diff --git a/wet/planwet-verkeer-en-vervoer/BWBR0009642/README.md b/wet/planwet-verkeer-en-vervoer/BWBR0009642/README.md index 61853a93ec4..832cc2acba8 100644 --- a/wet/planwet-verkeer-en-vervoer/BWBR0009642/README.md +++ b/wet/planwet-verkeer-en-vervoer/BWBR0009642/README.md @@ -84,9 +84,7 @@ e. de termijn waarbinnen het gemeentelijk beleid in overeenstemming moet zijn ge ### Artikel 7 -**1.** Onze Minister kan provinciale staten een aanwijzing geven omtrent de inhoud van het provinciale verkeers- en vervoersplan. De aanwijzing kan alleen worden gegeven voorzover het een essentieel onderdeel van het nationale verkeers- en vervoersplan betreft. De aanwijzing wordt slechts gegeven nadat tevoren met gedeputeerde staten terzake overleg is gepleegd. - -**2.** Bij de aanwijzing stelt Onze Minister de termijn vast, waarbinnen het provinciale verkeers- en vervoerplan in overeenstemming dient te zijn gebracht met de aanwijzing. Onze Minister doet van het besluit, houdende de aanwijzing, mededeling aan de Staten-Generaal en publiceert het besluit in de Staatscourant. +Vervallen ### Paragraaf 4. Het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid @@ -96,10 +94,6 @@ De gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders dra ### Artikel 9 -**1.** Gedeputeerde staten kunnen de gemeenteraad de verplichting opleggen tot het vaststellen van een gemeentelijk verkeers- en vervoersplan indien de gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders aantoonbaar nalatig is in de uitoefening van de hen in artikel 8 opgedragen taak. De verplichting wordt niet eerder opgelegd dat nadat tevoren met de gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders overleg is gepleegd. - -**2.** - Het plan bevat in ieder geval: a. de uitwerking van de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan en van het provinciale verkeers- en vervoerplan; @@ -107,8 +101,6 @@ b. de afstemming met andere beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening, econom c. de fasering, de prioriteitsstelling en een indicatie van de bekostiging; d. de termijn waarvoor het plan geldt. -**3.** Bij het opleggen van de verplichting tot het vaststellen van een gemeentelijk verkeers- en vervoerplan stellen gedeputeerde staten de termijn vast waarbinnen het plan moet worden vastgesteld. Gedeputeerde staten kunnen hierbij tevens een aanwijzing geven als bedoeld in artikel 11, eerste lid. - ### Artikel 10 **1.** De gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders betrekt bij de voorbereiding van het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid of van het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan de naar zijn oordeel meest belanghebbende bestuursorganen en stelt hen op de hoogte van het door de gemeenteraad onderscheidenlijk het college te voeren beleid. Daartoe behoren in ieder geval gedeputeerde staten van de provincie, de colleges van burgemeester en wethouders van de aangrenzende gemeenten, de besturen van betrokken waterschappen die tevens wegbeheerder zijn en, in voorkomende gevallen, Onze Minister. @@ -119,11 +111,7 @@ d. de termijn waarvoor het plan geldt. ### Artikel 11 -**1.** Gedeputeerde staten kunnen de gemeenteraad een aanwijzing geven omtrent de inhoud van het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan. De aanwijzing kan alleen worden gegeven voorzover het een essentieel onderdeel van het nationale of provinciale verkeers- en vervoerplan betreft. De aanwijzing wordt slechts gegeven nadat tevoren met de gemeenteraad terzake overleg is gepleegd. - -**2.** Bij de aanwijzing stellen gedeputeerde staten de termijn vast, waarbinnen het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan in overeenstemming dient te zijn gebracht met de aanwijzing. - -**3.** Gedeputeerde staten doen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, mededeling in de Staatscourant. +Vervallen ### Paragraaf 5. Uitvoering en overleg @@ -161,9 +149,7 @@ a. voor de toepassing van de artikelen 2, tweede lid, 3, derde lid, onder b, 12, b. voor de toepassing van artikel 3, derde lid, onder a en b, na «provincies» ingevoegd wordt: ,regionale openbare lichamen; c. het in artikel 5 bedoelde provinciale verkeers- en vervoerplan uitsluitend betrekking heeft op het gebied van een in de provincie gelegen regionaal openbaar lichaam voor zover daarin essentiële onderdelen van beleid zijn opgenomen die noodzakelijk zijn voor de bovenregionale samenhang en het bestuur van de provincie over deze onderdelen overleg heeft gevoerd met het bestuur van het betrokken regionaal openbaar lichaam; d. in artikel 6, eerste lid, tweede volzin, na «provincies» toegevoegd wordt: , alsmede het algemeen bestuur van het in de provincie bestaand regionaal openbaar lichaam; -e. voor de toepassing van artikel 7 «provinciale staten» en «het provinciale verkeers- en vervoerplan» vervangen worden door «het algemeen bestuur van een regionaal openbaar lichaam» respectievelijk «het regionaal verkeers- en vervoerplan»; -f. de artikelen 8 tot en met 10 niet toepassing zijn; -g. voor de toepassing van artikel 11 het «gemeentebestuur» en het «gemeentelijk verkeers- en vervoerplan» wordt vervangen door: «het bestuur van een regionaal openbaar lichaam» respectievelijk het «regionaal verkeers- en vervoerplan» en in de tweede volzin van het eerste lid de aanwijzing van het provinciaal bestuur uitsluitend betrekking heeft op de essentiële onderdelen van beleid van het provinciale verkeers- en vervoerplan die noodzakelijk zijn voor de bovenregionale samenhang. +e. de artikelen 8 en 10 niet van toepassing zijn. ### Artikel 17