2019-03-09 | BWBR0034925 | Jeugdwet
This commit is contained in:
parent
08036d0093
commit
5da02b61a2
1 changed files with 20 additions and 21 deletions
|
|
@ -110,19 +110,6 @@ c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in
|
|||
|
||||
**5.** Een voorziening als bedoeld in artikel 2.3, eerste tot en met derde lid, en de uitvoering van artikel 2.4, tweede lid, geeft een vreemdeling geen aanspraak op rechtmatig verblijf.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1a. Landelijke voorzieningen
|
||||
|
||||
### Artikel 1a.1
|
||||
|
||||
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport draagt er zorg voor dat:
|
||||
|
||||
a. jeugdigen kosteloos en anoniem een telefonisch of elektronisch gesprek kunnen voeren over hun persoonlijke situatie en daarover advies kunnen krijgen, en
|
||||
b. jeugdigen, ouders of pleegouders een beroep kunnen doen op een vertrouwenspersoon.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a.2
|
||||
|
||||
Een vertrouwenspersoon is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de persoon die hij in het kader van deze wet ondersteunt, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid en strafrechtelijke persoonsgegevens, alsmede tot het zonder toestemming van degene die het betreft verwerken van persoonsgegevens van personen die werkzaam zijn voor het college, de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de ondersteuning die hij als vertrouwenspersoon dient te leveren.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Gemeente
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1
|
||||
|
|
@ -235,7 +222,13 @@ g. jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch spec
|
|||
|
||||
### Artikel 2.8
|
||||
|
||||
De colleges werken met elkaar samen, indien dat voor een doeltreffende en doelmatige uitvoering van deze wet aangewezen is.
|
||||
**1.** De colleges werken met elkaar samen, indien dat voor een doeltreffende en doelmatige uitvoering van deze wet aangewezen is.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gebieden worden aangewezen waarbinnen colleges met het oog op de samenhangende uitvoering van de aan de colleges en de gemeenteraden bij of krachtens deze wet en andere wetten opgedragen taken samenwerken, uitsluitend indien de noodzakelijke samenwerking in deze gebieden ontbreekt en nadat Onze Ministers op overeenstemming gericht overleg hebben gevoerd met de betrokken colleges. Bij die maatregel kunnen regels worden gesteld over de vorm van samenwerking.
|
||||
|
||||
**3.** De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt gedaan door Onze Ministers in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
|
||||
|
||||
**4.** De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Ministers te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9
|
||||
|
||||
|
|
@ -281,7 +274,19 @@ b. het zo veel mogelijk voortzetten van bestaande hulpverleningsrelaties tussen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.15
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In het belang van de beperking van uitvoeringslasten stellen Onze Ministers regels. Deze regels kunnen slechts betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. de financieringswijzen en administratieve processen, behorende bij de bekostiging van jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en gekwalificeerde gedragswetenschappers door colleges;
|
||||
b. de wijze waarop gegevensuitwisseling tussen jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en gekwalificeerde gedragswetenschappers, en colleges plaatsvindt;
|
||||
c. de wijze waarop verantwoording van jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en gekwalificeerde gedragswetenschappers aan colleges plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**2.** De colleges hanteren geen aanvullende of afwijkende eisen aangaande de onderwerpen waarover Onze Ministers op grond van het eerste lid, onderdeel a, regels hebben gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**4.** Het ontwerp voor een krachtens het eerste lid, onder a, vast te stellen ministeriële regeling die betrekking heeft op de financieringswijzen wordt aan beide kamers der Staten-Generaal voorgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging van het ontwerp.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Gecertificeerde instellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -692,12 +697,6 @@ d. de vergoeding van bijzondere kosten die de pleegouder maakt ten behoeve van d
|
|||
|
||||
De pleegzorgaanbieder verstrekt aan de pleegouder in het belang van de verzorging en de opvoeding van de desbetreffende jeugdige, zo nodig zonder toestemming en zo mogelijk voorafgaand aan de plaatsing, inlichtingen inzake feiten en omstandigheden die de persoon van de jeugdige of diens verzorging of opvoeding betreffen en die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de taak van de pleegouder. Deze inlichtingen kunnen mede omvatten gegevens over gezondheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.5
|
||||
|
||||
**1.** Indien een jeugdige die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, de pleegzorg wenst te beëindigen, informeert hij zijn pleegouders en de pleegzorgaanbieder daarover.
|
||||
|
||||
**2.** Nadat een jeugdige de pleegzorgaanbieder heeft geïnformeerd als bedoeld in het eerste lid, zegt de pleegzorgaanbieder het pleegcontract dat ten behoeve van die jeugdige is afgesloten schriftelijk op.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Gesloten jeugdhulp bij ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.1. Machtiging
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue