diff --git a/amvb/tijdelijke-tegemoetkomingsregeling-ko/BWBR0043463/README.md b/amvb/tijdelijke-tegemoetkomingsregeling-ko/BWBR0043463/README.md index 7b4300fa2f6..a1a08a177c2 100644 --- a/amvb/tijdelijke-tegemoetkomingsregeling-ko/BWBR0043463/README.md +++ b/amvb/tijdelijke-tegemoetkomingsregeling-ko/BWBR0043463/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO bwb_id: BWBR0043463 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2021-04-13' +datum_inwerkingtreding: '2022-04-20' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0043463 citeertitel: Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO --- @@ -120,6 +120,85 @@ De totale hoogte van de tegemoetkoming is de som van alle bedragen per soort kin **2.** Voor de ouder aan wie na 21 februari 2021 over de periode van 16 december 2020 tot en met 7 februari 2021 voor het eerst of voor een of meer volgende kinderen kinderopvangtoeslag is toegekend, zijn in afwijking van het eerste lid de gegevens zoals verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen op een bij ministeriële regeling vastgestelde datum bepalend voor de hoogte van de tegemoetkoming. +### Paragraaf 3a. Derde sluitingsperiode + +### Artikel 5e + +Het doel van deze paragraaf is het voorzien in een wettelijke grondslag voor het verstrekken van een tegemoetkoming aan kinderopvangtoeslag ontvangende ouders vanwege de door hen betaalde eigen bijdrage in de kosten voor de buitenschoolse opvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang over de periode van 21 december 2021 tot en met 9 januari 2022. + +### Artikel 5f + +Recht op een tegemoetkoming op grond van deze paragraaf heeft de ouder die over de periode van 21 december 2021 tot en met 9 januari 2022 kinderopvangtoeslag heeft ontvangen voor buitenschoolse opvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang en de eigen bijdrage in de kosten voor de kinderopvang aan de houder, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, heeft betaald. + +### Artikel 5g + +**1.** + +De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald overeenkomstig de volgende formule: + +A = (B * C * (100% – D)) + +waarna: + +A * (Xa+Xb) = Y_KS + +Hierbij staat: + +A voor de eigen bijdrage per maand per kind; + +B voor het aantal toegekende uren opvang per maand per kind, met een maximum van 230 uur per maand, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag; + +C voor de maximum uurprijs, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag, waarbij de maximum uurprijs voor december wordt bepaald op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 31 december 2021 en voor januari op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 1 januari 2022; + +D voor het percentage kinderopvangtoeslag gerekend naar eerste kind of volgend kind, bedoeld in bijlage I bij het Besluit kinderopvangtoeslag in samenhang met artikel 3 van het Besluit kinderopvangtoeslag, waarbij het percentage voor december wordt bepaald op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 31 december 2021 en voor januari op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 1 januari 2022; + +X voor het deel van de maand waarop A van toepassing is: aantal dagen in december (maximaal 11/31 (Xa)) + aantal dagen in januari (maximaal 9/31 (Xb)); + +Y_KS voor de hoogte van de tegemoetkoming per kind per deelperiode. + +De totale hoogte van de tegemoetkoming is de som van alle bedragen per kind per deelperiode. + +**2.** De hoogte van de tegemoetkoming wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. + +### Artikel 5h + +De gegevens die bepalend zijn voor de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 5g, eerste lid, zijn de gegevens zoals verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen op 1 mei 2022. + +### Paragraaf 3b. Additionele tegemoetkoming eerste en tweede sluitingsperiode + +### Artikel 5i + +**1.** + +De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt eveneens verstrekt aan de ouder, bedoeld in dat lid, of de rechthebbende krachtens artikel 3, tweede lid, aan wie over de periode van 16 maart 2020 tot en met 7 juni 2020: + +a. voor 1 mei 2022 reeds een tegemoetkoming is toegekend en de gegevens, bedoeld in artikel 5k, leiden tot een hogere tegemoetkoming; of +b. voor het eerst kinderopvangtoeslag is toegekend na de krachtens artikel 8, eerste lid, in afwijking van de in artikel 5 vastgestelde datum. + +**2.** + +De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 5b, wordt eveneens verstrekt aan de in dat artikel bedoelde ouder aan wie over de periode van 16 december 2020 tot en met 7 februari 2021 voor dagopvang of gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, dan wel tot en met 18 april 2021 voor buitenschoolse opvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang: + +a. voor 1 mei 2022 reeds een tegemoetkoming is toegekend en de gegevens, bedoeld in artikel 5k, leiden tot een hogere tegemoetkoming; of +b. voor het eerst kinderopvangtoeslag is toegekend na de krachtens artikel 5d, tweede lid, vastgestelde datum. + +### Artikel 5j + +**1.** Op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5i zijn de artikelen 4 of 5c en de krachtens artikel 8, eerste lid, gestelde regels over de formules van overeenkomstige toepassing. + +**2.** Indien sprake is van een hogere tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5i wordt de eerdere vaststelling van de tegemoetkoming verrekend met de nieuwe vaststelling. + +### Artikel 5k + +**1.** De gegevens die bepalend zijn voor de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 5j, eerste lid, zijn de gegevens zoals verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen op 1 mei 2022. + +**2.** + +In afwijking van het eerste lid zijn de gegevens zoals uiterlijk op 1 juli 2022 verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen of op grond van artikel 18 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ambtshalve bepaald of ambtshalve herzien door de Belastingdienst/Toeslagen, bepalend voor de hoogte van de tegemoetkoming voor de ouder: + +a. die in de periode van 22 februari 2022 tot en met 30 april 2022 een wijziging aan de Belastingdienst/Toeslagen heeft doorgegeven van diens uren opvang of het krachtens artikel 1.8, tweede lid, van de Wet kinderopvang geldende toetsingsinkomen over de periode, bedoeld in artikel 5i, tweede lid, aanhef; en +b. voor wie het bedrag van de eerste of hogere tegemoetkoming over die periode op basis van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, ten minste € 500 bedraagt. + ### Paragraaf 4. Overige bepalingen ### Artikel 6 @@ -128,7 +207,7 @@ De totale hoogte van de tegemoetkoming is de som van alle bedragen per soort kin **2.** Dit besluit wordt uitgevoerd namens Onze Minister van Financiën door de SVB en de Belastingdienst/Toeslagen. -**3.** Het nemen van beschikkingen ter vaststelling van de tegemoetkoming is opgedragen aan de SVB. +**3.** Het nemen van beschikkingen ter vaststelling van de tegemoetkoming en het informeren van ouders over het recht op en de hoogte van de tegemoetkoming is opgedragen aan de SVB. **4.** De uitvoering voor zover het betreft het beslissen op bezwaarschriften en het in rechte optreden in beroep of hoger beroep, dan wel het afzien van hoger beroep, is opgedragen aan de Belastingdienst/Toeslagen. @@ -142,10 +221,13 @@ De Belastingdienst/Toeslagen levert voor de uitvoering van de taak, bedoeld in a a. burgerservicenummer van de ouder en kind(eren); b. International Bank Account Number (IBAN) waarop de kinderopvangtoeslag wordt uitbetaald; en -c. de waarden uit de formule, bedoeld in artikel 4, eerste lid, of artikel 5c, eerste lid; -d. het krachtens artikel 1.8, tweede lid, van de Wet kinderopvang geldende toetsingsinkomen. +c. de waarden uit de formule, bedoeld in artikel 4, eerste lid, artikel 5c, eerste lid, artikel 5g, eerste lid, of artikel 5j, eerste lid; +d. het krachtens artikel 1.8, tweede lid, van de Wet kinderopvang geldende toetsingsinkomen; en +e. het verschil tussen de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 5j, eerste lid, en de reeds vastgestelde tegemoetkoming, bedoeld in de artikelen 3 en 5b. -**2.** De Belastingdienst/Toeslagen ontvangt ter uitvoering van zijn taak als bedoeld in artikel 6, vierde lid, alle voor die taak noodzakelijke gegevens van de SVB. +**2.** Het eerste lid, onderdelen a, c, d en e, is van overeenkomstige toepassing op gegevens over de ouder, bedoeld in artikel 3, eerste lid, of 5b, aan wie geen tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5i wordt toegekend. + +**3.** De Belastingdienst/Toeslagen ontvangt ter uitvoering van zijn taak als bedoeld in artikel 6, vierde lid, alle voor die taak noodzakelijke gegevens van de SVB. ### Artikel 8 @@ -168,15 +250,15 @@ b. de uitvoering, met als valutadatum de vijftiende dag van de maand. **4.** Onze Minister kan, na overleg met de SVB, van de in het derde lid, onderdelen a en b, bedoelde data afwijken. -**5.** De SVB brengt aan Onze Minister inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van dit besluit en de krachtens dit besluit getroffen regeling overeenkomstig artikel 49, eerste en derde tot en met vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de krachtens die bepaling geldende regels. +**5.** De SVB brengt uiterlijk op 1 juni 2023 aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van dit besluit en de krachtens dit besluit gestelde regels, inclusief een controleverklaring opgesteld door de Auditdienst van de SVB. -**6.** Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent Onze Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten met betrekking tot het betreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. +**6.** Na goedkeuring van het verslag rekent Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten met betrekking tot dit besluit en de krachtens dit besluit gestelde regels, af met als valutadatum 1 september 2023. ### Artikel 9 **1.** Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2020. -**2.** Dit besluit vervalt met ingang van 10 april 2023 met dien verstande dat het besluit zoals dat luidde op 9 april 2023 van toepassing blijft op de dan lopende afwikkeling van besluiten en ingestelde gerechtelijke procedures op grond van dit besluit. +**2.** Dit besluit vervalt met ingang van 1 juli 2023 met dien verstande dat het besluit zoals dat luidde op 30 juni 2023 van toepassing blijft op de dan lopende afwikkeling van besluiten en ingestelde gerechtelijke procedures op grond van dit besluit. ### Artikel 10