From 5c7c681bb3dcc02d55c14f73e746a648d29c553f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-01-01 | BWBR0007168 | Wet belastingen op milieugrondslag --- .../BWBR0007168/README.md | 207 +++++++++++++----- 1 file changed, 152 insertions(+), 55 deletions(-) diff --git a/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md b/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md index fdac01f56c5..0adcacffd05 100644 --- a/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md +++ b/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet belastingen op milieugrondslag bwb_id: BWBR0007168 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2022-03-16' +datum_inwerkingtreding: '2023-12-20' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0007168 citeertitel: Wet belastingen op milieugrondslag --- @@ -166,7 +166,7 @@ c. in overige gevallen op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. ### Artikel 18 -Het tarief bedraagt € 0,382 per kubieke meter leidingwater. +Het tarief bedraagt € 0,420 per kubieke meter leidingwater. ### Artikel 18a @@ -210,24 +210,25 @@ Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt ve a. *afvalstoffen:* afvalstoffen als bedoeld in de Wet milieubeheer, en zeer laag radioactief afval; b. *zeer laag radioactief afval:* radioactieve afvalstoffen van natuurlijke bronnen van ioniserende straling, waarin de activiteit van de betrokken natuurlijke bronnen op enig moment gelijk is aan of hoger is dan de in bijlage 1, tabel 1, van het Besluit stralingsbescherming vermelde waarde, en de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bronnen gelijk is aan of hoger is dan de in bijlage 1, tabel 1, van het Besluit stralingsbescherming vermelde waarde en lager is dan tien maal die waarde; -c. *verwijderen:* storten of verbranden van afvalstoffen; +c. *verwijderen van afvalstoffen:* + +1°. het storten van afvalstoffen op een stortplaats als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet, waar op grond van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van die wet afvalstoffen mogen worden gestort, of het storten van afvalstoffen op een vergelijkbare stortplaats buiten Nederland; +2°. het verbranden van afvalstoffen in een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie als bedoeld in artikel 3, veertigste lid, onderscheidenlijk eenenveertigste lid, van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PbEU 2010, L 334), waarin op grond van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen of gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand, of het verbranden van afvalstoffen in een vergelijkbare installatie buiten Nederland; d. *nuttige toepassing:* nuttige toepassing als bedoeld in de Wet milieubeheer; e. *storten:* storten als bedoeld in de Wet milieubeheer; -f. *inrichting:* - -1°. inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer, werken daaronder niet begrepen, waarin afvalstoffen worden gestort; -2°. inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer waarin blijkens een op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht afgegeven omgevingsvergunning huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen of gemengd sorteerresidu mogen, onderscheidenlijk mag, worden verbrand; -g. *baggerspecie:* +f. *inrichting:* een terrein, dan wel een geheel van functioneel of organisatorisch samenhangende terreinen op dezelfde locatie, in Nederland, waar op grond van een of meer omgevingsvergunningen voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, afvalstoffen mogen worden verwijderd; +g. *houder van de inrichting:* de houder van een of meer omgevingsvergunningen als bedoeld in onderdeel c, op grond waarvan binnen de inrichting afvalstoffen mogen worden verwijderd; +h. *baggerspecie:* 1°. materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter; 2°. sediment en het residu van de reiniging van baggerspecie; -h. *stoffen:* stoffen als bedoeld in de Wet milieubeheer; -i. *preparaat:* een mengsel als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer; -j. *percolaat:* vloeistof die uit gestorte afvalstoffen komt of daarmee in contact is geweest; -k. *stortgas:* gas dat uit gestorte afvalstoffen vrijkomt als gevolg van biologische afbraakreacties; -l. *EVOA:* Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU 2006, L 190); -m. *overbrenging:* overbrenging in de zin van de EVOA; -n. *zuiveringsslib:* bezinksel dat overblijft na het biologisch zuiveren van afvalwater van huishoudens en bedrijven in een rioolwaterzuiveringsinstallatie. +i. *stoffen:* stoffen als bedoeld in de Wet milieubeheer; +j. *preparaat:* een mengsel als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer; +k. *percolaat:* vloeistof die uit gestorte afvalstoffen komt of daarmee in contact is geweest; +l. *stortgas:* gas dat uit gestorte afvalstoffen vrijkomt als gevolg van biologische afbraakreacties; +m. *EVOA:* Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU 2006, L 190); +n. *overbrenging:* overbrenging in de zin van de EVOA; +o. *zuiveringsslib:* bezinksel dat overblijft na het biologisch zuiveren van afvalwater van huishoudens en bedrijven in een rioolwaterzuiveringsinstallatie. **2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen worden niet tot afvalstoffen gerekend die stoffen, preparaten en voorwerpen, die voldoen aan de voorwaarden van bij algemene maatregel van bestuur opgesomde besluiten en regelingen volgens welke deze stoffen, preparaten en voorwerpen buiten inrichtingen met een stortplaats milieuhygiënisch verantwoord zijn toe te passen, dan wel bestemd zijn te worden gebruikt voor bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen toepassingen die hetzij verband houden met de bedrijfsvoering van de inrichting, hetzij deel uitmaken van het bedrijfsproces dat leidt tot de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen. @@ -363,10 +364,10 @@ b. hoeveel belasting ter zake van de stoffen, preparaten en voorwerpen geheven i Het tarief bedraagt in geval van: -a. het storten van afvalstoffen: € 35,70 per 1.000 kilogram; -b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 35,70 per 1.000 kilogram; +a. het storten van afvalstoffen: € 39,23 per 1.000 kilogram; +b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 39,23 per 1.000 kilogram; c. het verbranden van afvalstoffen in een installatie waarin op grond van bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gestelde voorschriften, dan wel een op grond van laatstgenoemde wet afgegeven omgevingsvergunning, geen huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen en gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand: nihil; -d. de overbrenging van afvalstoffen: € 35,70 per 1.000 kilogram. +d. de overbrenging van afvalstoffen: € 39,23 per 1.000 kilogram. **2.** Bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c, wordt voor de gehele periode van overbrenging het laagste tarief toegepast dat gedurende deze periode op enig moment geldt ingevolge het eerste lid, onderdeel d. De periode van overbrenging vangt aan op het tijdstip van aanvang van de eerste fysieke overbrenging met toepassing van de toestemming, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, en eindigt op het tijdstip van de aanvang van de laatste fysieke overbrenging met toepassing van die toestemming. @@ -574,7 +575,7 @@ De belasting wordt berekend over het gewicht van de kolen, uitgedrukt in kilogra ### Artikel 43 -Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 16,47. +Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 18,10. ### Afdeling 5. Vrijstellingen @@ -641,9 +642,9 @@ b. elektriciteitsbeurs: beurs als bedoeld in artikel 86e van de Elektriciteitswe c. gasbeurs: beurs als bedoeld in artikel 66b van de Gaswet; d. verbruiksperiode: -1°. in gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of, indien geen voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen: tijdvak waarop de eindfactuur betrekking heeft; +1°. in gevallen waarin periodiek voorschotnota’s worden uitgereikt of, indien geen voorschotnota’s worden uitgereikt, periodiek voorschotbedragen worden ontvangen, gevolgd door een jaarlijkse eindfactuur: het tijdvak waarop de eindfactuur betrekking heeft; 2°. in overige gevallen: kalenderjaar; -e. eindfactuur: definitieve factuur waarin verrekening plaatsvindt met de voorschotnota’s of voorschotbedragen die betrekking hebben op het tijdvak waarop de factuur ziet; +e. eindfactuur: definitieve jaarlijkse factuur waarin verrekening plaatsvindt met de voorschotnota’s of voorschotbedragen die betrekking hebben op de verbruiksperiode waarop de jaarlijkse factuur ziet; f. aansluiting: een aansluiting van een in Nederland gelegen onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken op een Nederlands distributienet waaruit elektriciteit of aardgas aan de verbruiker wordt geleverd; een aansluiting kan bestaan uit een of meer leveringspunten; g. installatie voor warmtekrachtkoppeling: een installatie waarin aardgas wordt verstookt voor de gecombineerde opwekking van warmte en kracht met een totaal energetisch rendement van minimaal 60%, gebaseerd op de calorische onderwaarde van het gas. Onder het totaal energetisch rendement wordt verstaan de som van het rendement van de elektriciteitsopwekking en tweederde deel van het rendement van de productie van nuttig aan te wenden warmte, berekend op de onderste verbrandingswaarde van aardgas; h. installatie voor blokverwarming: een gemeenschappelijke voorziening voor de verwarming van meer dan een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken; @@ -663,7 +664,11 @@ u. niet-zakelijk verbruik: verbruik anders dan het zakelijk verbruik, bedoeld in v. productie-installatie: een productie-installatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ah, van de Elektriciteitswet 1998; w. walstroominstallatie: een installatie aan land die het mogelijk maakt om schepen die zijn afgemeerd te voorzien van elektriciteit en die beschikt over een zelfstandige aansluiting of die is voorzien van een comptabele meetinrichting die voldoet aan bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden; x. energieopslag: het omzetten van elektrische energie in een vorm van energie die kan worden opgeslagen, het opslaan van dergelijke energie, en de daaropvolgend omzetting van dergelijke energie in elektrische energie; -y. energieopslagfaciliteit: een installatie waar energieopslag plaatsvindt. +y. energieopslagfaciliteit: een installatie waar energieopslag plaatsvindt; +z. eindafrekening: de laatste factuur aan de verbruiker die wordt opgemaakt bij het beëindigen van het contract; +aa. begunstigde: een onderneming als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie die staatssteun ontvangt als gevolg van een steunmaatregel; +ab. kmo: een kleine, middelgrote onderneming of micro-onderneming als bedoeld in bijlage I van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187); +ac. EAN-code: de EAN-code, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling afnemers en monitoring Elektriciteitswet 1998 en Gaswet. **2.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van het begrip zuivere biomassa. @@ -681,8 +686,8 @@ y. energieopslagfaciliteit: een installatie waar energieopslag plaatsvindt. In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, onder 2°, is de verbruiksperiode in de aldaar bedoelde gevallen: -a. ingeval de overeenkomst tot levering in de loop van het kalenderjaar aanvangt: het gedeelte van het kalenderjaar vanaf het tijdstip waarop de overeenkomst tot levering aanvangt; -b. ingeval de overeenkomst tot levering in de loop van het kalenderjaar wordt beëindigd: het gedeelte van het kalenderjaar tot het tijdstip waarop de overeenkomst tot levering eindigt. +a. ingeval de overeenkomst tot levering in de loop van het kalenderjaar aanvangt en niet voorafgegaan is door een overeenkomst tot levering bij dezelfde leverancier: het gedeelte van het kalenderjaar vanaf het tijdstip waarop de overeenkomst tot levering aanvangt; +b. ingeval de overeenkomst tot levering in de loop van het kalenderjaar wordt beëindigd en niet wordt opgevolgd door een overeenkomst tot levering bij dezelfde leverancier en ter zake van deze beëindiging een eindafrekening wordt opgemaakt: het gedeelte van het kalenderjaar tot het tijdstip waarop de overeenkomst tot levering eindigt. ### Afdeling 2. Grondslag en belastingplicht @@ -804,21 +809,23 @@ Het tarief bedraagt voor: a. aardgas, met uitzondering van aardgas als bedoeld in onderdeel b, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3 voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,48980‬; -– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,09621; -– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,05109; -– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,03919; -b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,18287 per kubieke meter; +– niet hoger is dan 1 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,58301; +– hoger is dan 1 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,58301; +– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,22378; +– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,12855; +– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,04886; +b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,20097 per kubieke meter; c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,12599; -– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,10046; -– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,03942; -– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00175 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,00115 voor zakelijk verbruik. +– niet hoger is dan 2 900 kWh, per kWh € 0,1088‬; +– hoger is dan 2 900 kWh, maar niet hoger dan 10 000 kWh, per kWh € 0,10880; +– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,09037; +– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,03943; +– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00254 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,00188 voor zakelijk verbruik. **2.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, worden de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. -**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,48980 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte, aardwarmte of warmte opgewekt met vaste of vloeibare biomassa. +**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, tweede aandachtsstreepje, per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte, aardwarmte of van warmte opgewekt met vaste, vloeibare of gasvormige biomassa, aquathermie, een lucht-water-warmtepomp of een elektrische boiler. **4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedragen de tarieven nihil voor in artikel 48, tweede lid, als aardgas aangemerkte producten voor zover deze als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan. @@ -846,18 +853,46 @@ Indien de verlaging van het tarief, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, wordt ve In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten voor aardgas met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,07867; -– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,03629; -– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,05109; -– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,03919. +– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,09365; +– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,08444; +– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,12855; +– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,04886. **2.