diff --git a/amvb/besluit-verklaringhouders-scheepvaartverkeerswet/BWBR0007513/README.md b/amvb/besluit-verklaringhouders-scheepvaartverkeerswet/BWBR0007513/README.md index 4f80c7a5901..3e2555631e0 100644 --- a/amvb/besluit-verklaringhouders-scheepvaartverkeerswet/BWBR0007513/README.md +++ b/amvb/besluit-verklaringhouders-scheepvaartverkeerswet/BWBR0007513/README.md @@ -20,7 +20,7 @@ a. verklaring: de verklaring van vrijstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, b. lengte: de lengte, zoals bepaald in artikel 1, onderdeel *n*, van de Meetbrievenwet 1981 en vermeld in een Internationale Meetbrief (1969) als bedoeld in artikel 1, onderdeel *i*, van die wet; c. regio: een gebied binnen de grenzen vastgesteld krachtens artikel 10, derde lid, van de Loodsenwet; d. bevoegde autoriteit: de voor een scheepvaartweg of gedeelte daarvan krachtens artikel 1, onderdeel *a*, van het Loodsplichtbesluit 1995 aangewezen functionaris; -e. regionale autoriteit: de voor een regio of gedeelte daarvan krachtens artikel 1, eerste lid, onderdeel *b*, van het Loodsplichtbesluit 1995 aangewezen bevoegde autoriteit; +e. regionale autoriteit: de voor een regio of gedeelte daarvan krachtens artikel 1, eerste lid, onderdeel *c*, van het Loodsplichtbesluit 1995 aangewezen bevoegde autoriteit; f. gelijksoortige zeeschepen: zeeschepen die naar het oordeel van de regionale autoriteit vergelijkbaar zijn, beoordeeld op ten minste de volgende aspecten: 1°. scheepstype; @@ -37,21 +37,21 @@ i. commissie van gecommitteerden: de commissie, bedoeld in artikel 12. **2.** Een persoon kan tegelijkertijd slechts in het bezit zijn van één verklaring. Indien een persoon die reeds in het bezit is van een verklaring, een getuigschrift als bedoeld in artikel 5 overlegt aan de regionale autoriteit die de verklaring heeft afgegeven, alsmede de andere bescheiden, bedoeld in artikel 3, zesde lid, betreffende een andere scheepvaartweg dan die welke in de verklaring is vermeld, wordt door deze autoriteit, ook indien het een scheepvaartweg of gedeelte daarvan betreft waarvoor een ander is aangewezen als regionale autoriteit, een gewijzigde verklaring afgegeven, waarin de betreffende scheepvaartweg of het gedeelte daarvan is toegevoegd. Indien deze toevoeging een scheepvaartweg of gedeelte daarvan betreft waarvoor een ander is aangewezen als regionale autoriteit, wordt aan deze regionale autoriteit onverwijld mededeling gedaan van de afgifte van de gewijzigde verklaring. -**3.** Een verklaring kan voor een of meer gelijksoortige zeeschepen worden afgegeven. +**3.** Indien de regionale autoriteit een verklaring van vrijstelling afgeeft die geldig is voor de vaart naar en van een of meer daarin aangegeven ligplaatsen in een daarbij door hem aangewezen havengebied, kan hij bepalen dat de verklaring mede geldig is voor de vaart naar en van daarin aangegeven andere ligplaatsen in het desbetreffende havengebied. De regionale autoriteit kan daarbij de voorwaarde opleggen dat de verklaring van vrijstelling voor die andere ligplaatsen slechts geldig is indien eerst een of meer reizen met gebruikmaking van de diensten van een loods worden gemaakt. -**4.** Voor zeeschepen met gevaarlijke lading en voor samenstellen van zeeschepen geldt een afgegeven verklaring niet. +**4.** Een verklaring kan voor een of meer gelijksoortige zeeschepen worden afgegeven. -**5.** Aan een verklaring kunnen beperkingen worden verbonden die verband houden met het schip, de scheepvaart of de weersomstandigheden. Indien de tweede volzin van het tweede lid wordt toegepast en de regionale autoriteit die de verklaring heeft afgegeven een andere is dan degene die bevoegd is voor de scheepvaartweg of het gedeelte daarvan waarvoor uitbreiding van de verklaring wordt verzocht, overlegt eerstgenoemde met de bevoegde regionale autoriteit en neemt de door de bevoegde regionale autoriteit noodzakelijk geachte beperkingen op in de verklaring. +**5.** Voor zeeschepen met gevaarlijke lading en voor samenstellen van zeeschepen geldt een afgegeven verklaring niet. + +**6.** Aan een verklaring kunnen beperkingen worden verbonden die verband houden met het schip, de scheepvaart of de weersomstandigheden. Indien de tweede volzin van het tweede lid wordt toegepast en de regionale autoriteit die de verklaring heeft afgegeven een andere is dan degene die bevoegd is voor de scheepvaartweg of het gedeelte daarvan waarvoor uitbreiding van de verklaring wordt verzocht, overlegt eerstgenoemde met de bevoegde regionale autoriteit en neemt de door de bevoegde regionale autoriteit noodzakelijk geachte beperkingen op in de verklaring. ## Hoofdstuk II. Aanvraag en afgifte, verlies van geldigheid en intrekking van de verklaring ### Artikel 3 -**1.** Een aanvraag tot afgifte van een verklaring wordt ingediend bij de regionale autoriteit. +**1.** -**2.** - -Bij de aanvraag worden de navolgende bescheiden of afschriften daarvan overgelegd: +Bij de aanvraag van een verklaring worden de navolgende bescheiden of afschriften daarvan overgelegd: a. voldoende bewijsstukken, waaruit blijkt dat de aanvrager: @@ -63,13 +63,11 @@ d. geldige geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart als bedo e. twee goedgelijkende pasfoto’s van de aanvrager, aan de achterkant voorzien van zijn naam, voorletters en geboortedatum, en f. een kopie van de meetbrief van het zeeschip of de zeeschepen, waarop de aangevraagde verklaring betrekking heeft. -**3.** Indien de aanvraag een zeeschip betreft, dat in hoofdzaak binnen een bepaald binnengaats gelegen samenstel van scheepvaartwegen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet vaart, kan de regionale autoriteit ontheffing verlenen van de eisen gesteld in het tweede lid, onderdelen *a*, 2°, voor wat betreft de vaart van en naar zee, en *c*. +**2.** Indien de aanvraag een zeeschip betreft, dat in hoofdzaak binnen een bepaald binnengaats gelegen samenstel van scheepvaartwegen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet vaart, kan de regionale autoriteit ontheffing verlenen van de eisen gesteld in het eerste lid, onderdelen *a*, 2°, voor wat betreft de vaart van en naar zee, en *c*. -**4.** De regionale autoriteit kan ten aanzien van de onderscheiden bewijsstukken, bedoeld in het tweede lid, nadere gegevens vragen. +**3.** Indien de aanvraag volgt binnen een jaar na verval van een verklaring, geldt voor belanghebbende in plaats van het eerste lid, onderdeel *c*, dat hij een verklaring van de betreffende regionale loodsencorporatie overlegt, dat hij met het zeeschip of de zeeschepen waarvoor de vervallen verklaring was afgegeven, op de desbetreffende scheepvaartweg een door de regionale autoriteit vast te stellen aantal reizen heeft gemaakt, waarbij gebruik werd gemaakt van de diensten van een loods, en het praktische gedeelte van het examen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, met goed gevolg heeft afgelegd. -**5.** Indien de aanvraag volgt binnen een jaar na verval van een verklaring, geldt voor belanghebbende in plaats van het tweede lid, onderdeel *c*, dat hij een verklaring van de betreffende regionale loodsencorporatie overlegt, dat hij met het zeeschip of de zeeschepen waarvoor de vervallen verklaring was afgegeven, op de desbetreffende scheepvaartweg een door de regionale autoriteit vast te stellen aantal reizen heeft gemaakt, waarbij gebruik werd gemaakt van de diensten van een loods, en het praktische gedeelte van het examen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, met goed gevolg heeft afgelegd. - -**6.** Indien de aanvrager reeds in het bezit is van een verklaring legt hij, in afwijking van het in dit artikel bepaalde, uitsluitend de bewijsstukken, bedoeld in het tweede lid, onderdelen *a*, *c* en *e*, over aan de regionale autoriteit die de verklaring heeft afgegeven. +**4.** Indien de aanvrager reeds in het bezit is van een verklaring legt hij, in afwijking van het in dit artikel bepaalde, uitsluitend de bewijsstukken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen *a*, *c* en *e*, over aan de regionale autoriteit die de verklaring heeft afgegeven. ### Artikel 4 @@ -84,13 +82,13 @@ a. lage kruiplijn-coaster: zeeschip dat b. Denemarkenvaarder: zeeschip dat als zodanig is opgenomen in het Register loodsplicht kleine zeeschepen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Loodsplichtbesluit 1995; c. binnen/buiten-schip: zeeschip dat als zodanig is opgenomen in het Register loodsplicht kleine zeeschepen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Loodsplichtbesluit 1995; -**2.** In afwijking van artikel 3, tweede lid, onderdeel *a*, 2°, dient de aanvrager die optreedt als verkeersdeelnemer op een lage kruiplijn-coaster, Denemarkenvaarder of binnen/buiten-schip voldoende bewijsstukken over te leggen waaruit blijkt dat hij de betreffende scheepvaartweg ten minste zes maal per jaar naar zee gaand of ten minste zes maal per jaar van zee komend zal bevaren. +**2.