diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index cf09b3dcf01..89001adb501 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -6179,88 +6179,62 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Liberia geldt geen besluit in de zin van artike ### [16]. Het asielbeleid ten aanzien van Libië -#### 1. Datum - -Deze versie van deze landenparagraaf treedt in werking op de dag waarop C24 van kracht wordt. - -#### 2. Achtergrond +#### 1. Achtergrond Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Libië. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag. -De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op de uitspraak van 5 oktober 2005 rechtbank ’s-Gravenhage, zittinghoudende te Rotterdam (nummer Awb 04/48272). Naar aanleiding van de uitspraak was besloten tot instelling van het besluitmoratorium als bedoeld in artikel 43, onder a, Vw voor asielzoekers afkomstig uit Libië. Dit artikel ziet op de naar verwachting korte periode van onzekerheid die zal bestaan over de situatie in Libië op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden beslist of de asielaanvraag op één van de gronden in artikel 29 Vw kan worden toegewezen. +Bij brief van 22 december 2009 heeft de Staatssecretaris van Justitie de Voorzitter van de Tweede Kamer geïnformeerd over het landgebonden asielbeleid inzake Libië. Daarin is aangegeven dat er geen beleidsmatige belemmeringen bestaan om op asielaanvragen te beslissen en indien aan de orde af te wijzen en het vertrek ter hand te nemen. Gewezen is op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zaak nr.200802086/1) en het feit dat in ieder geval Zweden in het recente tijdvak ook uitgeprocedeerde asielzoekers heeft teruggestuurd naar Libië. Ook is in deze brief aangegeven dat indien het relaas geloofwaardig is, maar de beschikbare bronnen het relaas niet bevestigen en nieuw onderzoek niet mogelijk blijkt, dit bij het nemen van de beslissing op de aanvraag niet in het nadeel van de vreemdeling doorwerkt. -Bij brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 28 november 2006 en in de Stcrt. van 4 januari 2007, nr. 3 is neergelegd het besluit om het besluit- en vertrekmoratorium, als bedoeld in artikel 43, onder a Vw, respectievelijk artikel 45, onder a Vw, voor Libische asielzoekers éénmalig te verlengen met zes maanden met ingang van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2007. +Dit betekent dat bij de toepassing van paragraaf C14/3.3 voorzover de verklaringen van de asielzoeker aangaande de feitelijke omstandigheden en gebeurtenissen aannemelijk worden geacht, maar beschikbare bronnen deze verklaringen niet bevestigen en nieuw onderzoek niet mogelijk blijkt, bij de beoordeling wordt bezien of de vreemdeling het voordeel van de twijfel kan worden gegeven. -Het besluitmoratorium voor asielzoekers uit Libië is ingesteld naar aanleiding van het volgende. In het ambtsbericht Libië van 20 november 2002 van de Minister van BuZa, staat op pagina tien in de paragraaf over de procedure bij terugkeer vermeld, dat: “(…) indien een uitgeprocedeerde Libische asielzoeker na terugkeer in Libië wordt gedetineerd, mishandeling of foltering tijdens detentie niet kan worden uitgesloten”. Naar aanleiding van hetgeen later in dezelfde paragraaf staat, te weten “Er is een essentieel verschil tussen de behandeling van personen die worden verdacht van oppositionele activiteiten in of buiten Libië en personen die daarvan niet worden verdacht”, heeft de rechtbank ’s-Gravenhage, zittinghoudende te Rotterdam, geconcludeerd dat het niet duidelijk is op welke categorie teruggekeerde asielzoekers het ambtsbericht betrekking heeft. Het beleid ging er vooralsnog van uit dat er alleen risico bestond voor personen die verdacht waren van oppositionele activiteiten. Het Ministerie van BuZa heeft vooralsnog geen mogelijkheden om de situatie met betrekking tot terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers in Libië te onderzoeken en kan daarom deze informatie bevestigen noch ontkennen. +#### 2. Besluitmoratorium -Nu er thans geen nieuwe informatie beschikbaar is, bestaat er derhalve geen mogelijkheid te beslissen op asielaanvragen als gevolg van de uitspraak van de rechtbank en het vermoeden dat onderzoek zal kunnen uitwijzen dan niet-opposanten van het regime geen gevaar lopen bij terugkeer te worden mishandeld. Dit rechtvaardigt het besluit om het eerder ingestelde besluitmoratorium te verlengen. +Ten aanzien van asielzoekers uit Libië geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw. -Gegeven de onzekere situatie kan van de in Nederland verblijvende Libische asielzoekers niet in redelijkheid worden verlangd dat zij op korte termijn naar Libië terugkeren. Derhalve wordt het vertrekmoratorium, gebaseerd op artikel 45, vierde lid, Vw, dat aan het besluitmoratorium is gekoppeld, éénmalig verlengd van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2007. +#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen -De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 20 november 2002. +##### 3.1. Vrouwen -#### 3. Besluitmoratorium +Het algemene beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. -Ten aanzien van asielzoekers uit Libië geldt een besluit in de zin van artikel 43 Vw. Dit besluit is gepubliceerd op 4 januari 2007 (Stcrt. 4 januari 2007, nr. 3) +##### 3.2. Dienstplichtigen en deserteurs -Voor asielzoekers uit Libië geldt tot en met 30 juni 2007 een besluitmoratorium. Dit betekent dat tot en met 30 juni 2007 de individuele beslistermijn van aanvragen waarvan die termijn nog niet is volgelopen, wordt verlengd met ten hoogste één jaar. De reikwijdte van het besluitmoratorium beslaat niet die aanvragen die zijn ingediend vóór de invoering van de Vw op 1 april 2001. Voorts kan het voorkomen dat (ook) de (verlengde) beslistermijn reeds is verstreken. Echter, het ligt voor de hand dat het ook niet mogelijk is zorgvuldig te beslissen op deze aanvragen. +Het algemene beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. -Het besluit ziet niet op de volgende categorieën: +#### 4. Traumatabeleid -– Dublin-claimanten (zie artikel 30, eerste lid, onder a, Vw); -– Libiërs die rechtmatig verblijf hebben op een nadere grond als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e of l, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder b, Vw); -– Libiërs die al eerder een aanvraag tot een verblijfsvergunning (asiel of regulier) hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist en op grond van die aanvraag rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder f, g en h, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder c, Vw); -– Libiërs die op grond van verdragsverplichtingen tussen Nederland en een ander land zullen worden overgedragen aan dat land van eerder verblijf (zie artikel 30, eerste lid, onder d, Vw); -– Libiërs die hebben verbleven in een derde land dat partij is bij het Vluchtelingenverdrag en niet aannemelijk hebben gemaakt dat het bedoelde land die verdragsverplichtingen ten aanzien van hen niet nakomt (zie artikel 31, tweede lid, onder h, Vw); -– Libiërs die in een ander land van eerder verblijf zullen worden toegelaten totdat zij elders duurzame bescherming hebben gevonden (zie artikel 31, tweede lid, onder i, Vw); -– Libiërs die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, die zijn veroordeeld wegens een zodanig ernstig misdrijf als bedoeld in artikel 33, tweede lid, Vluchtelingenverdrag of die zich schuldig hebben gemaakt aan misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag (zie artikel 31, tweede lid, onder k, Vw juncto artikel 3.107 Vb en in het bijzonder C4/3.11.3). +Het algemeen beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Libië geen bijzonderheden. -Op aanvragen van Libische asielzoekers die behoren tot de bovengenoemde categorieën kan tijdens het besluitmoratorium worden beslist. +#### 5. Categoriale bescherming -Onder de werking van het besluitmoratorium zullen de individuele vreemdelingen wél worden onderworpen aan een eerste en/of nader gehoor. - -#### 4. Vertrekmoratorium - -##### 4.1. Toepasselijkheid - -Ten aanzien van asielzoekers uit Libië is een besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw. Dit besluit is gepubliceerd op 4 januari 2007 (Stcrt. 4 januari 2007, nr. 3) - -Voor asielzoekers uit Libië geldt een vertrekmoratorium. Het vertrekmoratorium is éénmalig verlengd met ingang van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2007. Van het vertrekmoratorium zijn de volgende categorieën uitgezonderd: - -– Dublinclaimanten (zie artikel 30, eerste lid, onder a, Vw); -– Libiërs die rechtmatig verblijf hebben op een andere grond als bedoeld in artikel 8 , onder a tot en met e en l, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder b Vw): -– Libiërs die al eerder een aanvraag tot een verblijfsvergunning (asiel of regulier) hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist en die op grond van die aanvraag rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder f, g en h, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder c, Vw); -– Libiërs die op grond van verdragsverplichtingen