2022-03-01 | BWBR0046732 | Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne

This commit is contained in:
Coornhert 2022-03-01 12:00:00 +00:00
parent cfdaa4b6c1
commit 5cf5b51f2a

View file

@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. *minister:* de Minister van Asiel en Migratie;
a. *staatssecretaris:* de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid;
b. *ontheemden:* personen op wie het Uitvoeringsbesluit van 4 maart 2022 van de richtlijn 2001/55/EG van de raad van 2001 van toepassing is, ingevolge artikel 2 van dat besluit;
c. *opvangvoorziening:* een accommodatie waarin opvang wordt geboden aan ontheemden;
d. *leefgeld:* financiële toelage ten behoeve van voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven;
@ -28,14 +28,13 @@ i. *SiSa:* het systeem van single information, single audit, zoals bepaald in de
**1.**
De minister verstrekt aan gemeenten een specifieke uitkering ter bekostiging van:
De staatssecretaris verstrekt aan gemeenten een specifieke uitkering ter bekostiging van:
a. de kosten van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a, c, d en e, tweede en derde lid van de Regeling opvang Ontheemden Oekraïne, waaronder de uitvoeringskosten, van de opvang van ontheemden in een opvangvoorziening van de gemeente binnen de gemeentegrens;
b. de kosten van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b en artikel 12, eerste tot en met vijfde lid, van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne;
a. de kosten van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 6 van de Regeling opvang Ontheemden Oekraïne, waaronder de uitvoeringskosten, van de opvang van ontheemden in een opvangvoorziening van de gemeente binnen de gemeentegrens;
b. de kosten van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 12, eerste tot en met vijfde lid, van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne;
c. de kosten voor de verstrekkingen, bedoeld in artikel 12, achtste en negende lid, van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne;
d. de uitvoeringskosten van de verstrekkingen aan ontheemden die verblijven in opvangvoorzieningen van particulieren, bedoeld in artikel 12 van de Regeling opvang ontheemden uit Oekraïne;
e. de transitiekosten voor opvang van ontheemden in de gemeentelijke opvang;
f. de kosten van de verstrekkingen in het tijdvak nadat de aanspraken op basis van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne zijn geëindigd, voor zo ver de gemeente op verzoek van de minister onderbouwt dat inspanningen verricht worden met het oog op het beëindigen van de verstrekkingen door het vertrek in de zin van artikel 61 van de Vreemdelingenwet 2000, ofwel gedurende de tijd die nodig is voor het voeren van noodzakelijke procedures om de ontruiming van een opvanglocatie te realiseren en de kosten die daarbij gemoeid zijn.
e. de transitiekosten voor opvang van ontheemden in de gemeentelijke opvang.
**2.** De transitiekosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, worden op aanvraag verstrekt.
@ -49,82 +48,61 @@ c. het aantal te realiseren opvangplekken;
d. een financiële begroting waarin in ieder geval de totale kosten en de afschrijvingstermijn zijn opgenomen;
e. de periode die de transitie duurt, evenals de periode dat de opvanglocatie beschikbaar is.
**4.** De gemeente, bedoeld in het eerste lid, verstrekt op verzoek van de minister een onderbouwing van de wijze waarop zij invulling geeft aan een continue en voldoende betrouwbare uitvoering van de taak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne.
### Artikel 3
**1.**
**1.** Gemeenten ontvangen ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, een normbedrag van minimaal € 100 per dag per gerealiseerde opvangplek. Dit normbedrag wordt indien nodig achteraf opwaarts bijgesteld op basis van een monitoronderzoek.
Gemeenten ontvangen:
a. tot 15 oktober 2022, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, een normbedrag van € 100 per dag per gerealiseerde opvangplek;
b. met ingang van 15 oktober 2022, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, een normbedrag van € 83 per dag per gerealiseerde opvangplek;
c. met ingang van 1 januari 2024, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en f, een normbedrag van € 61 per dag per gerealiseerde opvangplek;
d. met ingang van 1 januari 2025, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en f, een normbedrag van € 44 per dag per gerealiseerde opvangplek.
**2.** Indien de totale werkelijke kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en f, per bestedingsjaar, een uitkering op basis van de normbedragen, bedoeld in het eerste lid, in betekenende mate zouden overschrijden dan kan de gemeente deze totale werkelijke kosten per opvangplek per dag declareren. De gemeente kan eveneens de totale werkelijke kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en f, per bestedingsjaar, declareren indien deze werkelijke kosten een uitkering op basis van normbedragen in betekenende mate zouden onderschrijden. Voor het jaar 2022 ligt de oorzaak van de kosten in alle gevallen in de periode 1 maart 2022 tot en met 31 december 2022.
**2.** Indien het normbedrag, bedoeld in het eerste lid niet toereikend is om de werkelijke kosten van de opvangvoorziening te bekostigen dan kan de gemeente de werkelijke kosten declareren als de oorzaak daarvan ligt in de periode 1 maart 2022 tot en met de datum van inwerkingtreding van deze regeling of komt door aangegane verplichtingen in die periode.
**3.** Gemeenten ontvangen ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, een vergoeding van de werkelijke kosten per verstrekking als bedoeld in de Regeling opvang ontheemden Oekraïne.
**4.**
Gemeenten ontvangen:
a. tot 1 januari 2024, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, een normbedrag van € 210 per geregistreerde persoon per maand waarin aan deze persoon een verstrekking is gedaan;
b. met ingang van 1 januari 2024, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, een normbedrag van € 92 per geregistreerde persoon per maand waarin aan deze persoon een verstrekking is gedaan;
c. met ingang van 1 januari 2025, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, een normbedrag van € 48 per geregistreerde persoon per maand waarin aan deze persoon een verstrekking is gedaan.
**4.** Gemeenten ontvangen ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c en d, een normbedrag per persoon waaraan een verstrekking is gedaan. Dit normbedrag wordt achteraf vastgesteld op basis van een monitoronderzoek.
**5.** Gemeenten ontvangen ter bekostiging van de transitiekosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, een vergoeding van de werkelijke kosten.
**6.** Indien de kosten, bedoeld in het vijfde lid, het aangevraagde en door het Ministerie van Justitie goedgekeurde bedrag met meer dan 10% overschrijden, doet de gemeente een aanvullende aanvraag voor het gedeelte dat hoger is dan het aangevraagde en goedgekeurde bedrag.
**7.** Op het totaalbedrag op basis van het eerste lid, wordt in mindering gebracht de bedragen die de gemeente in een boekjaar ontvangt op grond van de artikelen 7, vierde lid, en 8 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne.
### Artikel 4
De gemeenten besteden de specifieke uitkering gedurende de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 december 2023 of tot en met de dag waarop een binnen dat tijdvak bij de Staten-Generaal ingediend voorstel van wet waarop deze regeling komt te berusten is verworpen, danwel, indien dat voorstel tot wet is verheven en in werking is getreden, tot en met de dag waarop die wet vervalt.
De gemeenten besteden de specifieke uitkering gedurende de periode van 1 maart 2022 tot en met 1 juni 2022. De staatssecretaris kan deze periode met drie maanden verlengen.
### Artikel 5
**1.** Op aanvraag verstrekt en betaalt de minister in 2022 aan gemeenten een voorschot van 100% van het aantal opvangplekken voor ontheemden dat een gemeente in een boekjaar verwacht te realiseren maal het normbedrag, de werkelijke transitiekosten en de verwachte kosten volgend uit artikel 2, eerste lid, onderdeel b. Daarop wordt in mindering gebracht het bedrag dat de gemeente in het betreffende boekjaar verwacht te ontvangen op grond van de artikelen 7, vierde lid en 8 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne.
**1.** Op aanvraag verstrekt en betaalt de staatssecretaris in 2022 aan gemeenten een voorschot van 100% van het aantal opvangplekken voor ontheemden dat een gemeente in een boekjaar verwacht te realiseren maal het normbedrag en de werkelijke transitiekosten.
**2.** De aanvraag voor een voorschot, bedoeld in het eerste lid, kan de gemeente voor 1 november van het betreffende boekjaar indienen bij de minister.
**3.** In het geval, bedoeld in artikel 4, wordt in het eerste lid de zinsnede in 2022 gelezen als in het jaar van besteding van de uitkering.
**4.**
In afwijking van het tweede lid kan de minister een aanvraag voor een voorschot ingediend na 1 november van het betreffende boekjaar, maar vóór 1 mei van het daarop volgende boekjaar, in behandeling nemen, indien er sprake is van:
a. een onverwacht hoge toestroom van ontheemden na 1 november van het betreffende boekjaar;
b. een stagnatie of afname van het aantal opvangplekken ten opzichte van het aantal ontheemden dat een opvangplek nodig heeft; of
c. een andere aantoonbare reden waarom de kosten door de gemeente niet konden worden voorzien.
**5.**
De aanvraag, bedoeld in het vierde lid, wordt alleen in behandeling genomen indien:
a. de landelijke bezettingsgraad van het aantal gerealiseerde opvangplekken boven de 95% ligt, waardoor de urgentie om nieuwe opvangplekken te realiseren groot is;
b. de kosten zijn of worden gemaakt in het betreffende boekjaar.
**2.** De aanvraag voor een voorschot, bedoeld in het eerste lid, kan het college indienen bij de staatssecretaris.
### Artikel 6
**1.** De gemeenten leggen uiterlijk 15 juli van het jaar dat volgt op het jaar van besteding verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering. Artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet is van overeenkomstige toepassing.
**1.** De gemeenten leggen uiterlijk 15 juli 2023 verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
**2.** De gemeenten nemen de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie in acht bij de besteding van de specifieke uitkering.
**3.**
SiSa indicatoren die in ieder geval onderdeel zijn van de verantwoording:
• Aantal gerealiseerde opvangplekken in (jaar T) (GOO);
• Berekening totaal gerealiseerde opvangplekken x normbedrag per dag (pxq) (GOO);
• Werkelijke bestedingen (jaar T) uitzonderingsbepaling (GOO);
• Besteding (jaar T) ten behoeve van de transitie in eigen uitvoering uitgezonderd uitvoeringkosten;
• Besteding (jaar T) uitvoeringskosten ten behoeve van de transitie;
• Aantal uitgekeerde verstrekkingen (POO);
• Berekening totaal te ontvangen bijdrage (POO);
• Besteding (jaar T) ten behoeve van uitvoeringskosten (werkelijke kosten) (POO).
Daar waar sprake is van SiSa tussen overheden wordt er een systematiek ingebouwd die erin voorziet dat dit mogelijk is.
### Artikel 7
**1.**
De minister stelt de uitkering uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van besteding vast. De minister kan de uitkering lager vaststellen:
De staatssecretaris stelt de uitkering uiterlijk op 31 december 2023 vast. De staatssecretaris kan de uitkering lager vaststellen:
a. voor zover er geen volledige of onjuiste verantwoordingsinformatie is verstrekt;
b. indien de verantwoordingsinformatie na 15 juli van het jaar van vaststelling is ontvangen, tenzij SiSa tussen overheden van toepassing is;
b. indien de verantwoordingsinformatie na 15 juli 2023 is ontvangen, tenzij SiSa tussen overheden van toepassing is;
c. voor zover de uitkering niet rechtmatig is besteed;
d. voor zover de rechtmatigheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is.
**2.** Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen.
**2.** Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt kan de staatssecretaris de uitkering op een lager bedrag vaststellen.
### Artikel 8