2009-12-31 | BWBR0015007 | Spoorwegwet

This commit is contained in:
Coornhert 2009-12-31 12:00:00 +00:00
parent 11694956ee
commit 5fbdf3e2f5

View file

@ -272,12 +272,16 @@ e. bij een hoofdspoorweg op of in een vaste constructie anders dan bedoeld in de
**3.** Indien de bodemgesteldheid daartoe aanleiding geeft, kan bij besluit van Onze Minister, gehoord de beheerder, een begrenzing worden vastgesteld die afwijkt van het eerste of tweede lid.
**4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt de begrenzing van een deel van de hoofdspoorwegen die uitsluitend of overwegend bestemd zijn voor het verrichten van goederenvervoer ten behoeve van de lokale ontsluiting van haven- en industriegebieden, gevormd door een lijn liggend op een afstand van drie meter op maaiveldniveau, gemeten vanaf het hart van het buitenste spoor. Wanneer ingevolge artikel 2 of 124 een spoorweg wordt aangewezen als hoofdspoorweg, wordt daarbij bepaald of de hoofdspoorweg onder het bereik van dit lid valt.
### Artikel 21
**1.** Het is verboden zaken te bouwen, neer te leggen, op te richten of aan te leggen die een meter of hoger reiken dan het maaiveld aan weerszijden van de hoofdspoorweg bij voor het openbaar verkeer openstaande overwegen buiten de bebouwde kom, binnen een vlak dat wordt gevormd door hoekpunten in het hart van het buitenste spoor op vijfhonderd meter aan weerszijden van de as van de weg en op elf meter uit het hart van het spoor in de as van de weg.
**2.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van een veilig en doelmatig gebruik van de spoorweg of het financieel belang van de Staat.
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt bij een voor het openbaar verkeer openstaande overweg buiten de bebouwde kom die onderdeel uitmaakt van een hoofdspoorweg, als bedoeld in artikel 20, vierde lid, het vlak, bedoeld in het eerste lid, gevormd door hoekpunten in het hart van het buitenste spoor op 50 meter aan weerszijden van de as van de weg en op elf meter uit het hart van het spoor in de as van de weg.
### Artikel 22
**1.**