diff --git a/wet/wet-op-het-voortgezet-onderwijs/BWBR0002399/README.md b/wet/wet-op-het-voortgezet-onderwijs/BWBR0002399/README.md index 4b4a849ce8b..d3b8a7a2220 100644 --- a/wet/wet-op-het-voortgezet-onderwijs/BWBR0002399/README.md +++ b/wet/wet-op-het-voortgezet-onderwijs/BWBR0002399/README.md @@ -794,7 +794,7 @@ b. een schoolbegeleidingsdienst als bedoeld in artikel 280, artikel 179 van de W **1.** In een scholengemeenschap zijn tot één school verenigd een school of inrichting in de zin van deze wet en een of meer andere al dan niet in deze wet bedoelde scholen, niet zijnde instellingen van hoger onderwijs. -**2.** Aan een school of aan een scholengemeenschap kan een nevenvestiging zijn verbonden indien de nevenvestiging is tot stand gebracht op de wijze en voldoet aan de voorwaarden bepaald krachtens artikel 75, vijfde lid. Aan een scholengemeenschap kan eveneens een nevenvestiging zijn verbonden indien de nevenvestiging is tot stand gebracht op de wijze en voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 75a. +**2.** Aan een school of aan een scholengemeenschap kan een nevenvestiging zijn verbonden indien de nevenvestiging is tot stand gebracht op de wijze en voldoet aan de voorwaarden bepaald krachtens artikel 75, vierde lid. Aan een scholengemeenschap kan eveneens een nevenvestiging zijn verbonden indien de nevenvestiging is tot stand gebracht op de wijze en voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 75a zoals luidend op 1 augustus 1993. **3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten behoeve van scholengemeenschappen waarin tot één school zijn verenigd een school of inrichting in de zin van deze wet en een of meer andere scholen in de zin van een andere dan deze wet, nadere voorschriften worden gegeven, zo nodig in afwijking van de artikelen 32 tot en met 41. @@ -1436,7 +1436,7 @@ De goedkeuring bedoeld in onderdeel d kan worden onthouden wegens strijd met het **3.** Door overdracht met inachtneming van het eerste en tweede lid treedt de verkrijgende rechtspersoon in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van zijn rechtsvoorganger, onverminderd hetgeen verder voor de overgang daarvan naar burgerlijk recht is vereist. -**4.** Voor zover het betreft scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs kan de gemeenteraad in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken. Voor zover het betreft andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV kan Onze minister in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. +**4.** Voor zover het betreft scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs kan de gemeenteraad in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken. ### Artikel 43 @@ -1519,7 +1519,7 @@ Indien het bevoegd gezag van een bijzondere school aan de Informatie Beheer Groe **3.** Door overdracht met inachtneming van het eerste en tweede lid treedt de verkrijgende rechtspersoon in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van zijn rechtsvoorganger met betrekking tot de school, onverminderd hetgeen verder voor de overgang daarvan naar burgerlijk recht is vereist. -**4.** Voor zover het betreft scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs kan de gemeenteraad in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken. Voor zover het betreft andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van deze wet kan Onze minister in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. +**4.** Voor zover het betreft scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs kan de gemeenteraad in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken. **5.** Bij een splitsing als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een rechtspersoon die een school in stand houdt, wordt in de splitsingsakte bepaald dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon de school in stand zal houden of op welke verkrijgende rechtspersoon de instandhouding van de school overgaat. In het laatste geval zijn het tweede tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing. @@ -1718,15 +1718,27 @@ Onze minister kan de aanwijzing intrekken, indien niet langer wordt voldaan aan ### Artikel 61 -De door Ons aan te wijzen inrichtingen voor voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdeel e, kunnen volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels door het Rijk worden bekostigd. Een belanghebbende kan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen besluiten ten aanzien waarvan in de algemene maatregel van bestuur ingevolge de vorige volzin de artikelen 76z, 105 en 111 van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen inrichtingen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 5, onderdeel e, worden aangewezen die voor bekostiging uit 's Rijks kas in aanmerking komen. + +**2.** + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor de aangewezen inrichtingen voor voortgezet onderwijs voorschriften worden gegeven voor de toepassing van de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften over: + +a. de inrichting van het onderwijs, +b. de examens, +c. de rechtspositie van het personeel, +d. de benoembaarheidsvereisten van het personeel, en +e. de aanvang, wijze en beëindiging van de bekostiging. + +Daarbij kan, voorzover noodzakelijk, worden afgeweken van het bij of krachtens deze wet bepaalde. ### Artikel 62 -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen richtlijnen worden gegeven betreffende het programma en de eisen van bekwaamheid van de leraren, alsmede voorschriften ten aanzien van de lokalen van de inrichtingen, bedoeld in artikel 61. +Vervallen ### Artikel 63 -Wij kunnen bepalen, welke artikelen van de afdelingen I en II van deze titel en van afdeling II van titel III van toepassing zijn op de inrichtingen, bedoeld in artikel 61. +Vervallen ## Titel III. Aanvang, grondslagen, wijze en beëindiging der bekostiging @@ -1752,11 +1764,9 @@ c. bij omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige open **3.** De artikelen 65 tot en met 74 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een bekostigde school waarvoor Onze minister de toestemming, bedoeld in artikel 75, derde lid, niet heeft verleend. -**3a.** In afwijking van het bepaalde in het derde lid zijn gedurende de schooljaren 1993/1994, 1994/1995 en 1995/1996 de artikelen 65 tot en met 74 van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een bekostigde school die ten aanzien van een splitsing of verplaatsing niet in het overzicht, bedoeld in artikel 75a, vierde lid, is opgenomen. - **4.** De bekostiging uit de openbare kas van een school neemt geen aanvang dan krachtens de bepalingen van deze afdeling. -**5.** Voor het bij of krachtens deze afdeling bepaalde, treden voor de toepassing van de afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Stb. 1992, 315) de in artikel 65 bedoelde organisaties in de plaats van het bevoegd gezag. +**5.** Voor het bij of krachtens deze afdeling bepaalde, treden voor de toepassing van de afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht de in artikel 65 bedoelde organisaties in de plaats van het bevoegd gezag. **6.** Artikel 4:32 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de bekostiging van scholen. @@ -1844,9 +1854,10 @@ e. tweehonderd zestig leerlingen, voor wat betreft een school voor middelbaar al f. driehonderd twintig leerlingen voor wat betreft een school voor voorbereidend beroepsonderwijs bestaande uit een afdeling als bedoeld in artikel 10c, onderdeel a, en een afdeling als bedoeld in artikel 10c, onderdeel b, of uit twee afdelingen als bedoeld in artikel 10c, onderdeel c; g. tweehonderd zestig leerlingen voor wat betreft een school voor voorbereidend beroepsonderwijs bestaande uit de afdeling, bedoeld in artikel 10c, onderdeel d; h. honderd zestig leerlingen voor elke nieuw te vormen afdeling als bedoeld in artikel 10c, onderdeel a, b of c, aan een reeds bekostigde of nieuw te vormen school voor voorbereidend beroepsonderwijs; -i. tweehonderd zestig leerlingen voor elke nieuw te vormen afdeling als bedoeld in artikel 10c, onderdeel d, aan een reeds bekostigde of nieuw te vormen school voor voorbereidend beroepsonderwijs. +i. tweehonderd zestig leerlingen voor elke nieuw te vormen afdeling als bedoeld in artikel 10c, onderdeel d, aan een reeds bekostigde of nieuw te vormen school voor voorbereidend beroepsonderwijs; +j. honderd twintig leerlingen, voor wat betreft een school en vijfennegentig voor wat betreft een afdeling voor praktijkonderwijs. -**2.** Een scholengemeenschap, in zich verenigende twee of meer van de in het eerste lid genoemde scholen, wordt in ieder geval in het plan opgenomen, indien op gelijke wijze als volgens het eerste lid kan worden aangetoond, dat het aantal leerlingen van elk der samenstellende scholen, behalve van een daartoe behorend lyceum en een school als bedoeld in het eerste lid, de onderdelen f tot en met i, ten minste drie vierden zal bedragen van het daarvoor in het eerste lid genoemde aantal. +**2.** Een scholengemeenschap, in zich verenigende twee of meer van de in het eerste lid genoemde scholen, wordt in ieder geval in het plan opgenomen, indien op gelijke wijze als volgens het eerste lid kan worden aangetoond, dat het aantal leerlingen van elk der samenstellende scholen ten minste het daarvoor in het eerste lid genoemde aantal zal bedragen. Indien bij een in de eerste volzin bedoelde scholengemeenschap sprake is van een atheneum, een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs of een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als een of meer van de samenstellende scholen, geldt voor elk van deze scholen afzonderlijk dat het aantal aan te tonen leerlingen ten minste drie vierden zal bedragen van het daarvoor in het eerste lid genoemde aantal. **3.** Bij de toepassing van de voorgaande leden worden niet in aanmerking genomen de leerlingen, voor wie binnen redelijke afstand plaatsruimte beschikbaar zal zijn op een gelijksoortige school, waar het verlangde onderwijs wordt gegeven, tenzij deze school uitsluitend voor interne leerlingen bestemd is. @@ -1891,42 +1902,13 @@ Vervallen **3.** Naar aanleiding van een verzoek op grond van het eerste lid, betreffende de omzetting van een openbare school in een gelijksoortige bijzondere school, of een verzoek op grond van het tweede lid, betreffende de verplaatsing van een openbare school, stellen gedeputeerde staten vast of voldoende zal zijn voorzien in de behoefte aan openbaar onderwijs in een genoegzaam aantal scholen, indien Onze Minister in het verzoek zou toestemmen. Gedeputeerde staten kunnen de gemeente binnen zes maanden nadat het verzoek te hunner kennis is gebracht opdragen het zodanige verzoek in te trekken, indien de ouders, voogden en verzorgers van een naar hun oordeel voldoend aantal leerlingen hiertoe de wens hebben te kennen gegeven en de gemeente daaraan niet heeft voldaan. -**4.** Voor zover het gaat om scholen waaraan op het basisonderwijs aansluitend voortgezet onderwijs wordt gegeven en de verzoeken op grond van het eerste en tweede lid, betrekking hebben op de schooljaren 1993/1994, 1994/1995 en 1995/1996 is artikel 75a van toepassing. +**4.** Onze minister kan op grond van bijzondere omstandigheden, de daarvoor in aanmerking komende organisaties gehoord, onder door hem te stellen voorwaarden een nevenvestiging voor bekostiging in aanmerking brengen. -**5.** Onze minister kan op grond van bijzondere omstandigheden met ingang van 1 augustus 1996, de daarvoor in aanmerking komende organisaties gehoord, onder door hem te stellen voorwaarden een nevenvestiging voor bekostiging in aanmerking brengen. - -**6.** Onze minister besluit binnen tien maanden na ontvangst van een aanvraag tot omzetting, splitsing of verplaatsing. Indien de beschikking niet binnen tien maanden kan worden gegeven, stelt Onze minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. +**5.** Onze minister besluit binnen tien maanden na ontvangst van een aanvraag tot omzetting, splitsing of verplaatsing. Indien de beschikking niet binnen tien maanden kan worden gegeven, stelt Onze minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. ### Artikel 75a -**1.** Het bevoegd gezag dat voornemens is met ingang van 1 augustus van een van de schooljaren 1993/1994, 1994/1995 of 1995/1996 een omzetting, splitsing, verplaatsing of nevenvestiging van een school tot stand te brengen, doet voor een door Onze minister te bepalen tijdstip voorafgaand aan het desbetreffende schooljaar een verzoek aan Onze minister tot opneming in het door provinciale staten op te stellen advies voor omzettingen, splitsingen, verplaatsingen en nevenvestigingen. Onze minister zendt het verzoek ter advisering aan provinciale staten. - -**2.** Provinciale staten stellen jaarlijks, voor de in het eerste lid bedoelde schooljaren, de daarvoor in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen van belanghebbende scholen gehoord, het advies, bedoeld in het eerste lid op. Aan het advies worden toegevoegd de verzoeken die niet zijn ingewilligd en de motivering daarvan. Tevens wordt aan het advies toegevoegd een opgave van de bedenkingen die door de in de eerste volzin bedoelde bevoegde gezagsorganen tegen het advies zijn ingebracht en de door provinciale staten daarop genomen beslissing. Provinciale staten zenden het advies voor een door Onze minister te bepalen tijdstip aan Onze minister en maken het voor een door Onze minister te bepalen tijdstip bekend in de Staatscourant. Zij zenden tevens een verslag omtrent de totstandkoming van de in het derde lid, onderdeel a bedoelde scholengemeenschappen aan Onze minister. - -**3.** - -Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt slechts in het advies, bedoeld in dat lid opgenomen, indien: - -a. het verzoek wordt gedaan door het bevoegd gezag van een scholengemeenschap die met ingang van een van de in het eerste lid genoemde tijdstippen tot stand komt, -b. aan een nevenvestiging in elk geval basisvorming wordt gegeven, -c. een nevenvestiging wordt verbonden aan de in onderdeel a bedoelde scholengemeenschap waarin in ieder geval tot een school zijn verenigd een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, waaraan ten minste twee afdelingen uit verschillende groepen, bedoeld in artikel 10a, tweede lid, de onderdelen a tot en met g, dan wel h tot en met l, dan wel m, dan wel n tot en met o, dan wel p, zijn verbonden, alsmede ten minste twee van de volgende scholen: een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs en een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, -d. het tot stand brengen van een omzetting, splitsing, verplaatsing of nevenvestiging niet leidt tot een verstoring van het evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen naar soort van onderwijs, mede gelet op het verlangde onderwijs in het betrokken gebied, en -e. de nevenvestiging zal worden bezocht door tenminste 120 leerlingen. - -**4.** Onze minister stelt, de daarvoor in aanmerking komende organisaties gehoord, vóór een door Onze minister te bepalen tijdstip een overzicht van omzettingen, splitsingen, en verplaatsingen vast en stelt in dat overzicht tevens vast welke nevenvestigingen voor bekostiging uit 's Rijks kas in aanmerking zullen worden gebracht. Bij de vaststelling van dit overzicht toetst Onze minister of het tot stand brengen van een omzetting, splitsing, verplaatsing of nevenvestiging niet leidt tot een verstoring van het evenwichtig geheel van voorzieningen, mede gelet op het verlangd onderwijs in alle betrokken gebieden. Het overzicht wordt binnen twee weken na de vaststelling in de Staatscourant bekendgemaakt en toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen die een verzoek tot opneming in het overzicht hebben gedaan. Indien aan een verzoek tot opneming in het overzicht geen gevolg is gegeven, wordt de motivering hiervan vermeld bij de bekendmaking aan de aanvrager. Tegen een besluit van Onze minister ingevolge dit artikel kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien beroep is ingesteld en de uitspraak strekt tot opneming van de gevraagde voorziening in het overzicht, neemt Onze minister de gevraagde voorziening op in het eerste na de uitspraak vast te stellen overzicht. - -**5.** - -Het bevoegd gezag van een scholengemeenschap waarin in ieder geval tot één school zijn verenigd een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en een school voor voorbereidend beroepsonderwijs waaraan ten minste twee afdelingen uit verschillende groepen, bedoeld in artikel 10a, tweede lid, de onderdelen a tot en met g dan wel h tot en met l dan wel m, dan wel n tot en met o, dan wel p zijn verbonden, kan eveneens een verzoek tot instandhouding van een nevenvestiging doen. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin wordt slechts in het advies, bedoeld in het eerste lid opgenomen, indien: - -a. het bevoegd gezag als bedoeld in de aanhef, eerste volzin tevens bevoegd gezag is van een scholengemeenschap waarin in ieder geval tot één school zijn verenigd een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs en een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, -b. het bevoegd gezag aantoont dat er afspraken tot stand zijn gebracht tussen de scholengemeenschap, bedoeld in de aanhef, eerste volzin en de scholengemeenschap bedoeld onder a, met het oog op het verkrijgen van een goede aansluiting op vervolgonderwijs voor de leerlingen van de eerstbedoelde scholengemeenschap, -c. aan de nevenvestiging in elk geval basisvorming wordt verzorgd, -d. de nevenvestiging zal worden bezocht door tenminste 120 leerlingen, -e. het tot stand brengen van de nevenvestiging niet leidt tot een verstoring van het evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen naar soort van onderwijs, mede gelet op het verlangde onderwijs in het betrokken gebied, en -f. de nevenvestiging tot stand wordt gebracht met ingang van 1 augustus van een van de schooljaren 1993/1994, 1994/1995 of 1995/1996. - -Het eerste, tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 75b @@ -2213,19 +2195,15 @@ Het bevoegd gezag van een andere dan een gemeentelijke school is gehouden aan de ### Artikel 76x -De artikelen 76y en 76z zijn slechts van toepassing op andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II. +Vervallen ### Artikel 76y -**1.** De voorzieningen in de huisvesting en de inventaris komen slechts voor bekostiging in aanmerking, voor zover Onze minister met de voorzieningen heeft ingestemd. - -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot de uitvoering van dit artikel. - -**3.** Onze minister kan in verband met de in het eerste lid bedoelde bekostiging een bekostigingsplafond instellen. In dat geval worden bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur bedoeld in het tweede lid regels omtrent de verdeling vastgesteld. +Vervallen ### Artikel 76z -Tegen een besluit van Onze minister ingevolge deze afdeling kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. +Vervallen ### Afdeling II. Grondslagen en wijze der bekostiging @@ -2233,7 +2211,7 @@ Tegen een besluit van Onze minister ingevolge deze afdeling kan een belanghebben ### Artikel 77 -**1.** De scholen, bedoeld in afdeling I van titel II worden door het Rijk bekostigd met inachtneming van de artikelen 76y, 76z en 78 tot en met 106. De uitgaven, bedoeld in de artikelen 96g en 96h, alsmede de bedragen die de gemeente krachtens deze wet in aanvulling op de rijksbekostiging verstrekt, blijven ten laste van de gemeente. +**1.** De scholen, bedoeld in afdeling I van titel II worden door het Rijk bekostigd met inachtneming van de artikelen 78 tot en met 106. De uitgaven, bedoeld in de artikelen 96g en 96h, alsmede de bedragen die de gemeente krachtens deze wet in aanvulling op de rijksbekostiging verstrekt, blijven ten laste van de gemeente. **2.** Aan niet door de gemeente in stand gehouden scholen als bedoeld in afdeling I van titel II wordt uit de openbare kas geen bekostiging verstrekt dan krachtens de bepalingen van deze wet. @@ -2249,7 +2227,7 @@ Tegen een besluit van Onze minister ingevolge deze afdeling kan een belanghebben **2.** Indien sprake is van een eerste inschrijving bij een school als leerling voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is, wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de in het eerste lid bedoelde melding aan het bevoegd gezag van die school ten behoeve van die leerling een leerlinggebonden budget toegekend, dat wordt berekend op een bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze. De omvang van het leerlinggebonden budget is afhankelijk van de onderwijssoort waarvoor de leerling toelaatbaar is verklaard en van de onderwijssoort van de school waarbij de leerling wordt ingeschreven. In de vorige volzin wordt met de onderwijssoort van de school waarbij de leerling is ingeschreven tevens bedoeld het toegelaten zijn tot het leerwegondersteunend onderwijs. -**3.** Indien ten behoeve van een leerling voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is in het lopende schooljaar dat budget aan het bevoegd gezag van een school is toegekend, wordt bij inschrijving van die leerling bij een andere school, het in het tweede lid bedoelde leerlinggebonden budget aan het bevoegd gezag van laatstbedoelde school toegekend met ingang van het nieuwe schooljaar. +**3.** Indien ten behoeve van een leerling voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is in het lopende kalenderjaar dat budget aan het bevoegd gezag van een school is toegekend, wordt bij inschrijving van die leerling bij een andere school, het in het tweede lid bedoelde leerlinggebonden budget aan het bevoegd gezag van laatstbedoelde school toegekend met ingang van het nieuwe kalenderjaar. **4.** Het bevoegd gezag van de school is verplicht een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen deel van het leerlinggebonden budget te besteden bij een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra waarbinnen onderwijs wordt gegeven van de soort waarvoor de leerling toelaatbaar is verklaard. Het in de eerste volzin bedoelde deel kan voor de onderwijssoorten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, verschillend worden vastgesteld. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een leerling die toelaatbaar is verklaard tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, van de Wet op de expertisecentra. @@ -2263,9 +2241,8 @@ De kosten van de scholen zijn: a. huisvestingskosten, b. inventariskosten, -c. personeelskosten, -d. nascholingskosten, en -e. exploitatiekosten. +c. personeelskosten, en +d. exploitatiekosten. #### Hoofdstuk II. Grondslagen van de genormeerde bekostiging @@ -2273,78 +2250,23 @@ e. exploitatiekosten. ### Artikel 79 -De artikelen 80 tot en met 83 zijn slechts van toepassing op andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II. +Vervallen ### Artikel 80 -**1.** - -Bij ministeriële regeling worden programma's van eisen vastgesteld die de grondslag vormen voor de bekostiging van: - -a. de blijvende voorzieningen in de huisvesting voor een school, -b. de tijdelijke voorzieningen in de huisvesting voor een school, en -c. de voorzieningen in de inventaris. - -**2.** - -Elk programma van eisen omvat: - -a. een omschrijving van de in aanmerking genomen componenten waaruit de voorzieningen zijn opgebouwd, -b. de daarvoor noodzakelijk geachte bedragen, en -c. de wijze waarop de voor elke voorziening vast te stellen bekostiging wordt berekend. - -**3.** Een programma van eisen kan er in voorzien dat voor in dat programma genoemde groepen van scholen de bedragen, bedoeld in het tweede lid onderdeel b, hoger worden gesteld. - -**4.** De programma's van eisen voldoen aan de redelijke behoeften van een in normale omstandigheden verkerende school. - -**5.** Alle ontwerpen van ministeriële regelingen tot vaststelling van de programma's van eisen worden gezamenlijk bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De ministeriële regelingen treden niet in werking dan nadat zes weken na die bekendmaking zijn verstreken. De ministeriële regelingen worden binnen vier weken na de vaststelling bekendgemaakt. +Vervallen ### Artikel 81 -**1.** - -Het programma van eisen, bedoeld in artikel 80, eerste lid onderdeel a, heeft betrekking op: - -a. nieuwbouw, -b. uitbreiding, -c. aanpassing van een gebouw dat als blijvende voorziening in de huisvesting geldt, -d. terreinen daaronder begrepen vestiging van erfpacht en andere beperkte rechten, en -e. te verwerven gebouwen. - -**2.** - -Het programma van eisen, bedoeld in artikel 80, eerste lid onderdeel b, heeft betrekking op: - -a. nieuwbouw van tijdelijke lokalen, -b. verplaatsing van tijdelijke lokalen, -c. huur van gebouwen, -d. huur van terreinen, en -e. te verwerven gebouwen. - -**3.** - -Het programma van eisen, bedoeld in artikel 80, eerste lid onderdeel c, heeft betrekking op: - -a. schoolmeubelen, en -b. leer- en hulpmiddelen. - -**4.** De programma's van eisen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, hebben tevens betrekking op herstel van schade. +Vervallen ### Artikel 82 -**1.** Een wijziging van een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 80 wordt bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop die wijziging betrekking heeft. - -**2.** Het ontwerp van de in het eerste lid bedoelde regeling wordt bekendgemaakt in het in dat lid genoemde publikatieblad. De ministeriële regeling treedt niet in werking dan nadat vier weken na die bekendmaking zijn verstreken. +Vervallen ### Artikel 83 -**1.** Indien bijzondere ontwikkelingen in het onderwijs daartoe aanleiding geven, kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag van een school voor een door hem te bepalen periode en een door hem te bepalen doel aanvullende bekostiging voor huisvestings- en inventariskosten verstrekken. - -**2.** Indien voor de kosten, bedoeld in artikel 81, eerste lid onderdeel e en tweede lid onderdeel e, de vastgestelde normbedragen niet toereikend zijn, kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag van een school voor een door hem te bepalen periode aanvullende bekostiging verstrekken. - -**3.** Onze minister besluit binnen negen maanden na ontvangst van een verzoek. Indien de beschikking niet binnen negen maanden kan worden gegeven, stelt Onze minister de verzoeker daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. - -**4.** Onze minister kan in verband met de in het eerste lid bedoelde bekostiging een bekostigingsplafond instellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels omtrent de verdeling vastgesteld. +Vervallen ##### Paragraaf 2. Grondslag bekostiging personeelskosten @@ -2360,12 +2282,7 @@ c. het onderwijsondersteunend personeel. De formatie is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school, wat de onder a genoemde personeelscategorie betreft, voor het geven van onderwijs, wat de onder b genoemde personeelscategorie betreft, en voor de overige werkzaamheden voortvloeiende uit het geven van onderwijs, alsmede voor de ondersteuning van het onderwijs, wat de onder c genoemde personeelscategorie betreft. -**2.** - -De grondslagen van de berekening van de omvang van de formatie worden wat het in het eerste lid onder a, b en c genoemde personeel betreft in elk geval gevormd door: - -a. een normatieve relatie tussen het aantal leerlingen en het aantal personeelsleden van de school, onderscheiden naar personeelscategorieën, en -b. een opslag in verband met formatieve fricties en vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting. +**2.** De grondslagen van de berekening van de omvang van de formatie worden wat betreft het in het eerste lid onder a, b en c genoemde personeel in elk geval gevormd door een normatieve relatie tussen het aantal leerlingen en het aantal personeelsleden van de school, onderscheiden naar personeelscategorieën. **3.** De grondslagen worden wat het in het eerste lid onder b genoemde personeel betreft bovendien gevormd door een vast aantal formatieplaatsen. @@ -2385,15 +2302,11 @@ Vervallen ### Artikel 85 -**1.** De vergoeding van de kosten van het in artikel 84 bedoelde personeel wordt vastgesteld door de krachtens artikel 84 vastgestelde formatie te vermenigvuldigen met een gemiddelde personeelslast, met inachtneming van ter zake bij of krachtens de in artikel 84, eerste lid, bedoelde algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorschriften. De gemiddelde personeelslast is het genormeerde bedrag van de personele middelen per formatieplaats voor elke personeelscategorie, in welk bedrag tevens zijn verwerkt incidentele loonontwikkelingen en algemene salarismaatregelen. +**1.** De bekostiging van de kosten van het in artikel 84 bedoelde personeel wordt vastgesteld door de krachtens artikel 84 vastgestelde formatie te vermenigvuldigen met een gemiddelde personeelslast, met inachtneming van ter zake bij of krachtens de in artikel 84, eerste lid, bedoelde algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorschriften. De gemiddelde personeelslast is het genormeerde bedrag van de personele middelen per formatieplaats voor elke personeelscategorie, in welk bedrag tevens zijn verwerkt incidentele loonontwikkelingen en algemene salarismaatregelen. -**2.** Onder de personele middelen worden verstaan de middelen ten behoeve van de salarissen, toelagen, uitkeringen, overhevelingstoeslagen en vergoedingen ten behoeve van personeel van de scholen, alsmede de bijdragen tot hun pensioen en tot dat van hun nagelaten betrekkingen. +**2.** Onder de personele middelen worden verstaan de middelen ten behoeve van de salarissen, toelagen, uitkeringen en vergoedingen ten behoeve van personeel van de scholen, alsmede de bijdragen tot hun pensioen en tot dat van hun nagelaten betrekkingen. -**3.** De gemiddelde personeelslast kan per schoolsoort verschillen. - -**4.** De gemiddelde personeelslast van de personeelscategorie van de leraren wordt per schoolsoort jaarlijks vastgesteld met inachtneming van de landelijke gewogen gemiddelde leeftijd van deze personeelscategorie van die schoolsoort. De in de eerste volzin bedoelde gemiddelde personeelslast wordt voorts per school gecorrigeerd voor de mate waarin de gewogen gemiddelde leeftijd van de personeelscategorie van de leraren van die school afwijkt van de desbetreffende in de eerste volzin bedoelde gewogen gemiddelde leeftijd. - -**5.** Bij ministeriële regeling wordt de gemiddelde personeelslast vastgesteld en worden nadere regels vastgesteld met betrekking tot de in het vierde lid bedoelde correctie. +**3.** De gemiddelde personeelslast, die per schoolsoort kan verschillen, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. ### Artikel 85a @@ -2401,7 +2314,7 @@ Vervallen **2.** In verband met bijzondere omstandigheden kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag van een in het eerste lid bedoelde school en onder door hem te stellen voorwaarden aanvullende bekostiging voor personeelskosten verstrekken -**3.** Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid wordt ingediend in het schooljaar waarin de bijzondere omstandigheden zich hebben aangediend. Onze minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een in het tweede lid bedoelde aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. +**3.** Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid wordt ingediend in het kalenderjaar waarin de bijzondere omstandigheden zich hebben aangediend. Onze minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een in het tweede lid bedoelde aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. **4.** Onze minister kan in verband met de in het eerste lid bedoelde bekostiging een bekostigingsplafond instellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels omtrent de verdeling vastgesteld. @@ -2411,7 +2324,7 @@ Vervallen ### Artikel 85b -De grondslag van de omvang van de bekostiging voor nascholing aan scholen is de op grond van artikel 84, eerste lid, aanhef en onder b, vastgestelde formatie van leraren en, voor zover bij ministeriële regeling aangewezen, de ingevolge artikel 85a verstrekte aanvullende bekostiging. Bij ministeriële regeling wordt een bekostigingsbedrag per formatieplaats vastgesteld dat per schoolsoort kan verschillen. +Vervallen ##### Paragraaf 3. Grondslag bekostiging exploitatiekosten @@ -2447,7 +2360,7 @@ De in het derde lid onder a tot en met c bedoelde bedragen kunnen per schoolsoor a. de eerste twee leerjaren van de school, en b. de overige leerjaren. -**5.** Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 februari de in het derde lid onder a tot en met d bedoelde bedragen vastgesteld. Bij deze regeling worden tevens nadere voorschriften gegeven omtrent de wijze waarop de bekostiging wordt berekend, alsmede voorschriften omtrent de wijze waarop de bekostiging wordt vastgesteld. De vastgestelde bedragen gelden voor het schooljaar dat aanvangt na het tijdstip van vaststelling. +**5.** Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 oktober de in het derde lid onder a tot en met d bedoelde bedragen vastgesteld. Bij deze regeling worden tevens nadere voorschriften gegeven omtrent de wijze waarop de bekostiging wordt berekend, alsmede voorschriften omtrent de wijze waarop de bekostiging wordt vastgesteld. De vastgestelde bedragen gelden voor het kalenderjaar dat aanvangt na het tijdstip van vaststelling. **6.** Bij de vaststelling van de in het derde lid onder a tot en met c bedoelde bedragen, dan wel als tussentijdse aanpassing van die bedragen, worden volgens bij ministeriële regeling te geven regels loon- en prijsontwikkelingen verwerkt, tenzij de toestand van 's Rijks schatkist zich daartegen verzet. @@ -2553,26 +2466,11 @@ Vervallen ### Artikel 96b -**1.** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 76y en 96c en met inachtneming van het programma van eisen, bedoeld in artikel 80, eerste lid, verstrekt het Rijk aan het bevoegd gezag van openbare en bijzondere scholen het bedrag van de bekostiging ten behoeve van de voorzieningen, bedoeld in artikel 81. - -**2.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen worden de kosten van de voorzieningen in de huisvesting gedurende een bepaalde periode jaarlijks vergoed. De algemene maatregel van bestuur bevat tevens voorschriften over de lengte van de periode en de aard van de vergoeding. - -**3.** In geval van verstrekking van aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 83 verstrekt het Rijk aan het bevoegd gezag van openbare en bijzondere scholen het bedrag van deze bekostiging. - -**4.** Het eerste tot en met derde lid zijn slechts van toepassing op andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II. +Vervallen ### Artikel 96c -**1.** - -Onverminderd het bepaalde in artikel 76y en met inachtneming van het programma van eisen, bedoeld in artikel 80, eerste lid, verstrekt het Rijk een bekostigingsbedrag aan de gemeente voor het bevoegd gezag van een andere dan een gemeentelijke school volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels ten behoeve van: - -a. de kosten van gebouwen en terreinen die gesticht zijn ten behoeve van educatie en beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs en herbestemd worden ten behoeve van een andere dan een gemeentelijke school, en -b. de kosten van het gebruik van gemeentelijke voorzieningen in de huisvesting ten behoeve van het onderwijs in lichamelijke oefening, die niet zijn gesticht voor onderwijsdoelen. - -**2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 76y en met inachtneming van het programma van eisen, bedoeld in artikel 80, eerste lid, verstrekt het Rijk voor een openbare of bijzondere school die geheel of gedeeltelijk een gebouw in gebruik heeft van het bevoegd gezag van een andere openbare of bijzondere school volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels, aan dat bevoegd gezag een bekostigingsbedrag ten behoeve van de kosten van de voorzieningen die in verband met het gebruik worden getroffen. - -**3.** Het eerste en tweede lid zijn slechts van toepassing op andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II. +Vervallen ##### Paragraaf 1a. Onroerende zaak-belastingen @@ -2592,7 +2490,7 @@ De gemeente bekostigt aan het bevoegd gezag van een andere dan een gemeentelijke ### Artikel 96d.2 -Met inachtneming van het bepaalde in artikel 85b verstrekt het Rijk jaarlijks aan het bevoegd gezag van openbare en bijzondere scholen een bedrag ten behoeve van nascholing van het personeel. +Vervallen ##### Paragraaf 3 @@ -2644,19 +2542,19 @@ Vervallen ### Artikel 96g1 -**1.** Indien de gemeenteraad ten aanzien van een of meer door de gemeente in stand gehouden openbare scholen besluit dat deze met ingang van een datum die is gelegen in de periode die aanvangt met een bij koninklijk besluit te bepalen datum en eindigt met ingang van het zevende schooljaar daaropvolgend, in stand zullen worden gehouden door een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente, kan de regeling, bedoeld in artikel 96g, eerste lid, dan wel de regeling, bedoeld in artikel 96h, eerste lid, bij effectuering van dat besluit ten aanzien van die scholen en in afwijking van artikel 96g, tweede lid, dan wel een regeling op grond van dit artikel bij effectuering van dat besluit ten aanzien van die scholen, erin voorzien dat door de gemeente aan een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente die die scholen in stand houden, een vergoeding voor administratie, beheer en bestuur wordt toegekend als aangegeven in het tweede lid. +**1.** Indien de gemeenteraad ten aanzien van een of meer door de gemeente in stand gehouden openbare scholen besluit dat deze met ingang van een datum die is gelegen in de periode die aanvangt met een bij koninklijk besluit te bepalen datum en eindigt met ingang van het zevende kalenderjaar daaropvolgend, in stand zullen worden gehouden door een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente, kan de regeling, bedoeld in artikel 96g, eerste lid, dan wel de regeling, bedoeld in artikel 96h, eerste lid, bij effectuering van dat besluit ten aanzien van die scholen en in afwijking van artikel 96g, tweede lid, dan wel een regeling op grond van dit artikel bij effectuering van dat besluit ten aanzien van die scholen, erin voorzien dat door de gemeente aan een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente die die scholen in stand houden, bekostiging voor administratie, beheer en bestuur wordt toegekend als aangegeven in het tweede lid. -**2.** De vergoeding, die op grond van het eerste lid kan worden toegekend, bedraagt gedurende het eerste en het tweede schooljaar volgend op het tijdstip waarop de scholen, bedoeld in het eerste lid, niet langer door de gemeente in stand worden gehouden, maximaal 4 maal 18% van de vergoeding voor de exploitatiekosten, op grond van artikel 86, en gedurende het derde, vierde en het vijfde schooljaar maximaal 3 maal 18% van die vergoeding. +**2.** De bekostiging, die op grond van het eerste lid kan worden toegekend, bedraagt gedurende het eerste en het tweede kalenderjaar volgend op het tijdstip waarop de scholen, bedoeld in het eerste lid, niet langer door de gemeente in stand worden gehouden, maximaal 4 maal 18% van de bekostiging voor de exploitatiekosten, op grond van artikel 86, en gedurende het derde, vierde en het vijfde kalenderjaar maximaal 3 maal 18% van die bekostiging. -**3.** Indien de gemeenteraad besluit scholen niet langer in stand te houden vanaf een andere datum dan 1 augustus dan geldt als het eerste schooljaar, bedoeld in het tweede lid, het deel van het schooljaar dat volgt op de datum waarop de gemeente die scholen niet langer in stand houdt en bedraagt de vergoeding die voor dat eerste schooljaar maximaal kan worden toegekend voor administratie, beheer en bestuur een evenredig deel van de vergoeding die op grond van het tweede lid maximaal kan worden toegekend. +**3.** Indien de gemeenteraad besluit scholen niet langer in stand te houden vanaf een andere datum dan 1 augustus dan geldt als het eerste kalenderjaar, bedoeld in het tweede lid, het deel van het kalenderjaar dat volgt op de datum waarop de gemeente die scholen niet langer in stand houdt en bedraagt de bekostiging die voor dat eerste kalenderjaar maximaal kan worden toegekend voor administratie, beheer en bestuur een evenredig deel van de bekostiging die op grond van het tweede lid maximaal kan worden toegekend. -**4.** Voor de toepassing van het tweede lid wordt per school uitgegaan van de vergoeding voor exploitatiekosten voor het schooljaar direct voorafgaand aan het tijdstip waarop door de gemeente de desbetreffende school niet langer in stand wordt gehouden. +**4.** Voor de toepassing van het tweede lid wordt per school uitgegaan van de bekostiging voor exploitatiekosten voor het kalenderjaar direct voorafgaand aan het tijdstip waarop door de gemeente de desbetreffende school niet langer in stand wordt gehouden. -**5.** De op grond van het eerste lid toe te kennen vergoeding kan in een schooljaar niet hoger zijn dan de in het daaraan voorafgaande schooljaar op grond van dit artikel toegekende vergoeding. De eerste volzin is niet van toepassing ten aanzien van de vergoeding voor het tweede schooljaar indien de vergoeding voor het eerste schooljaar is bepaald op grond van het derde lid. Bij de toepassing van de eerste volzin blijft het teruggestorte bedrag, bedoeld in het zevende lid, buiten beschouwing. +**5.** De op grond van het eerste lid toe te kennen bekostiging kan in een kalenderjaar niet hoger zijn dan de in het daaraan voorafgaande kalenderjaar op grond van dit artikel toegekende bekostiging. De eerste volzin is niet van toepassing ten aanzien van de bekostiging voor het tweede kalenderjaar indien de bekostiging voor het eerste kalenderjaar is bepaald op grond van het derde lid. Bij de toepassing van de eerste volzin blijft het teruggestorte bedrag, bedoeld in het zevende lid, buiten beschouwing. **6.** Het bevoegd gezag dat een school als bedoeld in het eerste lid in stand houdt die voor die tijd door de gemeente in stand werd gehouden, legt aan die gemeente en aan de andere rechtspersonen die een of meer niet door de gemeente in stand gehouden scholen in die gemeente in stand houden, jaarlijks een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek over met betrekking tot de uitgaven en ontvangsten voor administratie, beheer en bestuur. -**7.** Voor zover voor een school als bedoeld in het eerste lid, de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met 18% van de vergoeding voor de exploitatiekosten, op grond van artikel 86, in een schooljaar niet volledig is aangewend voor uitgaven voor administratie, beheer en bestuur, wordt het verschil door het bevoegd gezag, bedoeld in het zesde lid, teruggestort in de gemeentekas. +**7.** Voor zover voor een school als bedoeld in het eerste lid, de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met 18% van de bekostiging voor de exploitatiekosten, op grond van artikel 86, in een kalenderjaar niet volledig is aangewend voor uitgaven voor administratie, beheer en bestuur, wordt het verschil door het bevoegd gezag, bedoeld in het zesde lid, teruggestort in de gemeentekas. ### Artikel 96h @@ -2673,20 +2571,20 @@ Vervallen Indien een gemeente een of meer scholen in stand houdt, stelt de gemeenteraad jaarlijks met betrekking tot die scholen voorlopig vast: a. het totaal van de bedragen die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de personeelskosten, -b. het totaal van de bedragen die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de nascholingskosten, +b. vervallen, c. het totaal van de bedragen die in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de exploitatiekosten, d. het totaal van de ontvangsten, bedoeld in artikel 85, -e. het totaal van de ontvangsten dat is gebaseerd op de vergoeding van de kosten van de in artikel 85b bedoelde nascholing, +e. vervallen, f. het totaal van de ontvangsten dat is gebaseerd op de bedragen die krachtens artikel 86 voor de exploitatiekosten voor dat kalenderjaar zijn vastgesteld, alsmede de bedragen die krachtens artikel 99, tweede lid tweede volzin, voor voorzieningen in de exploitatie worden aangewend, g. het totaal van de aanvullende ontvangsten waaronder worden verstaan de bedragen die krachtens artikel 89 voor de exploitatiekosten voor dat kalenderjaar zijn vastgesteld, h. het bedrag dat de gemeente in het voorafgaande kalenderjaar heeft uitgegeven ten behoeve van de instandhouding van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 53b, en i. een staat van voorzieningen die zijn ingesteld ten behoeve van het openbaar onderwijs. -**2.** Indien de gemeente een deel van de ontvangsten, bedoeld in het eerste lid onderdeel d, of een deel van de ontvangsten, bedoeld in onderdeel e van dat lid, dan wel een deel van de ontvangsten, bedoeld in de onderdelen f of g van dat lid, toevoegt aan een voorziening, wordt dat deel aangemerkt als een uitgave als bedoeld in dat lid onderdeel a, onderscheidenlijk als een uitgave als bedoeld in de onderdelen b, c of h van dat lid. Indien de gemeente bedragen aan een voorziening onttrekt, worden deze aangemerkt als ontvangsten, bedoeld in het eerste lid onderdeel d, onderscheidenlijk als ontvangsten als bedoeld in de onderdelen e, f of g van dat lid. +**2.** Indien de gemeente een deel van de ontvangsten, bedoeld in het eerste lid onderdeel d, dan wel een deel van de ontvangsten, bedoeld in de onderdelen f of g van dat lid, toevoegt aan een voorziening, wordt dat deel aangemerkt als een uitgave als bedoeld in dat lid onderdeel a, onderscheidenlijk als een uitgave als bedoeld in de onderdelen c of h van dat lid. Indien de gemeente bedragen aan een voorziening onttrekt, worden deze aangemerkt als ontvangsten, bedoeld in het eerste lid onderdeel d, onderscheidenlijk als ontvangsten als bedoeld in de onderdelen f of g van dat lid. **3.** Bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, f, g en h, worden buiten beschouwing gelaten de uitgaven en ontvangsten voor administratie, beheer en bestuur, bedoeld in artikel 86, eerste lid, onderdeel d, alsmede het bedrag dat door de gemeente met toepassing van artikel 118b, eerste lid, ter zake van exploitatiekosten is uitgegeven. -**4.** Bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in het eerste lid onderdeel a en d, worden buiten beschouwing gelaten de bedragen die door de gemeente met toepassing van artikel 118b, eerste lid, in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de personeelskosten, onderscheidenlijk de daarop betrekking hebbende ontvangsten. Bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c en h worden voorts buiten beschouwing gelaten de uitgaven die worden gedekt door ontvangsten van bedragen die door derden zijn betaald, de uitgaven die worden gedekt door ontvangsten op grond van een besluit als bedoeld in artikel 96g, zesde lid, tweede volzin, en de uitgaven voor de voorzieningen waarvoor het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school op grond van de regeling, bedoeld in artikel 96h, eerste lid, een aanvraag bij de gemeente kon indienen en wel gedurende de periode waarvoor een dergelijke aanvraag kon worden gedaan. +**4.** Bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in het eerste lid onderdeel a en d, worden buiten beschouwing gelaten de bedragen die door de gemeente met toepassing van artikel 118b, eerste lid, in het voorafgaande kalenderjaar zijn uitgegeven ten behoeve van de personeelskosten, onderscheidenlijk de daarop betrekking hebbende ontvangsten. Bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, c en h worden voorts buiten beschouwing gelaten de uitgaven die worden gedekt door ontvangsten van bedragen die door derden zijn betaald, de uitgaven die worden gedekt door ontvangsten op grond van een besluit als bedoeld in artikel 96g, zesde lid, tweede volzin, en de uitgaven voor de voorzieningen waarvoor het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school op grond van de regeling, bedoeld in artikel 96h, eerste lid, een aanvraag bij de gemeente kon indienen en wel gedurende de periode waarvoor een dergelijke aanvraag kon worden gedaan. **5.** Indien de gemeente een deel van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten overdraagt aan een ander bevoegd gezag, wordt dat deel aangemerkt als een uitgave als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of onderdeel c. Indien door een ander bevoegd gezag een deel van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten aan de gemeente wordt overgedragen, wordt dat deel aangemerkt als een ontvangst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, of onderdeel f. @@ -2700,7 +2598,7 @@ i. een staat van voorzieningen die zijn ingesteld ten behoeve van het openbaar o ### Artikel 96j -**1.** In het jaar volgend op de definitieve vaststelling, bedoeld in artikel 96i, zevende lid, wordt het overschrijdingsbedrag vastgesteld waarop het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school die gedurende een of meer jaren van het desbetreffende tijdvak in de gemeente was gevestigd, aanspraak heeft. Dit overschrijdingsbedrag wordt vastgesteld door het percentage, bedoeld in artikel 96i, zevende lid, te vermenigvuldigen met het totaal van de ontvangsten van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat is gebaseerd op de bedragen die krachtens de artikelen 84, eerste tot en met derde lid, 85, 85a en 86 voor het desbetreffende tijdvak zijn vastgesteld, met dien verstande dat bij het vaststellen van het totaal van de ontvangsten, bedoeld in de vorige volzin, buiten beschouwing blijven de ontvangsten voor administratie, beheer en bestuur, bedoeld in artikel 86, eerste lid, onderdeel d. +**1.** In het jaar volgend op de definitieve vaststelling, bedoeld in artikel 96i, zevende lid, wordt het overschrijdingsbedrag vastgesteld waarop het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school die gedurende een of meer jaren van het desbetreffende tijdvak in de gemeente was gevestigd, aanspraak heeft. Dit overschrijdingsbedrag wordt vastgesteld door het percentage, bedoeld in artikel 96i, zevende lid, te vermenigvuldigen met het totaal van de ontvangsten van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat is gebaseerd op de bedragen die krachtens de artikelen 84, eerste tot en met derde lid, 85 en 86 voor het desbetreffende tijdvak zijn vastgesteld, met dien verstande dat bij het vaststellen van het totaal van de ontvangsten, bedoeld in de vorige volzin, buiten beschouwing blijven de ontvangsten voor administratie, beheer en bestuur, bedoeld in artikel 86, eerste lid, onderdeel d. **2.** Indien een gemeente gedurende een gedeelte van het desbetreffende tijdvak een of meer scholen in stand houdt, wordt voor het vaststellen van het overschrijdingsbedrag, bedoeld in het eerste lid, uitgegaan van het totaal van de ontvangsten van een niet door de gemeente in stand gehouden school over een overeenkomstig gedeelte van het desbetreffende tijdvak. @@ -2730,13 +2628,10 @@ Vervallen Op het in het eerste lid bedoelde bedrag worden in mindering gebracht: -a. de inkomsten die het bevoegd gezag geniet uit cursusgelden als bedoeld in de Les- en cursusgeldwet (Stb. 1987, 343), +a. de inkomsten die het bevoegd gezag geniet uit cursusgelden als bedoeld in de Les- en cursusgeldwet, b. de inkomsten die het bevoegd gezag geniet uit verhaal van wettelijk verschuldigde bedragen en premies, -c. de door Onze minister vast te stellen waarde van roerende zaken die door vervreemding of op andere wijze worden onttrokken aan de bestemming, waartoe zij met de vergoeding zijn aangeschaft, -d. de opbrengst van werkstukken en van verrichte diensten anders dan in het kader van contractactiviteiten, en -e. de opbrengst die het bevoegd gezag geniet uit verhuur van gebouwen, terreinen en roerende zaken waarvoor bekostiging wordt genoten, dan wel als vergoeding voor veroorzaakte kosten bij het doen gebruiken daarvan anders dan wegens verhuur, een en ander volgens bij ministeriële regeling te stellen regels. - -**3.** Het bepaalde in het tweede lid, onder e, is slechts van toepassing op andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II. +c. de door Onze minister vast te stellen waarde van roerende zaken die door vervreemding of op andere wijze worden onttrokken aan de bestemming, waartoe zij met de vergoeding zijn aangeschaft, en +d. de opbrengst van werkstukken en van verrichte diensten anders dan in het kader van contractactiviteiten. ### Artikel 96n @@ -2808,11 +2703,7 @@ b. indien een bevoegd gezag waarvoor geen diensten meer worden verricht, in het ### Artikel 98 -**1.** Het bevoegd gezag is verplicht gebouwen, terreinen en roerende zaken ten behoeve waarvan bekostiging wordt genoten, behoorlijk te gebruiken en te onderhouden. Ten behoeve van het onderhoud van gebouwen, terreinen en roerende zaken stelt het bevoegd gezag jaarlijks volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels een onderhoudsprogramma vast. - -**2.** Het vervreemden door het bevoegd gezag van een school anders dan op grond van artikel 42c of artikel 50, of het onderwerpen aan enig beperkt recht van gebouwen, terreinen en roerende zaken waarvoor bekostiging wordt genoten, is zonder toestemming van Onze minister nietig. Onze minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. - -**3.** Het eerste en tweede lid zijn slechts van toepassing op andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II. +Vervallen ### Artikel 98a @@ -2873,9 +2764,9 @@ d. de instantie, bedoeld in artikel 98b, vijfde lid. **1.** Het bevoegd gezag besteedt de verstrekte bekostiging en de betaalde bedragen ten behoeve van die school op de wijze zoals aangegeven in het tweede tot en met vijfde lid. -**2.** De voor voorzieningen in de huisvesting betaalde bedragen worden zodanig aangewend dat een behoorlijke en deugdelijke totstandkoming van deze voorzieningen is verzekerd. Indien na realisatie van de in de eerste volzin bedoelde voorzieningen de bedragen niet volledig zijn aangewend, kan het resterende deel daarvan worden aangewend voor de kosten van personeel, de kosten van nascholing of voorzieningen in de exploitatie. +**2.** De voor voorzieningen in de huisvesting betaalde bedragen worden zodanig aangewend dat een behoorlijke en deugdelijke totstandkoming van deze voorzieningen is verzekerd. Indien na realisatie van de in de eerste volzin bedoelde voorzieningen de bedragen niet volledig zijn aangewend, kan het resterende deel daarvan worden aangewend voor de kosten van personeel of voorzieningen in de exploitatie. -**3.** Het voor personeels- en exploitatiekosten betaalde bedrag wordt, tezamen met het voor nascholingskosten betaalde bedrag, aangewend voor de kosten van personeel, zoals onderscheiden in de artikelen 32 en 32a, voor de kosten van nascholing of voor voorzieningen in de exploitatie. In geval van een overschot op die bedragen, kan dat overschot worden aangewend voor voorzieningen in de huisvesting. +**3.** Het voor personeels- en exploitatiekosten betaalde bedrag wordt aangewend voor de kosten van personeel, zoals onderscheiden in de artikelen 32 en 32a, voor voorzieningen in de exploitatie. In geval van een overschot op die bedragen, kan dat overschot worden aangewend voor voorzieningen in de huisvesting. **4.** Vervallen. @@ -2883,7 +2774,7 @@ d. de instantie, bedoeld in artikel 98b, vijfde lid. **6.** -Het bevoegd gezag kan de bedragen, bedoeld in het derde lid, mede aanwenden voor de kosten van personeel, de kosten van nascholing of voorzieningen in de exploitatie van: +Het bevoegd gezag kan de bedragen, bedoeld in het derde lid, mede aanwenden voor de kosten van personeel of voorzieningen in de exploitatie van: a. een andere school voor voortgezet onderwijs; b. een scholengemeenschap waarvan een of meer scholen voor voortgezet onderwijs deel uitmaken; @@ -2911,66 +2802,23 @@ Vervallen ### Artikel 100a -**1.** Voor zover gebouwen, terreinen of roerende zaken ten behoeve waarvan bekostiging wordt genoten geheel of gedeeltelijk tijdelijk niet nodig zijn voor het onderwijs aan de school, kan het bevoegd gezag deze voor ten hoogste een jaar, doch uiterlijk tot het einde van het schooljaar, in gebruik geven aan het bevoegd gezag van een andere school voor voortgezet onderwijs of van een uit 's Rijks kas bekostigde school voor ander onderwijs. - -**2.** Het eerste lid is eveneens van toepassing ten aanzien van nader door Onze minister aan te wijzen lokalen, voor zover deze gedurende gedeelten van de dag niet nodig zijn voor het onderwijs aan de school. - -**3.** Ingebruikgeving voor een langere periode dan op grond van het eerste lid toegestaan, behoeft de toestemming van Onze minister. Onze minister kan om gewichtige redenen zodanige toestemming weigeren. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. - -**4.** Voor zover gebouwen, terreinen of roerende zaken, als bedoeld in het eerste lid, dan wel lokalen, als bedoeld in het tweede lid, naar zijn oordeel geheel of gedeeltelijk niet nodig zullen zijn voor het onderwijs aan de school, is Onze minister bevoegd deze in gebruik te geven aan het bevoegd gezag van een andere school voor voortgezet onderwijs of van een uit 's Rijks kas bekostigde school voor ander onderwijs, behoudens voor de periode dat reeds ingebruikgeving ingevolge het eerste, tweede of derde lid, dan wel ingevolge artikel 100b, onderscheidenlijk verhuur ingevolge artikel 100c, heeft plaatsgevonden. - -**5.** Alvorens een beslissing te nemen als bedoeld in het derde lid, tweede volzin, of in het vierde lid, treedt Onze minister in overleg met het bevoegd gezag van de betrokken scholen. - -**6.** Indien gebouwen, terreinen of roerende zaken zonder toestemming van Onze minister in gebruik zijn gegeven voor een langere termijn dan in het eerste lid bedoeld, eindigt de ingebruikgeving indien Onze minister het vierde lid wenst toe te passen. - -**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot ingebruikgeving als bedoeld in dit artikel. - -**8.** Het eerste tot en met zevende lid zijn slechts van toepassing op andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II. +Vervallen ### Artikel 100b -**1.** Voor zover gebouwen, terreinen of roerende zaken ten behoeve waarvan bekostiging wordt genoten, die geheel of gedeeltelijk tijdelijk niet nodig zijn voor het onderwijs aan de school, niet nodig zijn voor het onderwijs aan een andere school voor voortgezet onderwijs of aan een uit 's Rijks kas bekostigde school voor ander onderwijs, kan het bevoegd gezag deze voor ten hoogste een jaar, doch uiterlijk tot het einde van het schooljaar, in gebruik geven aan derden ten behoeve van andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. - -**2.** Artikel 100a, derde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**3.** Het eerste en tweede lid zijn slechts van toepassing op andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II. +Vervallen ### Artikel 100c -**1.** Voor zover gebouwen, terreinen of roerende zaken ten behoeve waarvan bekostiging wordt genoten, die geheel of gedeeltelijk tijdelijk niet nodig zijn voor het onderwijs aan de school, niet nodig zijn voor het onderwijs aan een andere school voor voortgezet onderwijs of aan een uit 's Rijks kas bekostigde school voor ander onderwijs, dan wel voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden, kan het bevoegd gezag deze voor ten hoogste een jaar, doch uiterlijk tot het einde van het schooljaar, verhuren aan derden ten behoeve van andere doeleinden. - -**2.** - -Het bevoegd gezag gaat niet over tot de verhuur bedoeld in het eerste lid indien: - -a. het voorgenomen gebruik zich niet verdraagt met het onderwijs aan de school; -b. het te verhuren gebouw of gedeelte daarvan bestemd zal zijn voor woon- of bedrijfsruimte in de zin van de vijfde en zesde afdeling van titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. - -**3.** Verhuur voor een langere periode dan op grond van het eerste lid toegestaan, behoeft de toestemming van Onze Minister, de inspectie gehoord. Onze Minister kan om gewichtige redenen zodanige toestemming weigeren. De huurovereenkomst wordt voor een bepaalde tijd aangegaan. - -**4.** De huurovereenkomst eindigt van rechtswege aan het einde van de overeengekomen termijn. Op de overeenkomst is artikel 230a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing. - -**5.** Het verhuren van gebouwen of terreinen door het bevoegd gezag in strijd met dit artikel is nietig. - -**6.** Het eerste tot en met vijfde lid zijn slechts van toepassing op andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II. +Vervallen ### Artikel 101 -**1.** Indien gebouwen, terreinen of roerende zaken van andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II, ten behoeve waarvan bekostiging in de huisvestingskosten of inventariskosten is genoten, geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken of met toestemming van Onze minister worden vervreemd, anders dan bedoeld in de artikelen 42c en 50, dan wel indien de bekostiging wordt beëindigd, is de gemeente dan wel de rechtspersoon aan het Rijk een bedrag verschuldigd. Het bevoegd gezag kan, buiten het geval van vervreemding, in de plaats van betaling van dit bedrag de eigendom van die gebouwen, terreinen of roerende zaken binnen vier maanden aan het Rijk overdragen. - -**2.** Onze minister stelt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, vast op de grondslag van de waarde van de gebouwen, terreinen of roerende zaken en de door het bevoegd gezag daarvoor ontvangen bekostiging en uit eigen middelen bestede gelden. - -**3.** Bij overdracht van de eigendom van gebouwen, terreinen of roerende zaken ingevolge het eerste lid vergoedt het Rijk, indien gedeelten van de gebouwen, terreinen of roerende zaken uit eigen middelen zijn betaald en hiervoor geen bekostiging werd genoten, een door Onze minister te bepalen waarde. - -**4.** Vervallen. - -**5.** Volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur kan van de voorgaande leden worden afgeweken, wanneer het betreft tijdelijke voorzieningen in gebouwen of terreinen. +Vervallen ### Artikel 102 -**1.** Artikel 101 is niet van toepassing, indien en voor zover Onze minister heeft toegestaan, dat gebouwen, terreinen of roerende zaken worden bestemd voor ander onderwijs, dan wel worden gebruikt voor andere culturele of maatschappelijke doeleinden. - -**2.** Het eerste lid is slechts van toepassing op andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II. +Vervallen ### Artikel 102a @@ -2985,14 +2833,7 @@ b. het bevoegd gezag een beroep kan doen op een verzekering waarvoor de premie v ### Artikel 102a.1 -**1.** - -De kosten van herstel van schade aan gebouwen, terreinen en roerende zaken, ten behoeve waarvan met betrekking tot andere vormen van voortgezet onderwijs als bedoeld in afdeling IV van titel II bekostiging wordt genoten, worden niet door het Rijk vergoed, indien: - -a. die schade door schuld of nalatigheid van de gemeente of de rechtspersoon die de school in stand houdt, wordt toegebracht, of -b. het bevoegd gezag voor die schade een beroep kan doen op een verzekering waarvoor de premie voor vergoeding in aanmerking komt, of voor de vergoeding van die schade door Onze minister een collectieve verzekering is afgesloten. - -**2.** Indien schade, ontstaan aan gebouwen, terreinen of roerende zaken van een uit 's Rijks kas bekostigde school voor vergoeding door het Rijk in aanmerking komt, treedt het Rijk op het moment van een uitdrukkelijke beschikking tot vergoeding in alle rechten die het bevoegd gezag ter zake van die schade tegen derden mocht hebben. +Vervallen ### Artikel 102b @@ -3012,8 +2853,6 @@ Vervallen **3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld over de wijze van ordening van de informatie en over de kengetallen waarover informatie beschikbaar is of wordt verstrekt. -**4.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede en derde lid treedt niet eerder in werking dan 12 maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij is geplaatst. - ### Artikel 103b **1.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een leerling gebruiken in het verkeer met de leerling op wie het nummer betrekking heeft, of, indien de leerling minderjarig is, met de ouders van deze leerling. @@ -3096,7 +2935,7 @@ c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs ### Artikel 105 -Tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 83, 85a, 89, 95 en 104 kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. +Tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 83, 85a, 89 en 104 kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. ### Artikel 106 @@ -3132,7 +2971,7 @@ b. voor zover het betreft een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met é **4.** -Indien één op het basisonderwijs aansluitende school deel uitmaakt van een scholengemeenschap is het bepaalde in het eerste, tweede, dan wel derde lid op die school van toepassing. Indien twee of meer op het basisonderwijs aansluitende openbare scholen deel uitmaken van een scholengemeenschap, worden al deze op het basisonderwijs aansluitende scholen opgeheven en gaat de aanspraak op bekostiging ten behoeve van al deze op het basisonderwijs aansluitende bijzondere scholen verloren, indien de scholen gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens zijn bezocht door minder dan gemiddeld 30 leerlingen per leerjaar per school. Voor de toepassing van de tweede volzin wordt: +Indien één school deel uitmaakt van een scholengemeenschap is het bepaalde in het eerste, tweede, dan wel derde lid op die school van toepassing. Indien twee of meer openbare scholen deel uitmaken van een scholengemeenschap, worden al deze scholen opgeheven en gaat de aanspraak op bekostiging ten behoeve van al deze bijzondere scholen verloren, indien de scholen gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens zijn bezocht door minder dan gemiddeld 30 leerlingen per leerjaar per school. Voor de toepassing van de tweede volzin wordt: a. een lyceum beschouwd als een school met 10 leerjaren, b. een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met afdelingen uit twee of drie van de sectoren, bedoeld in artikel 10c, beschouwd als een school met 8 leerjaren en