2013-04-01 | BWBR0031815 | Wijzigingswet Elektriciteitswet 1998, enz. (implementatie richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas)
This commit is contained in:
parent
dd4aa0320b
commit
5d18ad816a
1 changed files with 16 additions and 16 deletions
|
|
@ -30,33 +30,33 @@ Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.
|
|||
|
||||
### Artikel V
|
||||
|
||||
**1.** Degene aan wie een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel b van de Elektriciteitswet 1998 zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, is verleend, kan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit verzoeken om een ontheffing op basis van artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998. Dit verzoek wordt ingediend binnen vier maanden na de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M.
|
||||
**1.** Degene aan wie een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel b van de Elektriciteitswet 1998 zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, is verleend, kan de Autoriteit Consument en Markt verzoeken om een ontheffing op basis van artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998. Dit verzoek wordt ingediend binnen vier maanden na de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M.
|
||||
|
||||
**2.** Indien niet binnen vier maanden na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, door degene aan wie een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend, een verzoek is ingediend, vervalt de vrijstelling of ontheffing één jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M.
|
||||
|
||||
**3.** De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit beslist uiterlijk tien maanden na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid op dit verzoek.
|
||||
**3.** De Autoriteit Consument en Markt beslist uiterlijk tien maanden na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid op dit verzoek.
|
||||
|
||||
**4.** Indien ingevolge een besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit ontheffing wordt verleend op basis van artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998, vervalt de vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid op het tijdstip waarop het besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit onherroepelijk wordt.
|
||||
**4.** Indien ingevolge een besluit van de Autoriteit Consument en Markt ontheffing wordt verleend op basis van artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998, vervalt de vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid op het tijdstip waarop het besluit van de Autoriteit Consument en Markt onherroepelijk wordt.
|
||||
|
||||
**5.** Indien ingevolge een besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit geen ontheffing wordt verleend op basis van artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998, vervalt de vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid vier maanden na het tijdstip waarop het besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit onherroepelijk is geworden.
|
||||
**5.** Indien ingevolge een besluit van de Autoriteit Consument en Markt geen ontheffing wordt verleend op basis van artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998, vervalt de vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid vier maanden na het tijdstip waarop het besluit van de Autoriteit Consument en Markt onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**6.** Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister intrekken op grond van artikel 15, vijfde lid, zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, uiterlijk tot het tijdstip waarop een besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit onherroepelijk is geworden.
|
||||
**6.** Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister intrekken op grond van artikel 15, vijfde lid, zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, uiterlijk tot het tijdstip waarop een besluit van de Autoriteit Consument en Markt onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**7.** Een ontheffing als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M en die is verleend of is aangevraagd voor 15 februari 2012, vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Voor deze ontheffing blijven de regels gelden zoals die golden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M.
|
||||
|
||||
### Artikel VI
|
||||
|
||||
**1.** Degene aan wie een ontheffing als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel b van de Gaswet zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, is verleend, kan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit verzoeken om een ontheffing op basis van artikel 2a van de Gaswet. Dit verzoek wordt ingediend binnen vier maanden na de datum van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D.
|
||||
**1.** Degene aan wie een ontheffing als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel b van de Gaswet zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, is verleend, kan de Autoriteit Consument en Markt verzoeken om een ontheffing op basis van artikel 2a van de Gaswet. Dit verzoek wordt ingediend binnen vier maanden na de datum van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D.
|
||||
|
||||
**2.** Indien niet binnen vier maanden na inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, door degene aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend, een verzoek is ingediend, vervalt de ontheffing één jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D.
|
||||
|
||||
**3.** De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit beslist uiterlijk tien maanden na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid op dit verzoek.
|
||||
**3.** De Autoriteit Consument en Markt beslist uiterlijk tien maanden na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid op dit verzoek.
|
||||
|
||||
**4.** Indien ingevolge een besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit ontheffing wordt verleend op basis van artikel 2a van de Gaswet, vervalt de ontheffing als bedoeld in het eerste lid op het tijdstip waarop het besluit van de raad van de bestuur van de mededingingsautoriteit onherroepelijk wordt.
|
||||
**4.** Indien ingevolge een besluit van de Autoriteit Consument en Markt ontheffing wordt verleend op basis van artikel 2a van de Gaswet, vervalt de ontheffing als bedoeld in het eerste lid op het tijdstip waarop het besluit van de Autoriteit Consument en Markt onherroepelijk wordt.
|
||||
|
||||
**5.** Indien ingevolge een besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit geen ontheffing wordt verleend op basis van artikel 2a van de Gaswet, vervalt de ontheffing als bedoeld in het eerste lid vier maanden na het tijdstip waarop het besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit onherroepelijk is geworden.
|
||||
**5.** Indien ingevolge een besluit van de Autoriteit Consument en Markt geen ontheffing wordt verleend op basis van artikel 2a van de Gaswet, vervalt de ontheffing als bedoeld in het eerste lid vier maanden na het tijdstip waarop het besluit van de Autoriteit Consument en Markt onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**6.** Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister intrekken op grond van artikel 2a, vierde lid, van de Gaswet zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, uiterlijk tot het tijdstip waarop een besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit onherroepelijk is geworden.
|
||||
**6.** Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister intrekken op grond van artikel 2a, vierde lid, van de Gaswet zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, uiterlijk tot het tijdstip waarop een besluit van de Autoriteit Consument en Markt onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**7.** Een ontheffing als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel b, van de Gaswet zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, en die is verleend of is aangevraagd voor 15 februari 2012 vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Voor deze ontheffing blijven de regels gelden zoals die golden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D.
|
||||
|
||||
|
|
@ -68,7 +68,7 @@ Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.
|
|||
|
||||
### Artikel VIII
|
||||
|
||||
**1.** De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verzoekt binnen twee maanden na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit te besluiten of is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10a en 10b van de Elektriciteitswet 1998.
|
||||
**1.** De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verzoekt binnen twee maanden na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, aan de Autoriteit Consument en Markt te besluiten of is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10a en 10b van de Elektriciteitswet 1998.
|
||||
|
||||
**2.** Gedurende de procedure, bedoeld in artikel 10, derde tot en met achtste lid, van de Elektriciteitswet 1998 behoeft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet niet te beschikken over een besluit als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998.
|
||||
|
||||
|
|
@ -76,11 +76,11 @@ Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.
|
|||
|
||||
**4.** Indien uit het besluit, bedoeld in het eerste lid blijkt dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 10a en 10b van de Elektriciteitswet 1998, vervalt de aanwijzing van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet één jaar na de datum van dat besluit.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een interconnector-beheerder met dien verstande dat de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit voor ontheffingen, verleend op basis van artikel 86c van de Elektriciteitswet 1998 voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel AG, besluit of is voldaan aan de in de ontheffing opgenomen voorwaarden in plaats van of is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens artikel 10a en 10b van de Elektriciteitswet 1998.
|
||||
**5.** Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een interconnector-beheerder met dien verstande dat de Autoriteit Consument en Markt voor ontheffingen, verleend op basis van artikel 86c van de Elektriciteitswet 1998 voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel AG, besluit of is voldaan aan de in de ontheffing opgenomen voorwaarden in plaats van of is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens artikel 10a en 10b van de Elektriciteitswet 1998.
|
||||
|
||||
### Artikel IX
|
||||
|
||||
**1.** De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verzoekt binnen twee maanden na inwerkingtreding van artikel II, onderdeel C, aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit te besluiten of is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2c en 3b van de Gaswet.
|
||||
**1.** De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verzoekt binnen twee maanden na inwerkingtreding van artikel II, onderdeel C, aan de Autoriteit Consument en Markt te besluiten of is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2c en 3b van de Gaswet.
|
||||
|
||||
**2.** Gedurende de procedure, bedoeld in artikel 2, tweede tot en met zevende lid, van de Gaswet behoeft de netbeheerder van het landelijk gastransportnet niet te beschikken over een besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Gaswet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -88,7 +88,7 @@ Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.
|
|||
|
||||
**4.** Indien uit het besluit, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de netbeheerder van het landelijk gastransportnet niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 2 van de Gaswet, vervalt de aanwijzing van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet één jaar na de datum van dat besluit.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een interconnector-beheerder, met dien verstande dat de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit voor ontheffingen, verleend op basis van artikel 18h van de Gaswet voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel AB, besluit of is voldaan aan de in de ontheffing opgenomen voorwaarden in plaats van of is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens artikel 2c en 3b van de Gaswet en met dien verstande dat de termijn van twee maanden, genoemd in het eerste lid, indien een verzoek wordt ingediend als bedoeld in artikel XX, tweede lid, aanvangt op het moment dat Onze Minister een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel XX, eerste lid.
|
||||
**5.** Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een interconnector-beheerder, met dien verstande dat de Autoriteit Consument en Markt voor ontheffingen, verleend op basis van artikel 18h van de Gaswet voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel AB, besluit of is voldaan aan de in de ontheffing opgenomen voorwaarden in plaats van of is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens artikel 2c en 3b van de Gaswet en met dien verstande dat de termijn van twee maanden, genoemd in het eerste lid, indien een verzoek wordt ingediend als bedoeld in artikel XX, tweede lid, aanvangt op het moment dat Onze Minister een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel XX, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel X
|
||||
|
||||
|
|
@ -146,9 +146,9 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
**7.** Bij het doen van een verzoek als bedoeld in het zesde lid, verstrekt een onderneming als bedoeld in het vijfde lid, informatie waaruit naar haar oordeel blijkt dat zij onevenredig zwaar wordt getroffen indien de geëiste medewerking wordt verleend en vermeldt zij alternatieven voor die medewerking.
|
||||
|
||||
**8.** De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan in geval een besluit als bedoeld in het eerste of vijfde lid niet of niet juist wordt uitgevoerd binnen de in dat besluit genoemde termijn een last onder dwangsom opleggen aan degene tot wie dat besluit zich richt. Artikel 60ac van de Gaswet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**8.** De Autoriteit Consument en Markt kan in geval een besluit als bedoeld in het eerste of vijfde lid niet of niet juist wordt uitgevoerd binnen de in dat besluit genoemde termijn een last onder dwangsom opleggen aan degene tot wie dat besluit zich richt. Artikel 60ac van de Gaswet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**9.** De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan in geval van een besluit als bedoeld in het eerste of vijfde lid niet of niet juist wordt uitgevoerd binnen de in dat besluit genoemde termijn, degene tot wie dat besluit zich richt per overtreding van dat besluit een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. De artikelen 60aj en 60al van de Gaswet zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**9.** De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van een besluit als bedoeld in het eerste of vijfde lid niet of niet juist wordt uitgevoerd binnen de in dat besluit genoemde termijn, degene tot wie dat besluit zich richt per overtreding van dat besluit een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. De artikelen 60aj en 60al van de Gaswet zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel XXI
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue