2023-07-01 | BWBR0009508 | Bankwet 1998

This commit is contained in:
Coornhert 2023-07-01 12:00:00 +00:00
parent bd39b2c47f
commit 5fe24260e7

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Bankwet 1998
bwb_id: BWBR0009508
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2014-11-19'
datum_inwerkingtreding: '2022-12-07'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009508
citeertitel: Bankwet 1998
---
@ -70,7 +70,7 @@ a. het uitoefenen van toezicht op financiële instellingen op de voet van de daa
b. het bevorderen van de goede werking van het betalingsverkeer;
c. het bevorderen van de stabiliteit van het financiële stelsel;
d. het verzamelen van statistische gegevens en het vervaardigen van statistieken op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen;
e. het uitoefenen van afwikkelingstaken met betrekking tot bepaalde financiële ondernemingen op voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen.
e. het uitoefenen van afwikkelingstaken met betrekking tot bepaalde financiële ondernemingen op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen.
**2.** De Bank kan de in het eerste lid genoemde taken mede uitvoeren in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen.
@ -96,7 +96,7 @@ Vervallen
### Artikel 7
De Bank is bevoegd de Europese Centrale Bank bij te staan bij het verzamelen van gegevens op de voet van artikel 5 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken.
De Bank is bevoegd de Europese Centrale Bank bij te staan bij het verzamelen van gegevens op de voet van artikel 5 van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken.
### Artikel 8
@ -184,6 +184,18 @@ In afwijking van artikel 9e verstrekt de Bank gegevens aan de in artikel 9d, eer
**2.** De Bank is tevens bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete ter zake van overtreding van artikel 9d, derde lid. Artikel 9c, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 10.000 bedraagt.
## Hoofdstuk IIc. Periodiek overleg inzake financiële stabiliteit
### Artikel 9h
**1.** De Bank voert, onder de naam Financieel Stabiliteitscomité, periodiek overleg met vertegenwoordigers van de Stichting Autoriteit Financiële Markten en Onze Minister over macro-economische en financiële ontwikkelingen met als doel om risicos voor de stabiliteit van het financiële stelsel te signaleren en mogelijke oplossingsrichtingen ter mitigatie van die risicos aan te dragen. De Bank kan, in overeenstemming met de Stichting Autoriteit Financiële Markten, dienaangaande aanbevelingen doen.
**2.** De deelnemers komen ten minste tweemaal per jaar bijeen onder voorzitterschap van de president van de Bank. De Bank brengt van deze bijeenkomsten en van aanbevelingen verslag uit aan Onze Minister. Onze Minister zendt afschriften van deze verslagen aan de beide kamers der Staten-Generaal.
**3.** Het Centraal Planbureau woont als externe deskundige de bijeenkomsten van het overleg bij.
**4.** De deelnemers regelen de verdere werkwijze van het overleg.
## Hoofdstuk III. Bepalingen betreffende de vennootschap
### Artikel 10
@ -192,13 +204,13 @@ Artikel 153 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de B
### Artikel 11
Bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij toepassing op de Bank strijdigheid opleveren met het Verdrag of de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken zijn niet van toepassing op de Bank. Met het oog op de uitvoering van artikel 131 van het Verdrag worden deze bepalingen bij algemene maatregel van bestuur aangewezen.
Bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij toepassing op de Bank strijdigheid opleveren met het Verdrag of de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken zijn niet van toepassing op de Bank. Met het oog op de uitvoering van artikel 131 van het Verdrag worden deze bepalingen bij algemene maatregel van bestuur aangewezen.
### Artikel 12
**1.** De directie van de Bank is belast met het besturen van de Bank. De directie bestaat uit een president en tenminste drie en ten hoogste vijf directeuren.
**1.** De directie van de Bank is belast met het besturen van de Bank. De directie bestaat uit een president en ten minste drie en ten hoogste vijf directeuren.
**2.** De president en de directeuren worden voor een periode van zeven jaren bij koninklijk besluit benoemd. Herbenoeming in dezelfde functie kan eenmaal plaatsvinden. Voor elke benoeming wordt door de raad van commissarissen, de directie gehoord, een aanbevelingslijst van drie personen opgemaakt.
**2.** De president en de directeuren worden voor een periode van zeven jaren bij koninklijk besluit benoemd. Herbenoeming in dezelfde functie kan eenmaal plaatsvinden. Voor elke benoeming wordt door de raad van commissarissen, de directie gehoord, een aanbevelingslijst van in beginsel drie personen opgemaakt.
**3.** Voorafgaand aan het opmaken van de aanbevelingslijst stelt de raad van commissarissen, de directie gehoord, een functieprofiel op.
@ -220,7 +232,7 @@ Bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij toepassing op de Bank s
### Artikel 12b
**1.** Eén van de directeuren is belast met de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e. Deze directeur is niet tevens belast met de uitoefening van de taken, bedoeld in de artikelen 3 en 4, eerste lid, onderdeel a, voor zover het betreft het toezicht op banken en verzekeraars, en onderdeel c.
**1.** Eén van de directeuren is belast met de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e. Deze directeur is niet tevens belast met de uitoefening van de taken, bedoeld in de artikelen 3 en 4, eerste lid, onderdeel a, voor zover het betreft het toezicht op bepaalde financiële ondernemingen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, en onderdeel c.
**2.** Ter zake van besluitvorming in de directie waarbij de taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, wordt uitgeoefend, worden aan de directeur, bedoeld in het eerste lid, evenveel stemmen toegekend als aan de overige leden van de directie tezamen. Bij staking van de stemmen, beslist de stem van de directeur, bedoeld in het eerste lid.
@ -230,13 +242,13 @@ Bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij toepassing op de Bank s
**1.** De raad van commissarissen bestaat uit ten minste zeven en ten hoogste tien leden.
**2.** Eén lid van de raad van commissarissen wordt van overheidswege benoemd, telkens voor een periode van vier jaar.
**2.** Eén lid van de raad van commissarissen wordt van overheidswege benoemd voor een periode van vier jaar. Herbenoeming kan plaatsvinden overeenkomstig de statuten van de Bank.
**3.** De voorzitter alsmede de andere leden van de raad van commissarissen worden telkens voor een periode van vier jaar benoemd door de aandeelhouders uit een voordracht van drie personen voor elke te vervullen plaats, opgemaakt door de raad van commissarissen. Voorafgaand aan het opmaken van de voordracht stelt de raad van commissarissen een functieprofiel op.
**3.** De voorzitter alsmede de andere leden van de raad van commissarissen worden voor een periode van vier jaar benoemd door de aandeelhouders uit een voordracht van in beginsel drie personen voor elke te vervullen plaats, opgemaakt door de raad van commissarissen. Voorafgaand aan het opmaken van de voordracht stelt de raad van commissarissen een functieprofiel op. Herbenoeming kan plaatsvinden overeenkomstig de statuten van de Bank.
**4.** Bij afwezigheid van de voorzitter wordt het voorzitterschap bekleed door een daartoe door de vergadering aangewezen ander lid.
**5.** De leden van de raad van commissarissen kunnen door de aandeelhouders worden geschorst of uit hun functie worden ontheven indien zij niet meer voldoen aan de eisen voor de uitoefening van hun functie of op ernstige wijze zijn tekortgeschoten. Ontheffing uit de functie vindt voorts plaats op eigen verzoek.
**5.** De leden van de raad van commissarissen kunnen door degene die hen heeft benoemd worden geschorst of uit hun functie worden ontheven indien zij niet meer voldoen aan de eisen voor de uitoefening van hun functie of op ernstige wijze zijn tekortgeschoten. Ontheffing uit de functie vindt voorts plaats op eigen verzoek.
**6.** Met inachtneming van het bepaalde in het Verdrag en de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, houdt de raad van commissarissen toezicht op de algemene gang van zaken binnen de Bank en het beleid van de directie ter uitvoering van artikel 4. De raad van commissarissen staat de directie met raad terzijde en stelt de jaarrekening vast. De vastgestelde jaarrekening behoeft de goedkeuring van de aandeelhouders.
@ -250,13 +262,13 @@ Bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij toepassing op de Bank s
**1.**
Er is een bankraad, bestaande uit tenminste elf en ten hoogste dertien leden, te weten:
Er is een bankraad, bestaande uit ten minste elf en ten hoogste dertien leden, te weten:
a. het in het tweede lid van artikel 13 bedoelde lid van de raad van commissarissen;
b. één door de raad van commissarissen uit hun midden aan te wijzen lid;
c. ten minste negen en ten hoogste elf leden die steeds voor vier jaar worden benoemd door de bankraad.
**2.** De benoeming van leden, bedoeld in het eerste lid onder c, geschiedt uit een aanbevelingslijst van tenminste twee personen voor elke te vervullen plaats, op te maken door de directie van de Bank, waarbij wordt gestreefd naar representatie van de verschillende maatschappelijke geledingen.
**2.** De benoeming van leden, bedoeld in het eerste lid onder c, geschiedt uit een aanbevelingslijst van in beginsel twee personen voor elke te vervullen plaats, op te maken door de directie van de Bank, waarbij wordt gestreefd naar representatie van de verschillende maatschappelijke geledingen.
**3.** De bankraad benoemt uit zijn midden een voorzitter. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt het voorzitterschap bekleed door een daartoe door de vergadering aangewezen lid. Het secretariaat wordt vervuld door de Bank.
@ -266,7 +278,7 @@ c. ten minste negen en ten hoogste elf leden die steeds voor vier jaar worden be
### Artikel 16
**1.** De Bank stelt, met inachtneming van het Verdrag en na overleg met Onze Minister, interne richtlijnen vast voor het beheer van effecten, geldswaardige papieren en de goud- en deviezenvoorraad die niet is overgedragen aan de Europese Centrale Bank overeenkomstig artikel 30 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, daarbij op gepaste wijze rekening houdend met de belangen van de Staat.
**1.** De Bank stelt, met inachtneming van het Verdrag en na overleg met Onze Minister, interne richtlijnen vast voor het beheer van effecten, geldswaardige papieren en de goud- en deviezenvoorraad die niet is overgedragen aan de Europese Centrale Bank overeenkomstig artikel 30 van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, daarbij op gepaste wijze rekening houdend met de belangen van de Staat.
**2.** De Bank is bevoegd, met toestemming van Onze Minister, reserves na winstvaststelling te vormen. Stortingen in en onttrekkingen aan deze reserves behoeven de toestemming van Onze Minister.
@ -284,11 +296,11 @@ c. ten minste negen en ten hoogste elf leden die steeds voor vier jaar worden be
**1.** Onze Minister is, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag, bevoegd de Bank met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde doelstelling, gegevens of inlichtingen te vragen die naar zijn oordeel nodig zijn ter bepaling van het financieel-economisch beleid van de regering.
**2.** De Bank is, met inachtneming van artikel 10.4 en artikel 37 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, verplicht aan Onze Minister de in het eerste lid bedoelde gegevens en inlichtingen te verstrekken.
**2.** De Bank is, met inachtneming van artikel 10.4 en artikel 37 van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, verplicht aan Onze Minister de in het eerste lid bedoelde gegevens en inlichtingen te verstrekken.
### Artikel 19
Met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de doelstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, kan de president van de Bank, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag en van artikel 10.4 en artikel 37 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, door elk der beide kamers der Staten-Generaal op hun verzoek worden gehoord.
Met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de doelstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, kan de president van de Bank, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag en van artikel 10.4 en artikel 37 van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, door elk der beide kamers der Staten-Generaal op hun verzoek worden gehoord.
### Artikel 20