2013-11-09 | BWBR0020379 | Besluit maatschappelijke ondersteuning

This commit is contained in:
Coornhert 2013-11-09 12:00:00 +00:00
parent 9a3793b55e
commit 5c50c35aff

View file

@ -21,24 +21,10 @@ b. inkomen:
1°. indien over het peiljaar een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 1°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
2°. in de overige gevallen: het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 2°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
c. uitkering: een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 20 van de wet;
d. stimuleringsuitkering: een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 21 van de wet;
e. maatschappelijke opvang: maatschappelijk opvang, vrouwenopvang daaronder niet begrepen;
f. peiljaar: het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin aan een persoon maatschappelijke ondersteuning is verleend;
g. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
h. grondslag sparen en beleggen: de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
### Artikel 1.1
**1.** Het vermogen van een persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend respectievelijk van zijn echtgenoot, is het verschil tussen zijn vermogengrondslag en de op grond van het vierde en vijfde lid voor hem toegepaste verminderingen met dien verstande dat het ten minste nihil bedraagt.
**2.** De vermogensgrondslag van een persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend respectievelijk van zijn echtgenoot, is zijn grondslag sparen en beleggen, over het peiljaar, of indien op die persoon het tweede lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 van toepassing is, het aan hem over het peiljaar toegerekende gedeelte van de toepasselijke gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in dat tweede lid.
**3.** In afwijking van het tweede lid is de vermogensgrondslag van een persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend, bij toepassing jegens hem van artikel 4.2, derde lid, de te verwachten grondslag sparen en beleggen over het lopende jaar, of indien artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 vermoedelijk op de verzekerde van toepassing zal zijn, het te verwachten aan hem toe te rekenen deel van de toepasselijke te verwachten gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
**4.** Op aanvraag wordt voor de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend respectievelijk voor zijn echtgenoot, een vermindering toegepast voor een bedrag ter grootte van door hem in het peiljaar of enig eerder jaar ontvangen eenmalige uitkeringen die krachtens artikel 47 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen zijn aangewezen.
**5.** Het deel van het bedrag, bedoeld in het vierde lid, dat de vermogensgrondslag van de de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend respectievelijk van de echtgenoot, overtreft, wordt voor zijn echtgenoot als vermindering toegepast.
c. maatschappelijke opvang: maatschappelijk opvang, vrouwenopvang daaronder niet begrepen;
d. peiljaar: het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin aan een persoon maatschappelijke ondersteuning is verleend;
e. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
f. grondslag sparen en beleggen: de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
## Hoofdstuk Ia. Vreemdelingen die met een Nederlander worden gelijkgesteld
@ -62,55 +48,43 @@ b. de uitzetting van de vreemdeling is gelast, tenzij die uitzetting ingevolge d
### Artikel 2.1
Aan de in de bij dit besluit behorende bijlage, onder A, opgenomen gemeenten, wordt een uitkering verstrekt ten behoeve van activiteiten op het terrein van de openbare geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid.
Vervallen
### Artikel 2.2
Aan de in de bij dit besluit behorende bijlage, onder B, opgenomen gemeenten, wordt een uitkering verstrekt ten behoeve van activiteiten op het terrein van vrouwenopvang.
Vervallen
### Artikel 2.3
Uitkeringen aan gemeenten ten behoeve van door hun besturen te voeren beleid op de terreinen van openbare geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid worden door Onze Minister toegekend met inachtneming van de artikelen 2.4 tot en met 2.9.
Vervallen
### Artikel 2.4
**1.** Onze Minister geeft voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar aan de colleges van burgemeester en wethouders kennis van de verwachte uitkeringen voor het uitkeringsjaar.
**2.** Onze Minister beslist voor 15 januari van het kalenderjaar omtrent de verlening. De beschikking bevat de wijze waarop het bedrag dat wordt verleend, is bepaald.
**3.** Op de verleende uitkering wordt maandelijks een voorschot verleend van één twaalfde deel van de verleende uitkering.
**4.** De artikelen 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 2.5
**1.** Bij de verlening van een uitkering kan Onze Minister bepalen dat het uitkeringsbedrag door hem wordt bijgesteld, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
**2.** Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan Onze Minister bij de verlening van de uitkering tevens bepalen welk deel van het uitkeringsbedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
**3.** Indien een uitkering met toepassing van het eerste lid wordt bijgesteld, kan de bevoorschotting overeenkomstig worden gewijzigd.
Vervallen
### Artikel 2.6
**1.** Voor zover na afloop van het kalenderjaar de uitkering niet is besteed aan het doel van de uitkering, kan het worden gereserveerd. De aldus gereserveerde bedragen kunnen uitsluitend worden besteed aan het doel waarvoor de uitkering werd verstrekt.
**2.** Het totaal van de reservering, bedoeld in het eerste lid, gaat een percentage van 30% van de verleende uitkering niet te boven.
Vervallen
### Artikel 2.7
De bijlage bij de jaarrekening van het jaar volgend op het jaar waarin de uitkeringsperiode afloopt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Vervallen
### Artikel 2.8
Het college van burgemeester en wethouders doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging of intrekking van een uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. Artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 2.9
Onze Minister geeft binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, een beschikking tot vaststelling van de uitkering. De artikelen 4:46, 4:49, 4:52, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 2.10
Onze Minister kan, gelet op het belang dat dit hoofdstuk beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Vervallen
## Hoofdstuk III. Stimuleringsuitkeringen
@ -118,39 +92,25 @@ Onze Minister kan, gelet op het belang dat dit hoofdstuk beoogt te beschermen, a
### Artikel 3.1.1
**1.** Een stimuleringsuitkering wordt op aanvraag verleend.
**2.** Onze Minister kan stimuleringsuitkeringen verlenen die zich uitstrekken over meer dan één kalenderjaar.
**3.** De aanvraag van de stimuleringsuitkering wordt uiterlijk dertien weken vóór de aanvang van de periode waarop deze betrekking heeft, ingediend.
**4.** Bij de aanvraag wordt aangegeven welke activiteiten met behulp van de stimuleringsuitkering zullen worden gesubsidieerd, welke doelen daarmee worden nagestreefd en welke kosten met de activiteiten zullen zijn gemoeid.
**5.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van de in het derde lid genoemde aanvraagtermijn.
Vervallen
### Artikel 3.1.2
Indien het bedrag van een stimuleringsuitkering wordt bepaald door het voor het verstrekken van stimuleringsuitkeringen in een bepaald tijdvak beschikbare bedrag onder gemeenten te verdelen op grond van een verdeelmaatstaf als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit financiële verhouding 2001 kan de stimuleringsuitkering in afwijking van artikel 3.1.1 zonder voorafgaande aanvraag worden verleend. Bij ministeriële regeling wordt als dan bepaald voor welke activiteiten de stimuleringsuitkering is bestemd.
Vervallen
### Paragraaf 2. Het verlenen van een stimuleringsuitkering en de bevoorschotting
### Artikel 3.2.1
**1.** Onze Minister geeft een beschikking op de aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. Met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat op aanvragen wordt beslist op of na een of meer bepaalde data in een kalenderjaar.
**2.** Indien de beslissing een verlening inhoudt, wordt het bedrag van de stimuleringsuitkering vermeld dan wel de wijze waarop dit wordt bepaald en welk bedrag ten hoogste zal worden verleend.
**3.** De artikelen 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 3.2.1a
**1.** Indien de stimuleringsuitkering zonder voorafgaande aanvraag wordt verleend, wordt in de beschikking tot verlening van de stimuleringsuitkering het bedrag van de stimuleringsuitkering vermeld dan wel de wijze waarop dit wordt bepaald en welk bedrag ten hoogste zal worden verleend.
**2.** De artikelen 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 3.2.2
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het verlenen van voorschotten.
Vervallen
### Artikel 3.2.2a
@ -158,55 +118,45 @@ Vervallen
### Artikel 3.2.3
**1.** Bij de verlening van een stimuleringsuitkering kan Onze Minister bepalen dat het uitkeringsbedrag door hem wordt bijgesteld, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
**2.** Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan Onze Minister bij de verlening van de stimuleringsuitkering tevens bepalen welk deel van het uitkeringsbedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
**3.** Indien een stimuleringsuitkering met toepassing van het eerste lid wordt bijgesteld, kan de bevoorschotting overeenkomstig worden gewijzigd.
Vervallen
### Paragraaf 3. Aan de verlening van een stimuleringsuitkering verbonden verplichtingen
### Artikel 3.3.1
Het college van burgemeester en wethouders doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van een stimuleringsuitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. Artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 3.3.2
Binnen zes maanden na afloop van het jaar waarin een stimuleringsuitkering is verstrekt, zendt het college van burgemeester en wethouders een schriftelijk verslag aan Onze Minister over de activiteiten waarvoor een stimuleringsuitkering is verstrekt.
Vervallen
### Artikel 3.3.3
**1.** Het college van burgemeester en wethouders verstrekt aan de door Onze Minister aangewezen ambtenaren of andere personen op diens verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De bescheiden worden op één adres getoond en de inlichtingen, op verzoek, schriftelijk verstrekt. Indien het college slechts kan voldoen aan deze verplichting door inbreuk te maken op het recht van enig persoon op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, verstrekt het college de verlangde gegevens op zodanige wijze dat deze niet tot personen herleidbaar zijn.
**2.** Ook anderszins wordt zoveel mogelijk medewerking verleend teneinde de door Onze Minister aangewezen ambtenaren of andere personen in staat te stellen hun taak op een juiste wijze te vervullen.
**3.** Het college van burgemeester en wethouders werkt mee aan door of namens Onze Minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht Onze Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.
Vervallen
### Artikel 3.3.4
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aan de verlening van bepaalde categorieën van stimuleringsuitkeringen te verbinden verplichtingen.
Vervallen
### Paragraaf 4. De vaststelling van een stimuleringsuitkering en betaling
### Artikel 3.4.1
De bijlage bij de jaarrekening van het jaar volgend op het jaar waarin een stimuleringsuitkering is verstrekt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Vervallen
### Artikel 3.4.2
Onze Minister geeft binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording, volgend op het jaar waarin de uitkeringsperiode afloopt een beschikking tot vaststelling van de stimuleringsuitkering. De artikelen 4:46, 4:49, 4:52, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Paragraaf 5. Overige bepalingen
### Artikel 3.5.1
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop het bedrag van een stimuleringsuitkering wordt berekend.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inrichting en de wijze van indiening van aanvragen, het activiteitenplan en het verslag.
Vervallen
### Artikel 3.5.2
Artikel 2.10 is op dit hoofdstuk van toepassing.
Vervallen
## Hoofdstuk IV. Eigen bijdrage en financiële tegemoetkomingen
@ -217,17 +167,17 @@ Artikel 2.10 is op dit hoofdstuk van toepassing.
Indien de gemeenteraad uitvoering heeft gegeven aan artikel 15, eerste lid, of artikel 19, eerste lid, van de wet, mogen de verschuldigde eigen bijdrage en het aandeel in de kosten van maatschappelijke ondersteuning dat bij de toekenning van een financiële tegemoetkoming voor eigen rekening blijft, tezamen niet meer bedragen dan
a. voor de ongehuwde persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt € 18,60 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 23 208 het bedrag van € 18,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 23 208;
b. voor de ongehuwde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt € 18,60 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 16 257 het bedrag van € 18,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 16 257;
b. voor de ongehuwde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt € 18,60 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 16 257 het bedrag van € 18,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 16 257;
c. voor de gehuwde personen indien een van beide de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt of beiden die leeftijd nog niet hebben bereikt € 26,60 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 28 733 het bedrag van € 26,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 28 733;
d. voor de gehuwde personen die beiden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, hebben bereikt € 26,60 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 22 676 het bedrag van € 26,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 22 676.
**2.** De gemeenteraad kan de verschuldigde eigen bijdrage of het aandeel in de kosten van maatschappelijke ondersteuning dat bij de toekenning van een financiële tegemoetkoming voor eigen rekening blijft, verlagen door de in het eerste lid genoemde bedragen per vier weken of het percentage van 15 te verlagen of de overige in het eerste lid genoemde bedragen in gelijke mate wijzigen.
**2.** De gemeenteraad kan de verschuldigde eigen bijdrage of het aandeel in de kosten van maatschappelijke ondersteuning dat bij de toekenning van een financiële tegemoetkoming voor eigen rekening blijft, verlagen door de in het eerste lid genoemde bedragen per vier weken of het percentage van 15 te verlagen of de overige in het eerste lid genoemde inkomensbedragen in gelijke mate te verhogen.
