2003-04-01 | BWBR0004044 | Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

This commit is contained in:
Coornhert 2003-04-01 12:00:00 +00:00
parent 3351188a62
commit 5cd1b015ac

View file

@ -123,26 +123,26 @@ c. de alleenstaande werkloze werknemer en de thuisinwonende werkloze werknemer z
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat:
a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 567,79;
a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 568,49;
b. deze voor de werkloze werknemer en de echtgenoot, waarvan een of elk van beiden jonger dan 21 jaar is, de som bedraagt van de grondslagen die voor elk van hen als een alleenstaande werknemer of een thuisinwonende werkloze werknemer zou gelden doch ten hoogste de grondslag als bedoeld in onderdeel *a*.
**4.**
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze:
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.022,01;
b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen netto gelijk is aan € 794,90;
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 654,23;
d. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 574,29.
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.023,27;
b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen netto gelijk is aan € 795,88;
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 654,94;
d. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 575,04.
**5.**
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze:
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 990,65;
b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 742,47;
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 550,36;
d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 302,18.
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 992,43;
b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 743,78;
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 551,35;
d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 302,70.
**6.** De in het derde lid, onderdeel *a*, vierde lid, onderdeel *a* en *b*, en vijfde lid, genoemde bedragen worden gewijzigd met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt met het percentage van deze wijziging.