diff --git a/wet/wet-inkomensvoorziening-kunstenaars/BWBR0009344/README.md b/wet/wet-inkomensvoorziening-kunstenaars/BWBR0009344/README.md index c720a35bac3..cd0b3fde678 100644 --- a/wet/wet-inkomensvoorziening-kunstenaars/BWBR0009344/README.md +++ b/wet/wet-inkomensvoorziening-kunstenaars/BWBR0009344/README.md @@ -27,8 +27,8 @@ d. kunstenaar: degene die hier te lande werkzaam is in een beroep of bedrijf ter In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. inkomen: de in aanmerking te nemen middelen, bedoeld in Hoofdstuk IV, afdeling 3, § 1 en 2 van de Algemene bijstandswet; -b. vermogen: de in aanmerking te nemen middelen, bedoeld in Hoofdstuk IV, afdeling 3, § 1 en 3 van de Algemene bijstandswet, met uitzondering van het vermogen noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar; +a. inkomen: de in aanmerking te nemen middelen, bedoeld in paragraaf 3.4 van de Wet werk en bijstand; +b. vermogen: de in aanmerking te nemen middelen, bedoeld in paragraaf 3.4 van de Wet werk en bijstand, met uitzondering van het vermogen noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar; c. beroepskosten: de kosten ter verwerving van het inkomen als kunstenaar; d. kinderbijslag: kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet. @@ -40,8 +40,8 @@ d. kinderbijslag: kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet. Van het vermogen gebonden in een door de kunstenaar of zijn gezin in eigendom bewoonde woning met bijbehorend erf blijft bij de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen buiten beschouwing: -a. € 6 807 alsmede de helft van het meerdere, doch in totaal ten hoogste € 27 227; en -b. het bedrag waarmee het bij de aanvang van de uitkeringsverlening aanwezige overige vermogen minder bedraagt dan de toepasselijke vermogensgrens, bedoeld in artikel 54 van de Algemene bijstandswet. +a. het vermogen voorzover dit minder bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 34, tweede lid, onderdeel d, van de Wet werk en bijstand, en +b. het bedrag waarmee het bij de aanvang van de uitkeringsverlening aanwezige overige vermogen minder bedraagt dan de toepasselijke vermogensgrens, bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Wet werk en bijstand. **2.** Onder een woning, bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan een woonschip. @@ -56,7 +56,7 @@ b. echtgenoot of gehuwde: 2. degene die een geregistreerd partnerschap is aangegaan; 3.° de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; c. ongehuwde: mede degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is; -d. gezamenlijke huishouding: een gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3, tweede tot en met zesde lid, van de Algemene bijstandswet; +d. gezamenlijke huishouding: een gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, van de Wet werk en bijstand; e. alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; f. alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad: g. gezin: @@ -77,9 +77,9 @@ De kunstenaar heeft recht op uitkering indien hij: a. of zijn gezin niet over vermogen beschikt en het inkomen: -1° van een alleenstaande lager is dan f 1.646,97 per 1 juli 2003: € 797,75; -2° van een alleenstaande ouder lager is dan f 2.117,53 per 1 juli 2003: € 1.025,68; -3° van gehuwden lager is dan f 2.352,82 per 1 juli 2003: € 1.139,64; +1° van een alleenstaande lager is dan f 1.646,97 per 1 januari 2004: € 809,58; +2° van een alleenstaande ouder lager is dan f 2.117,53 per 1 januari 2004: € 1.040,89; +3° van gehuwden lager is dan f 2.352,82 per 1 januari 2004: € 1.156,54; b. hetzij gedurende een zekere periode als kunstenaar werkzaam is geweest en met deze werkzaamheden gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode ten minste het in die maatregel te bepalen bruto-inkomen of bruto-omzet heeft verworven; c. hetzij de aanvraag op grond van deze wet heeft ingediend binnen 12 maanden nadat hij met goed gevolg een opleiding op het gebied van de kunst, een voortgezette opleiding op het gebied van de kunst, of een voortgezette opleiding bouwkunst als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek heeft voltooid, voorzover deze opleiding gericht is op de uitoefening van het kunstenaarschap, dan wel een daarmee vergelijkbare, door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen aan te wijzen, opleiding heeft voltooid. @@ -93,12 +93,12 @@ De kunstenaar die beschikt over vermogen gebonden in een door hemzelf of zijn ge Geen recht op uitkering heeft de kunstenaar die: -a. algemene bijstand op grond van de Algemene bijstandswet ontvangt, tenzij hij voldoet aan artikel 47, eerste lid, van deze wet of de bijstand wordt verleend in afwachting van het besluit op de aanvraag, bedoeld in artikel 19, tweede lid; +a. algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt; b. buiten Nederland zijn woonplaats heeft of die in Nederland zijn woonplaats heeft doch die, langer dan de gebruikelijke vakantieduur, verblijf houdt buiten Nederland, tenzij dat verblijf noodzakelijk is in verband met de beroepsuitoefening; c. niet rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000; d. rechtens zijn vrijheid ontnomen is; of e. de eerste dag van de maand waarin hij 65 jaar wordt heeft bereikt; -f. die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet of die gehuwd is met een zodanig persoon, voorzover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij belanghebbende alleenstaande ouder is en hij verlof geniet als bedoeld in artikel 644 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. +f. die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of die gehuwd is met een zodanig persoon, voorzover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij belanghebbende alleenstaande ouder is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg. **2.** @@ -133,15 +133,15 @@ Een kunstenaar kan opnieuw uitkering aanvragen indien een omstandigheid als bedo **1.** De uitkering wordt voorlopig verleend in de vorm van een renteloze geldlening. -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de uitkering van de kunstenaar, bedoeld in artikel 4a, verleend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek tot een bedrag gelijk aan het bedrag van het vermogen, bedoeld in artikel 4a. +**2.** De uitkering van de kunstenaar, bedoeld in artikel 4a, wordt verleend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of verpanding tot een bedrag gelijk aan het bedrag van het vermogen, bedoeld in artikel 4a. -**3.** Indien de uitkering wordt verleend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek komen de kosten verbonden aan de taxatie van de waarde van de woning, aan de hypotheekakte en aan de inschrijving van de hypotheek, alsmede de bijkomende kosten, ten laste van de kunstenaar. Voor deze kosten kunnen burgemeester en wethouders uitkering verlenen die begrepen wordt onder de geldlening onder verband van hypotheek. +**3.** Indien de uitkering wordt verleend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of verpanding komen de kosten verbonden aan de taxatie van de waarde van de woning, aan de hypotheekakte en aan de inschrijving van de hypotheek, alsmede de bijkomende kosten, ten laste van de kunstenaar. Voor deze kosten kunnen burgemeester en wethouders uitkering verlenen die begrepen wordt onder de geldlening onder verband van hypotheek of verpanding. -**4.** Indien uitkering in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek is verleend tot het bedrag, bedoeld in het tweede lid, en het recht op uitkering wordt voortgezet, wordt het vermogen gebonden in de door de kunstenaar of zijn gezin in eigendom bewoonde woning opnieuw vastgesteld. Indien blijkt, dat het vermogen met ten minste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag is toegenomen wordt de uitkeringsverlening in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek voortgezet tot een bedrag gelijk aan het bedrag waarmee het vermogen is toegenomen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. +**4.** Indien uitkering in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of verpanding is verleend tot het bedrag, bedoeld in het tweede lid, en het recht op uitkering wordt voortgezet, wordt het vermogen gebonden in de door de kunstenaar of zijn gezin in eigendom bewoonde woning opnieuw vastgesteld. Indien blijkt, dat het vermogen met ten minste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag is toegenomen wordt de uitkeringsverlening in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of verpanding voortgezet tot een bedrag gelijk aan het bedrag waarmee het vermogen is toegenomen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. -**5.** Indien na beëindiging van uitkeringsverlening onder verband van hypotheek opnieuw recht op uitkering bestaat, wordt deze verleend met toepassing van de laatst gevestigde hypotheek. +**5.** Indien na beëindiging van uitkeringsverlening onder verband van hypotheek of verpanding opnieuw recht op uitkering bestaat, wordt deze verleend met toepassing van de laatst gevestigde hypotheek. -**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de vaststelling van de waarde van de woning en de voorwaarden waaronder uitkering in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek wordt verleend. +**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de vaststelling van de waarde van de woning en de voorwaarden waaronder de uitkering in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of verpanding wordt verleend. ### Artikel 9 @@ -149,7 +149,7 @@ Een kunstenaar kan opnieuw uitkering aanvragen indien een omstandigheid als bedo De uitkering bedraagt per kalendermaand voor: -a. een alleenstaande: f1.152,88 per 1 juli 2003: € 558,43; +a. een alleenstaande: f1.152,88 per 1 januari 2004: € 566,71; b. een alleenstaande ouder: het bedrag gelijk aan de som van de voor een dergelijk persoon geldende bijstandsnorm bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene bijstandswet en de maximale toeslag bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de Algemene bijstandswet, verminderd met het verschil tussen het maandelijkse bedrag voor een alleenstaande bedoeld in onderdeel a enerzijds en de voor een alleenstaande geldende bijstandsnorm bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene bijstandswet, vermeerderd met de voormelde maximale toeslag, anderzijds; c. gehuwden: het bedrag gelijk aan de voor dergelijke personen geldende bijstandsnorm bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene bijstandswet, verminderd met het verschil tussen het maandelijkse bedrag voor een alleenstaande bedoeld in onderdeel a enerzijds en de voor een alleenstaande geldende bijstandsnorm bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene bijstandswet, vermeerderd met de maximale toeslag bedoeld in artikel 33, tweede lid, van die wet, anderzijds. @@ -165,9 +165,9 @@ c. gehuwden: het bedrag gelijk aan de voor dergelijke personen geldende bijstand Bij de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt op het bedrag, genoemd in artikel 9, eerste lid, het inkomen van de kunstenaar en zijn gezin over het kalenderjaar waarin uitkering is verleend, in mindering gebracht, voorzover de som van dat bedrag en het naar een gemiddeld maandbedrag omgerekende inkomen meer bedraagt dan: -a. f 2.058,71 per 1 juli 2003: € 997,19 voor een alleenstaande; -b. f 2.646,91 per 1 juli 2003: € 1.282,10 voor een alleenstaande ouder; -c. f 2.941,03 per 1 juli 2003: € 1.424,55 voor gehuwden. +a. f 2.058,71 per 1 januari 2004: € 1.011,98 voor een alleenstaande; +b. f 2.646,91 per 1 januari 2004: € 1.301,11 voor een alleenstaande ouder; +c. f 2.941,03 per 1 januari 2004: € 1.445,68 voor gehuwden. **3.** @@ -181,7 +181,7 @@ c. hoger is dan de definitief vastgestelde hoogte van de uitkering, wordt de als **5.** -Indien de uitkering is verleend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek wordt: +Indien de uitkering is verleend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of verpanding wordt: a. de ambtshalve toe te kennen uitkering, bedoeld in het derde lid, onder a, begrepen onder die geldlening; b. bij toepassing van het derde lid, onder c, het verschil tussen de definitief vastgestelde hoogte van de uitkering en het bedrag van de verleende uitkering, bedoeld in artikel 9, teruggevorderd. @@ -194,13 +194,13 @@ b. bij toepassing van het derde lid, onder c, het verschil tussen de definitief ### Artikel 11 -**1.** In de uitkering is een vakantietoeslag begrepen ter hoogte van 4,7% van die uitkering. +**1.** In de uitkering is een vakantietoeslag begrepen ter hoogte van 4,7% per 1 januari 2004: 4,6%. van die uitkering. **2.** De uitkering wordt verhoogd met de loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de uitkering verleent, krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede met de over de uitkering verschuldigde ziekenfondspremie. ### Artikel 12 -Onze Minister herziet telkens met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt de in de artikelen 4, 9 en 10 genoemde bedragen, alsmede het percentage genoemd in artikel 11, eerste lid. De artikelen 55, eerste, tweede en derde lid, en 56 van de Algemene bijstandswet zijn van overeenkomstige toepassing. +Onze Minister herziet telkens met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt de in de artikelen 4, 9 en 10 genoemde bedragen, alsmede het percentage genoemd in artikel 11, eerste lid. Artikel 37, eerste, tweede en derde lid van de Wet werk en bijstand is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 13 @@ -289,7 +289,61 @@ Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van ### Artikel 18 -De artikelen 14b tot en met 14f, van de Algemene bijstandswet zijn van overeenkomstige toepassing. +**1.** Indien burgemeester en wethouders jegens de kunstenaar een handeling verrichten waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd, is de kunstenaar niet langer verplicht terzake van die gedraging enige verklaring af te leggen, voor zover het betreft de boeteoplegging. De kunstenaar wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. + +**2.** Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de kunstenaar een boete op te leggen, wordt hiervan kennis gegeven aan de kunstenaar onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid. + +**3.** Op verzoek van de kunstenaar die de in het vorige lid bedoelde kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, dragen burgemeester en wethouders er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die kennisgeving vermelde gronden aan de kunstenaar worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. + +**4.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stellen burgemeester en wethouders de kunstenaar in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd. + +**5.** Indien de kunstenaar zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, dragen burgemeester en wethouders er op verzoek van de kunstenaar die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de kunstenaar kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. + +### Artikel 18a + +**1.** Het besluit waarbij de boete wordt opgelegd vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moet worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig artikel 18d zal worden tenuitvoergelegd. + +**2.** Op verzoek van de kunstenaar die het in het eerste lid bedoelde besluit wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, dragen burgemeester en wethouders er zoveel mogelijk zorg voor dat de in dat besluit vermelde informatie aan de kunstenaar wordt medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste lid nadere regels worden gesteld. + +### Artikel 18b + +**1.** Een boete wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het openbaar ministerie. + +**2.** De oplegging van een boete blijft definitief achterwege indien ter zake van de gedraging tegen de kunstenaar een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht. + +**3.** Het openbaar ministerie doet van een omstandigheid als bedoeld in het eerste en tweede lid mededeling aan burgemeester en wethouders. + +### Artikel 18c + +**1.** Een boete wordt opgelegd binnen een jaar nadat burgemeester en wethouders de kunstenaar overeenkomstig artikel 18, vierde lid, in de gelegenheid hebben gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Indien terzake aangifte is gedaan of proces-verbaal is opgemaakt en ingezonden vangt de termijn van een jaar aan op de dag na die waarop het openbaar ministerie aan burgemeester en wethouders heeft medegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld. + +**2.** Een boete wordt in elk geval niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de desbetreffende gedraging heeft plaatsgevonden. + +### Artikel 18d + +**1.** Het besluit waarbij een boete is opgelegd levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het zevende lid. + +**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering op grond van deze wet of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet werk en bijstand ontvangt, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die bijstand of uitkering. + +**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd inmiddels een uitkering op grond van deze wet of een uitkering als bedoeld in het tweede lid ontvangt van een andere gemeente dan de gemeente die de boete heeft opgelegd, betaalt die andere gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de kunstenaar, op haar verzoek aan de gemeente die de boete heeft opgelegd. + +**4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet of de Wet arbeid en zorg, betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is op haar verzoek aan de gemeente die de boete heeft opgelegd. + +**5.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen uitkering op grond van deze wet of een uitkering als bedoeld in het tweede of vierde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het derde en vierde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd. + +**6.** De tenuitvoerlegging van een besluit waarbij een boete is opgelegd vindt plaats met toepassing van het tweede, derde of vierde lid, dan wel van het vijfde lid, dan wel van het tweede, derde of vierde lid in combinatie met het vijfde lid. + +**7.** Bij gebreke van tijdige betaling wordt de verschuldigde boete verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten. + +**8.** De betekening en tenuitvoerlegging ingevolge het vijfde lid kan geschieden door de deurwaarder, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel *e*, van de Gemeentewet. Artikel 256 van die wet is van overeenkomstige toepassing. + +**9.** Op het executoriaal beslag ingevolge dit artikel door burgemeester en wethouders op loon, sociale uitkeringen of andere periodieke betalingen, welke derden verschuldigd zijn of worden aan degene aan wie een boete is opgelegd, zijn de artikelen 479*b* tot en met 479*g*, behoudens artikel 479*e*, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. De in artikel 479*g* aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan burgemeester en wethouders. + +**10.** De tenuitvoerlegging van een besluit met toepassing van dit artikel geschiedt zodanig dat de kunstenaar blijft beschikken over een inkomen gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475*c* en 475*d* van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. + +**11.** Het tiende lid geldt niet zolang de kunstenaar zijn verplichting bedoeld in artikel 17, vijfde lid, niet of niet behoorlijk nakomt. ## Hoofdstuk III. Het geldend maken van het recht op uitkering @@ -310,27 +364,41 @@ b. de uitkering moet worden beëindigd om de reden bedoeld in artikel 6, eerste **5.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het recht op uitkering bestaat jegens burgemeester en wethouders van een bij die maatregel aan te wijzen gemeente. -### Artikel 20 +### Artikel 19a **1.** -Indien de belanghebbende de voor de verlening van uitkering van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, schorten burgemeester en wethouders het recht op uitkering op: +Indien de kunstenaar de voor de verlening van de uitkering van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft versterkt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de kunstenaar anderszins onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, schorten burgemeester en wethouders het recht op uitkering op: a. vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft, of b. vanaf de dag van het verzuim indien niet kan worden bepaald op welke periode dit verzuim betrekking heeft. -**2.** Burgemeester en wethouders doen mededeling van de opschorting aan de belanghebbende en nodigen hem uit binnen een door hen te stellen termijn het verzuim te herstellen. +**2.** Indien bij de beoordeling van het recht op een uitkering blijkt dat het door een kunstenaar verstrekte adres van hemzelf of van zijn echtgenoot afwijkt van het adres waaronder de betrokkene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, schorten burgemeester en wethouders het recht op een uitkering op. **3.** +Geen opschorting vindt plaats indien: + +a. de afwijking redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van de uitkering; +b. de kunstenaar van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt, of; +c. daarvoor naar het oordeel van burgemeester en wethouders dringende redenen aanwezig zijn. + +**4.** Burgemeester en wethouders doen schriftelijk mededeling van de opschorting, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan de kunstenaar en stellen hem daarbij in de gelegenheid binnen een door hen te stellen termijn het verzuim te herstellen. + +**5.** De opschorting wordt beëindigd zodra het burgemeester en wethouders gebleken is dat de afwijking niet meer bestaat. Indien de afwijking ook na de krachtens het vierde lid gestelde termijn nog bestaat, herzien burgemeester en wethouders het besluit tot toekenning van de uitkering of trekken zij dit in met ingang van de eerste dag waarover het recht op een uitkering is opgeschort. + +### Artikel 20 + +**1.** + Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van uitkering en terzake van weigering van uitkering, herzien burgemeester en wethouders een dergelijk besluit of trekken zij dat in: a. indien een gedraging als bedoeld in artikel 16, eerste lid, of het niet of niet behoorlijk nakomen van een daar bedoelde verplichting heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering; b. indien anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend. -**4.** Als de belanghebbende in het geval bedoeld in het eerste lid het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor gestelde termijn, trekken burgemeester en wethouders na het verstrijken van deze termijn het besluit tot toekenning van uitkering in met ingang van de eerste dag waarover het recht op uitkering is opgeschort. +**2.** Als de belanghebbende in het geval bedoeld in het eerste lid het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor gestelde termijn, trekken burgemeester en wethouders na het verstrijken van deze termijn het besluit tot toekenning van uitkering in met ingang van de eerste dag waarover het recht op uitkering is opgeschort. -**5.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kunnen burgemeester en wethouders besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien. +**3.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kunnen burgemeester en wethouders besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien. ### Artikel 21 @@ -350,17 +418,107 @@ b. indien anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verl ### Artikel 23 -**1.** De uitkering die onverschuldigd is betaald wordt door burgemeester en wethouders van de kunstenaar teruggevorderd. +Kosten van de uitkering worden door de gemeente teruggevorderd in de gevallen en naar de regels aangegeven in dit hoofdstuk. -**2.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kunnen burgemeester en wethouders besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. +### Artikel 23a -**3.** Het besluit tot terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd, de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat het besluit bij gebreke van tijdige betaling zal worden tenuitvoergelegd op de wijze bedoeld in artikel 18. +**1.** -**4.** Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn. +In afwijking van artikel 23 kunnen burgemeester en wethouders, op verzoek van kunstenaar, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering van de uitkering af te zien, indien: + +a. redelijkerwijs te voorzien is dat de kunstenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; +b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en +c. de vordering van de gemeente wegens de teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. + +**2.** + +Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van: + +a. de terugvordering van de uitkering als gevolg van verwijtbaar gedrag van de kunstenaar; +b. vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, behoudens voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden. + +**3.** Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van terugvordering of tot het gedeeltelijk afzien van verdere terugvordering treedt niet in werking voordat een schuldregeling overeenkomstig het eerste lid tot stand is gekomen. + +**4.** + +Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van terugvordering of tot het gedeeltelijk afzien van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de kunstenaar gewijzigd indien: + +a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling is tot stand gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het eerste lid; +b. de kunstenaar zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of +c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. + +**5.** Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld. + +### Artikel 23b + +In afwijking van artikel 23 kunnen burgemeester en wethouders, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. + +### Artikel 23c + +**1.** + +In afwijking van artikel 23 kunnen burgemeester en wethouders besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de kunstenaar: + +a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; +b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; +c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of +d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost. + +**2.** + +De in het eerste lid, onder *a* en *b*, genoemde termijn is drie jaar indien: + +a. het gemiddeld inkomen van de kunstenaar in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475*c* en 475*d* van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en +b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel c, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. + +**3.** Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, behoudens voorzover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld. + +### Artikel 23d + +**1.** Een uitkering die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 16 ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, wordt van de kunstenaar teruggevorderd. + +**2.** + +Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van een uitkering en terzake van weigering van een uitkering, herzien burgemeester en wethouders een dergelijk besluit of trekken zij dat in: + +a. indien een gedraging als bedoeld in artikel 16, eerste lid, of het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel c, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van een uitkering; +b. indien anderszins een uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend. + +**3.** Als de kunstenaar in het geval, bedoeld in het eerste lid, het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor gestelde termijn, trekken burgemeester en wethouders na het verstrijken van deze termijn het besluit tot toekenning van een uitkering in met ingang van de eerste dag waarover het recht op een uitkering is opgeschort. + +**4.** Hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald wordt teruggevorderd voor zover de kunstenaar dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen. + +**5.** Terugvordering als bedoeld in het tweede lid vindt niet plaats, indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering. + +### Artikel 23e + +Kosten van een uitkering worden van de kunstenaar teruggevorderd voor zover hij naderhand met betrekking tot de periode waarover de uitkering is verleend over in aanmerking te nemen middelen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de Wet werk en bijstand beschikt of kan beschikken. + +### Artikel 23f + +Terugvordering geschiedt door burgemeester en wethouders van de gemeente die de uitkering heeft verleend. + +### Artikel 23g + +**1.** Het besluit tot terugvordering vermeldt hetgeen teruggevorderd wordt, de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, op de wijze als omschreven in artikel 23h zal worden tenuitvoergelegd. + +**2.** De persoon van wie kosten van de uitkering worden teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders de inlichtingen te verstrekken die voor terugvordering ingevolge dit hoofdstuk van belang zijn. + +### Artikel 23h + +**1.** Het besluit tot terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. + +**2.** Artikel 18d is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de kunstenaar gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475*c* en 475*d* van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, burgemeester en wethouders de aflossingsbedragen lager vaststellen. + +### Artikel 23i + +Onder kosten van een uitkering in de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan de door de gemeente betaalde uitkering verhoogd met de loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de uitkering verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede met de ziekenfondspremie, voor zover deze belasting en premies niet verrekend kunnen worden met de belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. ### Artikel 24 -De artikelen 78a, 78b, 78c, 81, 82, 85, 86 en 87 van de Algemene bijstandswet zijn van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ## Hoofdstuk V. Uitvoering en toezicht @@ -432,7 +590,7 @@ a. de beslissingen over aanvragen, onderzoeken, uitkeringen, vorderingen en verp b. de hierop betrekking hebbende bescheiden; c. het onderzoek dat is verricht naar de juistheid en de volledigheid van de verstrekte gegevens en de overgelegde bescheiden. -**2.** Onze Minister stelt, na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, regels aangaande de in het eerste lid bedoelde administratie. +**2.** Onze Minister stelt, na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, regels aangaande de in het eerste lid bedoelde administratie. ### Artikel 31 @@ -450,7 +608,7 @@ c. het onderzoek dat is verricht naar de juistheid en de volledigheid van de doo ### Artikel 32 -De artikelen 121 tot en met 127 van de Algemene bijstandswet zijn van overeenkomstige toepassing. +De artikelen 63 tot en met 68 van de Wet werk en bijstand zijn van overeenkomstige toepassing. ### Paragraaf 4. Toezicht @@ -586,35 +744,19 @@ Het recht tot strafvordering vervalt indien burgemeester en wethouders aan de be ### Artikel 47 -**1.** - -Recht op uitkering heeft eveneens de kunstenaar die op het moment van inwerkingtreding van deze wet algemene bijstand op grond van de Algemene bijstandswet ontving en die: - -a. zonder die bijstand niet over voldoende middelen beschikt om te voorzien in de noodzakelijke kosten van bestaan; -b. de aanvraag op grond van deze wet heeft ingediend binnen 12 maanden na de inwerkingtreding ervan; en -c. gedurende een zekere periode als kunstenaar werkzaam is geweest. - -**2.** - -Gedurende het eerste jaar na de inwerkingtreding van deze wet zijn op degenen, bedoeld in het eerste lid, in plaats van de maandelijkse bedragen genoemd in artikel 9, eerste lid, de volgende maandelijkse bedragen van toepassing: - -a. voor een alleenstaande: f 1180,98per 1 juli 1999: f 1192,33 ; -b. voor een alleenstaande ouder: f 1518,40per 1 juli 1999: f 1532,99; -c. voor gehuwden: f 1687,10per 1 juli 1999: f 1703,33. +Vervallen ### Artikel 48 -**1.** Onze Minister herziet met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet de in de artikelen 9, 10, en 47 genoemde bedragen en het in artikel 11 genoemde percentage op de in artikel 12 voorgeschreven wijze voorzover de ontwikkeling van het netto minimumloon en de netto aanspraak op minimumvakantiebijslag, gerekend vanaf 1 juli 1996 daartoe aanleiding geeft. - -**2.** Gedurende het eerste jaar na de inwerkingtreding van deze wet herziet Onze Minister telkens met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt de in artikel 47 genoemde bedragen op de in artikel 12 voorgeschreven wijze. +Vervallen ### Artikel 49 -Onze Minister zendt in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk, met dien verstande dat wat betreft de doeltreffendheid en de effecten van artikel 10 in de praktijk de genoemde ministers verslag uitbrengen binnen anderhalf jaar na de inwerkingtreding van deze wet. +Vervallen ### Artikel 50 -Als adviserende instelling wordt met ingang van de inwerkingtreding van deze wet erkend de Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars te 's-Gravenhage, zulks mede met toepassing van artikel 26, vierde lid. +Als adviserende instelling wordt met ingang van de inwerkingtreding van deze wet erkend de Stichting Kunstenaars & Cultuur en Ondernemerschap te 's-Gravenhage, zulks mede met toepassing van artikel 26, vierde lid. ### Artikel 51