tussen Nederland en een ander land zullen worden overgedragen aan dat land van eerder verblijf (zie artikel 30, eerste lid, onder d, Vw); -– Libiërs die hebben verbleven in een derde land dat partij is bij het Vluchtelingenverdrag en niet aannemelijk hebben gemaakt dat het bedoelde land die verdragsverplichtingen ten aanzien van hen niet nakomt (zie artikel 31, tweede lid, onder h, Vw); -– Libiërs die in een ander land van eerder verblijf zullen worden toegelaten totdat zij elders duurzame bescherming hebben gevonden (zie artikel 31, tweede lid, onder i, Vw); -– Libiërs die een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 31, tweede lid, onder k, Vw). - -##### 4.2. Voortgezet recht op opvang - -Het vertrekmoratorium heeft tot gevolg dat de opvang van Libiërs die een asielaanvraag hebben ingediend, van wie de vertrektermijn reeds is verstreken, niet wordt beëindigd. Dit voortgezet recht op opvang volgt van rechtswege uit het besluit zoals gepubliceerd in de Stcrt. Het voortgezet recht op opvang eindigt tevens van rechtswege wanneer het vertrekmoratorium eindigt. - -Gedurende het vertrekmoratorium wordt de vreemdeling geacht, conform artikel 45, vijfde lid, Vw, rechtmatig verblijf te hebben als bedoeld in artikel 8, onder j, Vw. Het is niet noodzakelijk dat door deze personen een nieuwe asielaanvraag wordt ingediend. Voor zover betrokkene niet (meer) in het bezit is van een document, dient een document te worden verstrekt (zie artikel 3.5 VV). - -Libiërs die een asielaanvraag hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist, maar die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, worden daarmee tevens geacht rechtmatig verblijf te hebben, indien zij onder de reikwijdte van het vertrekmoratorium vallen. Dit betekent dat Libiërs die onder het vertrekmoratorium vallen, niet langer belang hebben bij een eerder ingediend verzoek om een voorlopige voorziening voor zover dit verzoek is gericht op het voorkomen van de verwijdering of de beëindiging van de voorzieningen. - -##### 4.3. Verkrijgen van opvang wanneer de opvang reeds was beëindigd - -Om opnieuw voor opvang in aanmerking te komen, is geen nieuwe asielaanvraag noodzakelijk. Wel moet men eerder een asielaanvraag hebben ingediend en moet men zich melden bij het AC Ter Apel om voor opvang in aanmerking te komen. Om logistieke redenen kan na de aanmelding besloten worden betrokkene door te verwijzen naar de tijdelijke noodvoorziening, alvorens te beoordelen of betrokkene conform het geldende vertrekmoratorium in aanmerking komt voor opvang. - -Vreemdelingen die reeds voorafgaand aan de instelling van het vertrekmoratorium een tweede of volgende aanvraag hebben ingediend, welke nog niet heeft geleid tot een onherroepelijke afwijzing, kunnen zich ter verkrijging van opvang eveneens melden bij het AC Ter Apel. - -Asielzoekers die al een herhaalde aanvraag hebben ingediend welke niet in de AC-procedure is afgedaan, hebben al opvang en hoeven zich dus niet te melden. - -#### 5. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag - -Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1. +Asielzoekers uit Libië komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5). #### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten +##### 6.1. Vlucht-en of vestigingsalternatief + +Ten aanzien van Libië geldt dat, gezien de algehele situatie, aan asielzoekers geen vlucht-en/of vestigingsalternatief wordt tegengeworpen in een ander deel van Libië indien sprake is van gegronde vrees voor vervolging of van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM. Doorgaans zullen deze asielzoekers zich immers in geheel Libië niet aan vervolging of een onmenselijke of vernederende behandeling door derden kunnen onttrekken. Zij komen in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid aanhef en onder a respectievelijk b, Vw. + +##### 6.2. Veilig land van herkomst + +Libië wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst. + +##### 6.3. Veilig derde land/land van eerder verblijf + +Libië wordt niet beschouwd als veilig derde land. + +##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag + +Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1. + #### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s +Ten aanzien van Amv’s uit Libië kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven. + #### 8. Vertrekmoratorium +Ten aanzien van asielzoekers uit Libië geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw. + ### [17]. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië #### 1. Datum