** De tarieven, genoemd in het eerste lid, zijn niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter vaststelling wanneer de verbruiker moet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden. -**3.** Indien behalve voor het in het eerste lid vermelde doel mede aardgas wordt toegepast in één of meerdere woonhuizen, wordt per verbruiksperiode van twaalf maanden per woonhuis een geleverde hoeveelheid van 5000 kubieke meter in de heffing betrokken naar het tarief, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, tenzij de geleverde hoeveelheden voor de verschillende toepassingen en de verschillende woonhuizen afzonderlijk worden gemeten. +**3.** Indien behalve voor het in het eerste lid vermelde doel mede aardgas wordt toegepast in één of meerdere woonhuizen, wordt per verbruiksperiode van twaalf maanden per woonhuis een geleverde hoeveelheid van 5000 kubieke meter in de heffing betrokken naar de tarieven, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, tenzij de geleverde hoeveelheden voor de verschillende toepassingen en de verschillende woonhuizen afzonderlijk worden gemeten. **4.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, worden de in het eerste lid genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. -**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. +**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van het eerste tot en met vierde lid. + +**6.** + +Indien een begunstigde staatssteun ontvangt als gevolg van de toepassing van dit artikel verstrekt de belastingplichtige: + +a. aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit jaarlijks vóór een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen datum en op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze ten aanzien van die begunstigde de volgende gegevens en inlichtingen die worden gebruikt in verband met de verplichtingen die voortvloeien uit paragraaf 3.2.1.4, punt 58, onder (b), van de Richtsnoeren 2022/C 80/01 staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2022 met betrekking tot transparantievereisten: + +1°. de naam en het adres van de begunstigde en de provincie waarin deze is gevestigd; +2°. het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007; +3°. de datum waarop de steun voor het eerst is verleend; +4°. per EAN-code het bedrag van de staatssteun in het betreffende kalenderjaar; +b. aan Onze Minister op diens verzoek gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn in het kader van artikel 108, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. + +**7.** + +Een begunstigde die staatssteun ontvangt als gevolg van de toepassing van dit artikel verstrekt: + +a. aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op diens verzoek gegevens en inlichtingen waaruit blijkt of de begunstigde een kmo is, indien op basis van gegevens en inlichtingen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, blijkt dat de begunstigde in een kalenderjaar meer staatssteun heeft ontvangen als gevolg van de toepassing van dit artikel dan het drempelbedrag, bedoeld in paragraaf 3.2.1.4, punt 58, onder (b), van de Richtsnoeren 2022/C 80/01 staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2022, en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de op grond van dit onderdeel te verstrekken gegevens en inlichtingen nodig heeft om te bepalen of de begunstigde een kmo is; +b. aan Onze Minister op diens verzoek gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn in het kader van artikel 108, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voor zover de belastingplichtige niet over de noodzakelijke gegevens en inlichtingen beschikt. + +**8.** Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan een last onder dwangsom opleggen ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens het zesde lid, onderdeel a, of zevende lid, onderdeel a. + +**9.** + +Ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens het zesde lid, onderdeel a, verstrekt de inspecteur indien hij hierover beschikt aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: + +a. de naam van de belastingplichtige die het eerste lid toepast; +b. het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, het adres, telefoonnummer en e-mailadres van die belastingplichtige. ### Artikel 60a @@ -865,26 +900,82 @@ In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, bedraagt het tarief voor elektriciteit die wordt geleverd aan een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting, voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,05549; -– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,05549; -– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,01478; -– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00061. +– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,04089; +– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,04089; +– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,01236; +– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00127. **2.** De tarieven, genoemd in het eerste lid, zijn niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is. **3.** Bij of krachtens op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld waaronder de tarieven, bedoeld in het eerste lid, worden toegepast en worden nadere regels gesteld ter vaststelling wanneer de verbruiker moet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden. -**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. +**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van het eerste tot en met derde lid van dit artikel. + +**5.** + +Indien een begunstigde staatssteun ontvangt als gevolg van de toepassing van dit artikel verstrekt de belastingplichtige: + +a. aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat jaarlijks vóór een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen datum en op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze ten aanzien van die begunstigde de volgende gegevens en inlichtingen die worden gebruikt in verband met de verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening met betrekking tot transparantievereisten: + +1°. de naam en het adres van de begunstigde en de provincie waarin deze is gevestigd; +2°. het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007; +3°. de datum waarop de steun voor het eerst is verleend; +4°. per EAN-code het bedrag van de staatssteun in het betreffende kalenderjaar; +b. aan Onze Minister op diens verzoek gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn in het kader van artikel 108, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. + +**6.** + +Een begunstigde die staatssteun ontvangt als gevolg van de toepassing van dit artikel verstrekt: + +a. aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op diens verzoek gegevens en inlichtingen waaruit blijkt of de begunstigde een kmo is, indien op basis van gegevens en inlichtingen als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, blijkt dat de begunstigde in een kalenderjaar meer staatssteun heeft ontvangen als gevolg van de toepassing van dit artikel dan het drempelbedrag, bedoeld in Bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de op grond van dit onderdeel te verstrekken gegevens en inlichtingen nodig heeft om te bepalen of de begunstigde een kmo is; +b. aan Onze Minister op diens verzoek gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn in het kader van artikel 108, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voor zover de belastingplichtige niet over de gegevens en inlichtingen beschikt. + +**7.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan een last onder dwangsom opleggen ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens het vijfde lid, onderdeel a, of zesde lid, onderdeel a. + +**8.** + +Ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens het vijfde lid, onderdeel a, verstrekt de inspecteur indien beschikbaar aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat: + +a. de naam van de belastingplichtige die het eerste lid toepast; +b. het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, het adres, telefoonnummer en e-mailadres van die belastingplichtige. ### Artikel 60b -**1.** In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, bedraagt het tarief voor elektriciteit die wordt geleverd aan een walstroominstallatie die geheel of nagenoeg geheel bestemd is voor schepen niet zijnde particuliere pleziervaartuigen als bedoeld in artikel 70a, derde lid, per kWh € 0,0005. +**1.** In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, bedraagt het tarief voor elektriciteit die wordt geleverd aan een walstroominstallatie die geheel of nagenoeg geheel bestemd is voor schepen niet zijnde particuliere pleziervaartuigen als bedoeld in artikel 70a, derde lid, per kWh 10% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, vierde aandachtstreepje. **2.** Het tarief, genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is. **3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld waaronder het tarief, genoemd in het eerste lid, wordt toegepast en worden nadere regels gesteld ter vaststelling wanneer de verbruiker moet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden. -**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. +**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van het eerste tot en met derde lid. + +**5.** + +Indien een begunstigde staatssteun ontvangt als gevolg van de toepassing van dit artikel verstrekt de belastingplichtige: + +a. aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat jaarlijks vóór een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen datum en op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze ten aanzien van die begunstigde de volgende gegevens en inlichtingen die worden gebruikt in verband met de verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening met betrekking tot transparantievereisten: + +1°. de naam en het adres van de begunstigde en de provincie waarin deze is gevestigd; +2°. het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007; +3°. de datum waarop de steun voor het eerst is verleend; +4°. per EAN-code het bedrag van de staatssteun in het betreffende kalenderjaar; +b. aan Onze Minister op diens verzoek gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn in het kader van artikel 108, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. + +**6.** + +Een begunstigde die staatssteun ontvangt als gevolg van de toepassing van dit artikel verstrekt: + +a. aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op diens verzoek gegevens en inlichtingen waaruit blijkt of de begunstigde een kmo is, indien op basis van gegevens en inlichtingen als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, blijkt dat de begunstigde in een kalenderjaar meer staatssteun heeft ontvangen als gevolg van de toepassing van dit artikel dan het drempelbedrag, bedoeld in artikel Bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de op grond van dit onderdeel te verstrekken gegevens en inlichtingen nodig heeft om te bepalen of de begunstigde een kmo is; +b. aan Onze Minister op diens verzoek gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn in het kader van artikel 108, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voor zover de belastingplichtige niet over de gegevens en inlichtingen beschikt. + +**7.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan een last onder dwangsom opleggen ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens het vijfde lid, onderdeel a, of zesde lid, onderdeel a. + +**8.** + +Ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens het vijfde lid, onderdeel a, verstrekt de inspecteur indien beschikbaar aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat: + +a. de naam van de belastingplichtige die het eerste lid toepast; +b. het nummer bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, het adres, telefoonnummer en e-mailadres van die belastingplichtige. ### Artikel 61 @@ -892,7 +983,7 @@ Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden worden de hoev ### Artikel 61a -In de gevallen, bedoeld in artikel 47, achtste lid, onderdeel b, wordt de belasting ter zake van de leveringen die vanaf het begin van het kalenderjaar zijn verricht, herrekend met inachtneming van artikel 61. Indien deze herrekening leidt tot een hoger of lager belastingbedrag dan de belasting die zonder de herrekening over de gehele verbruiksperiode verschuldigd zou zijn, wordt de belasting die moet worden voldaan over het tijdvak waarin de overeenkomst tot levering wordt beëindigd dienovereenkomstig verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. Bij de bepaling van de belasting die op de laatste factuur aan de verbruiker wordt vermeld, wordt de verhoging of verlaging, bedoeld in de tweede volzin, in aanmerking genomen. +In de gevallen, bedoeld in artikel 47, achtste lid, onderdeel b, wordt de belasting ter zake van de leveringen die vanaf het begin van het kalenderjaar zijn verricht, herrekend met inachtneming van artikel 61. Indien deze herrekening leidt tot een hoger of lager belastingbedrag dan de belasting die zonder de herrekening over de gehele verbruiksperiode verschuldigd zou zijn, wordt de belasting die moet worden voldaan over het tijdvak waarin de overeenkomst tot levering wordt beëindigd dienovereenkomstig verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. Bij de bepaling van de belasting die op de eindafrekening aan de verbruiker wordt vermeld, wordt de verhoging of verlaging, bedoeld in de tweede volzin, in aanmerking genomen. ### Artikel 62 @@ -902,7 +993,7 @@ Indien op basis van een contract tussen de belastingplichtige en de verbruiker d ### Artikel 63 -**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 493,27 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. +**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 521,78 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. **2.** Indien het bedrag van de over de verbruiksperiode verschuldigde belasting lager is dan het bedrag van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil aan de verbruiker terugbetaald. @@ -968,9 +1059,9 @@ Vervallen ### Artikel 67 -**1.** Op verzoek wordt teruggaaf van de belasting verleend voor aardgas dat is belast naar het tarief, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, voor het verbruik niet hoger dan 170 000 kubieke meter, voor zover het verbruik van warmte in een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken die door een installatie voor blokverwarming wordt verwarmd, hoger is dan 5 372 000 megajoule per verbruiksperiode van twaalf maanden. +**1.** Op verzoek wordt teruggaaf van de belasting verleend voor aardgas dat is belast naar het tarief, bedoeld in artikel 59, derde lid, voor zover het verbruik van warmte in een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken die door een installatie voor blokverwarming wordt verwarmd, hoger is dan 5 372 000 megajoule per verbruiksperiode van twaalf maanden. -**2.** De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend aan de gebruiker van de in het eerste lid bedoelde onroerende zaak. De teruggaaf bedraagt het verschil tussen het bedrag van de belasting dat volgt uit toepassing van het tarief, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, voor het verbruik niet hoger dan 170 000 kubieke meter en het bedrag van de belasting dat volgt uit toepassing van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, als aan de gebruiker een hoeveelheid aardgas geleverd zou zijn die correspondeert met de verbruikte warmte. +**2.** De teruggaaf wordt verleend aan de gebruiker van de onroerende zaak. De teruggaaf bedraagt het positieve verschil tussen het bedrag van de belasting dat volgt uit toepassing van het tarief, bedoeld in artikel 59, derde lid, en het bedrag van de belasting dat volgt uit toepassing van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, als aan die gebruiker een hoeveelheid aardgas geleverd zou zijn die correspondeert met de verbruikte warmte. **3.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend. @@ -1070,6 +1161,10 @@ c. *broeikasgasinstallatie:* broeikasgasinstallatie als bedoeld in artikel 16a.2 d. *één ton kooldioxide-equivalent:* één ton kooldioxide-equivalent als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer; e. *elektriciteitsemissieverslag:* elektriciteitsemissieverslag als bedoeld in artikel 16a.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. +### Artikel 71aa + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Afdeling 2. Grondslag en belastingplicht ### Artikel 71b @@ -1138,7 +1233,7 @@ Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, derde zin, bedraagt voor: Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. *afvalverbrandingsinstallatie:* afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie als bedoeld in artikel 3, veertigste, onderscheidenlijk eenenveertigste, lid, van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PbEU 2010, L 334) waarin blijkens een op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht afgegeven omgevingsvergunning huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen of gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand, en die geen broeikasinstallatie is; +a. *afvalverbrandingsinstallatie:* afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie als bedoeld in artikel 3, veertigste, onderscheidenlijk eenenveertigste, lid, van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PbEU 2010, L 334) waarin blijkens een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de Omgevingswet huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen of gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand; b. *broeikasgas:* broeikasgas als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer; c. *broeikasgasinstallatie:* broeikasgasinstallatie als bedoeld in de artikelen 16.1, tweede lid, en 16.3 van de Wet milieubeheer; d. *dispensatierecht:* overdraagbaar recht om gedurende het kalenderjaar een emissie van één ton kooldioxide-equivalent in de lucht te veroorzaken in het kalenderjaar waarin die uitstoot plaatsvindt zonder toepassing van het tarief, genoemd in artikel 71p, eerste lid, onderdeel a; @@ -1226,10 +1321,10 @@ De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de emissie van broeikasga Het tarief bedraagt: -a. in het geval van artikel 71l, eerste lid, onderdeel a, per ton kooldioxide-equivalent € 55,94; +a. in het geval van artikel 71l, eerste lid, onderdeel a, per ton kooldioxide-equivalent € 74,17; b. in het geval van artikel 71l, eerste lid, onderdeel b, per ton kooldioxide-equivalent het tarief, genoemd in artikel 71f, eerste lid. -**2.** Bij aanvang van ieder kalenderjaar na het kalenderjaar 2021 tot en met kalenderjaar 2030 wordt, alvorens artikel 90 wordt toegepast, het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, verhoogd met € 11,55. +**2.** Bij aanvang van ieder kalenderjaar na het kalenderjaar 2021 tot en met kalenderjaar 2030 wordt, alvorens artikel 90 wordt toegepast, het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, verhoogd met € 12,69. **3.** Voor een broeikasgasinstallatie wordt het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, verminderd met de termijnkoers van het broeikasgasemissierecht. Het tarief is niet lager dan nihil. De termijnkoers van het broeikasgasemissierecht is voor een kalenderjaar het gewone gemiddelde, in euro, van de dagelijkse éénjaarstermijnkoersen van broeikasgasemissierechten (slotverkoopkoersen) voor levering in december van dat jaar, zoals waargenomen van 1 september tot en met 31 oktober voorafgaand aan datzelfde jaar op de koolstofbeurs in de Europese Unie met het hoogste handelsvolume van die éénjaarstermijncontracten in die maanden. @@ -1263,6 +1358,8 @@ b. in het geval van artikel 71l, eerste lid, onderdeel b, per ton kooldioxide-e Het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit verstrekt de inspecteur en de ontvanger de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de CO_2-heffing industrie. +## Hoofdstuk VIC. Co + ## Hoofdstuk VII. Vliegbelasting ### Afdeling 1. Begripsbepalingen @@ -1310,7 +1407,7 @@ De vliegbelasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de passagier met een ### Artikel 77 -Het tarief bedraagt € 26,43 per passagier. +Het tarief bedraagt € 29,05 per passagier. ### Afdeling 5. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing