2005-04-15 | BWBR0002221 | Algemene Ouderdomswet

This commit is contained in:
Coornhert 2005-04-15 12:00:00 +00:00
parent a4a9ad3774
commit 5d489cc645

View file

@ -557,13 +557,9 @@ De bruto-vakantie-uitkering per maand van een gehuwde pensioengerechtigde:
a. aan wie een volledige toeslag is toegekend is gelijk aan tweemaal de bruto-vakantie-uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;
b. aan wie een niet-volledige toeslag is toegekend met toepassing van artikel 10, tweede lid, is gelijk aan de bruto-vakantie-uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vermeerderd met de met behulp van de in artikel 10, derde lid, bedoelde percenten over het verschil tussen de vastgestelde bruto-vakantie-uitkering, bedoeld in onderdeel a en de vastgestelde bruto-vakantie-uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
**3.** Onder de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde netto-vakantie-uitkeringen worden verstaan de, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met het vijfde lid, vastgestelde bruto-vakantie-uitkeringen na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon van 65 jaar of ouder met toepassing van de tabel voor bijzondere beloningen waarin de arbeidskorting, bedoeld in artikel 22a van de Wet op de loonbelasting 1964, niet is verwerkt.
**3.** De in het eerste lid bedoelde netto minimumvakantiebijslag bedraagt het verschil tussen het bedrag, dat voor een werknemer jonger dan 65 jaar ontstaat door toepassing van artikel 9, derde lid, op het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag vermeerderd met de aanspraak op vakantiebijslag op grond van artikel 15 van die wet van degene die aanspraak heeft op laatstgenoemd bedrag, en het netto-minimumloon, bedoeld in artikel 9, derde lid.
**4.** Onder de in het eerste lid bedoelde netto-minimumvakantiebijslag wordt verstaan de bruto-vakantiebijslag, waarop degene, die aanspraak heeft op het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde minimumloon, ingevolge artikel 15 van die wet aanspraak heeft, na aftrek van de daarvan in te houden premies ingevolge de sociale verzekeringswetten en loonbelasting. De in te houden loonbelasting en premie ingevolge de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 1 van de Wet financiering volksverzekeringen, worden berekend voor een werknemer, jonger dan 65 jaar, met toepassing van de tabel voor bijzondere beloningen waarin de arbeidskorting, bedoeld in artikel 22a van de Wet op de loonbelasting 1964, niet is verwerkt, over het in de vorige volzin bedoelde bedrag, vermeerderd met het werkgeversaandeel in de procentuele premie ingevolge de Ziekenfondswet en verminderd met het werknemersaandeel in de premie ingevolge de Werkloosheidswet.
**5.** Indien ingevolge een van de sociale verzekeringswetten een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels bij ministeriële regeling voor de toepassing van het vierde lid een gemiddeld percentage vastgesteld.
**6.** In de gevallen, dat op het ouderdomspensioen, vastgesteld op grond van artikel 9, met toepassing van artikel 13 een korting wordt toegepast, wordt op de, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met het vijfde lid, vastgestelde bruto-vakantie-uitkering, een evenredige korting toegepast.
**4.** In de gevallen, dat op het ouderdomspensioen, vastgesteld op grond van artikel 9, met toepassing van artikel 13 een korting wordt toegepast, wordt op de, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met het derde lid, vastgestelde bruto-vakantie-uitkering, een evenredige korting toegepast.
### Artikel 29a