2025-07-01 | BWBR0016664 | Overleveringswet
This commit is contained in:
parent
d9abfff8e2
commit
5d259a6e60
1 changed files with 8 additions and 2 deletions
|
|
@ -259,7 +259,7 @@ b. de opgeëiste persoon na zijn overlevering daarmee uitdrukkelijk heeft ingest
|
|||
c. de opgeëiste persoon, overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, e, f, of g, niet de bescherming van het specialiteitsbeginsel geniet; of
|
||||
d. daartoe voorafgaand toestemming wordt gevraagd aan de rechtbank en deze is verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De officier van justitie vordert uiterlijk op de derde dag na ontvangst van een verzoek van de uitvaardigende justitiële autoriteit om de in het eerste lid onder f, of het tweede lid, onder c, bedoelde toestemming, schriftelijk dat de rechtbank het verzoek in behandeling zal nemen. De officier van justitie legt daartoe het verzoek met bijbehorende vertaling aan de rechtbank over. Voorafgaand aan de beslissing op een verzoek om toestemming heeft de opgeëiste persoon de gelegenheid te worden gehoord. De rechtbank treedt zo nodig in overleg met de uitvaardigende justitiële autoriteit om overeen te komen of het verhoor door de rechtbank, dan wel de uitvaardigende justitiële autoriteit plaatsvindt, en al hetgeen overigens voor dit verhoor noodzakelijk is. De rechtbank geeft de in het eerste lid, onder f, of het tweede lid, onder c, bedoelde toestemming ten aanzien van feiten waarvoor krachtens deze wet overlevering had kunnen worden toegestaan. De beslissing op een vordering wordt in elk geval binnen zevenentwintig dagen na de ontvangst ervan genomen. De officier van justitie brengt de beslissing van de rechtbank onverwijld ter kennis van de uitvaardigende justitiële autoriteit.
|
||||
**3.** De officier van justitie vordert uiterlijk op de derde dag na ontvangst van een verzoek van de uitvaardigende justitiële autoriteit om de in het eerste lid, onderdeel g, of het tweede lid, onderdeel d, bedoelde toestemming, schriftelijk dat de rechtbank het verzoek in behandeling zal nemen. De officier van justitie legt daartoe het verzoek met bijbehorende vertaling aan de rechtbank over. Voorafgaand aan de beslissing op een verzoek om toestemming heeft de opgeëiste persoon de gelegenheid te worden gehoord. De rechtbank treedt zo nodig in overleg met de uitvaardigende justitiële autoriteit om overeen te komen of het verhoor door de rechtbank, dan wel de uitvaardigende justitiële autoriteit plaatsvindt, en al hetgeen overigens voor dit verhoor noodzakelijk is. De rechtbank geeft de toestemming ten aanzien van feiten waarvoor krachtens deze wet overlevering had kunnen worden toegestaan. De beslissing op een vordering wordt in elk geval binnen zevenentwintig dagen na de ontvangst ervan genomen. De officier van justitie brengt de beslissing van de rechtbank onverwijld ter kennis van de uitvaardigende justitiële autoriteit.
|
||||
|
||||
**4.** Overlevering wordt voorts niet toegestaan dan onder het algemene beding, dat de opgeëiste persoon niet ter beschikking zal worden gesteld van de autoriteiten van een derde staat, ter zake van feiten die vóór het tijdstip van zijn overlevering zijn begaan, tenzij daartoe voorafgaand toestemming wordt verzocht aan Onze Minister en deze is verkregen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -725,7 +725,7 @@ d. een beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is begaan
|
|||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.** Bij vervoer te land, overeenkomstig artikel 51, wordt de bewaking van de opgeëiste persoon opgedragen aan Nederlandse ambtenaren.
|
||||
**1.** Bij vervoer te land, overeenkomstig artikel 51, is de bewaking van de opgeëiste persoon opgedragen aan Nederlandse ambtenaren die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de opgeëiste persoon en ter voorkoming van zijn ontvluchting.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet mogelijk is het vervoer door Nederland zonder onderbreking voort te zetten, kan de opgeëiste persoon, in afwachting van een passende gelegenheid tot vertrek naar elders, zo nodig worden opgenomen in een huis van bewaring, zulks op vertoon van een stuk waaruit de door de officier van justitie verleende toestemming tot het vervoer blijkt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -775,6 +775,8 @@ b. tijdelijk over te brengen naar Nederland.
|
|||
|
||||
**2.** Gedurende zijn verblijf hier te lande wordt de tijdelijk ter beschikking gestelde persoon op bevel van de officier van justitie in verzekering gesteld. De artikelen 61 en 64, eerste lid, zijn, voor zoveel nodig, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de feitelijke overlevering is de bewaking van de ter beschikking gestelde persoon opgedragen aan Nederlandse ambtenaren die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de ter beschikking gestelde persoon en ter voorkoming van zijn ontvluchting.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk V. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
|
@ -793,6 +795,10 @@ Krachtens deze wet gegeven bevelen tot inverzekeringstelling of bewaring, dan we
|
|||
|
||||
Personen die krachtens deze wet in verzekering of in bewaring zijn gesteld, of wier gevangenneming of gevangenhouding is bevolen, worden behandeld als verdachten die krachtens het Wetboek van Strafvordering aan een overeenkomstige maatregel zijn onderworpen.
|
||||
|
||||
### Artikel 61a
|
||||
|
||||
Bij de feitelijke overlevering van of naar Nederland is de bewaking van de opgeëiste persoon opgedragen aan Nederlandse ambtenaren die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de opgeëiste persoon en ter voorkoming van zijn ontvluchting.
|
||||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
Artikel 490, eerste lid, eerste volzin en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue