2002-03-30 | BWBR0011400 | Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000
This commit is contained in:
parent
04fe31f0b8
commit
5c5ffaa9e6
1 changed files with 79 additions and 75 deletions
|
|
@ -14,110 +14,122 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet anders bepaald, verstaan onder:
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *cursist:* degene die een opleiding volgt als bedoeld in artikel 15, eerste lid;
|
||||
- *cursusgeld:* krachtens artikel 15 vastgesteld bedrag;
|
||||
- *cursusgeldplichtige:* cursist of indien deze minderjarig is, de wettelijke vertegenwoordiger;
|
||||
- *lesgeld:* krachtens artikel 5, tweede lid, van de wet voor het desbetreffende studiejaar vastgestelde bedrag;
|
||||
- *lesgeldplichtige:* degene die krachtens de wet lesgeld is verschuldigd;
|
||||
- *teldatum:* bij of krachtens de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Experimentenwet onderwijs aangewezen tijdstip in het studiejaar waarop ten behoeve van de bekostiging uit 's Rijks kas het aantal onderwijsdeelnemers van een instelling wordt vastgesteld;
|
||||
- *wet:*
|
||||
Les- en cursusgeldwet.
|
||||
**cursist**: degene die een opleiding volgt als bedoeld in artikel 15, eerste lid,
|
||||
|
||||
**cursusgeld: **krachtens artikel 15 vastgesteld bedrag,
|
||||
|
||||
**cursusgeldperiode**: periode die gelijk is aan de duur van de opleiding met een maximum van een cursusjaar,
|
||||
|
||||
**cursusgeldplichtige**: cursist of indien deze minderjarig is, de wettelijke vertegenwoordiger,
|
||||
|
||||
**lesgeld**: krachtens artikel 5, tweede lid, van de wet voor het desbetreffende schooljaar vastgestelde bedrag,
|
||||
|
||||
**lesgeldplichtige**: degene die krachtens de wet lesgeld is verschuldigd,
|
||||
|
||||
**schooljaar**: tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend,
|
||||
|
||||
**teldatum**: bij of krachtens deel I van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Experimentenwet onderwijs aangewezen tijdstip in het schooljaar waarop ten behoeve van de bekostiging uit 's Rijks kas het aantal leerlingen van een dagschool wordt vastgesteld,
|
||||
|
||||
**wet**: Les- en cursusgeldwet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Lesgeld
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag schrijft een onderwijsdeelnemer in voor een opleiding. Het bevoegd gezag zorgt dat de onderwijsdeelnemer bekend is met de verplichting tot het betalen van lesgeld op grond van de wet.
|
||||
**1.** Een aanvraag tot inschrijving van een leerling bij een dagschool kan uitsluitend worden gedaan door inlevering bij de dagschool van een onderwijskaart. Deze kaart wordt ingevuld en ondertekend door de leerling of indien deze minderjarig is, door de wettelijke vertegenwoordiger. Door ondertekening van de kaart verklaart de aanvrager dat hij bekend is met de wettelijke verplichting tot het betalen van lesgeld.
|
||||
|
||||
**2.** De lesgeldplicht gaat in op de eerste dag van het desbetreffende studiejaar of, indien de onderwijsdeelnemer in de loop van het studiejaar wordt ingeschreven, op de datum van inschrijving.
|
||||
**2.** De lesgeldplicht gaat in op de eerste dag van het desbetreffende schooljaar of, indien de leerling in de loop van het schooljaar wordt ingeschreven, op de datum van inschrijving.
|
||||
|
||||
**3.** Inschrijving geschiedt door of namens het bevoegd gezag.
|
||||
**3.** Inschrijving geschiedt door of namens het bevoegd gezag. Na medeondertekening door of namens het bevoegd gezag geldt de onderwijskaart als bewijs van inschrijving.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De onderwijskaart wordt door de IB-Groep verstrekt. De vragen die de onderwijskaart bevat, worden bij ministeriële regeling bepaald. In ieder geval bevat de kaart:
|
||||
|
||||
a. de naam en het adres van de leerling en, indien deze minderjarig is, van de wettelijke vertegenwoordiger, en
|
||||
b. het nummer waaronder de leerling bij de IB-Groep is geregistreerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag beëindigt de inschrijving van de onderwijsdeelnemer op zijn aanvraag of zodra de onderwijsdeelnemer de opleiding met goed gevolg heeft afgesloten.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag beëindigt de inschrijving van de leerling op aanvraag van de lesgeldplichtige of zodra de leerling de opleiding met goed gevolg heeft afgesloten. Het bevoegd gezag verstrekt een bewijs van uitschrijving aan de lesgeldplichtige.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**1.** Het lesgeld, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, bedraagt voor het studiejaar 2024–2025 € 1419.
