diff --git a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md index 603815f104a..8d681d76fb0 100644 --- a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md +++ b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md @@ -83,13 +83,13 @@ b. opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a waarvan Onze Minister **prestatiebeurs hoger onderwijs**: prestatiebeurs als bedoeld in artikel 5.1, -**reisproduct**: elektronisch product dat studenten kunnen laden op een OV-chipkaart wanneer zij beschikken over reisrecht, +**reisproduct**: reisproduct als bedoeld in artikel 3.25, **reisrecht**: recht om te reizen als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, **reisvoorziening**: voorziening als bedoeld in artikel 3.7 en paragraaf 3.7, -**RSR**: Regisseur Studenten Reisrecht, de rechtspersoon die in opdracht van de vervoersbedrijven tot taak heeft de digitale administratie van het reisproduct voor studenten op de OV-chipkaart te voeren, +**RSR**: Regisseur Studenten Reisrecht, de rechtspersoon die in opdracht van de vervoersbedrijven tot taak heeft de digitale administratie van het reisproduct voor studenten te voeren, **specialistenopleiding**: specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel e, WEB, @@ -499,15 +499,9 @@ Vervallen ### Artikel 3.7 -**1.** Voor studenten aan een opleiding binnen Nederland bestaat de reisvoorziening uit een reisrecht gedurende een bepaald deel van de week waarvoor de student geen bedrag of een lager bedrag verschuldigd is aan de vervoersbedrijven. +**1.** De reisvoorziening bestaat uit een reisrecht waarmee gedurende een bepaald deel van de week de student geen bedrag of een lager bedrag verschuldigd is aan de vervoersbedrijven, en kan voor groepen studenten bestaan uit een vergoeding in geld. -**2.** Voor studenten die aanspraak hebben op studiefinanciering voor het volgen van een opleiding buiten Nederland bestaat de reisvoorziening uit het bedrag, bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 5.3, eerste lid, tenzij in plaats daarvan als reisvoorziening een reisrecht wordt aangevraagd. - -**3.** Voor studenten aan een opleiding binnen Nederland die een deel van deze opleiding buiten Nederland volgen is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. - -**4.** Voor studenten voor wie geen burgerservicenummer kan worden gebruikt in het contact tussen Onze Minister en RSR, bestaat de reisvoorziening uit het bedrag, bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 5.3, eerste lid. - -**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze van aanvraag en toekenning van de reisvoorziening in geld, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, en met het oog op een goede uitvoering van dit artikel. +**2.** De vorm, wijze van toekenning en de voorwaarden van de reisvoorziening zijn bepaald in en krachtens paragraaf 3.7. ### Paragraaf 3.3. Bijdrage ouders @@ -739,7 +733,7 @@ Zolang het op basis van de verstrekte gegevens onmogelijk is het bedrag van de a Vervallen -### Paragraaf 3.7. Toekenning reisvoorziening +### Paragraaf 3.7. Vorm, wijze van toekenning en voorwaarden reisvoorziening ### Artikel 3.23 @@ -754,20 +748,30 @@ b. de persoon die een reisrecht toegekend heeft gekregen en van wie nadat sprake RSR gebruikt het burgerservicenummer van een student slechts: -a. ter vaststelling van de identiteit van een student wanneer deze zich tot de vervoersbedrijven wendt om zijn gegevens te laten koppelen aan een daarvoor bestemde OV-chipkaart als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, en +a. ter vaststelling van de identiteit van een student wanneer deze zich tot de vervoersbedrijven wendt om zijn gegevens te laten koppelen aan het reisproduct, bedoeld in artikel 3.25, en b. in contacten met Onze Minister. ### Artikel 3.24 -Vervallen +**1.** Voor studenten aan een opleiding binnen Nederland bestaat de reisvoorziening uit een reisrecht gedurende een bepaald deel van de week waarvoor de student geen bedrag of een lager bedrag verschuldigd is aan de vervoersbedrijven. + +**2.** Voor studenten die aanspraak hebben op studiefinanciering voor het volgen van een opleiding buiten Nederland, bestaat de reisvoorziening uit het bedrag, bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 5.3, eerste lid. In afwijking van de eerste volzin kan een student als bedoeld in de eerste volzin op aanvraag als reisvoorziening een reisrecht ontvangen. + +**3.** Voor studenten aan een opleiding binnen Nederland die een deel van deze opleiding buiten Nederland volgen is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Voor studenten voor wie geen burgerservicenummer kan worden gebruikt in het contact tussen Onze Minister en RSR, bestaat de reisvoorziening uit het bedrag, bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 5.3, eerste lid. + +**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze van aanvraag en toekenning van de reisvoorziening in geld, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid alsmede regels met het oog op een goede uitvoering van dit artikel. ### Artikel 3.25 -Vervallen +**1.** Het reisproduct is een elektronisch product dat studenten met een reisrecht kunnen koppelen aan een drager. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden dragers als bedoeld in het eerste lid aangewezen en wordt bepaald op welke wijze het reisproduct gekoppeld wordt aan de drager. ### Artikel 3.26 -**1.** Het reisrecht vangt aan op het moment dat de student het reisproduct heeft geladen op een daarvoor bestemde OV-chipkaart. +**1.** Het reisrecht vangt aan op het moment dat de student overeenkomstig artikel 3.25 het reisproduct heeft gekoppeld aan de drager. **2.** Het reisrecht wordt naar keuze van de student toegekend als weekreisrecht of weekendreisrecht. @@ -777,14 +781,14 @@ Vervallen **1.** -De persoon die een reisrecht toegekend heeft gekregen is verplicht er zorg voor te dragen dat het reisproduct is stopgezet op uiterlijk de tiende kalenderdag van de maand waarin: +Het reisproduct wordt door RSR stopgezet op verzoek van Onze Minister of de student op uiterlijk de tiende kalenderdag van de maand waarin: -a. zijn aanspraak op reisrecht is beëindigd; of -b. zijn reisproduct op grond van artikel 3.7, tweede of vierde lid, is vervangen door een reisvoorziening in de vorm van geld. +a. de aanspraak op het reisrecht is beëindigd; of +b. het reisproduct op grond van artikel 3.24, tweede of vierde lid, is vervangen door een reisvoorziening in de vorm van geld. **2.** -Indien het reisproduct niet is stopgezet na de termijn, genoemd in het eerste lid, aanhef, en er gebruik van is gemaakt, is degene aan wie het reisrecht is toegekend aan Onze Minister per halve kalendermaand een bedrag verschuldigd van, naar de maatstaf van 1 januari 2019: +Indien gebruik is gemaakt van het reisproduct na het moment, bedoeld in het eerste lid, aanhef, is degene aan wie het reisrecht is toegekend aan Onze Minister per halve kalendermaand een bedrag verschuldigd van, naar de maatstaf van 1 januari 2019: a. € 75,00 per 1 januari 2023: € 81,40 voor zover het de eerste en de tweede halve kalendermaand betreft; en b. € 150,00 per 1 januari 2023: € 162,82 voor zover het de derde en daaropvolgende halve kalendermaanden betreft. @@ -799,15 +803,17 @@ b. € 150,00 per 1 januari 2023: € 162,82 voor zover het de derde en daaro **7.** Het tweede lid is niet van toepassing op een periode waarin het degene aan wie het reisrecht is toegekend, aantoonbaar niet kan worden toegerekend dat het reisproduct niet tijdig is stopgezet. -**8.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze van beëindigen van het reisrecht, en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop en het tijdstip waarvoor de niet-toerekenbaarheid, bedoeld in het zevende lid, moet worden aangetoond. +**8.** Het reisproduct wordt stopgezet op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze. + +**9.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze van beëindigen van het reisrecht, en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop en het tijdstip waarvoor de niet-toerekenbaarheid, bedoeld in het zevende lid, moet worden aangetoond. ### Artikel 3.28 -Vervallen +Onverminderd artikel 3.27, eerste lid, kan de student uit eigen beweging het verzoek aan RSR doen tot stopzetting van het reisproduct. ### Artikel 3.29 -**1.** Wanneer een student door toedoen van Onze Minister over een periode ten onrechte niet over een geladen reisproduct beschikt, heeft hij over die periode jegens Onze Minister aanspraak op een vergoeding ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3.27, tweede lid, onder b, mits hij meer dan 8 weken vóór het begin van de desbetreffende kalendermaand, zowel de studiefinanciering heeft aangevraagd als alle benodigde gegevens voor het kunnen toekennen van studiefinanciering heeft verstrekt. Indien het betreft een reisvoorziening als bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, heeft hij slechts aanspraak op een vergoeding als bedoeld in de vorige volzin, indien hij tevens binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn, een aanvraag om deze reisvoorziening heeft ingediend. +**1.** Wanneer een student door toedoen van Onze Minister over een periode ten onrechte geen gebruik kan maken van het reisrecht, heeft hij over die periode jegens Onze Minister aanspraak op een vergoeding ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3.27, tweede lid, onder b, mits hij meer dan 8 weken vóór het begin van de desbetreffende kalendermaand, zowel de studiefinanciering heeft aangevraagd als alle benodigde gegevens voor het kunnen toekennen van studiefinanciering heeft verstrekt. Indien het betreft een reisvoorziening als bedoeld in artikel 3.24, tweede lid, heeft hij slechts aanspraak op een vergoeding als bedoeld in de vorige volzin, indien hij tevens binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn, een aanvraag om deze reisvoorziening heeft ingediend. **2.** De student vraagt de vergoeding aan binnen 2 weken na de dag waarop hij op de aanvraag voor het eerst studiefinanciering heeft toegekend gekregen of, indien dit later is, binnen 2 weken na de dag waarop voor het eerst zijn recht op studiefinanciering inging. @@ -816,7 +822,7 @@ Vervallen De student heeft geen recht op enige vergoeding: a. wegens het geen of slechts gedeeltelijk gebruik maken van het reisrecht, of -b. in geval van inname, verlies, diefstal, beschadiging of een defect van de OV-chipkaart, bedoeld in artikel 3.26, eerste lid. +b. in geval van inname, verlies, diefstal, beschadiging of een defect van de drager, bedoeld in artikel 3.25, eerste lid. ### Artikel 3.30 @@ -903,7 +909,7 @@ Onverminderd artikel 4.7, eerste en tweede lid, komt een mbo-student die jonger **1.** Het deel van de prestatiebeurs beroepsonderwijs dat betrekking heeft op het recht op de reisvoorziening, is gelijk aan een twaalfde deel van de waarde die daarvoor per student door het vervoerbedrijf aan Onze Minister in rekening wordt gebracht. De waarde wordt berekend door de voorlopige vergoeding voor het lopende kalenderjaar te corrigeren naar de correctie die de voorlopige vergoeding voor het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar onderging. Dit deel van de prestatiebeurs beroepsonderwijs wordt niet uitbetaald of verrekend. -**2.** Indien de prestatiebeurs beroepsonderwijs niet kan worden omgezet in een gift, wordt de tegenwaarde van de reisvoorziening kwijtgescholden over een maand waarover het reisproduct niet op een OV-chipkaart is geladen als bedoeld in artikel 3.26 of is stopgezet als bedoeld in artikel 3.27. In afwijking van artikel 1.2 is bepalend de toestand op enig moment van de maand. De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat dan teniet. De kwijtschelding is niet van toepassing op een maand waarin een vergoeding als bedoeld in artikel 3.7, tweede of vierde lid, is toegekend. +**2.** Indien de prestatiebeurs beroepsonderwijs niet kan worden omgezet in een gift, wordt de tegenwaarde van de reisvoorziening kwijtgescholden over een maand waarover het reisproduct niet gekoppeld is aan een drager als bedoeld in artikel 3.25, eerste lid. In afwijking van artikel 1.2 is bepalend de toestand op enig moment van de maand. De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat dan teniet. De kwijtschelding is niet van toepassing op een maand waarin een vergoeding als bedoeld in artikel 3.24, tweede of vierde lid, is toegekend. ### Artikel 4.9 @@ -1066,7 +1072,7 @@ b. op grond van artikel 5.2, eerste lid, prestatiebeurs hoger onderwijs is toege **1.** Het deel van de prestatiebeurs hoger onderwijs dat betrekking heeft op het recht op de reisvoorziening, is gelijk aan een twaalfde deel van de waarde die daarvoor per student door het vervoerbedrijf aan Onze Minister in rekening wordt gebracht. De waarde wordt berekend door de voorlopige vergoeding voor het lopende kalenderjaar te corrigeren naar de correctie die de voorlopige vergoeding voor het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar onderging. Dit deel van de prestatiebeurs hoger onderwijs wordt niet uitbetaald of verrekend. -**2.** Indien de prestatiebeurs hoger onderwijs niet kan worden omgezet in een gift, wordt de tegenwaarde van de reisvoorziening kwijtgescholden over een maand waarover het reisproduct niet op een OV-chipkaart is geladen als bedoeld in artikel 3.26 of is stopgezet als bedoeld in artikel 3.27. In afwijking van artikel 1.2 is bepalend de toestand op enig moment van de maand. De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat dan teniet. De kwijtschelding is niet van toepassing op een maand waarin een vergoeding als bedoeld in artikel 3.7, tweede of vierde lid, is toegekend. +**2.** Indien de prestatiebeurs hoger onderwijs niet kan worden omgezet in een gift, wordt de tegenwaarde van de reisvoorziening kwijtgescholden over een maand waarover het reisproduct niet is gekoppeld aan een drager als bedoeld in artikel 3.25, eerste lid. In afwijking van artikel 1.2 is bepalend de toestand op enig moment van de maand. De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat dan teniet. De kwijtschelding is niet van toepassing op een maand waarin een vergoeding als bedoeld in artikel 3.24, tweede of vierde lid, is toegekend. ### Artikel 5.4 @@ -1457,9 +1463,9 @@ g. de hoogte van het bedrag van de kwijtschelding, bedoeld in artikel 6.2, eerst h. de hoogte van het collegegeldkrediet wordt vastgesteld of gewijzigd, i. de hoogte van het levenlanglerenkrediet wordt vastgesteld of gewijzigd, j. een herziening van de keuze in een soort reisvoorziening is geweigerd, -k. een bedrag is vastgesteld dat de student verschuldigd is omdat hij het reisproduct niet tijdig heeft stopgezet, +k. een bedrag is vastgesteld dat de student verschuldigd is omdat hij gebruik heeft gemaakt van het reisproduct na de termijn, genoemd in artikel 3.27, eerste lid, l. studiefinanciering ingevolge artikel 2.17a is geweigerd of stopgezet, of -m. de aanvraag van een student, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, om als reisvoorziening een reisrecht te ontvangen, is toegekend of geweigerd. +m. de aanvraag van een student, bedoeld in artikel 3.24, tweede lid, om als reisvoorziening een reisrecht te ontvangen, is toegekend of geweigerd. **2.** @@ -1580,7 +1586,7 @@ Vervallen **2.** RSR verstrekt op verzoek van Onze Minister voor de uitvoering van artikel 3.27, tweede lid, het gegeven of een persoon in een bepaalde periode nadat zijn reisproduct op grond van artikel 3.27, eerste lid, zou moeten zijn stopgezet, gebruik heeft gemaakt van het reisproduct. -**3.** Voor de uitvoering van het eerste lid, verstrekt de rechtspersoon die tot taak heeft de uitgifte van OV-chipkaarten en het beheer van de aan de OV-chipkaart gekoppelde reisgegevens, op verzoek van RSR het gegeven of binnen een bepaalde periode gebruik is gemaakt van het reisproduct op een bepaalde OV-chipkaart. +**3.** Voor de uitvoering van het eerste lid, verstrekt de rechtspersoon die tot taak heeft het beheer van de aan de dragers van het reisproduct gekoppelde reisgegevens, op verzoek van RSR het gegeven of binnen een bepaalde periode gebruik is gemaakt van het reisproduct gekoppeld aan een bepaalde drager. **4.** Onze Minister verwerkt de persoonsgegevens die hij ontvangt of bezit voor de uitvoering van artikel 3.27, tweede lid. @@ -2182,7 +2188,7 @@ a. onder welke voorwaarden en in welke gevallen een student voor de extra reisvo b. wat de omvang van de extra reisvoorziening is; c. in welke gevallen de extra reisvoorziening op aanvraag dan wel ambtshalve wordt toegekend. -**3.** In afwijking van artikel 3.21 kan de extra reisvoorziening met terugwerkende kracht en voor een periode in een eerder studiejaar worden toegekend, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen het reisrecht en de vergoeding als bedoeld in artikel 3.7, tweede of vierde lid. +**3.** In afwijking van artikel 3.21 kan de extra reisvoorziening met terugwerkende kracht en voor een periode in een eerder studiejaar worden toegekend, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen het reisrecht en de vergoeding als bedoeld in artikel 3.24, tweede of vierde lid. **4.** Artikel 3.29 is niet van toepassing op de extra reisvoorziening, bedoeld in het eerste lid.