2011-01-01 | BWBR0004052 | Reglement Dienst Buitenlandse Zaken

This commit is contained in:
Coornhert 2011-01-01 12:00:00 +00:00
parent c30312b6f7
commit 601a5f847d

View file

@ -1033,23 +1033,25 @@ b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden.
**4.** Het verlof wordt uitsluitend verleend aan de ambtenaar wiens dienstbetrekking ten minste een jaar heeft geduurd. Het verlof wordt behoudens bijzondere gevallen genoten gedurende een plaatsing in Nederland. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden het verlof gedurende plaatsing buiten Nederland kan worden genoten.
**5.** Het aantal uren verlof waarop de ambtenaar per keer ten hoogste aanspraak heeft, bedraagt een kwart van het aantal door de ambtenaar te werken uren in het kalenderjaar waarin het verlof aanvangt uitgaande van zijn arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof aanvangt. Indien de arbeidsduur van de ambtenaar gedurende het verlof wijzigt, wordt de aanspraak op het verlof opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de mate waarin de arbeidsduur is gewijzigd en de mate waarin de periode gedurende welke het verlof wordt genoten is verstreken.
**5.** Het aantal uren verlof waarop de ambtenaar per keer ten hoogste aanspraak heeft, bedraagt zesentwintig maal de arbeidsduur per week uitgaande van zijn arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof aanvangt. Indien de arbeidsduur van de ambtenaar gedurende het verlof wijzigt, wordt de aanspraak op het verlof opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de mate waarin de arbeidsduur is gewijzigd en de mate waarin de periode gedurende welke het verlof wordt genoten is verstreken.
**6.** Het verlof wordt opgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden en gelijkmatig over deze periode verdeeld. In afwijking van de eerste volzin kan de ambtenaar verzoeken om het verlof op een andere wijze aaneengesloten te genieten of het verlof op te delen in ten hoogste drie perioden, waarbij iedere periode ten minste een maand bedraagt. Met het verzoek wordt ingestemd, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.
**6.** Het verlof wordt opgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf maanden en gelijkmatig over deze periode verdeeld. In afwijking van de eerste volzin kan de ambtenaar verzoeken om het verlof op een andere wijze aaneengesloten te genieten of het verlof op te delen in ten hoogste drie perioden, waarbij iedere periode ten minste een maand bedraagt. Met het verzoek wordt ingestemd, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.
**7.** De ambtenaar heeft over de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend, recht op 75% van zijn bezoldiging, verminderd met de ouderschapsverlofkorting waarop over die uren op grond van artikel 8.14b van de Wet inkomstenbelasting 2001 maximaal recht kan bestaan. Indien een ouderschapsverlofkorting is toegekend, heeft de ambtenaar op zijn aanvraag tevens recht op het verschil tussen de maximale ouderschapsverlofkorting, bedoeld in de eerste volzin, en de toegekende ouderschapsverlofkorting. De ambtenaar dient zijn aanvraag in binnen zes maanden nadat de ouderschapsverlofkorting is toegekend.
**7.** Bij een keuze voor het maximale aantal uren verlof als bedoeld in het vijfde lid, heeft de ambtenaar over de verlofuren aanspraak op 27,5% van zijn bezoldiging. Bij een aanvraag voor een geringer aantal uren verlof wordt het percentage evenredig verhoogd tot ten hoogste 55. Zo nodig wordt het percentage rekenkundig afgerond op één decimaal achter de komma.
**8.** De ambtenaar is verplicht tot terugbetaling van hetgeen hem over de genoten uren ouderschapsverlof is toegekend over de genoten verlofuren indien hem tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten feiten of omstandigheden. Ontslag op aanvraag gevolgd door een overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als ontslag beschouwd. De ambtenaar kan worden ontheven van de in de eerste volzin bedoelde verplichting, indien er bijzondere omstandigheden zijn die dat rechtvaardigen.
**9.**
De ambtenaar meldt het voornemen verlof te nemen ten minste twee maanden voor het door hem gewenste tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk, onder opgave van:
De ambtenaar meldt het voornemen verlof op te nemen ten minste twee maanden voor het door hem gewenste tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk aan het tot verlening van het verlof bevoegde gezag.
a. de aaneengesloten periode van het verlof;
b. het aantal uren verlof per week;
Daarbij geeft de ambtenaar op:
a. het tijdvak waarin het verlof zal worden genoten;
b. het aantal uren verlof per week; en
c. de spreiding van de verlofuren over de week.
De tijdstippen van ingang en einde van het verlof kunnen afhankelijk worden gesteld van de datum van de bevalling, van het einde van het bevallingsverlof of van de aanvang van de verzorging.
Bij de eerste melding van het desbetreffende kind dient tevens opgave te worden gedaan van het totaal aantal uren dat de ambtenaar wenst op te nemen en de eventuele opdeling daarvan in perioden op grond van het zesde lid. Indien de ambtenaar het verlof heeft opgedeeld in meerdere perioden geldt de opgave, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, slechts voor één verlofdeel tegelijk. De tijdstippen van ingang en einde van het verlof kunnen afhankelijk worden gesteld van de datum van de bevalling, van het einde van het bevallingsverlof of van de aanvang van de verzorging van het kind.
**10.**
@ -1065,6 +1067,8 @@ Het bevoegd gezag is tevens verplicht in te stemmen met een aanvraag van de ambt
**14.** Indien het verlof op grond van het zesde lid is opgedeeld en de aanstelling eindigt voordat het verlof volledig is genoten, heeft de ambtenaar, indien hij een nieuwe aanstelling krijgt bij een ander bevoegd gezag aanspraak op de eventueel resterende deelperioden van het verlof met inachtneming van het bepaalde in dit artikel.
**15.** Op de ambtenaar die voor een kind het verlof geheel of gedeeltelijk heeft opgenomen voor 1 januari 2011, blijven het vijfde en zevende lid, van toepassing zoals die luidden op 31 december 2010 voor wat betreft zijn recht op bezoldiging tijdens de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend, met dien verstande dat aanvullend dertien maal de arbeidsduur per week kan worden opgenomen zonder behoud van bezoldiging.
### Artikel 45c
**1.** De ambtenaar heeft in verband met de adoptie van een kind aanspraak op verlof met behoud van bezoldiging.
@ -1358,7 +1362,7 @@ b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de
**1.**
De ambtenaar, bedoeld in artikel 54a, tweede lid, die voor 1 januari 2011 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
De ambtenaar, bedoeld in artikel 54a, tweede lid, die voor 1 januari 2012 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en
b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.