2008-01-01 | BWBR0023123 | Besluit markttoezicht registerloodsen
This commit is contained in:
parent
d011c169b6
commit
5c96ce646a
1 changed files with 187 additions and 153 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit markttoezicht registerloodsen
|
|||
bwb_id: BWBR0023123
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2021-12-07'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2008-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0023123
|
||||
citeertitel: Besluit markttoezicht registerloodsen
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -14,49 +14,49 @@ citeertitel: Besluit markttoezicht registerloodsen
|
|||
|
||||
### Artikel 1.1
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *A-tarief:* tarief voor de aanvullende diensten, bedoeld in artikel 4.5;
|
||||
– *bevoegde autoriteit:* de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 van het Loodsplichtbesluit 2021;
|
||||
– *bijzonder transport:* hetgeen op grond van artikel 1, vijfde lid, van de Scheepvaartverkeerswet mede wordt verstaan onder schip of zeeschip en hetgeen bij of krachtens artikel 4 van die wet wordt verstaan onder een bijzonder transport;
|
||||
– *call:* combinatie van een inkomende en uitgaande reis in hetzelfde zeehavengebied;
|
||||
– *cluster van zusterschepen:* twee of meer zusterschepen die door dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon worden geëxploiteerd;
|
||||
– *consortium:* twee of meer zusterschepen die onderdeel vormen van een samenwerkingsverband tussen meerdere natuurlijke personen of rechtspersonen waarin schepen regelmatig volgens een vast lijndienstschema, dat op een voor de sector gebruikelijke wijze bekend is gemaakt, eenzelfde vooraf bepaald zeehavengebied aanlopen;
|
||||
– *diepgang:* grootste diepgang van een schip of een bijzonder transport gedurende de loodsdienst, bepaald in decimeters, waarbij meer dan een halve decimeter naar boven wordt afgerond en waarbij geen rekening wordt gehouden met een toename van de diepgang als gevolg van onvoorziene schade of een ongeval danwel met een tijdelijke toename van de diepgang:
|
||||
Bevoegde autoriteit: de voor een scheepvaartweg of gedeelte daarvan krachtens artikel 1, onder a, van het Loodsplichtbesluit 1995 aangewezen autoriteit;
|
||||
|
||||
a. ten behoeve van het systeem van het aan boord nemen van lading;
|
||||
b. door het gebruik van een systeem voor aan- of afmeren; of
|
||||
c. direct voorvloeiende uit het doel waarvoor het bijzonder transport wordt uitgevoerd;
|
||||
– *frequentiekorting:* korting op de loodsgeldtarieven als bedoeld in artikel 4.9;
|
||||
– *inkomende reis:* reis met een schip of een bijzonder transport ten behoeve waarvan loodsdiensten worden verricht:
|
||||
binnenhaven: een haven die niet in de bijlage bij dit besluit als zeehaven is aangewezen;
|
||||
|
||||
a. vanaf zee tot de ligplaats op zee in een ankergebied of andere locatie; of
|
||||
b. vanaf zee of vanaf de ligplaats op zee in een ankergebied of andere locatie tot de ligplaats in een zeehavengebied;
|
||||
– *loodsdienst:* dienst van een registerloods, bedoeld in artikel 2, eerste tot en met vijfde lid, van de Loodsenwet;
|
||||
– *loodsvergoedingen:* vergoedingen ter dekking van de kosten verbonden aan de situaties genoemd in artikel 4.6, eerste lid;
|
||||
– *organisatie:* krachtens artikel 15a, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet aangewezen organisatie;
|
||||
– *rendez-vousreis:* inkomende of uitgaande reis ten behoeve waarvan de loodsdienst begint of eindigt op een daarvoor door de bevoegde autoriteit op zee aanwezen locatie in of nabij de vaargeul die de aanloop vormt tot het betreffende zeehavengebied;
|
||||
– *S-tarief:* starttarief als bedoeld in artikel 4.3, derde lid;
|
||||
– *schip:* schip als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet of een zeeschip als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel c, van die wet dan wel hetgeen daarmee is gelijkgesteld of uitgezonderd op grond van artikel 1, derde lid, van die wet;
|
||||
– *T-speciaaltarief:* T-tarief ten behoeve van de situaties, bedoeld in artikel 4.4;
|
||||
– *T-tarief:* trajecttarief, bedoeld in artikel 4.3, vierde lid;
|
||||
– *uitgaande reis:* reis met een schip of een bijzonder transport ten behoeve waarvan loodsdiensten worden verricht:
|
||||
call: een combinatie van een loodsreis van zee naar een zeehavengebied en een loodsreis naar zee vanuit hetzelfde zeehavengebied via dezelfde vaarroute;
|
||||
|
||||
a. vanaf de ligplaats op zee in een ankergebied of andere locatie, naar zee toe;
|
||||
b. vanaf de ligplaats in een zeehavengebied naar zee toe of naar een ligplaats op zee in een ankerplaats of andere locatie;
|
||||
– *verhaalreis:* reis met een schip of een bijzonder transport ten behoeve waarvan loodsdiensten worden verricht anders dan een inkomende of uitgaande reis;
|
||||
– *wet:*
|
||||
Loodsenwet;
|
||||
– *zee:* Noordzee, de Waddenzee, inclusief de monding van de Eems, het Ranzelgat en het Dukegat en de monding van de Westerschelde inclusief de rede van Vlissingen;
|
||||
– *zeehavengebied:* havengebied van Delfzijl-Eemshaven, Harlingen-Terschelling, Den Helder-Den Oever-Oudeschild, Amsterdam-IJmuiden, Rotterdam-Rijnmond inclusief Dordrecht, Moerdijk en Scheveningen of Scheldemonden;
|
||||
– *zusterschepen:* schepen die ten opzichte van elkaar voldoen aan de volgende eisen:
|
||||
frequentiekorting: een korting op de loodsgeldtarieven als bedoeld in artikel 4.15;
|
||||
|
||||
1°. gelijkheid van type, volgens Lloyd’s Register of Ships; en
|
||||
2°. een verschil in de lengte over alles, de maximale diepgang op de zomerlastlijn, alsmede de maximale breedte van, respectievelijk, niet meer dan 10%, 15% en 20%.
