezichthoudend orgaan
**4.** De verplichting, bedoeld in het derde lid, blijft voor een verticaal geïntegreerde openbare onderneming buiten toepassing voor zover deze verplichting reeds voortvloeit uit een krachtens artikel 6a.2, eerste lid, jo. artikel 6a.8 door het college opgelegde of instandgehouden verplichting.
### Paragraaf 6a.7. Verplichtingen voor aanbieders van programmadiensten die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht
## Hoofdstuk 6b. Consultatie
### Artikel 6b.1
@ -1179,7 +1207,7 @@ Vervallen
### Artikel 8.3
Onze Minister wijst, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, ten minste een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk dat bestaat uit radiozendapparaten die geschikt zijn voor het verspreiden van programma's, aan om programma's uit te zenden die hem in overeenstemming met de Mediawet ter uitzending worden aangeboden door de Stichting Radio Nederland Wereldomroep of door instellingen die zendtijd als bedoeld in artikel 1, onderdeel ij, van de Mediawet, hebben verkregen.
Onze Minister wijst, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, ten minste een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk dat bestaat uit radiozendapparaten die geschikt zijn voor het verspreiden van programma's, aan om programma's uit te zenden die hem in overeenstemming met de Mediawet ter uitzending worden aangeboden door de Stichting Radio Nederland Wereldomroep of door instellingen die zendtijd als bedoeld in artikel 1, onderdeel hh, van de Mediawet, hebben verkregen.
### Artikel 8.4a
@ -1309,7 +1337,7 @@ e. een abonnee-informatiedienst.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de voorschriften waaraan apparaten moeten voldoen. Deze voorschriften worden onderscheiden in voorschriften betreffende:
a. de elektromagnetische compatibiliteit;
b. de veiligheid;
b. de veiligheid of de gezondheid;
c. de interactie met openbare telecommunicatienetwerken;
d. de interactie via openbare telecommunicatienetwerken;
e. de aan te brengen bijzondere voorzieningen, en
@ -1317,7 +1345,7 @@ f. een efficiënt gebruik van het frequentiespectrum.
### Artikel 10.1a
Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen regels gesteld ter zake van apparaten bestemd voor de ontvangst en weergave van televisieprogramma's als bedoeld artikel 1, onder h, van de Mediawet, en van apparaten bestemd voor het ontsleutelen van versleutelde digitale televisiesignalen.
Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen regels gesteld ter zake van apparaten bestemd voor de ontvangst en weergave van televisieprogramma's als bedoeld in artikel 1, onder h, van de Mediawet, en van apparaten bestemd voor het ontsleutelen van versleutelde digitale televisiesignalen.
### Artikel 10.1b
@ -1325,14 +1353,18 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de door een aanb
### Artikel 10.2
**1.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de certificatie van apparaten, die per aangewezen categorie van apparaten kunnen verschillen. Deze regels kunnen worden onderscheiden in regels betreffende:
a. het onderzoek naar de overeenstemming met de in artikel 10.1 bedoelde voorschriften;
b. de afgifte, het beschikbaar hebben en de intrekking van documenten met betrekking tot apparaten, alsmede het aanbrengen van markeringen.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de informatie die aan de gebruiker van apparaten wordt verstrekt.
### Artikel 10.3
**1.** Onze Minister kan instanties aanwijzen die bevoegd zijn de certificatie, bedoeld in artikel 10.2, uit te voeren.
**1.** Onze Minister kan instanties aanwijzen die bevoegd zijn de certificatie, bedoeld in artikel 10.2, eerste lid, uit te voeren.
**2.**
@ -1343,20 +1375,20 @@ b. de voorschriften welke aan een zodanige aanwijzing kunnen worden verbonden.
**3.** Onze Minister kan een aanwijzing intrekken indien niet meer wordt voldaan aan de criteria of voorschriften, bedoeld in het tweede lid.
**4.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de toepassing van de certificatie, bedoeld in artikel 10.2.
**4.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de toepassing van de certificatie, bedoeld in artikel 10.2, eerste lid.
