2024-04-04 | BWBR0047444 | Uitvoeringsregeling GLB 2023

This commit is contained in:
Coornhert 2024-04-04 12:00:00 +00:00
parent 31b7ccd26f
commit 5de3a15012

View file

@ -304,7 +304,7 @@ c. de eco-activiteiten per perceel, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24:
2°. die niet, gedeeltelijk niet, of niet volgens de voorwaarden, worden uitgevoerd;
d. ingeval van de teelt van hennep, het geteelde ras en een indicatie van de hoeveelheid gebruikt zaaizaad, uitgedrukt in kilogrammen per hectare.
**5.** Onverminderd de in het vierde lid, onderdeel c, bedoelde termijn, worden wijzigingen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, uiterlijk doorgegeven op de peildatum of voor zover de sluitingsdatum voor aanmelding als bedoeld in het eerste lid is gelegen na de peildatum uiterlijk op de laatste dag waarop de aanmelding kan worden gedaan. Wanneer de peildatum op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag valt wordt de uiterste termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
**5.** Onverminderd de in het vierde lid, onderdeel c, bedoelde termijn, worden wijzigingen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, en wordt de opgave van de niet-productieve grond, bedoeld in Bijlage 4, § 4. Biodiversiteit en landschap, GLMC 8, tweede lid, uiterlijk doorgegeven op de peildatum of voor zover de sluitingsdatum voor aanmelding als bedoeld in het eerste lid is gelegen na de peildatum uiterlijk op de laatste dag waarop de aanmelding kan worden gedaan. Wanneer de peildatum op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag valt wordt de uiterste termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
**6.** In afwijking van het eerste lid kan een landbouwer die na de in het eerste lid bedoelde periode is begonnen met zijn landbouwactiviteit tot en met de peildatum een aanmelding doen.
@ -349,8 +349,6 @@ b. niet te beschikken over een computer met internetverbinding en niet eerder la
**2.** Een ontheffing wordt uiterlijk op 1 november voorafgaand aan het aanvraagjaar aangevraagd.
**3.** In afwijking van het tweede lid wordt de ontheffing voor aanvraagjaar 2023 uiterlijk op 1 maart 2023 aangevraagd.
### Paragraaf 3. Aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid
### Artikel 14
@ -404,7 +402,7 @@ De Eco-activiteiten in de categorie hoofdteelt zijn:
a. een *rustgewas,* onder de volgende voorwaarde:
de landbouwer teelt uitsluitend een of meerdere gewassen uit de gewassenlijst rustgewassen eco-regeling als bedoeld in bijlage 1.
de landbouwer teelt uitsluitend een of meerdere gewassen uit de gewassenlijst rustgewassen eco-regeling als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking.
b. een *vezelgewas*, onder de volgende voorwaarden:
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst vezelgewassen als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en
@ -426,7 +424,7 @@ f. *kruidenrijk grasland*, onder de volgende voorwaarden:
1°. de landbouwer teelt:
a. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst stikstofbindend gewas als bedoeld in bijlage 1, op het perceel, waarbij van 1 juni tot 1 oktober minimaal 25 procent van het perceel uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 plasdras voor weidevogels uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; of
b. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst stikstofbindend gewas als bedoeld in bijlage 1, waarbij van 1 juni tot 1 oktober minimaal 25 procent uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, op de grasstroken tussen de fruitbomen of -struiken, op minimaal 30 procent van de oppervlakte van de grasstroken; en
b. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst stikstofbindend gewas als bedoeld in bijlage 1, waarbij van 1 juni tot 1 oktober minimaal 25 procent uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, op de grasstroken tussen de fruitbomen of -struiken of de boomkwekerijgewassen, op minimaal 30 procent van de oppervlakte van de grasstroken; en
2°. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel.
g. een *natte teelt,* onder de volgende voorwaarden:
@ -485,7 +483,7 @@ iv. bacteriepreparaten;
3°. de landbouwer bewaart het aankoopbewijs van de toepassing van de biologische bestrijding en het betaalbewijs gedurende 5 jaar in zijn administratie. Het aankoopbewijs vermeldt tenminste de naam van de teler van het gewas, de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten of het perceelnummer uit de Gecombineerde Opgave, bedoeld in artikel 2 van de voor het desbetreffende jaar geldende Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave, een indicatie van de oppervlakte van het perceel waarop de biologische bestrijding is toegepast, de leverancier en de prijs en hoeveelheid van de geleverde biologische bestrijding.
b. *precisiegewasbescherming*, onder de volgende voorwaarden:
1°. de landbouwer past op het perceel, gedurende de hoofdteelt, plaatsspecifieke dosering van gewasbeschermingsmiddelen toe door middel van een taakkaart die een GPS-gestuurde spuit aanstuurt dan wel een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde spuit;
1°. de landbouwer past op het perceel, gedurende de hoofdteelt in het aanvraagjaar, plaatsspecifieke dosering van gewasbeschermingsmiddelen toe door middel van een taakkaart die een GPS-gestuurde spuit aanstuurt dan wel een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde spuit;
2°. de spuitboom beschikt minimaal over de mogelijkheid om variabel per sectie de spuitdoppen aan te sturen;
3°. de landbouwer:
@ -500,7 +498,7 @@ b. een resultaatkaart bij een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde spuit waaro
7°. de landbouwer voldoet aan de beheerseisen RBE 7.1 en RBE 8.1 tot en met 8.8, bedoeld in artikel 32, onderdeel a, in samenhang met bijlage 3.
c. *precisiebemesting,* onder de volgende voorwaarden:
1°. de landbouwer past op het perceel, ten behoeve van de hoofdteelt, plaatsspecifieke dosering van bemesting toe door middel van een taakkaart die een GPS-gestuurde strooier (bij korrel- of vaste meststoffen) of spuit (vloeibare meststoffen) of zodebemester of sleepvoetbemester (drijfmest) aanstuurt dan wel een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde machine;
1°. de landbouwer past op het perceel, gedurende de hoofdteelt in het aanvraagjaar, plaatsspecifieke dosering van bemesting toe door middel van een taakkaart die een GPS-gestuurde strooier (bij korrel- of vaste meststoffen) of spuit (vloeibare meststoffen) of zodebemester of sleepvoetbemester (drijfmest) aanstuurt dan wel een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde machine;
2°. de strooier dient ingericht te zijn om meststoffen over de strooibreedte plaatsspecifiek te kunnen doseren;
3°. de spuitboom beschikt minimaal over de mogelijkheid om variabel per sectie de spuitdoppen aan te sturen;
4°. de zodebemester en sleepvoetbemesters dienen ingericht te zijn om de drijfmest over de inbrengbreedte plaatsspecifiek te kunnen doseren;
@ -554,7 +552,7 @@ Het certificeringsschema bevat voorschriften voor het weiden, waaronder:
**2.** Het certificeringsschema geeft de mogelijkheid dat schaduwcontroles door de Minister, de Auditdienst Rijk of de Europese Commissie kunnen worden uitgevoerd.
**3.** De Minister kan op advies van de schema-eigenaar in een jaar met uitzonderlijke weersomstandigheden die de mogelijkheden voor weiden beperken bij besluit het vereiste aantal uren voor weiden categorie 1 of weiden categorie 2 voor dat jaar verlagen.
**3.** De Minister kan op advies van de schema-eigenaar in een jaar met uitzonderlijke veterinaire of weersomstandigheden die de mogelijkheden voor weiden beperken bij besluit het vereiste aantal uren voor weiden categorie 1 of weiden categorie 2 voor dat jaar verlagen.
### Artikel 22b
@ -629,10 +627,10 @@ b. *landschapselement hout*, onder de volgende voorwaarde:
2°. het knippen of snoeien van landschapselementen is niet toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 15 juli en in het geval buiten die periode in landschapselementen door vogels wordt gebroed.
c. *groene braak*, onder de volgende voorwaarden:
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst groene braak als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt op bouwland;
1°. de landbouwer teelt voor een periode van minimaal 9 aaneengesloten maanden in het aanvraagjaar een gewas uit de gewassenlijst groene braak als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt op bouwland;
2°. het perceel is minimaal drie meter breed;
3°. in de periode van 31 mei tot 31 augustus bestaat de oppervlakte voor minimaal 80 procent uit het aangegeven gewas;
4°. voor een periode van minimaal 9 aaneengesloten maanden in het aanvraagjaar, wordt er op het aangegeven gewas geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
4°. het is niet toegestaan om tijdens en na de braakperiode het aanwezige gewas in het betreffende aanvraagjaar alsnog te oogsten, te bemesten of er chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden op toe te passen;
5°. beweiden of oogsten van het aangegeven gewas is het gehele aanvraagjaar niet toegestaan; en
6°. het areaal was in het voorgaand aanvraagjaar geen blijvend grasland.
d. een kruidenrijke bufferstrook langs bouwland of blijvende teelt, onder de volgende voorwaarden:
@ -641,7 +639,7 @@ d. een kruidenrijke bufferstrook langs bouwland of blijvende teelt, onder de vol
2°. de bufferstrook ligt langs bouwland, met uitzondering van tijdelijk grasland, of langs een perceel blijvende teelt;
3°. er wordt op de bufferstrook geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan;
5°. van 1 juni tot 1 oktober bestaat minimaal 25 procent van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 plasdras voor weidevogels uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
5°. van 1 juni tot 1 oktober heeft de kruidenrijke bufferstrook een zichtbare bedekking bestaande uit tenminste 25 procent duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 plasdras voor weidevogels uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
6°. kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verspreid over de bufferstrook aanwezig.
e. een kruidenrijke bufferstrook langs grasland, onder de volgende voorwaarden:
@ -649,7 +647,7 @@ e. een kruidenrijke bufferstrook langs grasland, onder de volgende voorwaarden:
2°. de kruidenrijke bufferstrook ligt langs een perceel met grasland;
3°. er wordt op de bufferstrook geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan;
5°. van 1 juni tot 1 oktober bestaat minimaal 25 procent van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 plasdras voor weidevogels uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
5°. van 1 juni tot 1 oktober heeft de kruidenrijke bufferstrook een zichtbare bedekking bestaande uit tenminste 25 procent duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 plasdras voor weidevogels uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
6°. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verspreid over de bufferstrook aanwezig.
### Artikel 24
@ -756,6 +754,8 @@ d. de leeftijd van de dieren.
### Artikel 30
**1.**
Het aantal grootvee-eenheden van de zeldzame landbouwhuisdierrassen wordt met inachtneming van punt 12, onderdeel b, van de bijlage bij verordening (EU) 2021/2290, berekend door:
a. de som van het aantal op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van het aanvraagjaar, op het unieke bedrijfsregistratienummer van de aanvrager, vastgestelde aantal grootvee-eenheden te delen door 4;
@ -763,6 +763,8 @@ b. het aantal runderen van 2 jaar en ouder, te vermenigvuldigen met 1;
c. het aantal runderen van 6 maanden tot 2 jaar oud, te vermenigvuldigen met 0,6;
d. het aantal schapen of geiten van 6 maanden en ouder te vermenigvuldigen met 0,15.
**2.** Indien een dier op een peildatum als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bij meer dan één houder geregistreerd staat, wordt het dier voor die peildatum toegerekend aan de laatst aanvoerende houder.
### Artikel 31
**1.** De betaling wordt eenmaal per jaar verstrekt voor maximaal 100 grootvee-eenheden zeldzame landbouwhuisdierrassen, gehouden in het aanvraagjaar.
@ -925,10 +927,13 @@ Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
Indien in de melding van een bedrijfsoverdracht is verklaard dat de overnemer alle rechten en plichten van de overdrager heeft overgenomen kan de overnemer, door tijdige indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 11, door de overdrager of de overnemer, aanspraak maken op de betalingen waarvoor de overdrager een aanmelding heeft gedaan als bedoeld in artikel 10 en wordt de steun uitbetaald aan de overnemer, op voorwaarde dat:
a. de overdracht uiterlijk 30 november van het aanvraagjaar is gemeld; en
b. de overnemer vanaf het moment van de overdracht actieve landbouwer is als bedoeld in artikel 5 of ingeval de overdracht dateert van na 15 mei, de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in artikel 5.
a. de overdracht uiterlijk 30 november van het aanvraagjaar is gemeld;
b. de overnemer vanaf het moment van de overdracht actieve landbouwer is als bedoeld in artikel 5 of, ingeval de overdracht dateert van na de peildatum, de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in artikel 5; en
c. de overnemer een aanmelding, bedoeld in artikel 10, heeft gedaan na de melding van de bedrijfsoverdracht maar voordat de aanvraag, bedoeld in artikel 11, is ingediend.
**4.** Indien de overdracht na 30 november van het aanvraagjaar is gemeld of de overnemer op het moment van de overdracht geen actieve landbouwer is als bedoeld in artikel 5, wordt de steun uitbetaald aan de overdrager, mits de overdrager tijdig een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in artikel 11 en de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in artikel 5.
**4.** De aanmelding, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, komt overeen met de aanmelding zoals deze, na eventuele wijzigingen, door de overdrager is gedaan.
**5.** Indien de overdracht na 30 november van het aanvraagjaar is gemeld of de overnemer op het moment van de overdracht geen actieve landbouwer is als bedoeld in artikel 5, wordt de steun uitbetaald aan de overdrager, mits de overdrager tijdig een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in artikel 11 en de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in artikel 5.
### Artikel 41
@ -943,19 +948,19 @@ Indien het bedrijf van een landbouwer na de aanmelding, bedoeld in artikel 10, g
De minister kan besluiten, met inachtneming van de bij of krachtens verordening (EU) 2021/2116 gestelde regels, tot:
a. het geven van een waarschuwing;
b. het opleggen van een administratieve sanctie in de vorm van een procentuele verlaging van de betaling.
b. het opleggen van een administratieve sanctie in de vorm van een verlaging van de betaling.
**3.** De administratieve sanctie wordt toegepast op het totale bedrag aan betalingen van de interventie als bedoeld in artikel 2, eerste lid en tweede lid, waarop de niet-naleving betrekking heeft.
**4.** De niet-nalevingen waarvoor een waarschuwing kan worden afgegeven en de hoogte van de procentuele verlagingen staan opgenomen in bijlage 6.
**4.** De niet-nalevingen waarvoor een waarschuwing kan worden afgegeven en de hoogte van de verlagingen staan opgenomen in bijlage 6.
**5.** Van herhaling is sprake wanneer dezelfde niet-naleving zich eenmaal herhaalt binnen drie opeenvolgende kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden.
**6.** In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, kan een hoger verlagingspercentage worden toegepast indien ernst, omvang of permanent karakter van de niet-naleving daar aanleiding toe geven.
**6.** In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, kan een hogere verlaging worden toegepast indien ernst, omvang of permanent karakter van de niet-naleving daar aanleiding toe geven.
**7.** Een administratieve sanctie wordt alleen opgelegd indien een niet-naleving wordt ontdekt binnen drie opeenvolgende kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden.
**8.** In afwijking van het derde lid wordt de administratieve sanctie bij overtreding van artikel 9, tweede lid, toegepast op de betreffende henneppercelen.
**8.** In afwijking van het derde lid wordt de administratieve sanctie bij overtreding van artikel 9, tweede lid, toegepast op de henneppercelen.
### Artikel 43
@ -991,7 +996,7 @@ c. de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld.
### Artikel 48
**1.** De minister kan afwijken van de artikelen 5, 10, eerste lid, 11, eerste lid, 13, tweede lid, 18, onderdelen f en j, 19, onderdeel b, 23, onderdelen d en e, 40 en 41, voor zover de toepassing van deze artikelen gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
**1.** De minister kan afwijken van de artikelen 5, 10, eerste en zevende lid, 11, eerste lid, 13, tweede lid, 18, onderdelen f en j, 19, onderdeel b, 23, onderdelen d en e, 40 en 41, voor zover de toepassing van deze artikelen gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
**2.** De minister kan, rekening houdend met de financiële belangen van de Unie, voorts afwijken van artikel 42, voor zover de toepassing van dit artikel gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.