|
||||
cluster van zusterschepen: twee of meer zusterschepen die door dezelfde natuurlijke of rechtspersoon worden geëxploiteerd;
|
||||
|
||||
### Artikel 1.1a
|
||||
consortium: twee of meer zusterschepen die onderdeel vormen van een samenwerkingsverband waarin schepen regelmatig volgens een vast lijndienstschema, dat op een voor de sector gebruikelijke wijze bekend is gemaakt, eenzelfde daarbij vooraf vastgestelde Nederlandse haven aanlopen;
|
||||
|
||||
Dit besluit berust mede op artikelen 2, zesde lid, 27ca, en 27l, tweede lid, van de Loodsenwet.
|
||||
loodsreis: reis met een zeeschip ten behoeve waarvan een registerloods zijn functie, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet, uitoefent;
|
||||
|
||||
organisatie: de krachtens artikel 15a, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet aangewezen organisatie;
|
||||
|
||||
uiterton: een punt als zodanig in de bijlage van dit besluit aangewezen;
|
||||
|
||||
wet: Loodsenwet;
|
||||
|
||||
zeehaven: de haven en de daartoe behorende scheepvaartwegen die als zodanig in de bijlage bij dit besluit zijn aangewezen;
|
||||
|
||||
zeehavengebied: de havens of ligplaatsen, gelegen in of aan:
|
||||
|
||||
1°. de scheepvaartwegen, genoemd in onderdeel I.1,
|
||||
2°. de scheepvaartwegen, genoemd in onderdeel I.2, exclusief de Vlierede,
|
||||
3°. de scheepvaartwegen, genoemd in onderdeel I.3, exclusief de rede van Texel,
|
||||
4°. de scheepvaartwegen, genoemd in onderdeel II,
|
||||
5°. de scheepvaartwegen, genoemd in onderdeel III, of
|
||||
6°. de scheepvaartwegen, genoemd in onderdeel IV, onder 4, 5, 6 en 7 van bijlage A bij de Scheepvaartverkeerswet;
|
||||
|
||||
zeemijl: de mijl van 1852 m;
|
||||
|
||||
zeewaarts: aan de open zeezijde;
|
||||
|
||||
zusterschepen: schepen die ten opzichte van elkaar voldoen aan de volgende eisen:
|
||||
|
||||
1°. gelijkheid van type, volgens Lloyd's Register of Ships;
|
||||
2°. een verschil wat betreft de lengte over alles, de maximale diepgang op de zomerlastlijn, alsmede de maximale breedte van, respectievelijk, niet meer dan 10%, 15% en 20%;
|
||||
3°. een overeenkomstige uitrusting en inrichting van de brug en de navigatie-instrumenten, en,
|
||||
4°. overeenkomende manoeuvreer-eigenschappen, in het bijzonder ten aanzien van de boeg- en hekschroeven, het motorvermogen, het roertype, de draairichting en het type van de schroef.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Kostentoerekeningssysteem
|
||||
|
||||
|
|
@ -84,7 +84,7 @@ Indien de inkomsten uit andere diensten of taken dan die, bedoeld in artikel 27a
|
|||
|
||||
### Artikel 2.6
|
||||
|
||||
Kosten gemoeid met de evenredigheid, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder a, van de wet, en met de waarborg, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder b, van de wet, worden toegerekend aan de loodsgeldtarieven.
|
||||
Kosten gemoeid met de verplichtingen, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder a, van de wet, met de evenredigheid, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder b, van de wet, en met de waarborg, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder c, van de wet, worden toegerekend aan de loodsgeldtarieven.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7
|
||||
|
||||
|
|
@ -113,24 +113,21 @@ c. zowel een gelijktijdige als een volgtijdelijke toerekening van opbrengsten en
|
|||
|
||||
**5.** De toerekening van niet-duurzame productiemiddelen is gebaseerd op de werkelijke kosten.
|
||||
|
||||
**6.** De berekening van vermogenskosten bedoeld in artikel 27b, vierde lid, van de wet, is gebaseerd op een methode, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende parameters, die voldoet aan algemeen aanvaarde bedrijfseconomische principes.
|
||||
**6.** De berekening van vermogenskosten is gebaseerd op een methode, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende parameters, die voldoet aan algemeen aanvaarde bedrijfseconomische principes. De raad van bestuur stelt deze methode en parameters bij besluit vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10
|
||||
|
||||
De toerekening van de kosten, bedoeld in artikel 2.9, gemoeid met het loodsen van zeeschepen kan plaatsvinden aan elk van de krachtens artikel 27d, eerste lid, van de wet aangewezen zeehavengebieden naar rato van:
|
||||
**1.** De toerekening van de kosten, gemoeid met het loodsen van zeeschepen vindt eerst plaats naar rato van het aantal loodsreizen verricht in elk krachtens artikel 27d, eerste lid, van de wet aangewezen zeehavengebied en vervolgens met inachtneming van de in hoofdstuk 4 vastgestelde maatstaven.
|
||||
|
||||
a. de door registerloodsen te besteden uren, al dan niet naar rato van bij ministeriële regeling vast te stellen scheepsklassen;
|
||||
b. de mate van inzet van bepaalde beloodsingsmiddelen;
|
||||
c. het aantal te loodsen scheepsreizen, al dan niet naar rato van bij ministeriële regeling vast te stellen scheepsklassen; of
|
||||
d. een andere maatstaf, die voldoet aan algemeen aanvaarde bedrijfseconomische principes.
|
||||
**2.** Bij de toerekening van de kosten gemoeid met het loodsen van zeeschepen wordt inzicht gegeven in de kosten voor de onderscheiden krachtens artikel VII van de Wet markttoezicht registerloodsen vast te stellen klassen van schepen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Procedurele bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11
|
||||
|
||||
**1.** De algemene raad zendt een door de ledenvergadering overeenkomstig artikel 27b, eerste lid, van de wet vastgesteld kostentoerekeningssysteem ten minste een jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop het van kracht zijnde kostentoerekeningssysteem zijn geldigheid verliest aan de Autoriteit Consument en Markt.
|
||||
**1.** De algemene raad zendt een door de ledenvergadering overeenkomstig artikel 27b, eerste lid, van de wet vastgesteld kostentoerekeningssysteem ten minste een jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop het van kracht zijnde kostentoerekeningssysteem zijn geldigheid verliest aan de raad van bestuur.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de Autoriteit Consument en Markt toepassing geeft aan artikel 27b, zesde lid, van de wet, stelt zij daarbij de termijn vast waarbinnen de ledenvergadering het toerekeningssysteem wijzigt. De algemene raad zendt het door de ledenvergadering vastgestelde kostentoerekeningssysteem binnen een week na de datum van vaststelling aan de Autoriteit Consument en Markt.
|
||||
**2.** Indien de raad van bestuur toepassing geeft aan artikel 27b, zesde lid, van de wet, stelt hij daarbij de termijn vast waarbinnen de ledenvergadering het toerekeningssysteem wijzigt. De algemene raad zendt het door de ledenvergadering vastgestelde kostentoerekeningssysteem binnen een week na de datum van vaststelling aan de raad van bestuur.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Index uurtarief arbeidsvergoeding
|
||||
|
||||
|
|
@ -138,7 +135,7 @@ d. een andere maatstaf, die voldoet aan algemeen aanvaarde bedrijfseconomische p
|
|||
|
||||
De indexering, bedoeld in artikel 27d, tweede lid, van de wet is het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen, telkens toe te passen over de periode van 12 maanden, eindigend op de laatste dag van de maand februari van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor een tariefvoorstel als bedoeld in artikel 27c van de wet wordt gedaan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Loodsgeldtarief
|
||||
## Hoofdstuk 4. Loodsgeldtarieven, andere tarieven en leveringsvoorwaarden
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -148,180 +145,213 @@ Een kostengeoriënteerd tarief en een kostengeoriënteerde vergoeding voldoen aa
|
|||
|
||||
a. de met toepassing van het geldende kostentoerekeningssysteem, bedoeld in artikel 27b, eerste lid, van de wet, aan de desbetreffende dienst of taak toegerekende geraamde kosten;
|
||||
b. de daaraan toegerekende vermogenskostenvergoeding, en,
|
||||
c. de daarbij te verrichten verrekening als bedoeld in artikel 27c, zevende lid, onder i, en achtste lid, van de wet.
|
||||
c. de daarbij te verrichten verrekening als bedoeld in artikel 27c, zesde lid, onder i, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2
|
||||
|
||||
Een tarief of vergoeding is redelijk in verhouding tot de geleverde dienst.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Loodsgeldtariefstructuur
|
||||
### Paragraaf 2. Algemene maatstaven voor de loodsgeldtarieven
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3
|
||||
|
||||
**1.** De loodsgeldtarieven worden onderscheiden in een S-tarief, een T-tarief, een A-tarief en loodsvergoedingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het S-tarief en het T-tarief worden onderscheiden in een afhankelijk van de diepgang te bepalen tarief voor in- of uitgaande reizen, rendez-vousreizen en verhaalreizen.
|
||||
|
||||
**3.** Het S-tarief strekt ter dekking van de kosten die samenhangen met het bestellen van een loods met uitzondering van de kosten die zijn verbonden aan het gebruik van een helikopter, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onderdeel f.
|
||||
|
||||
**4.** Het T-tarief strekt ter dekking van de kosten die verbonden zijn aan het tijdens de loodsdienst af te leggen traject. Ter nadere bepaling van het T-tarief worden de zeehavengebieden bij ministeriële regeling, ingedeeld in tariefgebieden waaraan steeds een, afhankelijk van de tijd die een in- of uitgaande reis of rendez-vousreis naar dat tariefgebied gebruikelijk in beslag neemt, tariefkolom wordt verbonden.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid wordt voor de situaties genoemd in artikel 4.4 een T-speciaaltarief vastgesteld.
|
||||
De loodsgeldtarieven worden onderscheiden in een zeeloodsgeldtarief, verder aan te duiden als Z-tarief, een binnenloodsgeldtarief, verder aan te duiden als B-tarief, en loodsvergoedingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4
|
||||
|
||||
Voor de volgende situaties wordt een T-speciaaltarief vastgesteld:
|
||||
**1.** Voor de bepaling van het Z-tarief en het B-tarief geldt als grondslag de diepgang van zeeschepen in decimeters. De halve decimeter en daar beneden wordt niet gerekend, wat daar boven gaat wordt als gehele decimeter gerekend.
|
||||
|
||||
a. indien een schip of bijzonder transport bij een geplande inkomende reis of inkomende rendez-vousreis uiteindelijk op zee blijft, zonder dat personen of goederen van of aan boord werden genomen;
|
||||
b. indien een schip of een bijzonder transport een inkomende-, uitgaande- of rendez-vousreis maakt, tussen zee en een ligplaats op zee in een ankergebied of andere locatie;
|
||||
c. indien loodsdienst ten behoeve van een verhaalreis wordt verricht; en
|
||||
d. indien loodsdienst ten behoeve van een proefvaart van een schip wordt verricht.
|
||||
**2.** Voor de bepaling van het B-tarief geldt mede als grondslag de tijdens de loodsreis door het desbetreffende zeeschip afgelegde afstand in zeemijlen.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de bepaling van het Z- en B-tarief geldt mede als grondslag de frequentie waarmee een schip dan wel twee of meer zusterschepen die geëxploiteerd worden door eenzelfde natuurlijke of rechtspersoon of consortium een zeehaven of zeehavengebied aandoen.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de bepaling van de loodsgeldtarieven kunnen ter uitvoering van het Koninkrijk bindende verdragen, besluiten van volkenrechtelijke organisaties, of andere internationale afspraken uitsluitend of mede andere dan in het eerste tot en met derde lid genoemde grondslagen worden gehanteerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5
|
||||
|
||||
Voor de volgende aanvullende diensten wordt een A-tarief vastgesteld:
|
||||
Het Z-tarief wordt geheven:
|
||||
|
||||
a. indien loodsdienst verricht wordt ten behoeve van een naar het oordeel van de bevoegde autoriteit niet behoorlijk bestuurbaar schip;
|
||||
b. indien loodsdienst verricht wordt ten behoeve van een bijzonder transport;
|
||||
c. indien de loodsdienst naar het oordeel van de bevoegde autoriteit ernstig bemoeilijkt wordt als gevolg van ijsgang;
|
||||
d. indien tijdens de loodsdienst een kompas wordt gesteld;
|
||||
e. indien de loods aan boord blijft om ankerwacht te houden of om de wacht te houden in het geval dat stil wordt gelegen, zonder dat het anker is geworpen;
|
||||
f. indien door omstandigheden bij een inkomende, uitgaande, of rendez-vousreis een langere dan de kortst mogelijke route wordt gevaren; en
|
||||
g. indien door omstandigheden bij een verhaalreis een langere dan de kortst mogelijke route wordt gevaren.
|
||||
a. voor loodsreizen van uit zee komende of naar zee gaande schepen, welke bestemd zijn voor of komen van een zeehaven, van een positie zeewaarts van de uiterton tot in die zeehaven of omgekeerd;
|
||||
b. voor loodsreizen van uit zee komende of naar zee gaande schepen, welke bestemd zijn voor of komen van een binnenhaven, voor het gedeelte van een positie zeewaarts van de uiterton tot op de scheepvaartweg voor de voorbij te varen zeehaven, of omgekeerd;
|
||||
c. voor loodsreizen van uit zee komende of naar zee gaande schepen die de meridiaan 4° 47' 00" E passeren op het gedeelte van die meridiaan dat in het noorden wordt begrensd door de zuidzijde van Texel en in het zuiden wordt begrensd door het vasteland van Noord-Holland, zeewaarts van die meridiaan;
|
||||
d. voor loodsreizen van uit zee komende of naar zee gaande schepen die de uiterton IJmuiden, genoemd in de bijlage, passeren, zeewaarts van die uiterton.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
Het B-tarief wordt geheven:
|
||||
|
||||
Voor de volgende situaties worden ter dekking van de door een loods gemaakte kosten en van de tijd die niet met het verrichten van loodsdiensten is gemoeid, loodsvergoedingen vastgesteld:
|
||||
|
||||
a. het afbestellen van een loods of het niet-gebruikmaken van de diensten van een bestelde loods waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen inkomende reizen en inkomende rendez-vousreizen enerzijds en uitgaande reizen, uitgaande rendez-vousreizen en verhaalreizen anderzijds;
|
||||
b. oponthoud tijdens de loodsdienst door een aan het schip of bijzonder transport toe te rekenen omstandigheid die niet van nautische of meteorologische aard is;
|
||||
c. het voor aanvang van en na beëindiging van een loodsdienst aan boord houden van de loods;
|
||||
d. het aan boord nemen of van boord gaan van een loods op een voor het desbetreffende zeehavengebied ongebruikelijke plaats;
|
||||
e. verblijf in quarantaine nadat loodsdienst is verricht op een besmet schip;
|
||||
f. gebruik van een helikopter voor het aan boord brengen of van boord halen van een of meer loodsen bij rendez-vousreizen of op verzoek van de kapitein; en
|
||||
g. reis- en verblijfkosten buiten het betreffende zeehavengebied.
|
||||
|
||||
**2.** Het tarief van een loodsvergoeding kan bestaan uit een forfaitair bedrag of een uurtarief of in het geval bedoeld in eerste lid, onderdeel g, uit werkelijke kosten. Een loodsvergoeding heeft, met uitzondering van de situatie in het eerste lid, onderdeel f, steeds betrekking op de vergoeding per loods.
|
||||
a. voor loodsreizen tussen zee- en binnenhavens, dan wel tussen binnenhavens onderling, of in binnenhavens, en wordt berekend naar de afgelegde afstand tussen of in die havens;
|
||||
b. voor loodsreizen naar, tussen en in binnenhavens die in Noord-Holland zijn gelegen, voor de scheepvaartwegen die niet zeewaarts van het gedeelte van de meridiaan 4° 47' 00" E dat in het noorden wordt begrensd door de zuidzijde van Texel en in het zuiden wordt begrensd door het vasteland van Noord-Holland zijn gelegen, alsmede voor de scheepvaartwegen die niet zeewaarts van de uiterton IJmuiden, genoemd in de bijlage, zijn gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.7
|
||||
|
||||
**1.** De Autoriteit Consument en Markt stelt de S-, T-, T-speciaal en A-tarieven alsmede de loodsvergoedingen vast en stelt rekenregels vast voor reizen waarin meerdere aanvullende diensten als bedoeld in artikel 4.5, worden verricht.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het eerste lid, stelt de Autoriteit Consument en Markt een schema en rekenregels vast voor het verlenen van frequentiekorting aan:
|
||||
|
||||
a. een individueel schip indien dat schip binnen een kalenderjaar de in het schema en rekenregels aangegeven frequentie in calls haalt;
|
||||
b. een cluster van zusterschepen of een consortium indien dat cluster of consortium de in het schema en rekenregels aangegeven frequentie in calls binnen een kalenderjaar haalt;
|
||||
c. een cluster van zusterschepen of een consortium dat binnen een kalenderjaar ontstaat, wordt beëindigd of waarin een mutatie plaatsvindt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. In rekening brengen van loodsgeldtarieven en frequentiekorting
|
||||
Indien gedurende de loodsreis voor of in een zeegat, op de rede dan wel op de binnenwateren wordt geankerd en de reis daarna weer wordt voortgezet, wordt deze loodsreis voor de berekening van het verschuldigde loodsgeld daardoor niet aangemerkt als te zijn geëindigd of onderbroken, mits gedurende het voor anker liggen geen lading wordt ingenomen of gelost of passagiers aan boord worden genomen of ontscheept.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.8
|
||||
|
||||
**1.** Voor alle reizen ten behoeve waarvan loodsdiensten worden verricht is, afhankelijk van de diepgang van het schip of het bijzondere transport, het bij het type reis behorende S-tarief en een daarbij horend T-tarief verschuldigd. Naast het S- en een T-tarief zijn, indien zich situaties voordoen als bedoeld in artikel 4.5 of 4.6, een A-tarief en loodsvergoedingen verschuldigd.
|
||||
|
||||
**2.** Een reis waarbij de loodsdienst voor een periode van minder dan 6 uur wordt onderbroken, omdat het schip tijdens de reis voor anker gaat of zonder voor anker te gaan stil ligt zonder de bestemming bereikt te hebben en zonder dat personen of goederen van of aan boord werden genomen, wordt aangemerkt als één reis.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het eerste lid, is bij rendez-vousreizen waarbij gelijktijdig gebruik wordt gemaakt van de diensten van meer dan twee registerloodsen, voor elke extra loods 42,85% van het voor die loodsdienst van toepassing zijnde T-en A-tarief verschuldigd.
|
||||
|
||||
**4.** Onverminderd het eerste lid, is, indien bij een inkomende of uitgaande reis of een verhaalreis gelijktijdig gebruik wordt gemaakt van de diensten van meer dan een loods, voor elke extra loods 75% op het voor die loodsdienst van toepassing zijnde T-en A-tarief verschuldigd.
|
||||
|
||||
**5.** Indien zich de situatie, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onderdeel a, voordoet wordt in afwijking van het eerste lid, geen S- en T-tarief in rekening gebracht, maar slechts de in dat onderdeel bedoelde loodsvergoeding.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid, eerste volzin, worden voor inkomende en uitgaande reizen van schepen die zijn opgenomen in het Register loodsplicht kleine zeeschepen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Loodsplichtbesluit 1995, die alleen op zee loodsplichtig zijn en waarbij geen loodsdienst aan boord van het schip wordt verricht, het S-verhaaltarief en de eerste kolom van het T-verhaaltarief in rekening gebracht.
|
||||
De loodsreizen van zeeschepen van of naar een zeehaven, dan wel van of naar een binnenhaven, vangen aan of eindigen op de ligplaats in die haven.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.9
|
||||
|
||||
**1.** De organisatie verleent op het bedrag dat in één kalenderjaar aan S-, T- en A-tarief aan een schip, een cluster van zusterschepen of een consortium als bedoeld in artikel 4.7, tweede lid, in rekening is gebracht, een frequentiekorting.
|
||||
**1.** Indien de diepgang van een zeeschip gedurende de loodsreis wijziging ondervindt, wordt het loodsgeld volgens het Z- of B-tarief voor het gehele zee- of binnentraject berekend naar de grootste diepgang.
|
||||
|
||||
**2.** Een schip maakt tegelijkertijd slechts deel uit van één cluster van zusterschepen of consortium
|
||||
|
||||
**3.** De frequentiekorting wordt verleend nadat daarvoor uiterlijk 31 december van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, een volledige aanvraag bij de organisatie is ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld aanvraagformulier. De aanvrager maakt daarbij aannemelijk dat door het schip, cluster van zusterschepen of consortium ten minste aan de minimale frequentie in calls, bedoeld in artikel 4.7, tweede lid, wordt voldaan of zal worden voldaan.
|
||||
|
||||
**4.** De korting wordt verleend met ingang van de eerste dag van het kalenderjaar waarin de aanvraag werd gedaan en kan, zolang aan het derde lid wordt voldaan, op voorschotbasis op het te factureren bedrag in mindering worden gebracht.
|
||||
|
||||
**5.** De afrekening van de frequentiekorting vindt plaats na afloop van het betreffende kalenderjaar, waarbij de eventueel verleende voorschotten worden verrekend.
|
||||
|
||||
**6.** Aan een schip, een cluster van zusterschepen of een consortium aan wie op grond van het derde en vierde lid, frequentiekorting is verleend wordt, zolang aan het tweede lid wordt voldaan, steeds zonder dat daartoe een nieuwe aanvraag als bedoeld in het tweede lid hoeft te worden ingediend, frequentiekorting verleend.