** In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel *a*, 2°, dient de aanvrager die optreedt als verkeersdeelnemer op een lage kruiplijn-coaster, Denemarkenvaarder of binnen/buiten-schip voldoende bewijsstukken over te leggen waaruit blijkt dat hij de betreffende scheepvaartweg ten minste zes maal per jaar naar zee gaand of ten minste zes maal per jaar van zee komend zal bevaren. **3.** Op lage kruiplijn-coasters is artikel 6 van het Loodsplichtbesluit 1995, van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 5 -**1.** Het getuigschrift, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel *c*, wordt door de voorzitter van de examencommissie afgegeven, nadat met goed gevolg een uit een theoretisch en een praktisch gedeelte bestaand examen is afgelegd. +**1.** Het getuigschrift, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *c*, wordt door de voorzitter van de examencommissie afgegeven, nadat met goed gevolg een uit een theoretisch en een praktisch gedeelte bestaand examen is afgelegd. **2.** Het examen bestaat uit de examenvakken genoemd in artikel 19. @@ -102,11 +100,11 @@ c. binnen/buiten-schip: zeeschip dat als zodanig is opgenomen in het Register lo De verklaring verliest zijn geldigheid van rechtswege, indien zich een van de navolgende omstandigheden voordoet: -a. de houder van een verklaring voldoet niet meer aan de eisen voor afgifte, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel *a*, 1°; -b. de houder van een verklaring niet telkens na perioden van een jaar na de afgifte van de verklaring een geldige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart of niet telkens na perioden van twee jaar een geldige verklaring betreffende het gezichts- en gehoororgaan van kapiteins en stuurlieden, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel *d*, aan de regionale autoriteit die de verklaring heeft afgegeven overlegt; +a. de houder van een verklaring voldoet niet meer aan de eisen voor afgifte, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *a*, 1°; +b. de houder van een verklaring niet telkens na perioden van een jaar na de afgifte van de verklaring een geldige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart of niet telkens na perioden van twee jaar een geldige verklaring betreffende het gezichts- en gehoororgaan van kapiteins en stuurlieden, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *d*, aan de regionale autoriteit die de verklaring heeft afgegeven overlegt; c. na de toepassing van artikel 9, tweede lid, is geen scheepsnaam meer in de verklaring vermeld; d. de houder van de verklaring heeft de bevoegdheid verloren om als kapitein of stuurman op te treden aan boord van een zeeschip; of -e. de houder van de verklaring bevaart de scheepvaartweg waarvoor de verklaring is afgegeven niet met het bij artikel 3, tweede lid, onderdeel *a*, 2°, of 4, tweede lid, bepaalde aantal malen als verkeersdeelnemer aan boord van het zeeschip waarop de verklaring betrekking heeft. +e. de houder van de verklaring bevaart de scheepvaartweg waarvoor de verklaring is afgegeven niet met het bij artikel 3, eerste lid, onderdeel *a*, 2°, of 4, tweede lid, bepaalde aantal malen als verkeersdeelnemer aan boord van het zeeschip waarop de verklaring betrekking heeft. **2.** @@ -114,7 +112,7 @@ Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de regionale autoriteit een verk a. de houder van de verklaring komt de in dit besluit bedoelde verplichtingen niet na; b. de houder van de verklaring komt de voor de scheepvaartweg geldende reglementen en voorschriften niet na; -c. de houder van de verklaring voldoet niet aan de eisen, gesteld voor de afgifte van de verklaringen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel *d*; +c. de houder van de verklaring voldoet niet aan de eisen, gesteld voor de afgifte van de verklaringen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *d*; d. het zeeschip waarop de verklaring betrekking heeft is verbouwd; of e. de houder van de verklaring treedt niet op zoals het een goed verkeersdeelnemer betaamt. @@ -140,6 +138,10 @@ De houder van een verklaring overlegt periodiek een verklaring van geschiktheid **5.** De houder van een verklaring doet in geval van een scheepsramp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Schepenwet, met inbegrip van de daaronder begrepen betekenis voor de toepassing van hoofdstuk IV van die wet, waarbij hij direct of indirect betrokken is, zo spoedig mogelijk een schriftelijke verklaring inzake het gebeurde en zijn navigatiebeleid daarbij toekomen aan de regionale autoriteit van de regio waar de gebeurtenis heeft plaatsgevonden en verschaft desgevraagd aan deze nadere informatie. Deze verklaring en de nadere informatie mag slechts gebruikt worden voor leringsdoeleinden en mag in geen geval dienen als bewijs tegen de verklaringhouder in geval van vervolging. +### Artikel 8a + +De regionale autoriteit kan, indien de houder van een verklaring daarmee instemt, bepalen dat de houder zich onderwerpt aan een beoordelingsreis. De beoordelaar wordt aangewezen door de regionale autoriteit. De beoordelaar brengt van de reis schriftelijk verslag uit aan de regionale autoriteit. + ### Artikel 9 **1.** De bevoegde autoriteit is belast met het toezicht op de naleving van de verplichting van degene, die aan boord van een zeeschip als verkeersdeelnemer optreedt, om in het bezit van een verklaring te zijn. @@ -150,7 +152,7 @@ De houder van een verklaring overlegt periodiek een verklaring van geschiktheid ### Artikel 10 -**1.** Er is in elke regio een commissie voor de verklaringhoudersexamens namens het bestuur van de regionale loodsencorporatie, die, ter uitvoering van artikel 13, eerste lid, onderdeel *b*, van de Loodsenwet, examens afneemt ter verkrijging van het getuigschrift, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel *c*. +**1.** Er is in elke regio een commissie voor de verklaringhoudersexamens namens het bestuur van de regionale loodsencorporatie, die, ter uitvoering van artikel 13, eerste lid, onderdeel *b*, van de Loodsenwet, examens afneemt ter verkrijging van het getuigschrift, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *c*. **2.** De voorzitter van deze commissie is de voorzitter van de regionale loodsencorporatie of een door hem als zodanig aangewezen examinator. @@ -198,7 +200,7 @@ a. de plaats, datum, tijd en tijdsduur van de examens en examenonderdelen; b. de namen van de kandidaten; c. de namen van de examinatoren; d. de namen van de gecommitteerden; en -e. de plaats, datum en tijd van de uitreiking van de cijferlijsten, bedoeld in artikel 26, tweede lid, en het getuigschrift bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel *c*. +e. de plaats, datum en tijd van de uitreiking van de cijferlijsten, bedoeld in artikel 26, tweede lid, en het getuigschrift bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *c*. ### Artikel 15 @@ -210,7 +212,7 @@ De voorzitter van de betreffende examencommissie roept de examinatoren en, na ov ### Artikel 17 -Om te worden toegelaten tot het afleggen van een examen voor verklaringhouder moet de kandidaat aan de examencommissie een bewijsstuk overleggen, waaruit blijkt dat is voldaan aan de in artikel 3, tweede lid, onderdeel *b*, genoemde voorwaarde. +Om te worden toegelaten tot het afleggen van een examen voor verklaringhouder moet de kandidaat aan de examencommissie een bewijsstuk overleggen, waaruit blijkt dat is voldaan aan de in artikel 3, eerste lid, onderdeel *b*, genoemde voorwaarde. ### Artikel 18 @@ -244,17 +246,17 @@ Het examen wordt als volgt afgenomen: a. de examenvakken, bedoeld in artikel 19, onderdelen *a* en *b*, mondeling dan wel schriftelijk; b. het examenvak, bedoeld in artikel 19, onderdeel *c*, mondeling; -c. de examenvakken, bedoeld in artikel 19, onderdelen *d* en *e*, praktisch door middel van het maken van drie proefreizen, naar zee gaand of van zee komend, waarvan ten minste één naar zee gaand en tenminste één van zee komend. +c. de examenvakken, bedoeld in artikel 19, onderdelen d en e, mondeling en praktisch door middel van het maken van drie proefreizen, naar zee gaand en van zee komend, waarvan ten minste één naar zee gaand en één van zee komend, alsmede door middel van een simulatortoets, indien de regionale autoriteit de scheepvaartweg of een gedeelte daarvan vanwege de karakteristiek, de afmetingen en de daarover of daarin gelegen kunstwerken afzonderlijk heeft aangewezen. ### Artikel 22 -**1.** Het mondeling examen wordt per kandidaat afgenomen door twee examinatoren in het bijzijn van een gecommitteerde. Een van hen houdt aantekening van de inhoud en het verloop van het examenvak. De gecommitteerde is bevoegd de examinatoren te verzoeken over bepaalde onderdelen van de examenstof vragen te stellen. De gecommitteerde stelt tezamen met de examinatoren het cijfer vast. +**1.** Het mondeling examen in de examenvakken, bedoeld in artikel 19, onderdelen a, b en c, wordt per kandidaat afgenomen door twee examinatoren in het bijzijn van een gecommitteerde. Een van hen houdt aantekening van de inhoud en het verloop van het examenvak. De gecommitteerde is bevoegd de examinatoren te verzoeken over bepaalde onderdelen van de examenstof vragen te stellen. De gecommitteerde stelt tezamen met de examinatoren het cijfer vast. **2.** Indien een examenvak schriftelijk wordt afgenomen, zijn de artikelen 16 tot en met 22 van het Besluit adspirant-registerloodsen van toepassing. ### Artikel 23 -**1.** Een proefreis als bedoeld in artikel 21, onderdeel *c*, wordt per kandidaat afgenomen door een of meer beoordelaars, die geen lid behoeven te zijn van de examencommissie en die de kandidaat beoordelen op de wijze waarop deze de navigatie leidt. De beoordelaar of beoordelaars houden aantekening van de inhoud en het verloop van de proefreis en brengen daarvan schriftelijk verslag uit aan de betreffende examencommissie, en in afschrift aan de commissie van gecommitteerden. +**1.** Een proefreis als bedoeld in artikel 21, onderdeel c, wordt per kandidaat afgenomen door een of meer beoordelaars, die geen lid behoeven te zijn van de examencommissie en die de kandidaat beoordelen op de wijze waarop deze de navigatie leidt. De beoordelaar of beoordelaars houden aantekening van de inhoud en het verloop van de proefreis en de simulatortoets, bedoeld in artikel 21, onderdeel c, en brengen daarvan schriftelijk verslag uit aan de examencommissie, en in afschrift aan de commissie van gecommitteerden. De regionale autoriteit kan bepalen dat de proefreis en de simulatortoets worden afgenomen in aanwezigheid van een gecommitteerde. **2.** @@ -293,9 +295,9 @@ De betreffende examencommissie stelt in een vergadering, waarbij ten minste een **3.** De kandidaat die in aanmerking komt voor een herexamen worden bij de uitreiking van de cijferlijst tevens de nodige gegevens verstrekt met betrekking tot de te volgen procedure ter uiteindelijke verkrijging van het betreffende getuigschrift. -**4.** Aan de geslaagde kandidaten wordt het getuigschrift, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel *c*, uitgereikt. De examencommissie stelt het model van het getuigschrift vast. +**4.** Aan de geslaagde kandidaten wordt het getuigschrift, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *c*, uitgereikt. De examencommissie stelt het model van het getuigschrift vast. -**5.** De voorzitter en de secretaris van de betreffende examencommissie, alsmede een van de betrokken gecommitteerden ondertekenen het getuigschrift, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel *c*, en de cijferlijst, bedoeld in het tweede lid. +**5.** De voorzitter en de secretaris van de betreffende examencommissie, alsmede een van de betrokken gecommitteerden ondertekenen het getuigschrift, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *c*, en de cijferlijst, bedoeld in het tweede lid. ### Artikel 27 @@ -352,9 +354,9 @@ De betreffende examencommissie handelt overeenkomstig de beslissing van de commi Na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde periode, wordt een in het eerste lid bedoelde verklaring van vrijstelling vervangen door een verklaring als bedoeld in artikel 2, eerste lid, indien ten minste een maand voor het verstrijken van de genoemde periode een verzoek daartoe wordt gedaan onder overlegging van: a. een geldige verklaring van vrijstelling of een afschrift daarvan, en -b. geldige geneeskundige verklaringen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel *d*. +b. geldige geneeskundige verklaringen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *d*. -**4.** Op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 9, eerste lid, van het Loodsplichtbesluit afgegeven getuigschriften, worden gelijkgesteld met getuigschriften als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel *c*, van dit besluit. +**4.** Op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 9, eerste lid, van het Loodsplichtbesluit afgegeven getuigschriften, worden gelijkgesteld met getuigschriften als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *c*, van dit besluit. ### Artikel 36