2009-07-01 | BWBR0003968 | Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet

This commit is contained in:
Coornhert 2009-07-01 12:00:00 +00:00
parent d6930dc0cf
commit 5e2b7fe7eb

View file

@ -124,10 +124,10 @@ d. de Raad kan, bij beschikking, van het bepaalde onder c afwijken, indien naar
De pensioengrondslag bedraagt per 1 januari 1983 op jaarbasis:
a. tenminste € 22.416,78per 1 januari 2009: € 22 822,52, en ten hoogste
a. tenminste € 22.416,78per 1 juli 2009: € 23 110,08, en ten hoogste
b.
per 1 januari 2009 achtereenvolgens: € 47 608,90; € 29 400,80; € 15 472,46; € 15 705,21; € 15 514,98; € 30 932,39
per 1 juli 2009 achtereenvolgens: € 48 208,77; € 29 771,25; € 15 667,41; € 15 903,10; € 15 710,47; € 31 322,14
### Paragraaf 4. De berekening van het buitengewoon pensioen
@ -348,19 +348,17 @@ Vervallen
**1.** Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de Stichting Pelita. Bij de bekendmaking van de beschikking wordt voorlichting gegeven over de procedure en de voor het bezwaarschrift geldende termijn van behandeling.
**2.** Wanneer als gevolg van omstandigheden waaraan de belanghebbende geen schuld draagt, de regeling van zijn buitengewoon pensioen wordt vertraagd, kan hem, indien de Raad zulks nodig oordeelt, een voorschot op zijn buitengewoon pensioen worden verleend.
**2.** De beschikking op een aanvraag krachtens artikel 6 onderscheidenlijk de artikelen 19 en 20 voor zover de overleden deelnemer aan het verzet geen aanspraken op deze wet heeft doen gelden, wordt gegeven binnen negen maanden na de datum waarop de aanvraag is ingekomen. Indien de Raad ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet binnen deze termijn kan beslissen, kan hij eenmaal met ten hoogste acht weken worden verlengd. Van de verlenging doet de Raad schriftelijk mededeling aan de belanghebbende en de Stichting Pelita.
**3.** De beschikking op een aanvraag krachtens artikel 6 onderscheidenlijk de artikelen 19 en 20 voor zover de overleden deelnemer aan het verzet geen aanspraken op deze wet heeft doen gelden, wordt gegeven binnen negen maanden na de datum waarop de aanvraag is ingekomen. Indien de Raad ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet binnen deze termijn kan beslissen, kan hij eenmaal met ten hoogste acht weken worden verlengd. Van de verlenging doet de Raad schriftelijk mededeling aan de belanghebbende en de Stichting Pelita.
**3.** De beschikking op een aanvraag krachtens artikel 26, tweede lid, wordt gegeven binnen zes maanden na de datum waarop de aanvraag is ingekomen. Indien de Raad ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet binnen deze termijn kan beslissen, kan hij eenmaal met ten hoogste vier weken worden verlengd. Van de verlenging doet de Raad schriftelijk mededeling aan de belanghebbende en aan de Stichting Pelita.
**4.** De beschikking op een aanvraag krachtens artikel 26, tweede lid, wordt gegeven binnen zes maanden na de datum waarop de aanvraag is ingekomen. Indien de Raad ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet binnen deze termijn kan beslissen, kan hij eenmaal met ten hoogste vier weken worden verlengd. Van de verlenging doet de Raad schriftelijk mededeling aan de belanghebbende en aan de Stichting Pelita.
**4.** De beschikking op een aanvraag krachtens artikel 15, artikel 6, voorzover de aanvrager reeds op grond van artikel 26, tweede lid, als deelnemer aan het verzet is erkend, onderscheidenlijk de artikelen 19 en 20 voor zover de overleden deelnemer aan het verzet aanspraken op deze wet heeft doen gelden, wordt gegeven binnen dertien weken na de datum waarop de aanvraag is ingekomen. Indien de Raad ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet binnen deze termijn kan beslissen, kan hij eenmaal met ten hoogste vier weken worden verlengd. Van de verlenging doet de Raad schriftelijk mededeling aan de belanghebbende en de Stichting Pelita.
**5.** De beschikking op een aanvraag krachtens artikel 15, artikel 6, voorzover de aanvrager reeds op grond van artikel 26, tweede lid, als deelnemer aan het verzet is erkend, onderscheidenlijk de artikelen 19 en 20 voor zover de overleden deelnemer aan het verzet aanspraken op deze wet heeft doen gelden, wordt gegeven binnen dertien weken na de datum waarop de aanvraag is ingekomen. Indien de Raad ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet binnen deze termijn kan beslissen, kan hij eenmaal met ten hoogste vier weken worden verlengd. Van de verlenging doet de Raad schriftelijk mededeling aan de belanghebbende en de Stichting Pelita.
**6.** Met betrekking tot een aanvraag, bedoeld in het vierde lid, die wordt ingediend terwijl een aanvraag, bedoeld in het derde lid, nog in behandeling is geldt, in afwijking van het vierde lid, de termijn die resteert voor de beschikking op de aanvraag, bedoeld in het derde lid, tenzij de resterende termijn korter is dan de termijn, bedoeld in het vierde lid.
**5.** Met betrekking tot een aanvraag, bedoeld in het derde lid, die wordt ingediend terwijl een aanvraag, bedoeld in het tweede lid, nog in behandeling is geldt, in afwijking van het derde lid, de termijn die resteert voor de beschikking op de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, tenzij de resterende termijn korter is dan de termijn, bedoeld in het derde lid.
### Artikel 28a
**1.** Indien de Raad vier weken voor het verstrijken van de verlengde termijn, bedoeld in artikel 28, derde lid, onvoldoende gegevens aanwezig acht om tot een beoordeling van de aanvraag te komen en dientengevolge niet in staat is een beschikking te geven, stelt hij de aanvrager gedurende die vier weken in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.
**1.** Indien de Raad vier weken voor het verstrijken van de verlengde termijn, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onvoldoende gegevens aanwezig acht om tot een beoordeling van de aanvraag te komen en dientengevolge niet in staat is een beschikking te geven, stelt hij de aanvrager gedurende die vier weken in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.
**2.** Artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht is op het horen van toepassing.
@ -482,15 +480,13 @@ Het buitengewoon pensioen, bedoeld in de artikelen 11, 22 en 22*a*, de garantiet
**1.** De buitengewone pensioenen en de garantietoeslagen worden maandelijks voldaan.
**2.** De eerste termijn wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen dertien weken na de toekenning, uitgekeerd.
**2.** De eerste termijn wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen dertien weken na de toekenning, vastgesteld en betaald.
**3.** Indien de eerste termijn niet binnen dertien weken wordt uitgekeerd is de Raad de belanghebbende rente verschuldigd. De wijze waarop het bedrag van de verschuldigde rente wordt bepaald, wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.
**3.** Indien de door belanghebbende verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor het vaststellen van het bedrag van de eerste termijn, verzoekt de Raad de belanghebbende deze gegevens en bescheiden alsnog te verstrekken. De periode van dertien weken, bedoeld in het tweede lid, wordt in zodanig geval opgeschort met ingang van de dag waarop de Raad vorenbedoeld verzoek heeft gedaan tot de dag waarop de gegevens en bescheiden zijn verstrekt.
**4.** Indien de door belanghebbende verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor het vaststellen van het bedrag van de eerste termijn, verzoekt de Raad de belanghebbende deze gegevens en bescheiden alsnog te verstrekken. De periode van dertien weken, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt in zodanig geval opgeschort met ingang van de dag waarop de Raad vorenbedoeld verzoek heeft gedaan tot de dag waarop de gegevens en bescheiden zijn verstrekt.
**4.** De termijnen van een buitengewoon pensioen en van een garantietoeslag, welke niet zijn ingevorderd binnen een jaar na de eerste maand, waarin de uitkering daarvan had mogen plaats hebben, worden niet meer uitbetaald, tenzij de belanghebbende ten genoegen van de Raad kan aantonen, dat het overschrijden van die termijn het gevolg is geweest van omstandigheden, van zijn wil onafhankelijk.
**5.** De termijnen van een buitengewoon pensioen en van een garantietoeslag, welke niet zijn ingevorderd binnen een jaar na de eerste maand, waarin de uitkering daarvan had mogen plaats hebben, worden niet meer uitbetaald, tenzij de belanghebbende ten genoegen van de Raad kan aantonen, dat het overschrijden van die termijn het gevolg is geweest van omstandigheden, van zijn wil onafhankelijk.
**6.** Het betaalbaar stellen van een buitengewoon pensioen en van een garantietoeslag door de Raad geschiedt op dezelfde voet als het betaalbaar stellen van de pensioenen ten laste van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds.
**5.** Het betaalbaar stellen van een buitengewoon pensioen en van een garantietoeslag door de Raad geschiedt op dezelfde voet als het betaalbaar stellen van de pensioenen ten laste van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds.
### Artikel 38
@ -601,7 +597,7 @@ De Raad is bevoegd, op daartoe door of vanwege de belanghebbende gedane aanvraag
### Artikel 49a
Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van de artikelen 47 en 49 is het vijfde hoofdstuk van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 28, derde lid, en artikel 28*a*.
Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van de artikelen 47 en 49 is het vijfde hoofdstuk van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 28, tweede lid en artikel 28a.
### Artikel 49b