diff --git a/wet/coördinatiewet-sociale-verzekering/BWBR0002126/README.md b/wet/coördinatiewet-sociale-verzekering/BWBR0002126/README.md index c843d076514..842e8ecbaff 100644 --- a/wet/coördinatiewet-sociale-verzekering/BWBR0002126/README.md +++ b/wet/coördinatiewet-sociale-verzekering/BWBR0002126/README.md @@ -74,7 +74,7 @@ d. voor de toepassing van de Ziekenfondswet: de werkgever in de zin van het derd **1.** Deze wet verstaat onder dienstbetrekking de dienstbetrekking en de arbeidsverhouding die als zodanig wordt beschouwd ingevolge het bepaalde bij of krachtens de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en die als zodanig geldt ingevolge de Ziekenfondswet. -**2.** De werknemer die een uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering krachtens de Ziektewet, de verplichte verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de verplichte verzekering dan wel hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet, wordt tijdens de duur van die uitkering geacht in dienstbetrekking te staan tot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. +**2.** De werknemer die een uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering krachtens de Ziektewet, de verplichte verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de verplichte verzekering dan wel hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet, wordt tijdens de duur van die uitkering geacht in dienstbetrekking te staan tot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De werknemer die geen ziekengeld ontvangt op grond van artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet maar wel toeslag op grond van de Toeslagenwet, wordt voor de toepassing van de eerste zin geacht een uitkering te ontvangen op grond van de verplichte verzekering krachtens de Ziektewet. **3.** De werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg, aan wie uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van die wet, wordt tijdens de duur van die uitkering geacht in dienstbetrekking te staan tot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. @@ -111,25 +111,25 @@ Tot het loon behoren niet: a. aanspraken ingevolge een pensioenregeling; b. aanspraken ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding; -c. aanspraken ingevolge sociale verzekeringswetten; -d. aanspraken, die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken, als bedoeld in onderdeel *c*, tenzij het betreft een aanspraak op kinderbijslag anders dan ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet; +c. aanspraken ingevolge sociale verzekeringswetten, waaronder mede worden begrepen aanspraken op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg; +d. aanspraken, die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken, als bedoeld in onderdeel c, tenzij het betreft een aanspraak op kinderbijslag anders dan ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet; e. aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon, mits: 1°. deze aanspraken voorzien in aan de werknemer of gewezen werknemer toekomende periodieke uitkeringen die niet later ingaan dan in het jaar waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt of in periodieke uitkeringen die bij zijn overlijden ingaan en toekomen aan zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot of aan zijn eigen kinderen, stiefkinderen of pleegkinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt; 2°. voor deze aanspraken als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel a, b of d, van de Wet op de loonbelasting 1964 of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964; f. aanspraken op uitkeringen wegens overlijden of invaliditeit ten gevolge van een ongeval; -g. aanspraken op de in de onderdelen *m* en *p* bedoelde uitkeringen en verstrekkingen; +g. aanspraken op de in de onderdelen m en p bedoelde uitkeringen en verstrekkingen; h. uitkeringen en verstrekkingen ingevolge een aanspraak die tot het loon behoort; i. vervallen; j. bedragen die worden ingehouden: 1°. als bijdrage ingevolge een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding; -2°. als bijdrage voor aanspraken die ingevolge de onderdelen *d* en *f* niet tot het loon behoren; +2°. als bijdrage voor aanspraken die ingevolge de onderdelen d en f niet tot het loon behoren; k. vergoedingen en verstrekkingen voorzover die geacht kunnen worden te strekken tot bestrijding van kosten, lasten en afschrijvingen ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, alsmede andere vergoedingen en andere verstrekkingen voorzover die naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren; l. uitkeringen en verstrekkingen tot vergoeding van door de werknemer in verband met zijn dienstbetrekking geleden schade aan of verlies van persoonlijke zaken; m. uitkeringen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten van zijn opleiding of studie voor een beroep, alsmede verstrekkingen met betrekking tot zodanige opleiding of studie; n. uitkeringen en verstrekkingen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten ter zake van ziekte, invaliditeit en bevalling; -o. vergoedingen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten van kinderopvang waarvoor krachtens artikel 20, eerste lid, van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld met betrekking tot de kwaliteit, voor eigen kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen die jonger dan 13 jaar zijn, voor zover de vergoedingen gezamenlijk meer belopen dan een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag en mits wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen administratieve voorwaarden, met dien verstande dat ingeval de kinderopvang bij de werknemer thuis plaatsvindt de op de werknemer drukkende kosten daarvan tot ten hoogste € 9400 per kind per kalenderjaar in aanmerking worden genomen; +o. vergoedingen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten van kinderopvang waarvoor krachtens artikel 20, eerste lid, van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld met betrekking tot de kwaliteit, voor eigen kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen die jonger dan 13 jaar zijn, voor zover de vergoedingen gezamenlijk meer belopen dan een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag en mits wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen administratieve voorwaarden, met dien verstande dat ingeval de kinderopvang bij de werknemer thuis plaatsvindt de op de werknemer drukkende kosten daarvan tot ten hoogste € 9626 per kind per kalenderjaar in aanmerking worden genomen; p. eenmalige uitkeringen en verstrekkingen ter zake van overlijden van de werknemer, zijn echtgenoot of degene die op grond van artikel 1 van de Ziektewet hieraan is gelijkgesteld, of zijn eigen kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen, voor zover deze uitkeringen en verstrekkingen niet driemaal het loon over een maand overtreffen, bepaald met inachtneming van door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te stellen regels; q. uitkeringen en verstrekkingen andere dan die ter zake van adoptie en overlijden, die de werknemer ontvangt uit een fonds tot welks middelen de werkgever gedurende de laatstverlopen vijf kalenderjaren evenveel of minder heeft bijgedragen dan de bij het fonds betrokken werknemers, tenzij die uitkeringen en verstrekkingen geschieden ingevolge een aanspraak die niet tot het loon behoort; r. bijdragen in de op de werknemer drukkende kosten ter zake van een particuliere ziektekostenverzekering, danwel terzake van een van de volgende publiekrechtelijke ziektekosten verzekeringen: het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland, de Interprovinciale ziektekostenregeling 1988 of het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994; @@ -161,7 +161,7 @@ bb. aanspraken: **6.** -In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel *m*, behoren tot het loon: uitkeringen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten +In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel m, behoren tot het loon: uitkeringen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten a. die verband houden met een studeerruimte, de inrichting daaronder begrepen; b. van binnenlandse reizen ter zake van opleiding of studie voor zover de uitkering meer bedraagt dan een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per kilometer. @@ -194,7 +194,7 @@ Vervallen **1.** Bij de berekening van het loon, waarnaar de premies ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet worden geheven, blijft het loon, dat bij dezelfde werkgever meer heeft bedragen dan het bedrag, dat wordt verkregen door vermenigvuldiging van een bedrag van f 263,50 met het aantal dagen van het premiebetalingstijdvak, waarover de werknemer loon heeft genoten, voor dat meerdere buiten aanmerking. Voorts komt - voor zover nodig in afwijking van het bepaalde dienaangaande in de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet - bij de berekening van het dagloon, dat aan de in de vorengenoemde wetten geregelde uitkeringen is of wordt ten grondslag gelegd, het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan het in de vorige volzin bedoelde maximum dagloon, voor dat meerdere niet in aanmerking. -**2.** Het bepaalde in de eerste volzin van het vorige lid vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot de berekening van het loon, waarnaar de premies ingevolge de Ziekenfondswet worden geheven, met dien verstande dat in plaats van het bedrag, genoemd in het vorige lid, een bedrag van € 108,- per 1 januari 2003: € 111,- in aanmerking wordt genomen. Indien het in artikel 3, eerste lid, onder *a*, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag, zoals dit is herzien ingevolge artikel 3*a* van die wet, wijziging ondergaat, wordt het in de eerste zin genoemde bedrag door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister, met ingang van dezelfde datum herzien. +**2.** Het bepaalde in de eerste volzin van het vorige lid vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot de berekening van het loon, waarnaar de premies ingevolge de Ziekenfondswet worden geheven, met dien verstande dat in plaats van het bedrag, genoemd in het vorige lid, een bedrag van € 108,- per 1 januari 2004: € 113,- in aanmerking wordt genomen. Indien het in artikel 3, eerste lid, onder *a*, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag, zoals dit is herzien ingevolge artikel 3*a* van die wet, wijziging ondergaat, wordt het in de eerste zin genoemde bedrag door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister, met ingang van dezelfde datum herzien. **3.** Bij de berekening van het loon, waarnaar de premie op grond van de Werkloosheidswet wordt geheven, blijft, wat het deel van de premie dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor de betrokken sector afzonderlijk administreert betreft, het bij dezelfde werkgever genoten loon buiten aanmerking tot een bedrag, dat wordt verkregen door vermenigvuldiging van een door Onze Minister vastgesteld bedrag, met het aantal dagen van het premiebetalingstijdvak waarover de werknemer het loon heeft genoten. @@ -329,7 +329,7 @@ Indien een werkgever een voorschotpremie of een vastgestelde premie niet of niet **6.** De ontvanger kan zolang hij met de zorg voor de invordering is belast onder door hem in overleg met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te stellen voorwaarden aan de werkgever uitstel van betaling verlenen. Gedurende het uitstel wordt de dwanginvordering geschorst. Het uitstel kan tussentijds schriftelijk worden beëindigd. -**7.** Na de betekening van het dwangbevel door een belastingdeurwaarder dient te worden betaald aan de ontvanger die is vermeld op het dwangbevel. +**7.** Na de betekening van het dwangbevel dient te worden betaald aan de ontvanger, bedoeld in het vierde lid, die is vermeld op het dwangbevel. **8.** De kosten van aanmaning en van verdere vervolging worden berekend op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen (*Stb.* 1969, 83). Het recht van invordering bij dwangbevel strekt zich uit tot deze kosten. @@ -348,7 +348,7 @@ d. de premie. **2.** Het verzet vangt aan met dagvaarding door de werkgever als eiser aan de met de tenuitvoerlegging belaste ontvanger als gedaagde. De ontvanger stelt zo spoedig mogelijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in kennis van het verzet. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel voor zover deze door het verzet wordt bestreden. -**3.** Het verzet kan niet zijn gegrond op de stelling dat de premienota, de aanmaning of de voor beroep vatbare beslissing niet is ontvangen. Bovendien kan het verzet niet zijn gegrond op de stelling dat de premienota ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld, dat de voor beroep vatbare beslissing niet wettig is, dat de aannemer niet aansprakelijk is of dat de bestuurder zich van zijn aansprakelijkheid kan bevrijden. +**3.** Het verzet kan niet zijn gegrond op de stelling dat de premienota, de aanmaning, het op de voet van artikel 13, derde lid, van de Invorderingswet 1990 betekende dwangbevel of de voor beroep vatbare beslissing niet is ontvangen. Bovendien kan het verzet niet zijn gegrond op de stelling dat de premienota ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld, dat de voor beroep vatbare beslissing niet wettig is, dat de aannemer niet aansprakelijk is of dat de bestuurder zich van zijn aansprakelijkheid kan bevrijden. ### Artikel 16 @@ -573,7 +573,7 @@ De aansprakelijke die premie of voorschotpremie heeft voldaan dan wel in de prem **3.** Met de opsporing van de in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, aangewezen personen. -**4.** Het recht tot strafvordering vervalt indien het Landelijk instituut sociale verzekeringen aan de werkgever terzake van hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd. +**4.** Het recht tot strafvordering vervalt indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de werkgever terzake van hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd. ### Paragraaf 7. Bepalingen in verband met de @@ -595,14 +595,14 @@ In afwijking van artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de belanghe In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen dertien weken na ontvangst van het bezwaarschrift. -### Paragraaf 8. Slotbepalingen - ### Artikel 18c **1.** Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, vierde tot en met achtste lid, 4 tot en met 8 en de op die artikelen berustende bepalingen. **2.** Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven in zake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof. +### Paragraaf 8. Slotbepalingen + ### Artikel 18d Met betrekking tot bestaande pensioenaanspraken voor welke op of na 1 januari 1995 een ander lichaam als verzekeraar optreedt dan bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel *b*, en vierde lid, onderdeel *b*, is de in die onderdelen gestelde voorwaarde inzake de verzekeraar niet van toepassing. Onder bestaande pensioenaanspraken worden verstaan de op 31 december 1994 bestaande aanspraken welke naar of krachtens de tekst van artikel 6 zoals dat toen luidde, zijn aan te merken als aanspraken die berusten op een pensioenregeling. @@ -613,7 +613,7 @@ Met betrekking tot bestaande aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging ### Artikel 18f -Met betrekking tot op 31 december 2000 bestaande rechten op vakantieverlof en compensatieverlof zijn artikel 4, derde lid, en artikel 6, eerste lid, onderdeel cc, onder 1°, niet van toepassing. +Met betrekking tot op 31 december 2000 bestaande rechten op vakantieverlof en compensatieverlof zijn artikel 4, derde lid, en artikel 6, eerste lid, onderdeel bb, onder 1°, niet van toepassing. ### Artikel 18g