2007-07-18 | BWBR0012065 | Aanpassingsbesluit van enige uitvoeringsbesluiten (belastingherziening 2001)

This commit is contained in:
Coornhert 2007-07-18 12:00:00 +00:00
parent 4b79c81332
commit 5c67957447

View file

@ -51,7 +51,7 @@ Voor de toepassing van artikel 3.127, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting
a. berekend overeenkomstig de in artikel 3.127, eerste tot en met vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor het kalenderjaar 2001 geldende grondslagen en bedragen, met dien verstande dat als bedragen, genoemd in artikel 3.127, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, in aanmerking worden genomen de bedragen die gelden in het kalenderjaar waarin de niet aangewende bedragen aan premies voor lijfrenten zijn betaald of verrekend;
b. berekend op basis van het persoonlijke inkomen, zoals dat op grond van artikel 5, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals dat in die jaren luidde, is vastgesteld; en
c. verminderd met de in de desbetreffende kalenderjaren gerealiseerde opbouw van pensioenaanspraken en dotaties aan de oudedagsreserve, waarbij de vermindering in verband met de opbouw van pensioenaanspraken wordt berekend op basis van de in artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 opgenomen uitgangspunten.
c. verminderd met de in de desbetreffende kalenderjaren gerealiseerde opbouw van pensioenaanspraken en dotaties aan de oudedagsreserve, waarbij de vermindering in verband met de opbouw van pensioenaanspraken wordt berekend op basis van de in artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 opgenomen uitgangspunten.
Op het aldus berekende bedrag aan ruimte worden vervolgens voor de berekening van de met ingang van het kalenderjaar 2001 alsnog in aanmerking te nemen bedragen, de ingevolge artikel 45a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals dat in die jaren luidde, in aanmerking genomen premies voor lijfrenten in mindering gebracht.
@ -67,7 +67,7 @@ Indien de belastingplichtige na 1 januari 1998 onder algemene titel vermogen ver
a. worden voor de toepassing van hoofdstuk 2, artikel IV, onderdeel B, tweede lid, onderdeel b, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 mede in aanmerking genomen de winstuitdelingen die door de verdwijnende rechtspersoon, volgens een bestendige gedragslijn, in de drie kalenderjaren die onmiddellijk voorafgaan aan 1 januari 2001, per jaar zijn verricht;
b. wordt voor de toepassing van hoofdstuk 2, artikel IV, onderdeel B, tweede lid, onderdeel d, van die wet mede in aanmerking genomen het resultaat van de verdwijnende rechtspersoon;
c. worden voor de toepassing van hoofdstuk 2, artikel IV, onderdeel B, zesde lid, van die wet mede in aanmerking genomen de winstuitdelingen die in totaliteit door de verdwijnende rechtspersoon in de periode van 1 januari 2001 tot het fusietijdstip zijn verricht en wordt mede in aanmerking genomen de waarde in het economische verkeer van het in dat lid bedoelde saldo van de verdwijnende rechtspersoon.
c. worden voor de toepassing van hoofdstuk 2, artikel IV, onderdeel B, zesde lid, van die wet mede in aanmerking genomen de winstuitdelingen die in totaliteit door de verdwijnende rechtspersoon in de periode van 1 januari 2001 tot het fusietijdstip zijn verricht en wordt mede in aanmerking genomen de waarde in het economische verkeer van het in dat lid bedoelde saldo van de verdwijnende rechtspersoon.
**3.**