|
||||
Het bewijs van uitschrijving bevat bij ministeriële regeling te bepalen gegevens. In ieder geval bevat het bewijs van uitschrijving:
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex. De ministeriële regeling wordt vastgesteld voor 1 oktober voorafgaand aan het studiejaar waarvoor het gewijzigde lesgeld zal gelden. De wijziging wordt bepaald door de gemiddelde procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over de periode mei tot en met april, voorafgaand aan de vaststelling van de ministeriële regeling, heeft ondergaan ten opzichte van dezelfde periode in het daaraan voorafgaande jaar. De aldus verkregen wijziging van het lesgeldbedrag wordt afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.
|
||||
|
||||
**3.** Onder de consumentenprijsindex, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan: de consumentenprijsindex «reeks alle huishoudens» zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek.
|
||||
a. de naam van de lesgeldplichtige,
|
||||
b. de naam van de leerling,
|
||||
c. het nummer waaronder de leerling bij de IB-Groep is geregistreerd, en
|
||||
d. de datum waarop de inschrijving is beëindigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het lesgeld wordt door de lesgeldplichtige aan het Ministerie van OCW voldaan. De lesgeldplichtige heeft de keuze tussen:
|
||||
Het lesgeld wordt door de lesgeldplichtige voldaan door bijschrijving van het verschuldigde bedrag op de bank- of postbankrekening van de IB-Groep. De lesgeldplichtige heeft de keuze tussen:
|
||||
|
||||
a. betaling ineens binnen een maand na de datum van het betalingsverzoek, en
|
||||
b. betaling in termijnen door een opdracht tot automatische incasso aan Onze minister.
|
||||
a. betaling ineens door gebruikmaking van een aan hem toegezonden acceptgirokaart binnen een maand na dagtekening van deze acceptgirokaart, en
|
||||
b. betaling ineens of in termijnen door een opdracht tot automatische incasso aan de IB-Groep.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de lesgeldplichtige heeft gekozen voor betaling in termijnen door een opdracht tot automatische incasso aan Onze minister en de laatste termijn nog niet is betaald op het moment dat een termijnregeling voor een daarop volgend studiejaar tot stand komt, kunnen beide termijnregelingen worden samengevoegd.
|
||||
**2.** Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso voor betaling in één termijn heeft verstrekt en de leerling voor 1 oktober van het schooljaar wordt ingeschreven, wordt het verschuldigde bedrag afgeschreven in de maand oktober van het schooljaar.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso voor betaling in meer dan één termijn heeft verstrekt en de onderwijsdeelnemer voor 1 oktober van het studiejaar wordt ingeschreven, wordt van het totaal verschuldigde bedrag afgeschreven in de maand:
|
||||
Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso voor betaling in meer dan één termijn heeft verstrekt en de leerling voor 1 oktober van het schooljaar wordt ingeschreven, wordt van het totaal verschuldigde bedrag afgeschreven in de maand:
|
||||
|
||||
a. oktober van het studiejaar: 11,11%;
|
||||
b. november van het studiejaar: 11,11%;
|
||||
c. december van het studiejaar: 11,11%;
|
||||
d. januari van het studiejaar: 11,11%;
|
||||
e. februari van het studiejaar: 11,11%;
|
||||
f. maart van het studiejaar: 11,11%;
|
||||
g. april van het studiejaar: 11,11%;
|
||||
h. mei van het studiejaar: 11,11%; en
|
||||
i. juni van het studiejaar: 11,11%.
|
||||
a. oktober van het schooljaar: de helft,
|
||||
b. januari van het schooljaar: een kwart, en
|
||||
c. april van het schooljaar: een kwart.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso voor betaling in termijnen heeft verstrekt en de onderwijsdeelnemer na 30 september van het studiejaar wordt ingeschreven, wordt het verschuldigde bedrag afgeschreven op bij ministeriële regeling te bepalen tijdstippen.
|
||||
**4.** Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso voor betaling in een of meer termijnen heeft verstrekt en de leerling na 30 september van het schooljaar wordt ingeschreven, wordt het verschuldigde bedrag afgeschreven op bij ministeriële regeling te bepalen tijdstippen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Voor een onderwijsdeelnemer die na 31 oktober van een studiejaar wordt ingeschreven aan een instelling, wordt het lesgeld verminderd met eentwaalfde deel voor iedere verstreken hele maand in dat studiejaar.
|
||||
Voor een leerling die na 31 december van een schooljaar wordt ingeschreven aan een dagschool, bedraagt het lesgeld zeventwaalfde deel van het voor dat schooljaar vastgestelde lesgeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Geen lesgeld is verschuldigd indien de inschrijving van de onderwijsdeelnemer voor 1 oktober van dat studiejaar wordt beëindigd.
|
||||
**1.** Geen lesgeld is verschuldigd indien de inschrijving van de leerling voor 1 oktober van dat schooljaar wordt beëindigd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Vrijgesteld van het betalen van lesgeld is de lesgeldplichtige indien het betreft een onderwijsdeelnemer die:
|
||||
Vrijgesteld van het betalen van lesgeld is de lesgeldplichtige indien het betreft een leerling die:
|
||||
|
||||
a. eerder in het desbetreffende studiejaar was ingeschreven aan een instelling, voor welke inschrijving geen vrijstelling of teruggave van lesgeld heeft plaatsgehad,
|
||||
b. is ingeschreven aan een instelling, verbonden aan een justitiële jeugdinrichting, of
|
||||
a. eerder in het desbetreffende schooljaar was ingeschreven aan een dagschool, voor welke inschrijving geen vrijstelling of teruggave van lesgeld heeft plaatsgehad,
|
||||
b. is ingeschreven aan een dagschool, verbonden aan een justitiële jeugdinrichting, of
|
||||
c. is ingeschreven voor een bij ministeriële regeling aan te wijzen bijzondere vorm van dagonderwijs.
|
||||
|
||||
**3.** Voor een studiejaar is de onderwijsdeelnemer aan lesgeld nooit meer verschuldigd dan het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet.
|
||||
**3.** Voor een schooljaar is nooit meer verschuldigd dan het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke bewijsstukken de lesgeldplichtige overlegt om voor vrijstelling in aanmerking te komen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Indien de inschrijving voor 1 mei van het studiejaar wordt beëindigd vanwege een in het tweede lid genoemde reden, wordt het lesgeld voor dat studiejaar op aanvraag van de lesgeldplichtige terugbetaald met eentwaalfde deel voor iedere resterende hele maand in dat studiejaar.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien de inschrijving wordt beëindigd vanwege een in het tweede lid genoemde reden, wordt voor het desbetreffende schooljaar op aanvraag van de lesgeldplichtige terugbetaald bij beëindiging:
|
||||
|
||||
a. na 30 september en voor 1 januari: zeventwaalfde deel van het lesgeld, en
|
||||
b. na 31 december en voor 1 april: viertwaalfde deel van het lesgeld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Teruggave van lesgeld is uitsluitend mogelijk indien de inschrijving is beëindigd in verband met:
|
||||
|
||||
a. het met goed gevolg hebben afgerond van de opleiding,
|
||||
b. de inschrijving voor een cursus als bedoeld in artikel 15, eerste lid, mits die inschrijving plaatsvindt in het desbetreffende studiejaar,
|
||||
c. overlijden of ernstige ziekte van de onderwijsdeelnemer, of
|
||||
b. de inschrijving voor een cursus als bedoeld in artikel 15, eerste lid, mits die inschrijving plaatsvindt in het desbetreffende schooljaar,
|
||||
c. overlijden of ernstige ziekte van de leerling, of
|
||||
d. bij ministeriële regeling te bepalen bijzondere familieomstandigheden.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag om teruggave van lesgeld wordt voor het einde van het desbetreffende studiejaar gedaan op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
|
||||
**3.** Een aanvraag om teruggave van lesgeld wordt voor het einde van het desbetreffende schooljaar gedaan op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
|
||||
|
||||
**4.** Geen teruggave van lesgeld vindt plaats indien op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten of de Wet studiefinanciering 2000 een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend of als voorschot is verstrekt, en de tegemoetkoming of het voorschot is verrekend met de verplichting tot het betalen van lesgeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
De instellingen verstrekken Onze minister gegevens omtrent de inschrijving op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De dagscholen verstrekken de IB-Groep gegevens omtrent de inschrijving op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Cursusgeld
|
||||
|
||||
|
|
@ -142,74 +154,66 @@ Het bevoegd gezag beëindigt de inschrijving van de cursist op aanvraag van de c
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Het cursusgeld is door de cursusgeldplichtige verschuldigd aan de instelling die het onderwijs aan de cursus verzorgt.
|
||||
**1.** Het cursusgeld is verschuldigd door de cursusgeldplichtige.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het cursusgeld is, ongeacht het aantal inschrijvingen door een cursist, eenmaal verschuldigd per studiejaar per instelling en wordt voldaan door:
|
||||
Het cursusgeld is verschuldigd per cursusgeldperiode en wordt voldaan door:
|
||||
|
||||
a. betaling van het cursusgeld aan het bevoegd gezag bij de inschrijving,
|
||||
b. het bij de inschrijving treffen van een regeling inzake de betaling van het cursusgeld tussen het bevoegd gezag en de cursusgeldplichtige alsmede de naleving door de cursusgeldplichtige, of
|
||||
c. schriftelijke vaststelling bij de inschrijving door of namens het bevoegd gezag dat op de cursusgeldplichtige artikel 13 van toepassing is.
|
||||
|
||||
**3.** De laatste termijn van het cursusgeld wordt in ieder geval betaald binnen 4 maanden na aanvang van de cursus, en uiterlijk voor het einde van de cursus.
|
||||
**3.** De laatste termijn van het cursusgeld wordt in ieder geval betaald binnen 4 maanden na aanvang van de cursusgeldperiode, en uiterlijk voor het einde van die periode.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een cursist in een studiejaar bij dezelfde instelling voor meerdere cursussen staat ingeschreven, is het cursusgeld van de cursus met het hoogste cursusgeldtarief verschuldigd.
|
||||
|
||||
**5.** De cursusgeldplichtige verstrekt aan het bevoegd gezag bewijsstukken voor de aanspraak op terugbetaling van cursusgeld als bedoeld in artikel 14.
|
||||
**4.** De cursusgeldplichtige verstrekt aan het bevoegd gezag bewijsstukken voor de aanspraak op terugbetaling van cursusgeld als bedoeld in artikel 14.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Voor een cursist die in de loop van het studiejaar wordt ingeschreven, wordt het cursusgeld verminderd met eentwaalfde deel voor iedere in dat studiejaar reeds verstreken maand.
|
||||
Voor een cursist die in de loop van de cursusgeldperiode wordt ingeschreven, wordt het cursusgeld verminderd met eentwaalfde deel voor iedere in die cursusgeldperiode reeds verstreken maand.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Geen cursusgeld is verschuldigd indien de cursist bij aanvang van het studiejaar waarin de cursus plaatsvindt de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt.
|
||||
|
||||
**2.** Geen cursusgeld is verschuldigd indien de cursist bij de instelling die de cursus verzorgt, tevens is ingeschreven voor een opleiding waarvoor lesgeld is verschuldigd.
|
||||
Geen cursusgeld is verschuldigd indien de cursist bij de aanvang van de cursusgeldperiode de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, tenzij het betreft de inschrijving bij een deeltijdopleiding als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel c.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Indien de inschrijving wordt beëindigd wegens een in het tweede of derde lid genoemde reden, wordt het cursusgeld voor het desbetreffende studiejaar op aanvraag van de cursusgeldplichtige geheel of gedeeltelijk terugbetaald met eentwaalfde deel voor iedere in dat studiejaar resterende hele maand waarin de cursist niet langer zal zijn ingeschreven.
|
||||
**1.** Indien de inschrijving wordt beëindigd wegens een in het tweede lid genoemde reden, wordt het cursusgeld voor die cursusgeldperiode op aanvraag van de cursusgeldplichtige geheel of gedeeltelijk terugbetaald met eentwaalfde deel voor iedere in de cursusgeldperiode resterende maand waarin de cursist niet langer zal zijn ingeschreven.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Teruggave van cursusgeld is uitsluitend mogelijk indien de inschrijving is beëindigd:
|
||||
|
||||
a. voor de eerste dag waarop de lessen in het studiejaar aanvangen,
|
||||
b. in verband met de inschrijving bij een instelling, mits die inschrijving plaatsvindt in het desbetreffende studiejaar,
|
||||
a. voor de eerste dag waarop de lessen in de cursusgeldperiode aanvangen,
|
||||
b. in verband met de inschrijving bij een dagschool, mits die inschrijving plaatsvindt in de desbetreffende cursusgeldperiode,
|
||||
c. wegens overlijden of ernstige ziekte van de cursist, ter beoordeling van het bevoegd gezag, of
|
||||
d. wegens bij ministeriële regeling te bepalen bijzondere familieomstandigheden.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid kan teruggave van cursusgeld plaatsvinden op grond van door het bevoegd gezag opgestelde bepalingen als bedoeld in artikel 7.4.8, vierde lid, onder h, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
**3.** Een aanvraag om teruggave van cursusgeld wordt voor het einde van die cursusgeldperiode gedaan bij het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanvraag om teruggave van cursusgeld wordt voor het einde van dat studiejaar gedaan bij het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de inschrijving wordt beëindigd wegens het met goed gevolg hebben afgerond van de opleiding, wordt het cursusgeld voor het desbetreffende studiejaar op aanvraag van de cursusgeldplichtige terugbetaald met een tiende deel voor iedere in het studiejaar resterende maand waarin de cursist niet langer zal zijn ingeschreven. De laatste twee maanden van het studiejaar tellen daarbij niet mee.
|
||||
**4.** Indien de inschrijving wordt beëindigd wegens het met goed gevolg hebben afgerond van de opleiding, wordt het cursusgeld voor de desbetreffende cursusgeldperiode op aanvraag van de cursusgeldplichtige terugbetaald met een tiende deel voor iedere in de cursusgeldperiode resterende maand waarin de cursist niet langer zal zijn ingeschreven. De laatste twee maanden van de cursusgeldperiode tellen daarbij niet mee.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het cursusgeld, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de wet, bedraagt voor de volgende categorieën cursussen voor het cursusjaar 2024–2025:
|
||||
Het cursusgeldtarief voor de volgende categorieën cursussen bedraagt naar de maatstaf van 1 augustus 2000:
|
||||
|
||||
a. voor opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de assistent-opleiding, de entreeopleiding en de basisberoepsopleiding: € 295;
|
||||
b. voor opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding: € 715;
|
||||
c. voor opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een diploma als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of onderdelen van dat diploma: € 0,94 voor elke 45 minuten onderwijs, berekend op basis van het normatieve aantal minuten onderwijs per jaar van de opleiding waarvoor inschrijving heeft plaatsgevonden.
|
||||
a. opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de assistent-opleiding en de basisberoepsopleiding: ƒ 378,00per 01-08-2002: € 183,67 per cursusjaar,
|
||||
b. opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding: ƒ 918,00 per 01-08-2002: € 446,61per cursusjaar, en
|
||||
c. opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een diploma als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of onderdelen van dat diploma: ƒ 1,15 per 01-08-2002: € 0,57 voor elke 45 minuten onderwijs, berekend op basis van het normatieve aantal minuten onderwijs per jaar van de opleiding waarvoor inschrijving heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**2.** De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex. De ministeriële regeling wordt vastgesteld voor 1 oktober voorafgaand aan het studiejaar waarvoor het gewijzigde cursusgeld zal gelden. De wijziging wordt bepaald door de gemiddelde procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over de periode mei tot en met april, voorafgaand aan de vaststelling van de ministeriële regeling, heeft ondergaan ten opzichte van dezelfde periode in het daaraan voorafgaande jaar. De aldus verkregen wijziging van de cursusgeldbedragen, met uitzondering van het in het eerste lid, onder c, bedoelde bedrag, wordt afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.
|
||||
|
||||
**3.** Onder de consumentenprijsindex, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan: de consumentenprijsindex «reeks alle huishoudens» zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek.
|
||||
**2.** De cursusgeldtarieven worden jaarlijks bij ministeriële regeling herzien op basis van de ontwikkeling van de consumentenprijsindex-Werknemers Laag reeks (1995 = 100) in het voorafgaande kalenderjaar. De ministeriële regeling wordt uiterlijk 31 maart voorafgaande aan het cursusjaar waarop de herziening van het cursusgeldtarief betrekking heeft bekend gemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Indien de aard van het onderwijs, de cursusduur, het aantal lessen of de doelgroep van de cursus daartoe aanleiding geeft, kunnen bij ministeriële regeling de in artikel 15 genoemde cursusgeldtarieven worden verlaagd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Slot- en overgangsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Slot- en overgangsbepalingen
|
||||
Wijzigt deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue