2006-01-01 | BWBR0004939 | Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer
This commit is contained in:
parent
243f716b2e
commit
5fb38f74af
1 changed files with 2 additions and 14 deletions
|
|
@ -126,7 +126,7 @@ waarbij bedrag A gelijk is aan de som van de bedragen, genoemd in artikel 5, eer
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De kamerleden ontvangen een vergoeding voor aan de uitoefening van het kamerlidmaatschap verbonden kosten die € 1997,99 per 1 januari 2005: € 2.228,35 per jaar bedraagt.
|
||||
**1.** De kamerleden ontvangen een vergoeding voor aan de uitoefening van het kamerlidmaatschap verbonden kosten die € 1997,99 per 1 januari 2006: € 2.268,46 per jaar bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van een kamerlid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, vermenigvuldigd met 100/P, waarbij P wordt berekend door het getal 100 te verminderen met het getal van het hoogste tarief, bedoeld in kolom IV van artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
|
|
@ -165,19 +165,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Totdat de bezoldiging van het rijkspersoneel in verband met het niet langer toekennen van een toeslag als bedoeld in de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies (*Stb.* 1989, 128) is verhoogd, ontvangen de kamerleden een toeslag die gelijk is aan de premies die ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (*Stb.* 1967, 655) en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (*Stb.* 1987, 90) zouden zijn verschuldigd met betrekking tot het inkomen als kamerlid, indien:
|
||||
|
||||
a. de Wet financiering volksverzekeringen (*Stb.* 1989, 129), artikel 3 en Hoofdstuk II van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies (*Stb.* 1989, 127), alsmede artikel I van de Wet vereenvoudiging tariefstructuur en aftrekposten in de loon- en inkomstenbelasting (*Stb.* 1989, 122) niet van kracht zouden zijn geweest;
|
||||
b. er geen toeslag als bedoeld in dit lid zou hebben gegolden;
|
||||
c. een krachtens artikel 2, tweede lid, tweede en derde volzin, van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies vastgesteld gedeelte van de premie betreffende de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, gebaseerd op de verhoging die uit een vergroting van de verzekeringsaanspraken ingevolge laatstgenoemde wet, onder gelijktijdige vermindering van overeenkomstige verzekeringsaanspraken ingevolge de Ziekenfondswet (*Stb.* 1986, 347), niet in aanmerking wordt genomen.
|
||||
|
||||
**2.** De berekening van de toeslag vindt plaats met inachtneming van de premies betreffende Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze voortvloeien uit artikel 2 van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid vinden overeenkomstige toepassing op het bedrag van de premie, dat ingevolge de in die leden genoemde wetten verschuldigd zou zijn geweest, indien geen vrijstelling van premiebetaling zou zijn verleend krachtens artikel 32 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en artikel 75 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden op 31 december 1989.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een voormalig kamerlid ten aanzien van de uitkering die hem op grond van artikel 51 en volgende van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (*Stb.* 1979, 519) wordt toegekend.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue