2023-01-01 | BWBR0005416 | Gemeentewet
This commit is contained in:
parent
15965bc8e8
commit
5fd0dae450
1 changed files with 61 additions and 49 deletions
|
|
@ -119,7 +119,7 @@ Ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is niet benoembaar tot li
|
|||
|
||||
**1.** De leden van de raad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen.
|
||||
|
||||
**2.** Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op het gemeentehuis.
|
||||
**2.** De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot raadslid of aanvaarding van een functie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -141,7 +141,7 @@ k. burgemeester;
|
|||
l. wethouder;
|
||||
m. lid van de rekenkamer;
|
||||
n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;
|
||||
o. ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt.
|
||||
o. ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt of werkzaam ten behoeve van die gemeente.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -300,16 +300,18 @@ De leden van de raad stemmen zonder last.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming over:
|
||||
Een lid van de raad neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over:
|
||||
|
||||
a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
|
||||
b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.
|
||||
|
||||
**2.** Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje.
|
||||
**2.** Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.
|
||||
**3.** Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden.
|
||||
**4.** Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
|
|
@ -394,9 +396,11 @@ b. in een vergadering als bedoeld in artikel 20, tweede lid, voor zover het betr
|
|||
|
||||
**1.** Voor het wethouderschap gelden de vereisten voor het lidmaatschap van de raad, bedoeld in artikel 10, met dien verstande dat in artikel 10, tweede lid, onder b, voor «de dag waarop de gemeenteraad beslist over de toelating als lid tot de gemeenteraad» gelezen wordt: de dag waarop zij tot wethouder worden benoemd.
|
||||
|
||||
**2.** De raad kan voor de duur van een jaar ontheffing verlenen van het vereiste van ingezetenschap. De ontheffing kan in bijzondere gevallen, telkens met een periode van maximaal een jaar, worden verlengd.
|
||||
**2.** Bij de benoeming is de beoogde wethouder in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan drie maanden.
|
||||
|
||||
**3.** Dezelfde persoon kan niet in meer dan één gemeente wethouder zijn.
|
||||
**3.** De raad kan voor de duur van een jaar ontheffing verlenen van het vereiste van ingezetenschap. De ontheffing kan in bijzondere gevallen, telkens met een periode van maximaal een jaar, worden verlengd.
|
||||
|
||||
**4.** Dezelfde persoon kan niet in meer dan één gemeente wethouder zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 36b
|
||||
|
||||
|
|
@ -414,7 +418,7 @@ g. commissaris van de Koning;
|
|||
h. gedeputeerde;
|
||||
i. secretaris van de provincie;
|
||||
j. griffier van de provincie;
|
||||
k. lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij wethouder is, is gelegen;
|
||||
k. lid van de rekenkamer van de provincie;
|
||||
l. lid van de raad van een gemeente;
|
||||
m. burgemeester;
|
||||
n. lid van de rekenkamer;
|
||||
|
|
@ -493,9 +497,9 @@ Sa wier helpe my God Almachtich!»
|
|||
|
||||
**2.** Een wethouder meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad.
|
||||
|
||||
**3.** Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis.
|
||||
**3.** Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar. De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot wethouder of aanvaarding van een nevenfunctie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis.
|
||||
|
||||
**4.** Een wethouder die zijn ambt niet in deeltijd vervult, maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.
|
||||
**4.** Een wethouder die zijn ambt niet in deeltijd vervult, maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.
|
||||
|
||||
**5.** Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen bedoeld in artikel 31 van die wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -691,7 +695,7 @@ De leden van het college en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging k
|
|||
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
||||
De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 29 en 30 zijn ten aanzien van de vergaderingen van het college van overeenkomstige toepassing.
|
||||
De artikelen 28, eerste tot en met vierde lid, en 30 zijn ten aanzien van de vergaderingen van het college van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
|
|
@ -851,7 +855,7 @@ Sa wier helpe my God Almachtich!»
|
|||
|
||||
**2.** De burgemeester meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van zijn burgemeestersambt, aan de raad.
|
||||
|
||||
**3.** De burgemeester maakt nevenfuncties, anders dan uit hoofde van zijn burgemeestersambt, en de inkomsten uit die functies openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.
|
||||
**3.** De burgemeester maakt nevenfuncties, anders dan uit hoofde van zijn burgemeestersambt, en de inkomsten uit die functies openbaar. De openbaarmaking van nevenfuncties vindt plaats terstond na benoeming tot burgemeester of aanvaarding van een nevenfunctie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis. Openbaarmaking van de inkomsten geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.
|
||||
|
||||
**4.** Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen bedoeld in artikel 31 van die wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -871,8 +875,8 @@ g. commissaris van de Koning;
|
|||
h. gedeputeerde;
|
||||
i. secretaris van de provincie;
|
||||
j. griffier van de provincie;
|
||||
k. lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij burgemeester is, is gelegen;
|
||||
l. lid van een raad;
|
||||
k. lid van de rekenkamer van de provincie;
|
||||
l. lid van de raad van een gemeente;
|
||||
m. wethouder;
|
||||
n. lid van de rekenkamer;
|
||||
o. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;
|
||||
|
|
@ -971,11 +975,7 @@ De commissaris verricht de werkzaamheden, genoemd in de artikelen 61, 61a, 61b,
|
|||
|
||||
### Artikel 81a
|
||||
|
||||
**1.** De raad kan een rekenkamer instellen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de raad een rekenkamer instelt, zijn de navolgende artikelen van dit hoofdstuk alsmede hoofdstuk XIa van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de raad geen rekenkamer instelt, is hoofdstuk IVb van toepassing.
|
||||
De raad stelt een rekenkamer in.
|
||||
|
||||
### Artikel 81b
|
||||
|
||||
|
|
@ -1040,15 +1040,15 @@ c. lid van de Raad van State;
|
|||
d. lid van de Algemene Rekenkamer;
|
||||
e. Nationale ombudsman;
|
||||
f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;
|
||||
g. commissaris van de Koning van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen;
|
||||
h. gedeputeerde van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen;
|
||||
i. secretaris van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen;
|
||||
j. griffier van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen;
|
||||
g. commissaris van de Koning van de provincie;
|
||||
h. gedeputeerde van de provincie;
|
||||
i. secretaris van de provincie;
|
||||
j. griffier van de provincie;
|
||||
k. lid van de raad;
|
||||
l. burgemeester van de betrokken gemeente;
|
||||
m. wethouder van de betrokken gemeente;
|
||||
l. burgemeester van de gemeente;
|
||||
m. wethouder van de gemeente;
|
||||
n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;
|
||||
o. lid van een commissie van de betrokken gemeente;
|
||||
o. lid van een commissie van de gemeente;
|
||||
p. ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde daaraan ondergeschikt;
|
||||
q. ambtenaar, in dienst van de Staat of de provincie, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente;
|
||||
r. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient.
|
||||
|
|
@ -1106,7 +1106,7 @@ Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de leden
|
|||
|
||||
**2.** Op voordracht van de voorzitter of het enige lid van de rekenkamer besluit het college tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten met zoveel ambtenaren van de rekenkamer als nodig zijn voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**3.** De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de gemeente.
|
||||
**3.** De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de gemeente, met uitzondering van de op de griffie werkzame ambtenaren.
|
||||
|
||||
**4.** De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, zijn ter zake van die werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1146,11 +1146,7 @@ b. de vergoeding die de leden van de rekenkamer voor hun werkzaamheden ontvangen
|
|||
|
||||
### Artikel 81oa
|
||||
|
||||
**1.** Als geen rekenkamer is ingesteld als bedoeld in hoofdstuk IVa, stelt de raad bij verordening regels vast voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 182, 184, 184a en 185 zijn voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Op personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen, is artikel 81f, behoudens het eerste lid, onder k en o, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Hoofdstuk IVc. De ombudsman
|
||||
|
||||
|
|
@ -2051,7 +2047,7 @@ b. verjaart de bevoegdheid tot invordering van de geldsom twee jaren nadat de be
|
|||
|
||||
### Artikel 155b
|
||||
|
||||
**1.** Leden en gewezen leden van de raad, de burgemeester en gewezen burgemeesters, wethouders en gewezen wethouders, leden en gewezen leden van de door de raad ingestelde rekenkamer, personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen, leden en gewezen leden van een door de raad, het college of de burgemeester ingestelde commissie, ambtenaren en gewezen ambtenaren onderscheidenlijk ambtenaren van politie en gewezen ambtenaren van politie, in dienst van de gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt, zijn verplicht te voldoen aan een vordering van de onderzoekscommissie tot het verschaffen van inzage in, het nemen van afschrift van of het anderszins laten kennisnemen van alle bescheiden waarover zij beschikken en waarvan naar het redelijk oordeel van de onderzoekscommissie inzage, afschrift of kennisneming anderszins voor het doen van een onderzoek als bedoeld in artikel 155a nodig is.
|
||||
**1.** Leden en gewezen leden van de raad, de burgemeester en gewezen burgemeesters, wethouders en gewezen wethouders, leden en gewezen leden van de door de raad ingestelde rekenkamer, leden en gewezen leden van een door de raad, het college of de burgemeester ingestelde commissie, ambtenaren en gewezen ambtenaren onderscheidenlijk ambtenaren van politie en gewezen ambtenaren van politie, in dienst van de gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt, zijn verplicht te voldoen aan een vordering van de onderzoekscommissie tot het verschaffen van inzage in, het nemen van afschrift van of het anderszins laten kennisnemen van alle bescheiden waarover zij beschikken en waarvan naar het redelijk oordeel van de onderzoekscommissie inzage, afschrift of kennisneming anderszins voor het doen van een onderzoek als bedoeld in artikel 155a nodig is.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een vordering als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op bescheiden die afkomstig zijn van een instelling van de Europese Unie of van het Rijk en kennisneming van die bescheiden door de onderzoekscommissie het belang van de Europese Unie of de Staat kan schaden, wordt niet dan met toestemming van Onze Minister aan de vordering voldaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2142,7 +2138,7 @@ f. bij de toepassing van artikel 155e, vierde lid, voor «de burgemeester gevoer
|
|||
|
||||
De raad kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot:
|
||||
|
||||
a. de instelling van een rekenkamer, bedoeld in artikel 81a, of het bij verordening stellen van regels voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie, bedoeld in artikel 81oa;
|
||||
a. de instelling van een rekenkamer, bedoeld in artikel 81a;
|
||||
b. de instelling van een onderzoek, bedoeld in artikel 155a, eerste lid, of artikel 155g, eerste lid;
|
||||
c. de vaststelling of wijziging van de begroting, bedoeld in artikel 189;
|
||||
d. de vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 198;
|
||||
|
|
@ -2243,7 +2239,7 @@ Het college kan een in de gemeente dienstdoende ambtenaar van politie machtigen
|
|||
|
||||
**3.** Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.
|
||||
|
||||
**4.** Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
|
||||
**4.** Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder d, e, f en g, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder f, geen uitstel kan lijden, geven zij in afwijking van het vierde lid de raad zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het terzake genomen besluit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2434,10 +2430,12 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 182
|
||||
|
||||
**1.** De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid.
|
||||
**1.** De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid. Een door de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Op verzoek van de raad kan de rekenkamer een onderzoek instellen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het uitvoeren van haar taken kan de rekenkamer gebruik maken van de resultaten van door anderen verrichte controles, onverminderd haar bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 183
|
||||
|
||||
**1.** De rekenkamer is bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht.
|
||||
|
|
@ -2453,12 +2451,20 @@ Vervallen
|
|||
De rekenkamer heeft de in de volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van de volgende instellingen en over de volgende periode:
|
||||
|
||||
a. openbare lichamen, bedrijfsvoeringsorganisaties en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling;
|
||||
b. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten, meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten, meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt;
|
||||
c. andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten, of een of meer derden voor rekening en risico van de gemeente of gemeenten rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft.
|
||||
b. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt en naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, waarin de eerstgenoemde naamloze en besloten vennootschappen middellijk of onmiddellijk meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houden, over de jaren dat de gemeente het geplaatste aandelenkapitaal houdt;
|
||||
c. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente samen met een of meer andere gemeenten, een of meer provincies, een of meer waterschappen of de Staat meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt en naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, waarin de eerstgenoemde naamloze en besloten vennootschappen middellijk of onmiddellijk meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houden, over de jaren dat de gemeente het geplaatste aandelenkapitaal houdt;
|
||||
d. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen waaraan de gemeente of een of meer derden voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten laste van de gemeentebegroting, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft;
|
||||
e. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen die goederen en diensten leveren die betrekking hebben op de uitvoering van een publieke taak waarvan de betaling ten laste van de gemeentebegroting komt en waarbij de gemeente zich het recht heeft voorbehouden bij de betreffende rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon controles uit te voeren ten aanzien van de geleverde goederen of diensten, over de jaren waarin de betaling ten laste komt van de gemeentebegroting.
|
||||
|
||||
**2.** De rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten ontbreken, kan de rekenkamer van de betrokken instelling de overlegging daarvan vorderen.
|
||||
**2.** De rekenkamer maakt bij het onderzoek ten aanzien van de in het eerste lid genoemde instellingen zoveel mogelijk gebruik van door anderen verrichte controles.
|
||||
|
||||
**3.** De rekenkamer kan, indien de documenten, bedoeld in het tweede lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een onderzoek instellen, waaronder een onderzoek naar het gevoerde bestuur van de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. De rekenkamer stelt de raad, het college en indien een onderzoek wordt ingesteld naar het gevoerde bestuur van een instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de rekenkamers van de deelnemende gemeenten en provincies aan deze instelling van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis.
|
||||
**3.** De rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten ontbreken, kan de rekenkamer van de betrokken instelling de overlegging daarvan vorderen.
|
||||
|
||||
**4.** De rekenkamer kan, indien de documenten, bedoeld in het derde lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een onderzoek instellen, waaronder een onderzoek naar het gevoerde beleid van de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. De rekenkamer stelt de raad, het college en indien een onderzoek wordt ingesteld naar het gevoerde beleid van een instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de rekenkamers van de deelnemende gemeenten en provincies aan deze instelling van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de rekenkamer voornemens is onderzoek in te stellen bij een in het eerste lid, onderdeel c genoemde instelling, stelt zij, onverminderd het vierde lid, de colleges van de andere deelnemende gemeenten, de gedeputeerde staten van de deelnemende provincies, het dagelijks bestuur van de deelnemende waterschappen of Onze Minister die het aangaat in het geval van deelneming van de Staat van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis.
|
||||
|
||||
**6.** Dit artikel is niet van toepassing op financiële ondernemingen en elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
### Artikel 184a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2468,13 +2474,19 @@ De rekenkamer is belast met het toezicht op de naleving van artikel 213, achtste
|
|||
|
||||
**1.** De rekenkamer legt haar bevindingen en haar oordeel vast in rapporten, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn.
|
||||
|
||||
**2.** De rekenkamer deelt aan de raad, het college en, indien van toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen.
|
||||
**2.** Voordat de rekenkamer een rapport, bedoeld in het eerste lid, vaststelt, stelt zij in elk geval het onderzochte orgaan in de gelegenheid binnen redelijke termijn te reageren op haar bevindingen en voorlopige conclusies.
|
||||
|
||||
**3.** De rekenkamer stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar.
|
||||
**3.** Na de vaststelling van het rapport, deelt de rekenkamer aan de raad, aan het college en, indien van toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen. Mededelingen aan de raad, die gegevens of bevindingen bevatten die naar hun aard vertrouwelijk zijn, kan de rekenkamer ter vertrouwelijke kennisneming verstrekken.
|
||||
|
||||
**4.** De rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten en haar verslag aan de raad en het college. Indien zij met toepassing van artikel 184 een onderzoek heeft ingesteld, zendt de rekenkamer tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken instelling.
|
||||
**4.** De rekenkamer stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar.
|
||||
|
||||
**5.** De rapporten en de verslagen van de rekenkamer zijn openbaar.
|
||||
**5.** De rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten en haar verslag aan de raad en het college. Indien zij met toepassing van artikel 184 een onderzoek heeft ingesteld, zendt de rekenkamer tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken instelling. Indien de rekenkamer een onderzoek heeft ingesteld bij een vennootschap als bedoeld in artikel 184, eerste lid, onderdeel c, zendt zij tevens een afschrift ter kennisneming van het rapport aan de colleges van de andere deelnemende gemeenten, de gedeputeerde staten van de deelnemende provincies of Onze Minister die het aangaat in het geval van deelneming van de Staat.
|
||||
|
||||
**6.** De rapporten en de verslagen van de rekenkamer zijn openbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 185a
|
||||
|
||||
Het college zendt de raad jaarlijks een overzicht van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.
|
||||
|
||||
## Titel IV. De financiën van de gemeente
|
||||
|
||||
|
|
@ -2697,7 +2709,7 @@ c. regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en lim
|
|||
De accountantsverklaring geeft op grond van de uitgevoerde controle aan of:
|
||||
|
||||
a. de jaarrekening een getrouw beeld geeft van zowel de baten en lasten als de grootte en samenstelling van het vermogen;
|
||||
b. de baten en lasten, alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen;
|
||||
b. de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen als bedoeld in artikel 17 van de Financiële-verhoudingswet rechtmatig tot stand zijn gekomen;
|
||||
c. de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld in artikel 186 en
|
||||
d. het jaarverslag met de jaarrekening verenigbaar is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2706,7 +2718,7 @@ d. het jaarverslag met de jaarrekening verenigbaar is.
|
|||
Het verslag van bevindingen bevat in ieder geval bevindingen over:
|
||||
|
||||
a. de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de financiële organisatie een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken en
|
||||
b. onrechtmatigheden in de jaarrekening.
|
||||
b. de tabel van fouten en onzekerheden voor de specifieke uitkeringen.
|
||||
|
||||
**5.** De accountant zendt de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen aan de raad en een afschrift daarvan aan het college.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2730,7 +2742,7 @@ c. het bepaalde bij en krachtens de artikelen 15 en 16 van de Wet toezicht accou
|
|||
|
||||
**2.** Het college brengt schriftelijk verslag uit aan de raad van de resultaten van de onderzoeken.
|
||||
|
||||
**3.** Het college stelt de rekenkamer of, indien geen rekenkamer is ingesteld, personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen, tijdig op de hoogte van de onderzoeken die hij doet instellen en zendt haar, onderscheidenlijk hen, een afschrift van een verslag als bedoeld in het tweede lid.
|
||||
**3.** Het college stelt de rekenkamer tijdig op de hoogte van de onderzoeken die hij doet instellen en zendt haar een afschrift van een verslag als bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 214
|
||||
|
||||
|
|
@ -3246,7 +3258,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 251
|
||||
|
||||
Met betrekking tot het doen van een vordering als bedoeld in artikel 19, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 zijn de krachtens het tiende lid van dat artikel door Onze minister van Financiën gestelde regels van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Met betrekking tot het doen van een vordering als bedoeld in artikel 19, eerste en vierde lid, van de Invorderingswet 1990 zijn de krachtens het elfde lid van dat artikel door Onze Minister van Financiën gestelde regels van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 251a
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue