2005-03-16 | BWBR0015007 | Spoorwegwet

This commit is contained in:
Coornhert 2005-03-16 12:00:00 +00:00
parent 3fd460ccd7
commit 5fe7146d5f

View file

@ -32,7 +32,7 @@ m. richtlijn 2001/14/EG: richtlijn nr. 2001/14/EG van het Europees Parlement en
n. richtlijn 96/48/EG: richtlijn nr. 96/48/EG van de Raad van de Europese Unie van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het transeuropees hoge-snelheidsspoorwegsysteem (PbEG L 235);
o. richtlijn 2001/16/EG: richtlijn nr. 2001/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 maart 2001 betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (PbEG L 110);
p. Verdrag: Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (Trb. 1980, 160), zoals gewijzigd ingevolge het op 20 december 1990 te Bern tot stand gekomen Protocol 1990 houdende wijziging van het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980 (Trb. 1997, 19) en het op 3 juni 1999 te Vilnius tot stand gekomen Protocol 1999 inzake de herziening van het Verdrag betreffende het Internationale spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980 (Trb. 2000, 70);
q. raad van bestuur NMa: raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet.
q. directeur-generaal NMa: directeur-generaal van de mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet.
### Artikel 2
@ -288,7 +288,16 @@ b. de hoofdspoorweginfrastructuur of delen daarvan te beschadigen, te vernielen,
c. zich op of langs gedeelten van een hoofdspoorweg, met uitzondering van een perron, die niet zijn gelegen in een gelijkvloerse kruising met een weg of in een voor het openbaar verkeer openstaande weg, te bevinden of daarop of daarlangs dieren te drijven of te laten lopen;
d. enige handeling op of nabij de hoofdspoorweg te verrichten waardoor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur kan worden gehinderd of belemmerd.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op het uitvoeren van het beheer, de uitoefening van een veiligheidsfunctie of de uitoefening van een wettelijke taak.
**2.**
Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. het uitvoeren van het beheer;
b. de uitoefening van een veiligheidsfunctie;
c. de uitoefening van een wettelijke taak;
d. het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een spoorwegonderneming die beschikt over een veiligheidsattest als bedoeld in artikel 32, eerste lid, of een proefattest als bedoeld in artikel 34.
**3.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod. Artikel 21, tweede lid, tweede en derde volzin, zijn van toepassing.
### Artikel 23
@ -577,7 +586,7 @@ b. de eisen, bedoeld in de artikelen 37, tweede lid, 38, eerste lid, onderdeel a
Een erkenning wordt op aanvraag verleend indien:
a. de natuurlijke persoon of de bestuurders van de rechtspersoon beschikken over een met het oog op de erkenning verleende verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële gegevens dan wel voldoen aan gelijkwaardige eisen van betrouwbaarheid;
a. de natuurlijke persoon of de bestuurders van de rechtspersoon beschikken over een met het oog op de erkenning verleende verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens dan wel voldoen aan gelijkwaardige eisen van betrouwbaarheid;
b. de natuurlijke persoon of de bestuurders van de rechtspersoon aantonen dat de onderhouds- en herstelwerkzaamheden met de grootste beroepsintegriteit en vakbekwaamheid worden uitgevoerd en
c. wordt voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen of nadere eisen.
@ -707,7 +716,7 @@ d. alle overige relevante informatie voor het gebruik van de capaciteit.
**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**4.** De beheerder brengt in de netverklaring zo nodig wijzigingen aan. Met inachtneming van artikel 8, vierde lid, van richtlijn 2001/14/EG en tegen vergoeding van ten hoogste de kostprijs stelt hij de gewijzigde netverklaring algemeen verkrijgbaar en doet hij van de wijzigingen mededeling aan de betrokken spoorwegondernemingen en aan de raad van bestuur NMa.
**4.** De beheerder brengt in de netverklaring zo nodig wijzigingen aan. Met inachtneming van artikel 8, vierde lid, van richtlijn 2001/14/EG en tegen vergoeding van ten hoogste de kostprijs stelt hij de gewijzigde netverklaring algemeen verkrijgbaar en doet hij van de wijzigingen mededeling aan de betrokken spoorwegondernemingen en aan de directeur-generaal NMa.
### Paragraaf 3. Toegangsovereenkomst
@ -732,7 +741,7 @@ b. de gebruiksvergoeding.
**2.** In een kaderovereenkomst wordt uitgesloten dat overeengekomen capaciteit kan worden overgedragen aan of gebruikt door een ander dan een gerechtigde.
**3.** Een kaderovereenkomst met een geldigheidsduur van meer dan vijf jaar behoeft de voorafgaande instemming van de raad van bestuur NMa.
**3.** Een kaderovereenkomst met een geldigheidsduur van meer dan vijf jaar behoeft de voorafgaande instemming van de directeur-generaal NMa.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten behoeve van de kaderovereenkomst algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 231 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek worden vastgesteld. In dat geval wordt in de kaderovereenkomst naar die algemene voorwaarden verwezen.
@ -772,9 +781,9 @@ b. de gebruiksvergoeding.
### Artikel 63
**1.** Onderhandelingen tussen een gerechtigde en de beheerder betreffende de hoogte van de gebruiksvergoeding zijn niet toegestaan dan na een melding aan en onder toezicht van de raad van bestuur NMa.
**1.** Onderhandelingen tussen een gerechtigde en de beheerder betreffende de hoogte van de gebruiksvergoeding zijn niet toegestaan dan na een melding aan en onder toezicht van de directeur-generaal NMa.
**2.** De raad van bestuur NMa legt, indien de onderhandelingen naar zijn oordeel in strijd zijn met richtlijn 2001/14/EG, aan de overtreder zo nodig een last onder dwangsom op. Aan de last kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de raad van bestuur NMa. De artikelen 3, tweede lid, 56, vierde lid, 62, derde lid, en 65 van de Mededingingswet zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** De directeur-generaal NMa legt, indien de onderhandelingen naar zijn oordeel in strijd zijn met richtlijn 2001/14/EG, aan de overtreder zo nodig een last onder dwangsom op. Aan de last kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de directeur-generaal NMa. De artikelen 3, tweede lid, 56, vierde lid, 62, derde lid, en 65 van de Mededingingswet zijn van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf 7. Nadere bepalingen inzake het gebruik van hoofdspoorwegen
@ -848,11 +857,11 @@ b. voor de dienst of voorziening een afzonderlijke boekhouding voert en deze ter
### Artikel 70
**1.** De raad van bestuur NMa is de toezichthoudende instantie, bedoeld in artikel 10, zevende lid, van richtlijn 91/440/EEG en de artikelen 30 en 31 van richtlijn 2001/14/EG.
**1.** De directeur-generaal NMa is de toezichthoudende instantie, bedoeld in artikel 10, zevende lid, van richtlijn 91/440/EEG en de artikelen 30 en 31 van richtlijn 2001/14/EG.
**2.**
De bij besluit van de raad van bestuur NMa aangewezen ambtenaren van deze autoriteit zijn belast met:
De bij besluit van de directeur-generaal NMa aangewezen ambtenaren van deze autoriteit zijn belast met:
a. voor de toepassing van het eerste lid: het toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens artikel 17, eerste lid, onderdeel d, en het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27, eerste lid, 57 tot en met 63, 67, 68 en 95, eerste volzin;
b. voor de toepassing van het eerste lid en artikel 71: het onderzoek, bedoeld in artikel 1 van de Mededingingswet.
@ -863,21 +872,25 @@ b. voor de toepassing van het eerste lid en artikel 71: het onderzoek, bedoeld i
### Artikel 71
**1.** Een gerechtigde als bedoeld in artikel 57 of een andere belanghebbende kan de raad van bestuur NMa schriftelijk verzoeken om te onderzoeken of de beheerder, een spoorwegonderneming of een rechthebbende als bedoeld in artikel 67 of 95 de verzoeker oneerlijk heeft behandeld, heeft gediscrimineerd of anderszins heeft benadeeld als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van richtlijn 91/440/EEG of artikel 30, tweede lid, van richtlijn 2001/14/EG.
**1.** Een gerechtigde als bedoeld in artikel 57 of een andere belanghebbende kan de directeur-generaal NMa schriftelijk verzoeken om te onderzoeken of de beheerder, een spoorwegonderneming of een rechthebbende als bedoeld in artikel 67 of 95 de verzoeker oneerlijk heeft behandeld, heeft gediscrimineerd of anderszins heeft benadeeld als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van richtlijn 91/440/EEG of artikel 30, tweede lid, van richtlijn 2001/14/EG.
**2.** Een partij bij een toegangsovereenkomst of een kaderovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 4 kan de raad van bestuur NMa schriftelijk verzoeken om een oordeel over het gedrag van de wederpartij.
**2.** Een partij bij een toegangsovereenkomst of een kaderovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 4 kan de directeur-generaal NMa schriftelijk verzoeken om een oordeel over het gedrag van de wederpartij.
**3.** Indien de raad van bestuur NMa van oordeel is dat de klacht ongegrond is, geeft hij dat oordeel binnen uiterlijk twee maanden na ontvangst van de gegevens en bescheiden die voor zijn oordeel nodig zijn.
**3.** De directeur-generaal NMa geeft zijn oordeel over de klacht uiterlijk twee maanden na ontvangst van de gegevens en bescheiden die voor zijn oordeel nodig zijn.
**4.** Indien de raad van bestuur NMa van oordeel is dat de klacht gegrond is, legt hij zo nodig een last onder dwangsom op. De raad van bestuur NMa kiest de termijn, bedoeld in artikel 5:32, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zodanig dat de last moet zijn uitgevoerd binnen uiterlijk twee maanden na ontvangst van de gegevens en bescheiden die voor het oordeel van de raad van bestuur NMa nodig zijn.
**4.** Indien de directeur-generaal NMa van oordeel is dat de klacht gegrond is, legt hij zo nodig een last onder dwangsom op.
**5.** Aan een last als bedoeld in het vierde lid kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de raad van bestuur NMa. De artikelen 3, tweede lid, 56, vierde lid, 62, derde lid, en 65 van de Mededingingswet zijn van overeenkomstige toepassing.
**5.** Aan een last als bedoeld in het vierde lid kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de directeur-generaal NMa. De artikelen 3, tweede lid, 56, vierde lid, 62, derde lid, en 65 van de Mededingingswet zijn van overeenkomstige toepassing.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot ten behoeve van het onderzoek te verstrekken gegevens en bescheiden, alsmede met betrekking tot de termijnen voor het verstrekken van de gegevens en bescheiden.
### Artikel 72
De raad van bestuur NMa en de krachtensartikel 70, tweede lid, aangewezen ambtenaren gebruiken de gegevens of inlichtingen die zij hebben verkregen bij de uitoefening van hun in dat artikel bedoelde taken, uitsluitend voor de uitoefening van die taken of van de bij of krachtens de Mededingingswet aan hen opgedragen taken of toegekende bevoegdheden.
**1.** De directeur-generaal NMa en de krachtensartikel 70, tweede lid, aangewezen ambtenaren gebruiken de gegevens of inlichtingen die zij hebben verkregen bij de uitoefening van hun in dat artikel bedoelde taken, uitsluitend voor de uitoefening van die taken of van de bij of krachtens de Mededingingswet aan hen opgedragen taken of toegekende bevoegdheden.
**2.** De directeur-generaal NMa kan desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van diens taak benodigde gegevens of inlichtingen verstrekken.
**3.** Onze Minister kan desgevraagd aan de directeur-generaal NMa de voor de uitoefening van diens taak benodigde gegevens of inlichtingen verstrekken.
### Artikel 73
@ -891,7 +904,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 75
De raad van bestuur NMa kan aan degene die jegens een krachtens artikel 70, tweede lid, aangewezen ambtenaar in strijd handelt met artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 4 500. De artikelen 69, tweede en derde lid, 70, 77 tot en met 79, 81 en 82 van de Mededingingswet zijn van overeenkomstige toepassing.
De directeur-generaal NMa kan aan degene die jegens een krachtens artikel 70, tweede lid, aangewezen ambtenaar in strijd handelt met artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemingsvereniging als bedoeld in artikel 1 van de Mededingingswet betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. De artikelen 69, tweede en derde lid, 70, 77 tot en met 79, 81 en 82 van de Mededingingswet zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 76
@ -899,7 +912,7 @@ De raad van bestuur NMa kan aan degene die jegens een krachtens artikel 70, twee
**2.**
In geval van overtreding van het bepaalde krachtens artikel 17, eerste lid, onderdeel d, of het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27, eerste lid, 57 tot en met 62, 63, eerste lid, 67, 68 en 95, eerste volzin, kan de raad van bestuur NMa de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend:
In geval van overtreding van het bepaalde krachtens artikel 17, eerste lid, onderdeel d, of het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27, eerste lid, 57 tot en met 62, 63, eerste lid, 67, 68 en 95, eerste volzin, kan de directeur-generaal NMa de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend:
a. een bestuurlijke boete opleggen;
b. een last onder dwangsom opleggen.
@ -1140,41 +1153,23 @@ Voorzover dit noodzakelijk is ter beoordeling van het voldoen aan de bij of krac
### Artikel 98
**1.** Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de artikelen 99 tot en met 101, eerste lid, en 102 in werking worden gesteld.
**2.** Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen.
**3.** Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.
**4.** Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.
**5.** Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.
**6.** Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.
Vervallen
### Artikel 99
**1.** Wegens redenen van staatsbelang kan Onze Minister de staking van de dienst bevelen.
**2.** Een besluit op grond van het eerste lid wordt in de Staatscourant bekendgemaakt en in de provincies waarin de spoorweg ligt zo spoedig mogelijk algemeen bekend gemaakt.
**3.** Een krachtens het eerste lid gestaakte dienst wordt niet hervat dan na toestemming van Onze Minister.
**4.** Indien Onze Minister staking van de dienst beveelt vanuit het oogpunt van de verdediging, kan hij tevens bepalen dat al het spoorwegmaterieel wordt verwijderd. In dat geval wijst Onze Minister van Defensie de plaats of plaatsen aan waarheen dat materieel moet worden vervoerd.
Vervallen
### Artikel 100
Onze Minister van Defensie is bevoegd bevel te geven tot het geheel of gedeeltelijk onbruikbaar maken van spoorweginfrastructuur. Zo spoedig als het staatsbelang het toelaat wordt de spoorweginfrastructuur op bevel van Onze Minister en op kosten van het Rijk hersteld.
Vervallen
### Artikel 101
**1.** Onze Minister wie het aangaat is bevoegd, tegen schadeloosstelling, het gebruik van spoorweginfrastructuur en spoorwegmaterieel te vorderen.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de toepassing van het eerste lid.
Vervallen
### Artikel 102
Onze Minister van Defensie kan in overeenstemming met Onze Minister aan een spoorwegonderneming en de beheerder aanwijzingen geven betreffende de uitvoering van hun werkzaamheden.
Vervallen
## Hoofdstuk 8. Aanpassing en intrekking van andere wetten
@ -1248,8 +1243,7 @@ Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de hierna genoemde algemene maatreg
a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
b. het Algemeen Reglement Vervoer berust op dit artikel;
c. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
e. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
### Paragraaf 2. Overige overgangsbepalingen
@ -1291,9 +1285,9 @@ Erkenningen op grond van artikel 32d, zevende lid, van de Spoorwegwet (Stb. 1875
### Artikel 124
**1.** Bij de eerste toepassing van artikel 2 kunnen in afwijking van artikel 2, tweede en vijfde lid, spoorwegen als hoofdspoorwegen worden aangewezen, indien deze spoorwegen rechtstreeks of middellijk in overwegende mate zijn aangelegd op kosten van het Rijk en naar het oordeel van Onze Minister voldoende is komen vast te staan dat gedurende de periode van twee jaar voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel 2 deze spoorwegen door Railinfrabeheer b.v., gevestigd te Utrecht, werden onderhouden.
**1.** In afwijking van artikel 2, tweede en vijfde lid, kunnen spoorwegen als hoofdspoorwegen worden aangewezen, indien deze spoorwegen rechtstreeks of middellijk in overwegende mate zijn aangelegd op kosten van het Rijk en naar het oordeel van Onze Minister voldoende is komen vast te staan dat gedurende de periode van twee jaar voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel 2, tweede lid deze spoorwegen door Railinfrabeheer b.v., gevestigd te Utrecht, werden onderhouden.
**2.** Tot 1 januari 2005 kunnen in afwijking van artikel 2, tweede lid, spoorwegen als hoofdspoorwegen worden aangewezen, indien Railinfrabeheer b.v. of Railinfratrust b.v., gevestigd te Utrecht, rechthebbende is ten aanzien van deze spoorwegen.
**2.** Tot 1 januari 2008 kunnen in afwijking van artikel 2, tweede en vijfde lid, spoorwegen als hoofdspoorwegen worden aangewezen, indien Railinfrabeheer b.v., of Railinfratrust b.v., gevestigd te Utrecht, of hun rechtsopvolger rechthebbende is ten aanzien van deze spoorwegen.
### Artikel 125