|
||||
|
||||
**7.** De organisatie kan nadere inlichtingen vragen ten behoeve van het verlenen van frequentiekorting.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Procedurele bepalingen
|
||||
**2.** Toename van de diepgang als gevolg van onvoorziene schade of ongeval gedurende de loodsreis, wordt voor de berekening van het loodsgeld niet in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.10
|
||||
|
||||
**1.** Een voorstel van de algemene raad met betrekking tot de loodsgeldtarieven wordt door de algemene raad uiterlijk 15 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop die tarieven betrekking hebben aan de Autoriteit Consument en Markt gezonden. De Autoriteit Consument en Markt kan op verzoek van de algemene raad een latere datum vaststellen.
|
||||
**1.** Indien de kapitein van een zeeschip gelijktijdig gebruik maakt van de diensten van meer dan een loods, omdat hij daartoe krachtens een wettelijk voorschrift verplicht is, is eenmaal loodsgeld volgens het Z- of B-tarief verschuldigd, alsmede, voor zover er loodsvergoedingen verschuldigd zijn, evenzoveel vergoedingen als er loodsen aan boord zijn.
|
||||
|
||||
**2.** De Autoriteit Consument en Markt neemt binnen twintig weken na de datum van ontvangst van een voorstel als bedoeld in het eerste lid een beslissing op dat voorstel.
|
||||
|
||||
**3.** Een voorstel als bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een verklaring van een onafhankelijke accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarin deze verklaart dat het voorstel is opgesteld in overeenstemming met het van kracht zijnde kostentoerekeningssysteem, bedoeld in artikel 27b van de wet, en dat de bijbehorende ramingen correct zijn opgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De algemene raad dient uiterlijk 15 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de tarieven betrekking hebben een bijstelling van het ingediende voorstel als bedoeld in artikel 27c, eerste lid, van de wet in.
|
||||
**2.** Indien een kapitein van een zeeschip gelijktijdig gebruik maakt van de diensten van meer dan een loods, zonder dat hij daartoe krachtens een wettelijk voorschrift verplicht is, is evenveel maal loodsgeld verschuldigd als er loodsen aan boord zijn, alsmede, voor zover er loodsvergoedingen verschuldigd zijn, evenzoveel vergoedingen als er loodsen aan boord zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.11
|
||||
|
||||
**1.** Een voorstel van de algemene raad met betrekking tot andere tarieven dan de loodsgeldtarieven wordt door de algemene raad uiterlijk 15 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de tarieven betrekking hebben aan de Autoriteit Consument en Markt gezonden.
|
||||
Indien kapiteins van andere dan zeeschepen van de diensten van een loods gebruik maken, is hiervoor loodsgeld volgens de voor zeeschepen geldende tarieven verschuldigd.
|
||||
|
||||
**2.** Een voorstel als bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een verklaring van een onafhankelijke accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarin deze verklaart dat het voorstel is opgesteld in overeenstemming met het van kracht zijnde kostentoerekeningssysteem, bedoeld in artikel 27b van de wet.
|
||||
### Paragraaf 3. Bijzondere maatstaven voor de loodsgeldtarieven
|
||||
|
||||
### Artikel 4.12
|
||||
|
||||
**1.** De Autoriteit Consument en Markt stelt in een uitnodiging als bedoeld in artikel 27h, derde lid, van de wet een termijn vast waarbinnen een voorstel als bedoeld in dat lid wordt gedaan.
|
||||
**1.** De raad van bestuur stelt bij besluit een verhogings- of verlagingsfactor vast voor het in rekening te brengen tarief in verband met bijzondere loodsreizen.
|
||||
|
||||
**2.** De Autoriteit Consument en Markt neemt binnen twintig weken na de datum van ontvangst van een voorstel als bedoeld in artikel 27h, derde lid, van de wet een beslissing op dat voorstel.
|
||||
**2.** Een verhogings- of verlagingsfactor kan betrekking hebben op het in rekening te brengen Z-tarief, het in rekening te brengen B-tarief of de in rekening te brengen loodsvergoedingen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4a. Vaststelling bijstelling en alternatieve berekening loodsgeldtarieven
|
||||
**3.** Bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, worden tevens rekenregels vastgesteld voor de gevallen waarin een loodsreis om meer dan één reden als bijzondere loodsreis moet worden aangemerkt, alsmede een afrondingsregel.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.13
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
Als bijzondere loodsreis worden de volgende loodsreizen aangemerkt:
|
||||
|
||||
De algemene raad stelt het bij de Autoriteit Consument en Markt ingediende voorstel voor de tarieven en vergoedingen voor diensten en taken, bedoeld in artikel 27c, eerste lid, van de wet bij als ten opzichte van de in dat voorstel opgenomen loodsgeldtarieven een afwijking bestaat van meer dan 0,8 procentpunt op de volgende gezamenlijke posten:
|
||||
a. een reis waarbij een loods zeewaarts van de uiterton wordt overgenomen en weer ontscheept zonder de uiterton voorbij te varen;
|
||||
b. het voorloodsen van een schip, al dan niet door voorvaren, als gevolg van weersomstandigheden;
|
||||
c. het loodsen op afstand vanaf de wal onder omstandigheden als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van het Voorschriftenbesluit registerloodsen;
|
||||
d. het terugkeren van een schip tijdens een loodsreis, zonder dat de loodsreis eindigt op de wijze, bedoeld in artikel 4.8;
|
||||
e. het loodsen van een naar het oordeel van de bevoegde autoriteit niet behoorlijk bestuurbaar schip;
|
||||
f. het loodsen van een schip waarbij het bevaren van een scheepvaartweg als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, of 11, onder b, van de Scheepvaartverkeerswet naar het oordeel van de bevoegde autoriteit ernstig wordt bemoeilijkt als gevolg van ijsgang;
|
||||
g. het loodsen van een schip dat in een zeegat of op de binnenwateren als gevolg van weersomstandigheden een veilige ligplaats moet innemen;
|
||||
h. het loodsen van gesleepte schepen, anders dan bij het gebruikmaken van sleepboothulp bij het in- of uitvaren van een haven, dok of rede, of als gevolg van tijdens de reis ontstane bijzondere omstandigheden;
|
||||
i. het loodsen van schepen tijdens proefvaarten;
|
||||
j. het loodsen van schepen bij verhaalreizen;
|
||||
k. het loodsen van schepen bij haal- of meeneemreizen.
