2009-07-22 | BWBR0020414 | Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2009-07-22 12:00:00 +00:00
parent ff69c8df8e
commit 5f24bc22de

View file

@ -346,6 +346,111 @@ Indien een aanvrager strafrechtelijk wordt vervolgd ter zake van een misdrijf da
#### Paragraaf 6.4. Deelname aan de Nederlandse vangnetregeling door een bank, beleggingsonderneming of financiële instelling met zetel in een andere lidstaat ter aanvulling van de dekking van de vangnetregeling in de andere lidstaat
### Artikel 29a
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. *het Nederlandse beleggerscompensatiesatiestelsel:* het beleggerscompensatiestelsel, bedoeld in artikel 3:259, eerste lid, van de wet;
b. *het Nederlandse depositogarantiestelsel:* het depositogarantiestelsel, bedoeld in artikel 3:259, tweede lid, van de wet;
c. *de Nederlandse vangnetregeling:* het Nederlandse beleggerscompensatiesatiestelsel of het Nederlandse depositogarantiestelsel.
### Artikel 29b
**1.** Een bank, beleggingsonderneming of financiële instelling als bedoeld in artikel 3:258, eerste lid, onderdeel c, van de wet, met zetel in een andere lidstaat die haar bedrijf uitoefent onderscheidenlijk beleggingsdiensten verleent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor en die op grond van artikel 3:266, tweede, derde of vierde lid, van de wet voornemens is aanvullend deel te nemen aan de Nederlandse vangnetregeling, geeft de Nederlandsche Bank schriftelijk kennis van dat voornemen.
**2.** Met betrekking tot het voornemen legt de financiële onderneming een beschrijving over van de omvang en reikwijdte van de dekking van de desbetreffende toepasselijke vangnetregeling in de andere lidstaat en in hoeverre deze afwijkt van de Nederlandse vangnetregeling waaraan de financiële onderneming voornemens is aanvullend deel te nemen.
**3.**
De financiële onderneming neemt slechts aanvullend deel aan de Nederlandse vangnetregeling indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. er zijn geen operationele of juridische risicos die een goede uitvoering van de Nederlandse vangnetregeling in de weg staan als gevolg van de wederzijdse verplichtingen van de betrokken vangnetregelingen of als gevolg van de aanvullende deelname van de financiële onderneming;
b. de financiële onderneming en de uitvoerder van de vangnetregeling in de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft, hebben aangetoond dat er voldoende waarborgen zijn dat zij de verplichtingen die voortvloeien uit deelname door de financiële onderneming aan de Nederlandse vangnetregeling zullen naleven;
c. de financiële onderneming en de uitvoerder van de vangnetregeling in de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft, hebben in voldoende mate aan de Nederlandsche Bank aannemelijk gemaakt dat de aanvullende deelname de Nederlandse vangnetregeling niet zodanig beïnvloedt dat een eventueel beroep door de beleggers of depositohouders van de aanvullend deelnemende financiële onderneming de stabiliteit van de Nederlandse financiële sector of de bescherming door de Nederlandse vangnetregeling van beleggers of depositohouders in gevaar brengt;
d. tussen de Nederlandsche Bank en de uitvoerder van de vangnetregeling in de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft, is een samenwerkingsovereenkomst gesloten waarin ten minste de wederzijdse verplichtingen op grond van de betrokken vangnetregelingen en de juridische en operationele aspecten van de uitvoering ervan zijn vastgelegd; en
e. tussen de Nederlandsche Bank en de financiële onderneming is een toetredingsovereenkomst gesloten, waarin in elk geval de juridische en operationele aspecten van de uitvoering van de Nederlandse vangnetregeling zijn vastgelegd.
**4.** De financiële onderneming voldoet aan de toetredingsovereenkomst.
**5.** Aan de aanvullende deelname aan de Nederlandse vangnetregeling kunnen door de Nederlandsche Bank voorschriften worden verbonden en beperkingen gesteld met het oog op de stabiliteit van de Nederlandse financiële sector of de bescherming door de Nederlandse vangnetregeling van beleggers of depositohouders.
### Artikel 29c
**1.** Indien de financiële onderneming, bedoeld in artikel 29b, niet voldoet aan het vierde lid van dat artikel of aan hetgeen overigens bij of krachtens de wet is bepaald, stelt de Nederlandsche Bank de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat hiervan in kennis.
**2.**
De Nederlandsche Bank kan, na de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft daarvan in kennis te hebben gesteld, het besluit nemen dat de betrokken financiële onderneming geen nieuwe overeenkomsten in Nederland mag afsluiten, indien deze niet voldoet aan artikel 29b, vierde lid, of aan hetgeen overigens bij of krachtens de wet is bepaald:
a. in weerwil van de maatregelen, getroffen door die toezichthoudende instantie;
b. in het geval deze maatregelen ontoereikend zijn; of
c. in het geval die toezichthoudende instantie geen maatregelen heeft getroffen.
**3.**
De Nederlandsche Bank kan tevens, na de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft daarvan in kennis te hebben gesteld met de toestemming van de toezichthouder van de andere lidstaat de overeenkomst, bedoeld in artikel 29b, derde lid, onderdeel e, opzeggen met een termijn van ten minste twaalf maanden indien de financiële onderneming niet voldoet aan verplichtingen uit die overeenkomst of aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald:
a. in weerwil van de maatregelen, getroffen door die toezichthoudende instantie;
b. in het geval deze maatregelen ontoereikend zijn; of
c. in het geval die toezichthoudende instantie geen maatregelen heeft getroffen.
**4.** Indien het derde lid is toegepast, eindigt de aanvullende deelname op de dag waartegen de overeenkomst is opgezegd.
### Artikel 29d
**1.**
In de samenwerkingsovereenkomst en toetredingsovereenkomst, bedoeld in artikel 29b, derde lid, onderdeel d onderscheidenlijk e, wordt in ieder geval vastgelegd dat de Nederlandsche Bank de samenwerkingsovereenkomst onderscheidenlijk de toetredingsovereenkomst met onmiddellijke ingang kan wijzigen of met onmiddellijke ingang beëindigen en de aanvullende deelname met onmiddellijke ingang kan beëindigen indien:
a. de financiële onderneming of de uitvoerder van de vangnetregeling in de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft, onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens tot een andere overeenkomst zou hebben geleid;
b. de financiële onderneming of de uitvoerder van de vangnetregeling in de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft omstandigheden of feiten heeft verzwegen op grond waarvan, zo zij voor het tijdstip waarop de overeenkomsten werden aangegaan zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest, de Nederlandsche Bank de overeenkomsten, of een van beide overeenkomsten, niet zou zijn aangegaan;
c. de financiële onderneming of de uitvoerder van de vangnetregeling in de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft niet meer voldoet aan de ingevolge de wet gestelde regels dan wel niet meer voldoet aan de voorwaarden die aan de aanvullende deelname zijn verbonden;
d. de financiële onderneming of het bijkantoor haar of zijn activiteit heeft beëindigd;
e. de financiële onderneming of de uitvoerder van de vangnetregeling in de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft in gebreke blijft bij de naleving van haar of zijn verplichtingen;
f. zich onvoorziene omstandigheden voordoen welke van dien aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de samenwerkingsovereenkomst of toetredingsovereenkomst niet mag worden verwacht door de financiële onderneming of de uitvoerder van de vangnetregeling van de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft; of
g. de financiële onderneming niet of niet volledig binnen de gestelde termijn aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75 van de wet of artikel 29f, eerste lid, gevolg heeft gegeven.
**2.** Voorts wordt in de samenwerkingsovereenkomst onderscheidenlijk de toetredingsovereenkomst vastgelegd dat, onverminderd artikel 29c, indien de uitvoerder van de vangnetregeling in de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft of de financiële onderneming niet binnen een door de Nederlandsche Bank gestelde redelijke termijn instemt met de wijziging van de samenwerkingsovereenkomst onderscheidenlijk de toetredingsovereenkomst, deze overeenkomst van rechtswege is ontbonden na het verstrijken van die termijn.
### Artikel 29e
**1.** Ingeval de aanvullende deelname eindigt ingevolge artikel 29c, vierde lid, of op de wijze, voorzien in artikel 29d, eerste lid, vallen de vorderingen van de beleggers en de depositos onder de dekking van het Nederlandse depositogarantiestelsel tot de datum waarop zij verschuldigd worden.
**2.** De financiële onderneming stelt de beleggers en de depositohouders in kennis van de beëindiging van de aanvullende dekking.
### Artikel 29f
**1.** In de toetredingsovereenkomst, bedoeld in artikel 29b, derde lid, onderdeel e, wordt in ieder geval vastgelegd dat de Nederlandsche Bank, indien een financiële onderneming die aanvullend deelneemt aan de Nederlandse vangnetregeling niet voldoet aan verplichtingen uit de overeenkomst, bedoeld in artikel 29b, derde lid, onderdeel e, of de stabiliteit van de financiële sector of de bescherming van beleggers of depositohouders in gevaar komt door de aanvullende deelname van de financiële onderneming aan de Nederlandse vangnetregeling, de financiële onderneming door middel van een aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75 van de wet kan verplichten om binnen een door haar gestelde redelijke termijn ten aanzien van in de aanwijzingbeschikking aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen.
**2.** De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, dient erop gericht te zijn dat de financiële onderneming aan de verplichtingen die voortvloeien uit deelname aan de Nederlandse vangnetregeling, voldoet of dat de stabiliteit van de Nederlandse financiële sector of de bescherming door de Nederlandse vangnetregeling van beleggers of depositohouders niet langer in gevaar komen door de aanvullende deelname van de financiële onderneming aan de Nederlandse vangnetregeling.
### Artikel 29g
Op het bedrag van de vergoeding dat overeenkomstig artikel 26, vierde lid, is berekend, wordt in mindering gebracht het bedrag dat, ingevolge de vangnetregeling in de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft, is vastgesteld voor de betreffende depositohouder of belegger door de uitvoerder van de vangnetregeling in de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft.
### Artikel 29h
**1.** De Nederlandsche Bank besluit tot toepassing van een Nederlandse vangnetregeling waaraan een bank, beleggingsmaatschappij of financiële instelling met zetel in een andere lidstaat aanvullend deelneemt, indien de vangnetregeling in de lidstaat waar de financiële ondernemer haar zetel heeft, op die financiële onderneming wordt toegepast.
**2.**
De Nederlandsche Bank doet mededeling van de toepassing van de Nederlandse vangnetregeling in de Staatscourant. Tevens doet de Nederlandsche Bank zo spoedig mogelijk nadat zij het besluit, bedoeld in het eerste lid, heeft genomen, mededeling door middel van advertenties in door haar te bepalen landelijke nieuwsbladen dat:
a. zij het beleggerscompensatiestelsel, bedoeld in artikel 3:259, eerste lid, van de wet of het depositogarantiestelsel, bedoeld in artikel 3:259, tweede lid, van de wet in werking heeft gesteld; en
b. de personen, bedoeld in artikel 9 of artikel 19, met gebruikmaking van een door de Nederlandsche Bank vast te stellen formulier een aanvraag tot vergoeding van de in artikel 10 onderscheidenlijk artikel 20 bedoelde vorderingen bij haar kunnen indienen, binnen een termijn die aanvangt op het moment van de plaatsing van de advertenties en die verstrijkt vijf maanden na de datum waarop zij een vergoeding hebben ontvangen van de uitvoerder van de vangnetregeling in de andere lidstaat.
### Artikel 29i
De Nederlandsche Bank neemt een aanvraag voor vergoeding uit hoofde van een vangnetregeling waaraan een bank, beleggingsonderneming of financiële instelling met zetel in een andere lidstaat deelneemt in behandeling indien de uitvoerder van de vangnetregeling in de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft, heeft vastgesteld wat de hoogte van de vergoeding voor de desbetreffende depositohouder of belegger is.
### Artikel 29j
**1.** Indien een aanvullende deelname aan de Nederlandse vangnetregeling door een bank, beleggingsonderneming of financiële instelling met een zetel in een andere lidstaat wordt beëindigd, blijven depositos, aangehouden op de dag waarop de aanvullende deelname eindigt, aanvullend gedekt.
**2.** De dekking, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het bedrag van het deposito op de datum waarop de aanvullende deelname is beëindigd, tot het maximum, bedoeld in artikel 26, vierde lid of het ingevolge artikel 26, zevende lid vastgestelde maximum, dan wel, indien het bedrag na die datum kleiner is geworden, tot het lagere bedrag.
**3.** Depositos die worden geopend na de datum waarop de aanvullende deelname eindigt, worden niet aanvullend gedekt.
## Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
### Artikel 30