**3.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt per kalenderjaar uitgegaan van twaalf perioden van vier weken en een periode die, afhankelijk van resterende dagen, vier of vijf weken bedraagt.
**4.** Op de met toepassing van het eerste en tweede lid vastgestelde bijdrage wordt een korting van 33% toegepast.
**5.** Indien de voorziening bestaat uit het verschaffen in eigendom van een roerende zaak dan wel een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning die in eigendom is van de aanvrager, kan gedurende maximaal negenendertig perioden van vier weken een eigen bijdrage in rekening worden gebracht dan wel bij de vaststelling van de hoogte van de financiële tegemoetkoming gedurende maximaal die periode een met toepassing van de daarvoor geldende regels berekende bedrag in mindering worden gebracht.
**5.** De verschuldigde eigen bijdrage en het aandeel in de kosten van maatschappelijke ondersteuning dat bij de toekenning van een financiële tegemoetkoming voor eigen rekening blijft, is niet hoger dan de kostprijs van de maatschappelijke ondersteuning.
**6.** De bijdrage is niet verschuldigd voor een rolstoel.
@ -309,85 +259,81 @@ Als instellingen als bedoeld in artikel 18, van de wet worden aangewezen de inst
### Artikel 6.1
Wijzigt het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.
Vervallen
### Artikel 6.2
Wijzigt het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen.
Vervallen
### Artikel 6.3
Wijzigt het Besluit bijzondere militaire pensioenen.
Vervallen
### Artikel 6.4
Wijzigt het Reïntegratiebesluit.
Vervallen
### Artikel 6.5
Wijzigt het Besluit beperking verkoop en gebruik tabaksprodukten.
Vervallen
### Artikel 6.6
Wijzigt het Besluit gelijkstelling vreemdelingen WWB, IOAW, IOAZ, WVG en WWIK.
Vervallen
### Artikel 6.7
Wijzigt het Bijdragebesluit zorg.
Vervallen
### Artikel 6.8
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.
Vervallen
### Artikel 6.9
Wijzigt het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.
Vervallen
### Artikel 6.10
Wijzigt het Besluit WWB 2007.
Vervallen
### Artikel 6.11
Wijzigt het Besluit zorgaanspraken AWBZ.
Vervallen
### Artikel 6.12
Wijzigt het Zorgindicatiebesluit.
Vervallen
### Artikel 6.13
Wijzigt het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering.
Vervallen
### Artikel 6.14
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg.
Vervallen
### Artikel 6.15
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit artikel 1, tweede lid, Kwaliteitswet zorginstellingen, enz.
Vervallen
### Artikel 6.16
Wijzigt het Besluit opheffing contracteerplicht extramurale zorg AWBZ.
Vervallen
### Artikel 6.17
Wijzigt het Aanpassingsbesluit Zorgverzekeringswet.
Vervallen
## Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 7.1
**1.** Tot 1 januari 2008 is de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend geen eigen bijdrage ingevolge de wet verschuldigd, indien deze persoon of zijn echtgenoot een bijdrage als bedoeld in artikel 4 of artikel 14 van het Bijdragebesluit zorg verschuldigd is.
**2.** Tot 1 januari 2008 blijft op een financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 19 van de wet geen aandeel in de kosten van maatschappelijke ondersteuning voor eigen rekening van de persoon aan wie een zodanige tegemoetkoming is verleend, indien deze persoon of zijn echtgenoot een bijdrage als bedoeld in artikel 4 of artikel 14 van het Bijdragebesluit zorg verschuldigd is.
De artikelen 2.6 tot en met 2.10, zoals die luidden tot het tijdstip waarop Hoofdstuk II is komen te vervallen, blijven van toepassing met betrekking tot uitkeringen die zijn verstrekt op grond van dit besluit.
### Artikel 7.2
**1.** De Regeling experimenten Wmo en de Tijdelijke stimuleringsregeling lokale opvoedondersteuning en gezinsondersteuning berusten op artikel 21 van de wet en vervallen met ingang van 1 januari 2008.
**2.** De artikelen 3.1.1 en 3.1.2 zijn op de in het eerste lid genoemde regelingen niet van toepassing.
Vervallen
### Artikel 7.3
@ -398,3 +344,5 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning.
## Bijlage . bij het Besluit maatschappelijke ondersteuning
Vervallen