|
||||
|
||||
a. de raming van alle in het desbetreffende kalenderjaar te loodsen scheepsreizen en daarmee samenhangende arbeidsvergoeding en kosten;
|
||||
b. de frequentiekorting;
|
||||
c. de kosten in het kader van de samenwerking met het Vlaamse Loodswezen op basis van het meest recente begrotingsvoorstel voor de samenwerking met het Vlaamse Loodswezen op de Schelde; en
|
||||
d. overige posten die naar het oordeel van de algemene raad relevant zijn voor de tariefvorming en waarover bij de indiening van een voorstel als bedoeld in artikel 27c, eerste lid, van de wet onduidelijkheid bestond en waarvoor bij de indiening van het voorstel een voorbehoud is gemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** Ter beoordeling van de Autoriteit Consument en Markt kunnen tevens andere posten in de bijstelling van het voorstel worden meegenomen.
|
||||
### Paragraaf 4. Aanwijzing zeehavengebieden
|
||||
|
||||
### Artikel 4.14
|
||||
|
||||
**1.** De raad van bestuur stelt afzonderlijke Z- en B-tarieven vast voor de zeehavengebieden, genoemd in artikel 1.1, onder 1°. tot en met 6°.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Aan deze zeehavengebieden worden ten behoeve van de tarifering achtereenvolgens de volgende benamingen toegekend:
|
||||
|
||||
1°. Delfzijl-Eemshaven;
|
||||
2°. Harlingen-Terschelling;
|
||||
3°. Den Helder;
|
||||
4°. Amsterdam-IJmuiden;
|
||||
5°. Rotterdam-Rijnmond en Scheveningen;
|
||||
6°. Scheldemonden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Frequentiekorting loodsgeldtarieven
|
||||
|
||||
### Artikel 4.15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De alternatieve berekening, bedoeld in artikel 27ca, van de wet wordt vastgesteld aan de hand van:
|
||||
De organisatie verleent op het toepasselijke Z- en B-tarief volgens een bij besluit van de raad van bestuur vastgesteld schema in de volgende gevallen een korting:
|
||||
|
||||
a. het tarief van het lopende jaar:
|
||||
b. vermeerderd met zeventig procent van de index, bedoeld in artikel 3.1;
|
||||
c. vermeerderd met dertig procent van de index, bedoeld in het tweede lid; en
|
||||
d. verminderd met een bij ministeriële regeling te bepalen efficiencykortingspercentage, bedoeld in het derde lid.
|
||||
a. indien een individueel schip binnen een kalenderjaar de in het schema aangegeven frequentie in calls haalt;
|
||||
b. indien een cluster van zusterschepen of een consortium de in het schema aangegeven frequentie in calls binnen een kalenderjaar haalt.
|
||||
|
||||
**2.** De indexering van de prijzen, bedoeld in artikel 27d, derde lid, van de wet is het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer consumentenprijzen, telkens toe te passen over de periode van twaalf maanden, eindigend op de laatste dag van de maand februari van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor een berekening als bedoeld in artikel 27ca van de wet wordt gedaan.
|
||||
**2.** Een schip kan tegelijkertijd slechts deel uitmaken van één cluster van zusterschepen of consortium.
|
||||
|
||||
**3.** Het efficiencykortingspercentage is afhankelijk van een bij ministeriële regeling vast te stellen toename van het geraamde aantal te loodsen scheepsreizen in het kalenderjaar waarop het tariefvoorstel betrekking heeft, ten opzichte van het geraamde aantal te loodsen scheepsreizen waarop het geldende tariefbesluit is gebaseerd.
|
||||
### Artikel 4.16
|
||||
|
||||
**1.** Degene die het loodsgeld verschuldigd is, dient een aanvraag om in aanmerking te komen voor een frequentiekorting in bij de organisatie.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de frequentiekorting in de loop van een kalenderjaar wordt aangevraagd en in het daaropvolgende kalenderjaar tevens de aangegeven frequentie in calls zal worden behaald, wordt, ter vaststelling van de frequentiekorting in het kalenderjaar waarin de aanvraag plaatsvindt, de frequentie in calls die in dat kalenderjaar wordt behaald, herleid tot de frequentie in calls op jaarbasis.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.17
|
||||
|
||||
**1.** De frequentiekorting wordt verleend met ingang van de dag waarop is aangetoond dat aan de daarvoor geldende eisen wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** De organisatie kan, indien naar haar oordeel in voldoende mate is aangetoond dat de aangegeven frequentie in calls wordt behaald, de frequentiekorting op voorschotbasis per reis op het te factureren loodsgeldtarief in mindering brengen. Na afloop van elk kalenderkwartaal vindt op basis van nacalculatie een voorlopige afrekening van de toepasselijke frequentiekorting plaats. De definitieve afrekening vindt plaats binnen drie maanden na afloop van het desbetreffende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Loodsvergoedingen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.18
|
||||
|
||||
De loodsvergoedingen strekken ter dekking van de kosten die samenhangen met de bestelling van een loods, ter vergoeding van de door de loods ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet rechtstreeks aan het loodsen bestede tijd en ter vergoeding van de reis- en verblijfkosten van de loods.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.19
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De raad van bestuur stelt bij besluit het tarief vast van de loodsvergoedingen in verband met:
|
||||
|
||||
a. het bestellen van een loods buiten kantooruren;
|
||||
b. het afbestellen van een bestelde loods of het niet gebruikmaken van de diensten van een bestelde loods door het schip;
|
||||
c. oponthoud tijdens de loodsreis door een aan het schip toe te rekenen omstandigheid die niet van nautische of meteorologische aard is;
|
||||
d. het na beëindiging van een inkomende loodsreis aan boord houden van de loods voor verdere dienstverrichting;
|
||||
e. het na beëindiging van een uitgaande loodsreis aan boord houden van de loods voor verdere dienstverrichting;
|
||||
f. het aan boord nemen van een loods op een voor de desbetreffende regio ongebruikelijke plaats;
|
||||
g. het na aanvang van een uitgaande loodsreis laten terugkeren van het schip door hetzelfde zeegat;
|
||||
h. het opnemen van de loods in een observatie-inrichting of ziekenhuis aan de wal na het dienstdoen op een besmet schip;
|
||||
i. het voor of na beëindiging van de loodsreis aan boord komen, respectievelijk blijven, zonder dat loodsdienst wordt verricht.
|
||||
|
||||
**2.** Een tarief kan bestaan uit een forfaitair bedrag of een uurtarief.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.20
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De raad van bestuur stelt bij besluit het tarief vast van de loodsvergoedingen in verband met:
|
||||
|
||||
a. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen een regio als bedoeld in artikel 10 van de wet;
|
||||
b. reis- en verblijfkosten buiten een regio als bedoeld in artikel 10 van de wet;
|
||||
c. gemiste maaltijden aan boord van het te beloodsen schip.
|
||||
|
||||
**2.** Een tarief kan bestaan uit een forfaitair bedrag of een uurtarief. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, onder a, kan per regio, bedoeld in artikel 10 van de wet, verschillend worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7. Procedurele bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.21
|
||||
|
||||
**1.** Een voorstel van de algemene raad met betrekking tot de loodsgeldtarieven wordt door de algemene raad uiterlijk 15 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop die tarieven betrekking hebben aan de raad van bestuur gezonden. De raad van bestuur kan op verzoek van de algemene raad een latere datum vaststellen.
|
||||
|
||||
**2.** De raad van bestuur neemt binnen twintig weken na de datum van ontvangst van een voorstel als bedoeld in het eerste lid een beslissing op dat voorstel.
|
||||
|
||||
**3.** Een voorstel als bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een verklaring van een onafhankelijke accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarin deze verklaart dat het voorstel is opgesteld in overeenstemming met het van kracht zijnde kostentoerekeningssysteem, bedoeld in artikel 27b van de wet, en dat de bijbehorende ramingen correct zijn opgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.22
|
||||
|
||||
**1.** Een voorstel van de algemene raad met betrekking tot andere tarieven dan de loodsgeldtarieven wordt door de algemene raad ten minste zeventien weken voorafgaand aan de beoogde datum van inwerkingtreding aan de raad van bestuur gezonden.
|
||||
|
||||
**2.** Een voorstel als bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een verklaring van een onafhankelijke accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarin deze verklaart dat het voorstel is opgesteld in overeenstemming met het van kracht zijnde kostentoerekeningssysteem, bedoeld in artikel 27b van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.23
|
||||
|
||||
**1.** De raad van bestuur stelt in een uitnodiging als bedoeld in artikel 27h, derde lid, van de wet een termijn vast waarbinnen een voorstel als bedoeld in dat lid wordt gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** De raad van bestuur neemt binnen twintig weken na de datum van ontvangst van een voorstel als bedoeld in artikel 27h, derde lid, van de wet een beslissing op dat voorstel.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Verantwoording
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1
|
||||
|
||||
**1.** De financiële verantwoording en de verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau, bedoeld in artikel 27j van de wet, zijn zodanig ingericht dat zij geschikt zijn voor nacalculatorisch gebruik.
|
||||
|
||||
**2.** De algemene raad zendt jaarlijks de financiële verantwoording, bedoeld in artikel 27j, eerste lid, van de wet uiterlijk 1 mei aan de Autoriteit Consument en Markt.
|
||||
|
||||
**3.** De algemene raad zendt jaarlijks de verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau, bedoeld in artikel 27j, tweede lid, van de wet uiterlijk 15 juli aan de Autoriteit Consument en Markt en aan Onze Minister, overeenkomstig artikel 27j, vierde lid van de wet.
|
||||
De financiële verantwoording en de verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau, bedoeld in artikel 27j van de wet, zijn zodanig ingericht dat zij geschikt zijn voor nacalculatorisch gebruik.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2
|
||||
|
||||
De financiële verantwoording, bedoeld in artikel 27j, eerste lid, van de wet, wordt opgesteld in overeenstemming met het kostentoerekeningssysteem, bedoeld in artikel 27b van de wet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Overgangsrecht
|
||||
## Hoofdstuk 6. Wijziging en intrekking van andere besluiten
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Wijzigt het Loodsenregisterbesluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2
|
||||
|
||||
Het Loodsgeldbesluit 1995 wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -335,4 +365,8 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit markttoezicht registerloodsen.
|
|||
|
||||
## Bijlage . als bedoeld in de
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Als zeehaven worden aangewezen:
|
||||
|
||||
De volgende scheepvaartwegen behoren tot de bovengenoemde zeehavens:
|
||||
|
||||
Als uitertonnen worden de volgende coördinaten aangewezen:
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue