1959-09-24 | BWBR0002019 | Besluit instelling erepenning menslievend hulpbetoon
This commit is contained in:
parent
59d371da39
commit
5d9a88ad3d
1 changed files with 3 additions and 10 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit instelling erepenning menslievend hulpbetoon
|
|||
bwb_id: BWBR0002019
|
||||
type: KB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2002-10-09'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1946-08-15'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002019
|
||||
citeertitel: Besluit instelling erepenning menslievend hulpbetoon
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -22,7 +22,7 @@ Eerepenning voor menschlievend hulpbetoon.
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Deze eerepenning bestaat uit een Koninklijke kroon, waaraan bevestigd een ovale draagpenning, metende een totale hoogte van 6 centimeter, op welks voorzijde voorkomt het beeld der Naastenliefde en de woorden: "Voor Menschlievend Hulpbetoon" en aan de keerzijde de woorden: "De Koning aan", waaronder telkens de naam van den begiftigde zal worden gesteld, een en ander overeenkomstig de bij Ons besluit van 11 April 1912, no. 4, gevoegde teekening.
|
||||
**1.** Deze eerepenning bestaat uit een Koninklijke kroon, waaraan bevestigd een ovale draagpenning, metende een totale hoogte van 6 centimeter, op welks voorzijde voorkomt het beeld der Naastenliefde en de woorden: "Voor Menschlievend Hulpbetoon" en aan de keerzijde de woorden: "De Koningin aan", waaronder telkens de naam van den begiftigde zal worden gesteld, een en ander overeenkomstig de bij Ons besluit van 11 April 1912, no. 4, gevoegde teekening.
|
||||
|
||||
**2.** De eerepenning wordt op de linkerborst gedragen, aan een oranje-moiré lint van 3 centimeter breedte, hebbende in het midden een roode bies ter breedte van 0,7 centimeter.
|
||||
|
||||
|
|
@ -40,18 +40,11 @@ Eerepenning voor menschlievend hulpbetoon.
|
|||
|
||||
**2.** Indien alleen het lint wordt gedragen, zullen de zilveren en gouden eerepenning worden aangegeven door een zilveren of gouden kroon op het lint.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
Een voordracht tot toekenning van een erepenning wordt gedaan door:
|
||||
|
||||
- Onze Minister van Defensie, indien de menslievende daad is verricht door een militair dan wel door een burgerambtenaar in dienst van het Ministerie van Defensie;
|
||||
- Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in andere gevallen dan bedoeld onder a.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** In bijzondere gevallen, te Onzer beoordeeling, kan de Eerepenning voor menschlievend hulpbetoon tijdelijk of blijvend worden ontnomen aan hen, die zich dit eereteeken niet langer waardig toonen.
|
||||
|
||||
**2.** Een voordracht tot het ontnemen van een verleende erepenning wordt gedaan door Onze Minister die het aangaat.
|
||||
**2.** Voorstellen tot het ontnemen van een verleende eerepenning kunnen aan Ons worden gedaan door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue