diff --git a/wet/wet-langdurige-zorg/BWBR0035917/README.md b/wet/wet-langdurige-zorg/BWBR0035917/README.md index b16860cd0a7..f58c086d7a4 100644 --- a/wet/wet-langdurige-zorg/BWBR0035917/README.md +++ b/wet/wet-langdurige-zorg/BWBR0035917/README.md @@ -286,7 +286,9 @@ b. indien ten aanzien van deze verzekerde een besluit als bedoeld in artikel 21, **5.** Het CIZ wijst de verzekerde bij de aanvraag op het recht op cliëntondersteuning, bedoeld in artikel 2.2.4, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. -**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de indicatie tot stand komt en over de inrichting en geldigheidsduur van het indicatiebesluit. +**6.** Voor zover noodzakelijk kan het CIZ bij de behandeling van een aanvraag gebruikmaken van de informatie die aan haar is verstrekt voor de beoordeling van een aanvraag voor een besluit tot opname en verblijf, een verzoek om een rechterlijke machtiging of een verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in de artikelen 21, 24 en 37 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, alsmede van de informatie die is opgenomen in een advies aan de officier van justitie als bedoeld in artikel 28a van diezelfde wet. Deze informatie kan bestaan uit persoonsgegevens, waaronder bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in paragraaf 3.1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. + +**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de indicatie tot stand komt en over de inrichting en geldigheidsduur van het indicatiebesluit. ### Artikel 3.2.4 @@ -743,7 +745,7 @@ c. het namens een WLZ-uitvoerder of het Zorginstituut, verrichten van betalingen d. de taken met betrekking tot de maatregelen gericht op verzekering van onverzekerden, bedoeld in paragraaf 2.4 van de Zorgverzekeringswet; e. de heffing en inning van de bestuursrechtelijke premie, bedoeld in artikel 18d of artikel 18e van de Zorgverzekeringswet; f. de verstrekking van de bijdrage, bedoeld in artikel 34a van de Zorgverzekeringswet; -g. de taken, bedoeld in artikel 69 van de Zorgverzekeringswet; +g. de taken, bedoeld in de artikelen 68b, 69, 69a en 69b van de Zorgverzekeringswet; h. de taken met betrekking tot de gemoedsbezwaarden, bedoeld in artikel 70 van de Zorgverzekeringswet, en i. de verstrekking van de bijdragen, bedoeld in artikel 122a van de Zorgverzekeringswet; j. de verstrekking van de vergoedingen, bedoeld in artikel 123, zesde en achtste lid, van de Zorgverzekeringswet; @@ -1041,9 +1043,11 @@ c. de Sociale verzekeringsbank, voor zover die gegevens noodzakelijk voor de ver **9.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste tot en met zevende lid. -**10.** Op de op grond van het eerste lid aan het Zorginstituut te verstrekken persoonsgegevens is pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5 van de Algemene verordening gegevensbescherming, toegepast en vervolgens onafgebroken is gecontinueerd. +**10.** Op de op grond van het eerste lid aan het Zorginstituut te verstrekken persoonsgegevens is pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5 van de Algemene verordening gegevensbescherming, toegepast en vervolgens onafgebroken gecontinueerd. -**10.** +### Artikel 9.1.3a + +**1.** Het CIZ verstrekt ambtshalve of op verzoek, kosteloos, de volgende persoonsgegevens aan de Sociale verzekeringsbank, welke gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van diens taak tot vaststelling of een recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, bestaat of eindigt: @@ -1052,15 +1056,15 @@ b. de ingangsdatum en de einddatum van dit besluit; c. de geboortedatum van die verzekerde; en d. het burgerservicenummer van die verzekerde. -**11.** De ambtshalve verstrekking, bedoeld in het tiende lid, geschiedt niet eerder dan nadat het CIZ de vertegenwoordiger van de verzekerde, ten aanzien van wie een indicatiebesluit is genomen, in het indicatiebesluit gedurende een termijn van ten minste twee weken in de gelegenheid heeft gesteld niet in te stemmen met deze verstrekking. +**2.** De ambtshalve verstrekking, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet eerder dan nadat het CIZ de vertegenwoordiger van de verzekerde, ten aanzien van wie een indicatiebesluit is genomen, in het indicatiebesluit gedurende een termijn van ten minste twee weken in de gelegenheid heeft gesteld niet in te stemmen met deze verstrekking. -**12.** Het CIZ verwerkt persoonsgegevens, waaronder het gegeven dat het CIZ het recht op zorg heeft vastgesteld van een verzekerde die de leeftijd heeft, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, het aan de Sociale verzekeringsbank verstrekte gegeven of de verzekerde is aangewezen op een bepaalde mate van intensieve zorg als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet en het burgerservicenummer van die verzekerde, die noodzakelijk zijn om diens vertegenwoordiger ambtshalve te informeren over een mogelijk recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet. +**3.** Het CIZ verwerkt persoonsgegevens, waaronder het gegeven dat het CIZ het recht op zorg heeft vastgesteld van een verzekerde die de leeftijd heeft, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, het aan de Sociale verzekeringsbank verstrekte gegeven of de verzekerde is aangewezen op een bepaalde mate van intensieve zorg als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet en het burgerservicenummer van die verzekerde, die noodzakelijk zijn om diens vertegenwoordiger ambtshalve te informeren over een mogelijk recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet. -**13.** Het CIZ kan persoonsgegevens, waaronder het gegeven dat het CIZ het recht op zorg heeft vastgesteld van een verzekerde die de leeftijd heeft, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, het aan de Sociale verzekeringsbank verstrekte gegeven of de verzekerde is aangewezen op een bepaalde mate van intensieve zorg als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet en het burgerservicenummer van de verzekerde, bedoeld in het twaalfde lid, verwerken, welke gegevens noodzakelijk zijn voor het vaststellen van de effectiviteit van het ambtshalve informeren van de vertegenwoordiger van de verzekerde over een mogelijk recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet. +**4.** Het CIZ kan persoonsgegevens, waaronder het gegeven dat het CIZ het recht op zorg heeft vastgesteld van een verzekerde die de leeftijd heeft, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, het aan de Sociale verzekeringsbank verstrekte gegeven of de verzekerde is aangewezen op een bepaalde mate van intensieve zorg als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet en het burgerservicenummer van de verzekerde, bedoeld in het derde lid, verwerken, welke gegevens noodzakelijk zijn voor het vaststellen van de effectiviteit van het ambtshalve informeren van de vertegenwoordiger van de verzekerde over een mogelijk recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet. -**14.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het twaalfde en dertiende lid. +**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het derde en vierde lid. -**15.** Met ingang van een jaar na de datum van inwerkingtreding van het twaalfde tot en met vijftiende lid, vervallen deze leden en de nadere regels die zijn gesteld op grond van het veertiende lid. +**6.** Met ingang van een jaar na de datum van inwerkingtreding van de Wet van 13 maart 2024 tot wijziging van de Wet langdurige zorg en de Algemene Kinderbijslagwet in verband met de invoering van ambtshalve toekenning en toekenning met terugwerkende kracht van dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg (Stb. 2024, 78), vervallen het derde tot en met zesde lid en de nadere regels die zijn gesteld op grond van het vijfde lid. ### Artikel 9.1.4 @@ -1266,9 +1270,11 @@ c. het Zorginstituut geen advies heeft uitgebracht binnen de in het vierde lid g **1.** De ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd zijn belast met het toezicht op de naleving door zorgaanbieders van de verplichtingen die voor hen uit het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 8 voortvloeien. -**2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn, voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is, bevoegd tot inzage van de dossiers van verzekerden. In afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dienen ook zorgverleners die uit hoofde van hun beroep tot geheimhouding van de dossiers verplicht zijn, de ambtenaren, bedoeld in de eerste volzin, inzage te geven in de daar bedoelde dossiers. In dat geval zijn de betrokken ambtenaren verplicht tot geheimhouding van de dossiers. +**2.** De aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaren toekomende bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:16 en 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht, hebben mede betrekking op dossiers van verzekerden. -**3.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd het niet naleven door een zorgaanbieder van een verplichting die voor hem uit het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 8 voortvloeit, buiten behandeling te laten, tenzij sprake is van een situatie die voor de veiligheid van verzekerden of de zorg een ernstige bedreiging kan betekenen, of het belang van goede zorg anderszins daaraan redelijkerwijs in de weg staat. +**3.** Voor zover de betrokken zorgverlener uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift tot geheimhouding van het dossier verplicht is, kan de zorgverlener deze verplichting, in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet inroepen tegenover de in het eerste lid bedoelde ambtenaren. Op deze ambtenaren rust dezelfde geheimhoudingsplicht als op de betrokken zorgverlener. + +**4.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd het niet naleven door een zorgaanbieder van een verplichting die voor hem uit het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 8 voortvloeit, buiten behandeling te laten, tenzij sprake is van een situatie die voor de veiligheid van verzekerden of de zorg een ernstige bedreiging kan betekenen, of het belang van goede zorg anderszins daaraan redelijkerwijs in de weg staat. ### Artikel 10.4.2 @@ -1286,9 +1292,7 @@ c. het Zorginstituut geen advies heeft uitgebracht binnen de in het vierde lid g ### Artikel 10.4.3 -**1.** Onze Minister is, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, bevoegd een last onder dwangsom op te leggen aan de zorgaanbieder of de professionele zorgverlener die geen medewerking verleent aan de inzage van dossiers als bedoeld in artikel 10.4.1, tweede lid. - -**2.** Onze Minister is, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van een krachtens artikel 10.4.2 gegeven aanwijzing of bevel. +Onze Minister is, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van een krachtens artikel 10.4.2 gegeven aanwijzing of bevel. ### Artikel 10.4.4