### Artikel 10.4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake:
a. de middelen die Onze Minister kan gebruiken om het in de handel brengen en verhandelen van apparaten of categorieën van apparaten te beëindigen of te beperken, indien de betrokken apparaten niet voldoen aan de in artikel 10.1 bedoelde voorschriften;
a. de middelen die Onze Minister kan gebruiken om het in de handel brengen of verhandelen van apparaten of categorieën van apparaten te beëindigen of te beperken, indien de betrokken apparaten niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 10.1 of 10.2 gestelde regels dan wel om het in de handel brengen of verhandelen van radiozendapparaten of categorieën van radiozendapparaten te beëindigen of te beperken, indien de vrees is gewettigd dat door de betrokken radiozendapparaten ontoelaatbare belemmeringen worden veroorzaakt in het etherverkeer, in andere radiozendapparaten of in ontvangapparaten.
b. de behandeling van klachten over elektromagnetische storingen, ondervonden van het gebruik van apparaten, of over belemmeringen, welke bij het gebruik van radiozendapparaten of randapparaten worden ondervonden.
### Artikel 10.5
**1.** Het is verboden apparaten in de handel te brengen indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 10.1 of artikel 10.2 terzake van de desbetreffende apparaten gestelde voorschriften.
**2.** Het is verboden apparaten te verhandelen indien niet wordt voldaan aan de in artikel 10.2, onder b, bedoelde regels betreffende het beschikbaar hebben van documenten en het aanbrengen van markeringen.
**2.** Het is verboden apparaten te verhandelen indien niet wordt voldaan aan de in artikel 10.2, eerste lid, onder b, en artikel 10.2, tweede lid, bedoelde regels betreffende het beschikbaar hebben van documenten, het aanbrengen van markeringen en het verstrekken van informatie.
**3.** Onverminderd het eerste en tweede lid is het verboden apparaten bedoeld in artikel 10.1a te verkopen, te verhuren of anderszins ter beschikking te stellen indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 10.1a terzake van de betreffende apparaten gestelde regels.
@ -1408,7 +1440,7 @@ b. met betrekking tot de elektromagnetische compatibiliteit van die apparaten re
### Artikel 10.10
Degene die randapparaten als bedoeld in artikel 1.1, onder hh, 1° en 3°, in de handel brengt, geeft aan of deze randapparaten al dan niet bestemd zijn voor aansluiting op een openbaar telecommunicatienetwerk.
Vervallen
### Artikel 10.11
@ -1416,7 +1448,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld bet
### Artikel 10.12
Het is verboden randapparaten aan te sluiten of aangesloten te houden op een openbaar telecommunicatienetwerk die niet voldoen aan de krachtens artikel 10.2 gestelde regels met betrekking tot het aanbrengen van markeringen.
Het is verboden randapparaten aan te sluiten of aangesloten te houden op een openbaar telecommunicatienetwerk die niet voldoen aan de krachtens artikel 10.2, eerste lid, gestelde regels met betrekking tot het aanbrengen van markeringen.
### Artikel 10.13
@ -1654,7 +1686,7 @@ Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
a. mogelijkheden tot blokkering en weigering;
b. de voorwaarden waaronder de abonnee de identificatie van het nummer van oproepende netwerkaansluitpunten dan wel een nummer waarmee een individuele gebruiker kan worden geïdentificeerd kan doen verhinderen;
c. de wijze waarop uitvoering aan nummeridentificatie in het internationale elektronische communicatieverkeer kan worden gegeven, en
d. de wijze waarop de aanbieders gebruikers en abonnees voorlichten over het gebruik van nummeridentificatie.
d. de wijze waarop de aanbieders, gebruikers en abonnees voorlichten over het gebruik van nummeridentificatie.
### Artikel 11.10
@ -1679,7 +1711,7 @@ b. de naam, en de beschikbare adres-, postcode- en woonplaatsgegevens van de abo
De termijn gedurende welke de nummers en gegevens door de beheerder worden bewaard bedraagt ten hoogste:
a. een maand indien de nummers en gegevens betrekking hebben op gevallen waarin kennelijk sprake is van een verzoek om hulpverlening in een noodsituatie;
a. twee maanden indien de nummers en gegevens betrekking hebben op gevallen waarin kennelijk sprake is van een verzoek om hulpverlening in een noodsituatie;
b. zes maanden indien de nummers en gegevens betrekking hebben op gevallen waarin kennelijk sprake is van misbruik van een alarmnummer voor publieke diensten;
c. 24 uur in alle overige gevallen.
@ -1687,7 +1719,7 @@ c. 24 uur in alle overige gevallen.
**9.** De bekendmaking van het besluit tot aanwijzing van de beheerders, bedoeld in het eerste lid, en de publieke diensten, bedoeld in het vierde lid, geschiedt door plaatsing in de Staatscourant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
**10.** De beheerders, bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd om ten behoeve van de controle op de effectiviteit van de hulpverlening in noodsituaties de bij het alarmnummer voor publieke diensten ingekomen oproepen vast te leggen en voor ten hoogste een maand te bewaren. Bij de vastlegging worden de datum en het tijdstip van de oproep geregistreerd.
**10.** De beheerders, bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd om ten behoeve van de controle op de effectiviteit van de hulpverlening in noodsituaties de bij het alarmnummer voor publieke diensten ingekomen oproepen vast te leggen en voor ten hoogste twee maanden te bewaren. Bij de vastlegging worden de datum en het tijdstip van de oproep geregistreerd.
### Artikel 11.11
@ -1930,9 +1962,13 @@ d. het ter beschikking stellen van huurlijnen en het gebruik daarvan, van, naar
### Artikel 14.6
**1.** Onze Minister kan na overleg met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie voor aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken, openbare telecommunicatiediensten, huurlijnen en voor gebruikers van de frequentieruimte regels stellen ten aanzien van de door hen te nemen organisatorische en personele maatregelen en te treffen bijzondere voorzieningen met betrekking tot de voorbereiding van het verzorgen van elektronisch transport van gegevens in buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 14.2 en de door hen daarover aan Onze Minister te verstrekken informatie. Bij deze regeling wordt bepaald welke kosten van de uitvoering redelijkerwijze ten laste van aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken, openbare telecommunicatiediensten, huurlijnen en van gebruikers van de frequentieruimte dienen te komen.
**1.** Onze Minister kan na overleg met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie regels stellen ten aanzien van de te nemen organisatorische en personele maatregelen en de te treffen bijzondere voorzieningen met betrekking tot de voorbereiding van het verzorgen van elektronisch transport van gegevens in buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 14.2, alsmede omtrent de aan Onze Minister daaromtrent te verstrekken informatie.
**2.**
**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, zijn uitsluitend van toepassing op door Onze Minister na overleg met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie aan te wijzen aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken, openbare telecommunicatiediensten, huurlijnen en gebruikers van de frequentieruimte.
**3.** Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald welke kosten van de uitvoering redelijkerwijze ten laste van de aangewezen aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken, openbare telecommunicatiediensten, huurlijnen en van gebruikers van de frequentieruimte dienen te komen.
**4.**
De in het eerste lid bedoelde bijzondere voorzieningen hebben betrekking op:
@ -1951,14 +1987,15 @@ d. aanvullende infrastructurele voorzieningen voor het elektronisch transport va
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren, voorzover het betreft de bepalingen die betrekking hebben op:
a. het gebruik van frequentieruimte, met uitzondering van die bepalingen die betrekking hebben op het aanbieden van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten en niet zien op de technische aspecten van het gebruik;
a. het gebruik van frequentieruimte;
b. prioritering van alarmnummers als bedoeld in artikel 7.7, derde of vierde lid;
c. openbare elektronische communicatienetwerken als bedoeld in artikel 8.3;
d. het verstrekken van een opdracht tot verzorging van tot de universele dienst behorende diensten of voorzieningen als bedoeld in artikel 9.2, eerste en derde tot en met tiende lid;
e. de aan apparatuur te stellen eisen als geregeld in hoofdstuk 10;
f. bevoegd aftappen als geregeld in hoofdstuk 13;
g. buitengewone omstandigheden als geregeld in hoofdstuk 14;
h. verdere onderwerpen als bedoeld in de artikelen 12.4, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.1, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.2, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.4, tweede lid, 18.7, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.9, 18.12, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.16, 18.17, 20.2, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, en 20.14.
c. technische regelingen als bedoeld in artikel 8.4a;
d. openbare elektronische communicatienetwerken als bedoeld in artikel 8.3;
e. het verstrekken van een opdracht tot verzorging van tot de universele dienst behorende diensten of voorzieningen als bedoeld in artikel 9.2, eerste en derde tot en met tiende lid;
f. apparaten als geregeld in hoofdstuk 10;
g. bevoegd aftappen als geregeld in hoofdstuk 13;
h. buitengewone omstandigheden als geregeld in hoofdstuk 14;
i. verdere onderwerpen als bedoeld in de artikelen 12.4, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.1, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.2, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.4, tweede lid, 18.7, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.9, 18.12, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.16, 18.17, 18.17a, 20.2, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, en 20.14.
**2.** Met het toezicht op de naleving van artikel 6a.20, derde lid, zijn belast de bij besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit aangewezen ambtenaren.
@ -2096,7 +2133,7 @@ De werkzaamheden die verband houden met de uitvoering van de artikelen 15.9 en 1
### Artikel 15.12
De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 15.10, eerste lid, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 15.10, eerste lid, wordt, voorzover bij die beschikking een boete wordt opgelegd, opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
### Artikel 15.13
@ -2285,29 +2322,50 @@ Degene die een telefoongids uitgeeft, neemt op verzoek van een natuurlijke perso
### Artikel 18.16
**1.** Onze Minister kan een of meer organisaties aanwijzen, die certificatiedienstverleners toetsen op de overeenstemming met de bij en krachtens deze wet gestelde eisen, indien de reglementen van de organisatie voldoende waarborgen bieden dat een overeenkomstig deze regeling, door de aangewezen organisatie beoordeelde certificatiedienstverlener voldoet aan artikel 18.15, eerste lid en dat de door een zodanige certificatiedienstverlener aan het publiek aangeboden of afgegeven gekwalificeerde certificaten voldoen aan artikel 18.15, tweede lid.
**1.** Onze Minister kan een of meer organisaties aanwijzen die bevoegd zijn certificatiedienstverleners te toetsen op overeenstemming met de bij en krachtens deze wet gestelde eisen en daartoe een bewijs van toetsing af te geven.
**2.** Een certificatiedienstverlener die in het bezit is van een geldig bewijs van toetsing van een op grond van het eerste lid aangewezen organisatie, wordt vermoed te voldoen aan artikel 18.15, eerste lid.
**2.**
**3.** De certificaten die als gekwalificeerd aan het publiek worden aangeboden of afgegeven door een certificatiedienstverlener als bedoeld in het tweede lid, worden vermoed te voldoen aan artikel 18.15, tweede lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake:
**4.** Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid geldt voor bepaalde tijd, en kan worden ingetrokken indien blijkt dat de reglementen van de aangewezen organisatie niet meer de in het eerste lid bedoelde waarborg bieden.
a. de indiening van een aanvraag voor een aanwijzing;
b. de eisen waaraan organisaties en de reglementen van organisaties moeten voldoen om voor een aanwijzing in aanmerking te komen;
c. voorschriften welke aan een aanwijzing kunnen worden verbonden, waaronder de duur waarvoor de aanwijzing geldt.
**3.**
Onze Minister kan een aanwijzing intrekken indien:
a. de aangewezen organisatie niet meer voldoet aan de haar gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een aanwijzing;
b. de aangewezen organisatie de bij of krachtens deze wet gestelde regels, dan wel de aan de aanwijzing verbonden voorschriften niet nakomt.
### Artikel 18.16a
**1.** Een certificatiedienstverlener die in het bezit is van een geldig bewijs van toetsing van een op grond van artikel 18.16, eerste lid, aangewezen organisatie, wordt vermoed te voldoen aan artikel 18.15, eerste lid.
**2.** De certificaten die als gekwalificeerd aan het publiek worden aangeboden of afgegeven door een certificatiedienstverlener als bedoeld in het eerste lid, worden vermoed te voldoen aan artikel 18.15, tweede lid.
### Artikel 18.17
**1.** Degene die een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen op de markt brengt, zorgt ervoor dat het veilige middel voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
Degene die een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen op de markt brengt, zorgt er voor dat het veilig middel voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen en, ten bewijze daarvan, dat het veilig middel is voorzien van een verklaring van een door Onze Minister aangewezen instelling als bedoeld in artikel 18.17a of van een verklaring van een instelling die is aangewezen door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap dan wel van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dat het middel voldoet aan de eisen.
**2.** Onze Minister kan een instelling aanwijzen die belast is met het beoordelen van de overeenstemming van een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen met de eisen, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 18.17a
**3.** Degene die een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen op de markt brengt, zorgt ervoor dat dit middel is voorzien van een verklaring van de instelling, bedoeld in het tweede lid, of van een verklaring van een door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap dan wel van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, aangewezen instelling, dat het middel voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
**1.** Onze Minister kan een of meer instellingen aanwijzen die zijn belast met het beoordelen van de overeenstemming van een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen met de eisen bedoeld in artikel 18.17 en het daartoe afgeven van verklaringen.
**4.** De verklaring, bedoeld in het derde lid, betreft ofwel een afzonderlijk veilig middel, ofwel een type.
**2.**
**5.** De instelling die in aanmerking wenst te komen voor een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, toont aan dat zij voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake:
**6.** Indien Onze Minister heeft vastgesteld dat de aangewezen instelling niet meer aan de in het vijfde lid bedoelde eisen voldoet en de instelling niet binnen een door Onze Minister gestelde termijn heeft aangetoond aan de eisen te voldoen, wordt de aanwijzing ingetrokken.
a. de indiening van een aanvraag voor een aanwijzing;
b. de eisen waaraan instellingen moeten voldoen om voor een aanwijzing in aanmerking te komen;
c. voorschriften welke aan een aanwijzing kunnen worden verbonden, waaronder de duur waarvoor de aanwijzing geldt.
**7.** Indien de aangewezen instelling aantoont redelijkerwijs niet binnen de gestelde termijn aan de eisen te kunnen voldoen, kan Onze Minister de termijn verlengen.
**3.** Onze Minister trekt een aanwijzing in indien de aangewezen instelling niet meer voldoet aan de haar gestelde eisen om voor een aanwijzing in aanmerking te komen en de instelling niet binnen een door Onze Minister gestelde termijn heeft aangetoond aan de eisen te voldoen.
**4.** Indien de aangewezen instelling aantoont redelijkerwijs niet binnen de gestelde termijn aan de gestelde eisen te kunnen voldoen, kan Onze Minister op verzoek van de aangewezen instelling de termijn bedoeld in het derde lid verlengen waarbinnen aan de criteria of voorschriften moet zijn voldaan.
**5.** Onze Minister kan een aanwijzing intrekken indien de aangewezen instelling de bij of krachtens deze wet gestelde regels, dan wel de aan een aanwijzing verbonden voorschriften niet nakomt.
### Artikel 18.18
@ -2440,7 +2498,7 @@ c. ten aanzien van de verkeersgegevens, bedoeld in onderdeel b, dat de aanbieder
Na inwerkingtreding van de Wet implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische communicatiesector 2002 geldt:
a. dat artikel 11.6 niet van toepassing is op edities van gedrukte algemeen beschikbare abonneelijsten en algemeen beschikbare abonneelijsten die in elektronische vorm, anders dan met gebruikmaking van een elektronisch communicatienetwerk of een elektronische communicatiedienst, worden uitgegeven, indien deze edities zijn uitgegeven dan wel gereed gemaakt zijn voor uitgifte, voor de datum van inwerkingtreding van dat artikel;
b. een ieder die een algemeen beschikbare abonneelijst uitgeeft of een algemeen beschikbare abonnee-informatiedienst verzorgt, binnen zes maanden na inwerkingtreding van artikel 11.6 de abonnee van een openbare telefoondienst wiens persoonsgegevens op het moment van inwerkingtreding van dat artikel zijn opgenomen in de abonneelijst dan wel in het voor de abonnee-informatiedienst gebruikte abonneebestand, op de hoogte stelt van de informatie, bedoeld in artikel 11.6, eerste lid. Daarbij wordt aan de abonnee de mogelijkheid geboden om verzet aan te tekenen tegen het feit dat hem betreffende persoonsgegevens in de abonneelijst of in het voor de abonnee-informatiedienst gebruikte abonneebestand zijn opgenomen. Indien de abonnee verzet aantekent, is artikel 41, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens van overeenkomstige toepassing.
b. dat een ieder die een algemeen beschikbare abonneelijst uitgeeft of een algemeen beschikbare abonnee-informatiedienst verzorgt, binnen zes maanden na inwerkingtreding van artikel 11.6 de abonnee van een openbare telefoondienst wiens persoonsgegevens op het moment van inwerkingtreding van dat artikel zijn opgenomen in de abonneelijst dan wel in het voor de abonnee-informatiedienst gebruikte abonneebestand, op de hoogte stelt van de informatie, bedoeld in artikel 11.6, eerste lid. Daarbij wordt aan de abonnee de mogelijkheid geboden om verzet aan te tekenen tegen het feit dat hem betreffende persoonsgegevens in de abonneelijst of in het voor de abonnee-informatiedienst gebruikte abonneebestand zijn opgenomen. Indien de abonnee verzet aantekent, is artikel 41, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 19.11
@ -2463,7 +2521,7 @@ b. Onze Minister schriftelijk aan KPN Telecom B.V. heeft medegedeeld dat een ver
**1.** Een vergunning die is verleend krachtens artikel 13a, eerste lid, van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen wordt gelijkgesteld met een vergunning, verleend krachtens artikel 3.3, eerste lid.
**2.** Voor de houder van een vergunning als bedoeld in het eerste lid blijft het bepaalde bij of krachtens de artikelen 13c, 13g, met dien verstande dat in het eerste lid, onderdeel a, vervalt «waaronder technische aftapbaarheid», 13j, 13k, met uitzondering van het zevende lid, 13l, 13n, 13t, voorzover het betreft de verwijzing naar artikel 11, eerste tot en met derde lid, en vijfde tot en met zevende lid, 13u, 13v, 13x en 13y van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen van toepassing.
**2.** Voor de houder van een vergunning als bedoeld in het eerste lid blijft het bepaalde bij of krachtens de artikelen 13c, 13g, met dien verstande dat in het eerste lid, onderdeel a, vervalt «waaronder technische aftapbaarheid», 13j, 13k, met uitzondering van het zevende lid, 13l, 13n, 13t, voorzover het betreft de verwijzing naar artikel 11, eerste tot en met derde lid, en vijfde tot en met zevende lid, 13v, 13x en 13y van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen van toepassing.
### Artikel 20.3
@ -2477,9 +2535,7 @@ b. Onze Minister schriftelijk aan KPN Telecom B.V. heeft medegedeeld dat een ver
### Artikel 20.4
**1.** Regels vastgesteld krachtens de hoofdstukken IV, V en VII van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen, alsmede het bepaalde bij of krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen, worden gelijkgesteld met regels vastgesteld krachtens de hoofdstukken 3, 10 en 16.
**2.** Apparaten die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet in gebruik zijn bij de houder van de concessie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen, ten dienste van de uitoefening van de aan de houder van de concessie opgedragen taken, worden, voorzover deze niet voldoen aan het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 10 van deze wet, geacht te voldoen aan het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 10.
Apparaten die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet in gebruik zijn bij de houder van de concessie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen, ten dienste van de uitoefening van de aan de houder van de concessie opgedragen taken, worden, voorzover deze niet voldoen aan het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 10 van deze wet, geacht te voldoen aan het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 10.
### Artikel 20.4a
@ -2487,7 +2543,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 20.5
**1.** Met betrekking tot de instandhouding, de verplaatsing en de opruiming van kabels en kabelwerken, voorzover de kabels en kabelwerken zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen is hoofdstuk 5 van deze wet van toepassing met dien verstande, dat kabels en kabelwerken, aangelegd in en op openbare gronden als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 3°, van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen worden gelijkgesteld met kabels, aangelegd in en op openbare gronden als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van deze wet.
**1.** Met betrekking tot de instandhouding, de verplaatsing en de opruiming van kabels en kabelwerken, voorzover de kabels en kabelwerken zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen is hoofdstuk 5 van deze wet van toepassing met dien verstande, dat kabels en kabelwerken, aangelegd in en op openbare gronden als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 3°, van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen worden gelijkgesteld met kabels, aangelegd in en op openbare gronden als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel aa, van deze wet.
**2.**
@ -2504,27 +2560,19 @@ b. dat tijdens de periode, genoemd onder a, alsmede na afloop van die periode op
### Artikel 20.7
**1.** Een vergunning zonder gebiedsbeperking die is verleend krachtens artikel 2, eerste lid, van de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur wordt gelijkgesteld met een registratie als aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk als bedoeld in artikel 2.3.
**2.** Voor een geregistreerde als bedoeld in het eerste lid blijven de artikelen 4b van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en 21 van de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur nog van toepassing gedurende vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
Vervallen
### Artikel 20.8
**1.** Ten aanzien van degene op wie ingevolge artikel 2.1 een verplichting tot registratie rust, blijft artikel 2.1 buiten toepassing gedurende zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, en indien binnen die termijn een aanvraag tot registratie is ingediend, ook nadien, tot zes weken na de datum van de beschikking waarbij op de aanvraag is beslist.
**2.** Een registratie als bedoeld in artikel 4ac van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen wordt gelijkgesteld met een registratie als bedoeld in artikel 2.1 van deze wet.
Vervallen
### Artikel 20.9
**1.** Het frequentieplan wordt voor de eerste maal vastgesteld binnen zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
**2.** Tot het tijdstip waarop het frequentieplan voor de eerste maal is vastgesteld, worden vergunningen voor frequentieruimte als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, verleend door middel van de procedure op volgorde van binnenkomst.
**3.** In afwijking van het tweede lid geldt dat indien een aanvraag voor een vergunning betrekking heeft op frequentieruimte die naar het oordeel van Onze Minister behoort tot een categorie van gebruik waarvoor vergunningen zullen worden verleend door middel van een veiling of een vergelijkende toets, kan Onze Minister besluiten een van genoemde procedures toe te passen.
Vervallen
### Artikel 20.10
Het frequentieregister is beschikbaar binnen zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
Vervallen
### Artikel 20.11
@ -2536,19 +2584,11 @@ Vervallen
### Artikel 20.13
Ten aanzien van degene op wie het voorschrift van artikel 13.1 van toepassing is, blijft dat artikel gedurende negen maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet buiten toepassing, indien de door hem aangeboden openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten nog niet aftapbaar zijn.
Vervallen
### Artikel 20.14
**1.** Ten aanzien van de instelling die zendtijd als bedoeld in artikel 1, onder hh, van de Mediawet heeft verkregen en die ingevolge artikel 3.3 een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte op het terrein van de publieke omroep behoeft, blijft dat artikel voor dat doel buiten toepassing gedurende zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, en indien binnen die termijn een aanvraag voor een vergunning is ingediend, ook nadien, tot zes weken na de datum van de beschikking waarbij op de aanvraag is beslist.
**2.** Zolang en voorzover artikel 3.3 buiten toepassing blijft ten aanzien van het gebruik van frequentieruimte op het terrein van de publieke omroep, blijft de Nederlandsche Omroep-Zender-Maatschappij «NOZEMA», genoemd in artikel 1 van de Radio-Omroep-Zender-Wet 1935, bevoegd gebruik te maken van de frequentieruimte op het terrein van de publieke omroep, voorzover die frequentieruimte aan haar overeenkomstig artikel 2 van de Radio-Omroep-Zender-Wet 1935 door Onze Minister is toegewezen.
**3.** Zolang en voorzover artikel 3.3 buiten toepassing blijft ten aanzien van het gebruik van frequentieruimte op het terrein van de publieke omroep, blijft de NOZEMA, in afwijking van artikel 10.16, bevoegd radiozendapparaten aan te leggen en te gebruiken ten behoeve van het verzorgen van diensten, waarbij gebruik wordt gemaakt van de frequentieruimte op het terrein van de publieke omroep.
**4.** Zolang en voorzover artikel 3.3 buiten toepassing blijft ten aanzien van het gebruik van frequentieruimte op het terrein van de publieke omroep, blijven de krachtens artikel 3.3 gestelde regels ten aanzien van het gebruik van frequentieruimte op het terrein van de publieke omroep ten aanzien van de NOZEMA eveneens buiten toepassing.
**5.** De frequentieruimte op het terrein van de publieke omroep die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet overeenkomstig artikel 2 van de Radio-Omroep-Zender-Wet 1935 door Onze Minister aan de NOZEMA is toegewezen, wordt door de NOZEMA uiterlijk zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan Onze Minister ter beschikking gesteld.
Vervallen
### Artikel 20.15
@ -2560,13 +2600,11 @@ Ten aanzien van degene op wie het voorschrift van artikel 13.1 van toepassing is
### Artikel 20.16
De tekst van de Mediawet wordt in het Staatsblad geplaatst.
Vervallen
### Artikel 20.17
**1.** De Wet op de telecommunicatievoorzieningen wordt ingetrokken op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
**2.** De Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur wordt ingetrokken op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Vervallen
### Artikel 20.18