2003-01-01 | BWBR0005829 | Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer
This commit is contained in:
parent
70524b4207
commit
5efebbebcc
1 changed files with 4 additions and 3 deletions
|
|
@ -92,7 +92,7 @@ Onze Minister is bevoegd te beslissen op de aanvraag om een vergunning ten aanzi
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd, in overeenstemming met Onze Minister, te beslissen op de aanvraag om een vergunning ten aanzien van inrichtingen die behoren tot een categorie die in bijlage I is aangewezen en die zijn of zullen zijn gelegen op of in de territoriale zee op een plaats die niet deel uitmaakt van een gemeente of provincie.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is Onze Minister van Economische Zaken bevoegd te beslissen op de aanvraag om een vergunning ten aanzien van bij een mijn behorende bovengronds gelegen inrichtingen als bedoeld in het eerste lid, die zijn aangewezen krachtens artikel 9, eerste lid, onder a, van de Mijnwet 1903.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, is Onze Minister van Economische Zaken bevoegd te beslissen op een aanvraag om een vergunning voor een inrichting die een krachtens artikel 1, onder n, van de Mijnbouwwet aangewezen mijnbouwwerk is, voor zover het niet betreft de ondergrondse gelegen inrichting voor het opslaan van afvalstoffen die van buiten het betrokken mijnbouwwerk afkomstig zijn, dan wel gevaarlijke stoffen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. De wijze waarop de aanvraag om een vergunning moet geschieden
|
||||
|
||||
|
|
@ -448,8 +448,9 @@ f. het dagelijks bestuur in een samenwerkingsgebied waarin een gemeente is geleg
|
|||
Met betrekking tot een aanvraag om een vergunning voor een inrichting, waarop Onze Minister of Onze Minister van Economische Zaken bevoegd is te beslissen, worden naast de in artikel 8.7, eerste lid, onder *a* en *b*, van de wet aangewezen adviseurs tevens als adviseur aangewezen:
|
||||
|
||||
a. gedeputeerde staten van de provincie, waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen;
|
||||
b. de Inspecteur-Generaal der Mijnen, indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een bij een mijn behorende bovengronds gelegen inrichting, die is aangewezen krachtens artikel 9, eerste lid, onder *a*, van de Mijnwet 1903;
|
||||
c. het dagelijks bestuur in het samenwerkingsgebied waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen.
|
||||
b. de inspecteur-generaal der mijnen, indien de aanvraag om een vergunning, betrekking heeft op een inrichting die een krachtens artikel 1, onder n, van de Mijnbouwwet aangewezen mijnbouwwerk is;
|
||||
c. het dagelijks bestuur in het samenwerkingsgebied waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen;
|
||||
d. de hoofdingenieur-directeur van de directie Noordzee van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een inrichting die een krachtens artikel 1, onder o, van de Mijnbouwwet aangewezen mijnbouwwerk is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue