diff --git a/amvb/rechtspositiebesluit-gedeputeerden/BWBR0006533/README.md b/amvb/rechtspositiebesluit-gedeputeerden/BWBR0006533/README.md index 79b41d24b72..cb4aa0e83e9 100644 --- a/amvb/rechtspositiebesluit-gedeputeerden/BWBR0006533/README.md +++ b/amvb/rechtspositiebesluit-gedeputeerden/BWBR0006533/README.md @@ -53,7 +53,23 @@ Indien een gedeputeerde naast zijn bezoldiging als gedeputeerde tevens aanspraak ### Artikel 5b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Voor 1 april van elk jaar of binnen twee maanden na zijn beëdiging verstrekt de gedeputeerde aan Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, een opgave van de neveninkomsten welke hij verwacht over het desbetreffende kalenderjaar of gedeelte daarvan te zullen genieten, dan wel een verklaring, dat hij verwacht niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten over dat jaar of een evenredig deel daarvan over het desbetreffende gedeelte van dat jaar te zullen genieten. + +**2.** Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, deelt gedeputeerde staten het bedrag van de voorlopige aftrek op de bezoldiging mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de gedeputeerde. + +**3.** De gedeputeerde kan een verklaring inzenden dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven. In dit geval, alsmede indien binnen de in het eerste lid bedoelde termijn geen opgave of verklaring is ingezonden, bedraagt de bezoldiging over dat kalenderjaar 65% van de bezoldiging op jaarbasis. + +**4.** Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar zendt de gedeputeerde of zenden zijn nabestaanden aan Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, een opgave van de neveninkomsten welke over dat kalenderjaar zijn genoten, dan wel een verklaring dat over dat jaar niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis of, indien de gedeputeerde een gedeelte van het kalenderjaar lid van gedeputeerde staten is geweest, een evenredig deel van dit bedrag, is genoten. + +**5.** Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, deelt gedeputeerde staten zo spoedig mogelijk na ontvangst van de in het vierde lid bedoelde opgave of verklaring het bedrag van de definitieve aftrek op de bezoldiging mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de gedeputeerde. + +**6.** Indien een opgave of verklaring als in het vierde lid bedoeld, niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar is ontvangen, bedraagt de bezoldiging over dat kalenderjaar 65% van de bezoldiging op jaarbasis. + +**7.** De gedeputeerde zendt aan Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, zo spoedig mogelijk tevens een afschrift van de aanslag voor de inkomstenbelasting over het betreffende kalenderjaar. Het bedrag van de uitbetaalde bezoldiging kan, al dan niet op verzoek van de gedeputeerde, worden herzien, indien op grond van de onherroepelijk geworden aanslag in de inkomstenbelasting daartoe aanleiding blijkt te bestaan. + +**8.** Bij de toepassing van het vijfde, zesde en zevende lid vindt zo nodig terugbetaling of verrekening plaats. + +**9.** Dit artikel is niet van toepassing op de gedeputeerde op wie artikel 282 van de Provinciewet van toepassing is, en de gedeputeerde die zijn ambt in deeltijd vervult. ### Artikel 6 @@ -191,7 +207,13 @@ b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software. ### Artikel 23a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen: + +a. de vergoedingen en verstrekking, bedoeld in artikel 19, eerste lid, voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de loonbelasting 1964; +b. de vergoeding, bedoeld in artikel 20; +c. de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 21, eerste lid; +d. de verstrekkingen, bedoeld in artikel 22a, eerste en derde lid; +e. de vergoeding, bedoeld in artikel 22a, vierde lid. ## Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen