2016-01-01 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
This commit is contained in:
parent
b62b671b0b
commit
6036a1cdea
1 changed files with 30 additions and 31 deletions
|
|
@ -39,9 +39,9 @@ De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag een aantekening maken
|
|||
|
||||
#### 2.1. Algemeen
|
||||
|
||||
De vreemdeling geeft in persoon bij de aanmeldunit van de Vreemdelingenpolitie te kennen dat hij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen. De vreemdelingenpolitie registreert dit verzoek binnen de termijnen als bedoeld in artikel 3.107b Vb.
|
||||
De vreemdeling geeft in persoon bij de aanmeldunit van de AVIM te kennen dat hij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen. De AVIM registreert dit verzoek binnen de termijnen als bedoeld in artikel 3.107b Vb.
|
||||
|
||||
De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in bij de Vreemdelingenpolitie in het aanmeldcentrum Ter Apel dan wel op een andere door de IND aangewezen locatie. De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd conform artikel 3.108c Vb zo snel mogelijk in nadat de Vreemdelingenpolitie de handelingen in het kader van de vaststelling van de identiteit heeft verricht.
|
||||
De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in bij de AVIM in het aanmeldcentrum Ter Apel dan wel op een andere door de IND aangewezen locatie. De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd conform artikel 3.108c Vb zo snel mogelijk in nadat de AVIM de handelingen in het kader van de vaststelling van de identiteit heeft verricht.
|
||||
|
||||
In afwijking van de regel over het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gelden aparte beleidsregels voor de vreemdeling:
|
||||
|
||||
|
|
@ -56,13 +56,13 @@ De IND verstrekt aan de vreemdeling met het oog op zijn beschikbaarheid tijdens
|
|||
|
||||
De IND beoordeelt op verzoek van de vreemdeling of de beschikbaarheid van de vreemdeling tijdens de asielprocedure nodig is. De beschikbaarheid van de vreemdeling is niet meer nodig als geen processtappen in aanwezigheid van de vreemdeling meer plaatsvinden.
|
||||
|
||||
Zodra de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend, verstrekt de IND aan de vreemdeling de informatiebrochure ‘Deel A: Informatie over de Dublinverordening voor personen die om internationale bescherming verzoeken’, conform artikel 4 van Verordening (EU) nr. 604/2013 aan de vreemdeling.
|
||||
Zodra de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend, verstrekt de IND aan de vreemdeling de informatiebrochure ‘Deel A: Informatie over de Dublinverordening voor personen die om internationale bescherming verzoeken’, conform artikel 4 van Verordening (EU) nr. 604/2013.
|
||||
|
||||
Tevens Ook start de IND conform artikel 20, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013 met het onderzoek naar welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van die aanvraag.
|
||||
Ook start de IND conform artikel 20, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013 met het onderzoek naar welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van die aanvraag.
|
||||
|
||||
Ten behoeve Voor van dit onderzoek verricht de IND, de vreemdelingenpolitie en/of de ambtenaar belast met het grenstoezicht onderzoek naar de vingerafdrukken van de vreemdeling in EU VIS en EURODAC.
|
||||
Voor dit onderzoek verricht de IND, de AVIM en/of de ambtenaar belast met de grensbewaking onderzoek naar de vingerafdrukken van de vreemdeling in EU VIS en EURODAC.
|
||||
|
||||
Ten behoeve In het kader van dit onderzoek neemt de IND een gehoor af in de zin van artikel 5, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013. Tijdens dit gehoor biedt de IND de vreemdeling de mogelijkheid om de volgens artikel 4 Verordening (EU) 604/2013 aan hem verstrekte informatie juist te begrijpen; stelt de IND in ieder geval vragen in het kader van Verordening (EU) 604/2013; en informeert de IND de vreemdeling over de resultaten van het onderzoek naar de vingerafdrukken van de vreemdeling. De IND kan aan de vreemdeling een aantal vragen stellen over de resultaten van het onderzoek in Eurodac en EU VIS. Wanneer de vreemdeling de toegang is geweigerd of in bewaring is gesteld, kan ook de Vreemdelingenpolitie of de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling horen in het kader van Verordening (EU) 604/2013.
|
||||
In het kader van dit onderzoek neemt de IND een gehoor af in de zin van artikel 5, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013. Tijdens dit gehoor biedt de IND de vreemdeling de mogelijkheid om de volgens artikel 4 Verordening (EU) 604/2013 aan hem verstrekte informatie juist te begrijpen; stelt de IND in ieder geval vragen in het kader van Verordening (EU) 604/2013; en informeert de IND de vreemdeling over de resultaten van het onderzoek naar de vingerafdrukken van de vreemdeling. De IND kan aan de vreemdeling vragen stellen over de resultaten van het onderzoek in Eurodac en EU VIS. Wanneer de vreemdeling de toegang is geweigerd of in bewaring is gesteld, kan ook de AVIM of de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling horen in het kader van Verordening (EU) 604/2013.
|
||||
|
||||
Zodra er concrete aanwijzingen zijn dat een ander land verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verstrekt de IND aan de vreemdeling de informatiebrochure ‘Deel B: De Dublinprocedure – informatie voor personen die om internationale bescherming verzoeken en zich in een Dublinprocedure bevinden, conform artikel 4 van Verordening (EU) Nr. 604/2013’. Als de folder tijdens het gehoor wordt uitgereikt, wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld de brochure te lezen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -139,9 +139,10 @@ Het leeftijdsonderzoek kan tijdens de rust- en voorbereidingstermijn worden uitg
|
|||
|
||||
Een leeftijdsonderzoek wordt niet aan de vreemdeling aangeboden als de vreemdeling naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen en/of de IND evident meerderjarig of evident minderjarig is.
|
||||
|
||||
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen concludeert samen met twee medewerkers van de IND of er sprake is van evidente meerderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en/of verklaringen van de vreemdeling die stelt minderjarig te zijn.
|
||||
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen concludeert samen met één medewerker van de IND (indien er twee ambtenaren belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen betrokken zijn) of twee medewerkers van de IND (indien er één ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen betrokken is):
|
||||
|
||||
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen concludeert samen met twee medewerkers van de IND of er sprake is van evidente minderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en/of verklaringen van de vreemdeling die stelt meerderjarig te zijn.
|
||||
• of er sprake is van evidente meerderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en/of verklaringen van de vreemdeling die stelt minderjarig te zijn.
|
||||
• of er sprake is van evidente minderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en/of verklaringen van de vreemdeling die stelt meerderjarig te zijn.
|
||||
|
||||
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen en/of de IND zorgt ervoor dat de conclusie dat een vreemdeling evident meerderjarig of evident minderjarig is, wordt opgenomen in het dossier van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -237,7 +238,7 @@ De IND kan de termijnen van de algemene asielprocedure verlengen op grond van ar
|
|||
• de vreemdeling opnieuw een eerste of nader gehoor moet afnemen;
|
||||
• zonder verlenging van de termijnen van de algemene asielprocedure de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kan afwijzen op grond van de omstandigheid dat het asielrelaas van de vreemdeling ongeloofwaardig wordt geacht.
|
||||
|
||||
De IND kan de termijnen van de algemene asielprocedure in ieder geval verlengen op grond van artikel 3.115, eerste lid, aanhef en onder f, Vb, als het medisch onderzoek als bedoeld in artikel 3.109e Vb naar verwachting binnen die verlengde termijnen kan worden afgerond.
|
||||
De IND kan de termijnen van de algemene asielprocedure in ieder geval verlengen op grond van artikel 3.115, eerste lid, aanhef en onder f, Vb, als het medisch onderzoek als bedoeld in artikel 3.109e Vb naar verwachting binnen die verlengde termijnen kan worden afgerond. De IND zal het medisch onderzoek als bedoeld in artikel 3.109e Vb uitvoeren binnen de (verlengde) termijnen van de algemene asielprocedure als dat mogelijk is.
|
||||
|
||||
De IND kan de termijnen van de algemene asielprocedure in ieder geval verlengen op grond van artikel 3.115, eerst lid, aanhef en onder g Vb, als de vreemdeling zich niet heeft gehouden aan de aanwijzingen in model M117-C en/of zonder voorafgaande kennisgeving niet op zijn afspraak in het aanmeldcentrum is verschenen (zie ook paragraaf C1/2.1 Vc onder ‘*Beschikbaarheid tijdens de asielprocedure’ *en* paragraaf C1/2.3 ‘Het niet nakomen van de aanwijzingen’*).
|
||||
|
||||
|
|
@ -303,7 +304,7 @@ Als deze concrete aanwijzingen eerst tijdens de rust- en voorbereidingstermijn o
|
|||
|
||||
Als de vreemdeling tijdens het gehoor in de zin van artikel 5, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013 niet in de gelegenheid is gesteld om eventuele bezwaren naar voren te brengen tegen de overdracht naar het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, stelt de IND de vreemdeling hiertoe alsnog in staat. De IND nodigt de vreemdeling in dat geval uit voor een aanvullend gehoor in zin van artikel 30, tweede lid, Vw.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling, zonder voorafgaande kennisgeving en zonder verschoonbare reden, niet verschijnt voor het gehoor in de zin van artikel 5, eerste lid, Verordening (EU) 604/2013 dan wel voor zijn aanvullend gehoorin zin van artikel 30, tweede lid, Vw wordt aangenomen dat hij geen bezwaren heeft tegen de overdracht naar het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
Als de vreemdeling, zonder voorafgaande kennisgeving en zonder verschoonbare reden, niet verschijnt voor het gehoor in de zin van artikel 5, eerste lid, Verordening (EU) 604/2013 dan wel voor zijn aanvullend gehoor in zin van artikel 30, tweede lid, Vw wordt aangenomen dat hij geen bezwaren heeft tegen de overdracht naar het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
Mocht de vreemdeling desondanks bezwaren hebben tegen de overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat, kan hij deze bezwaren in de zienswijze naar voren brengen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -313,7 +314,7 @@ De vreemdeling kan eventuele correcties en aanvullingen op het rapport van gehoo
|
|||
|
||||
De IND verleent geen uitstel indien aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd, of indien de vreemdeling in bewaring is gesteld.
|
||||
|
||||
Als tijdens de Dublinprocedure wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan wordt de behandeling van de aanvraag voortgezet in de algemene asielprocedure. Wanneer de vreemdeling (nog) geen (volledige) rust- en voorbereidingstermijn heeft doorlopen, dan moet hij eerst de rust- en voorbereidingstermijn doorlopen. De IND geeft hierbij ook aan op welk moment de beslistermijn in de zin van artikel 42, zesde lid, Vw is aangevangen.
|
||||
Als tijdens de Dublinprocedure wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan wordt de behandeling van de aanvraag voortgezet in de algemene asielprocedure. Wanneer de vreemdeling (nog) geen (volledige) rust- en voorbereidingstermijn heeft doorlopen, dan moet hij eerst de rust- en voorbereidingstermijn doorlopen. Wanneer de vreemdeling na behandeling in de algemene asielprocedure, is behandeld in de Dublin procedure waarin wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan wordt de behandeling van de aanvraag voortgezet in de verlengde asielprocedure. De IND geeft hierbij ook aan op welk moment de beslistermijn in de zin van artikel 42, zesde lid, Vw is aangevangen.
|
||||
|
||||
De IND maakt de beschikking bekend door toezending aan gemachtigde (zie artikel 3.109c, zevende lid, Vb).
|
||||
|
||||
|
|
@ -322,8 +323,6 @@ Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in be
|
|||
• het besluit dat de vreemdeling wordt overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013; en
|
||||
• de informatie bedoeld in artikel 26, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. Het land waaraan de vreemdeling wordt overgedragen is verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.
|
||||
|
||||
Paragraaf C1/2.11 Vc onder* ‘Wijze van bekendmaken’* en ‘*De beschikking in de verlengde asielprocedure’* is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### 2.7. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
|
||||
|
||||
Artikel 3.118b Vb regelt het verloop van de asielprocedure als een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt ingediend. De procedure als beschreven in artikel 3.118b, tweede lid, Vb wordt aangeduid als de ééndagstoets asiel.
|
||||
|
|
@ -786,7 +785,7 @@ De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als
|
|||
|
||||
#### 4.5. Ambtshalve toets
|
||||
|
||||
Bij afwijzing van de eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als (kennelijk) ongegrond beoordeelt de IND volgens artikel 3.6a Vb ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op een van de gronden genoemd in het artikel 3.6a, eerste lid, Vb, tenzij de aanvraag als kennelijk ongegrond is afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, onder g, j of k, Vw.
|
||||
Bij afwijzing van de eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als (kennelijk) ongegrond beoordeelt de IND volgens artikel 3.6a Vb ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op een van de gronden genoemd in het artikel 3.6a, eerste lid, Vb, tenzij artikel 3.6a, tweede lid, Vb van toepassing is.
|
||||
|
||||
De IND behandelt een tweede of opvolgende aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als een eerste aanvraag in de zin van artikel 3.6a Vb, indien de vorige aanvraag niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30 Vw en die afwijzingsgrond niet (meer) van toepassing is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1395,39 +1394,39 @@ In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming
|
|||
|
||||
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de Vw, kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
|
||||
|
||||
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de EU-lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere EU-lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere EU-lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere EU-lidstaat.
|
||||
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
|
||||
|
||||
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere EU-lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een EU-lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
|
||||
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
|
||||
|
||||
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op op het moment dat als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
• door de IND is vastgesteld dat de vreemdeling minderjarig is en in een andere EU-lidstaat niet als meerderjarige staat geregistreerd. Het bepaalde in C1/2.2 Vc onder ‘Leeftijdsonderzoek’ is van overeenkomstige toepassing;
|
||||
• door de IND is vastgesteld dat de vreemdeling minderjarig is en in een andere lidstaat niet als meerderjarige staat geregistreerd. Het bepaalde in C1/2.2 Vc onder ‘Leeftijdsonderzoek’ is van overeenkomstige toepassing;
|
||||
• de vreemdeling heeft zijn verklaringen over gezins- of familieleden zoveel als mogelijk door middel van documenten ondersteund; en
|
||||
• de vreemdeling heeft concrete informatie aan de IND verstrekt over de gezins- of familieleden in de andere EU-lidstaat (voor- en achternaam, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit (huidige en voormalige) en de verblijfplaats in het betreffende land).
|
||||
• de vreemdeling heeft concrete informatie aan de IND verstrekt over de gezins- of familieleden in de andere lidstaat (voor- en achternaam, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit (huidige en voormalige) en de verblijfplaats in het betreffende land).
|
||||
|
||||
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
|
||||
|
||||
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere EU-lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
|
||||
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere EU lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
|
||||
|
||||
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere EU-lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
|
||||
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
|
||||
|
||||
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
|
||||
|
||||
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
|
||||
|
||||
• er zijn concrete aanwijzingen dat de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke EU-lidstaat zijn internationale verplichtingen niet nakomt; of
|
||||
• bijzondere, individuele omstandigheden maken dat de overdracht van de vreemdeling aan de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke EU-lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt.
|
||||
• er zijn concrete aanwijzingen dat de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat zijn internationale verplichtingen niet nakomt; of
|
||||
• bijzondere, individuele omstandigheden maken dat de overdracht van de vreemdeling aan de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt.
|
||||
|
||||
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere EU-lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere EU-lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere EU-lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
|
||||
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
|
||||
|
||||
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere EU-lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
|
||||
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
|
||||
|
||||
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere EU-lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere EU-lidstaat.
|
||||
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
|
||||
|
||||
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
|
||||
|
||||
– er wordt voldaan aan de criteria die volgen uit artikel 16, eerste lid, van Verordening (EU) nr.604/2013; en
|
||||
– er is rekening gehouden met de voorwaarden genoemd in artikel 11, derde lid, van de Uitvoeringsverordening (EC) 1560/2003.
|
||||
− er wordt voldaan aan de criteria die volgen uit artikel 16, eerste lid, van Verordening (EU) nr.604/2013; en
|
||||
− er is rekening gehouden met de voorwaarden genoemd in artikel 11, derde lid, van de Uitvoeringsverordening (EC) 1560/2003.
|
||||
|
||||
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2161,15 +2160,15 @@ De IND verleent direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op gro
|
|||
|
||||
De IND toetst hierbij of de vreemdeling aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend op of na 1 januari 2005.
|
||||
|
||||
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend voor 1 januari 2005, dan geldt het inburgeringsvereiste niet en toetst de IND niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb. Zie C2/10 9 met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
|
||||
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend voor 1 januari 2005, dan geldt het inburgeringsvereiste niet en toetst de IND niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb. Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
|
||||
|
||||
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
|
||||
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: “Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist”.
|
||||
|
||||
De IND reikt op grond van artikel 9 Vw het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
|
||||
|
||||
Als de IND de vreemdeling direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleent, zonder dat de vreemdeling in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan is artikel 29, tweede lid, Vw van toepassing.
|
||||
|
||||
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb. De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
|
||||
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb. De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar.
|
||||
|
||||
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue