diff --git a/beleidsregel/beleidsregels-toezichtkader-uitvoering-wet-kinderopvang/BWBR0035589/README.md b/beleidsregel/beleidsregels-toezichtkader-uitvoering-wet-kinderopvang/BWBR0035589/README.md index 9e36c0b10f1..9dfa92aad57 100644 --- a/beleidsregel/beleidsregels-toezichtkader-uitvoering-wet-kinderopvang/BWBR0035589/README.md +++ b/beleidsregel/beleidsregels-toezichtkader-uitvoering-wet-kinderopvang/BWBR0035589/README.md @@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Beleidsregels toezichtkader uitvoering Wet Kinderopvang De Inspectie van het Onderwijs (verder: de inspectie) is interbestuurlijk toezichthouder op de uitvoering van Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko) door alle gemeenten in Nederland. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het eerstelijns toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang en de peuterspeelzalen. In opdracht van de gemeenten worden de inspecties op de kinderopvanginstellingen en peuterspeelzalen uitgevoerd door de GGD. De gemeenten handhaven indien een GGD-inspectierapport daartoe aanleiding geeft. De inspectie draagt met het tweedelijns toezicht op gemeenten indirect bij aan kwaliteitsverbetering van de opvang van kinderen in Nederland in kindercentra, gastouderopvang en peuterspeelzalen. -De Minister van SZW is verantwoordelijk voor het beleid van het toezicht op de uitvoering van de Wko. De inspectie is via een Aanwijzingsbesluit (Staatscourant nr. 19731 d.d. 28 september 2012) door de minister aangewezen om het interbestuurlijk toezicht uit te voeren. +De Minister van SZW is verantwoordelijk voor het beleid van het toezicht op de uitvoering van de Wko. De inspectie is via een Aanwijzingsbesluit (Staatscourant nr. 19731 d.d. 28 september 2012) door de minister aangewezen om het interbestuurlijk toezicht uit te voeren. Vanaf 2005 wordt in het kader van de Wet kinderopvang tweedelijnstoezicht uitgeoefend op gemeenten die als eerstelijns toezichthouder verantwoordelijk zijn voor naleving van de wet. Sinds 2008 voert het team Kinderopvang van de inspectie dit tweedelijnstoezicht uit op de uitvoering van de wettelijke taken betreffende het toezicht en de handhaving op de kinderopvang en peuterspeelzalen door gemeenten. Omdat de inspectie toezicht houdt op een andere overheidsinstelling dient de Code Interbestuurlijke Verhoudingen en de Wet revitalisering generiek toezicht in acht te worden genomen. Uitgangspunt is vertrouwen; het vertrouwen dat een bestuurslaag zijn taken goed uitoefent. Hiermee wordt gestreefd naar zo min mogelijk regeldruk en toezichtlast. De inspectie doet geen documentenonderzoek als daar geen aanleiding toe is. Zij vraagt de gemeente naar de uitvoering van haar taken en gebruikt dat voor haar oordeel. @@ -52,7 +52,7 @@ Het voorliggend toezichtkader is de weerslag van de inrichting van het toezichtp Tot eind 2012 lag de wettelijke grondslag voor het uitvoeren van tweedelijnstoezicht op gemeenten besloten in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. De uitvoering van toezicht door de inspectie is sinds 2007 opgenomen in de WOT (Wet op het onderwijstoezicht). -Met de Wet revitalisering generiek toezicht van oktober 2012, vormen niet langer de materiewetten (zoals de Wet kinderopvang), maar de Gemeentewet de basis voor alle vormen van toezicht. De inspectie is met de eerder genoemde regeling (Staatscourant nr. 19731 d.d. 28 september 2012) door de minister aangewezen om het interbestuurlijk toezicht uit te voeren. +Met de Wet revitalisering generiek toezicht van oktober 2012, vormen niet langer de materiewetten (zoals de Wet kinderopvang), maar de Gemeentewet de basis voor alle vormen van toezicht. De inspectie is met de eerder genoemde regeling (Staatscourant nr. 19731 d.d. 28 september 2012) door de minister aangewezen om het interbestuurlijk toezicht uit te voeren. Belangrijk onderdeel van de Wet revitalisering generiek toezicht is de vereenvoudiging van het stelsel van interbestuurlijk toezicht, waarbij de gemeenteraad toeziet op de uitvoering van de wettelijke taken van het eigen gemeentebestuur. Daarnaast zijn gemeenten verplicht om generieke toezichtinformatie aan de inister te verstrekken. In dit geval betreft het de Minister van SZW. @@ -60,11 +60,11 @@ De uitvoering van toezicht en handhaving op de kinderopvang en peuterspeelzalen De inspectietaak wordt uitgevoerd door de GGD. Gemeenten ondernemen actie, met inachtneming van het advies van de GGD, ten aanzien van de handhaving. Gemeenten hebben beleidsvrijheid bij de keuze in het handhavingsinstrument en hebben ook de mogelijkheid om in individuele gevallen gemotiveerd af te wijken van hun handhavingsbeleid. Tevens zijn gemeenten verantwoordelijk voor het juist, volledig en actueel houden van het LRKP. Dit is onder andere van belang voor ouders; zij komen namelijk alleen in aanmerking voor kinderopvangtoeslag als zij gebruik maken van voorzieningen voor kinderopvang die in dit register zijn opgenomen. -De verantwoordingsinformatie van gemeenten richting de inspectie wordt systematisch uitgevraagd via het jaarverslag6Gemeentewet, art. 119 en Wko, art 1.68 (nieuw).. Het jaarverslag (ook wel de matrix genoemd) met de verantwoordingsinformatie wordt voor 1 juli ingediend door gemeenten en betreft het verslag van het voorgaande jaar (het jaar t-1). Met het indienen van het jaarverslag geeft de gemeente tevens aan dat zij de gemeenteraad7Wet revitalisering generiek toezicht.heeft geïnformeerd. +De verantwoordingsinformatie van gemeenten richting de inspectie wordt systematisch uitgevraagd via het jaarverslag6Gemeentewet, art. 119 en Wko, art 1.68 (nieuw).. Het jaarverslag (ook wel de matrix genoemd) met de verantwoordingsinformatie wordt voor 1 juli ingediend door gemeenten en betreft het verslag van het voorgaande jaar (het jaar t-1). Met het indienen van het jaarverslag geeft de gemeente tevens aan dat zij de gemeenteraad7Wet revitalisering generiek toezicht.heeft geïnformeerd. Dit toezichtkader is ontwikkeld om inzicht en transparantie te bieden aan gemeenten en overige betrokkenen in het toezichtproces van de inspectie. Er is waar mogelijk aangesloten of gebruik gemaakt van zichzelf bewezen toezicht methodes of bestaande kennis bij de overige sectoren van de inspectie. Zo is meer uniformiteit gecreëerd waar dit efficiënt is (denk aan het automatiseringsproces en invoeren risicogericht toezicht). -Dit toezichtkader is ter informatie en voor het leveren van input voorgelegd aan de VNG, PGVN (voormalig GGD-NL) en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De Inspecteur-generaal van het Onderwijs heeft dit toezichtkader op 20 februari 2014 vastgesteld. +Dit toezichtkader is ter informatie en voor het leveren van input voorgelegd aan de VNG, PGVN (voormalig GGD-NL) en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De Inspecteur-generaal van het Onderwijs heeft dit toezichtkader op 20 februari 2014 vastgesteld. ### 1. Werkwijze @@ -120,7 +120,7 @@ De inspecteur bij het team Kinderopvang toetst de uitvoering van de wettelijke t • het uitvoeren van de verplichte inspecties (door de GGD) bij kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, peuterspeelzalen, gastouderbureaus en voorzieningen voor gastouderopvang; • de tijdige afhandeling van de aanvragen voor registratie in het LRKP13Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen.; -• voortvarende14Hoewel er geen wettelijke termijnen zijn opgenomen, blijkt uit onderzoek in opdracht van MSZW (Kamerstukken II, 2013–2013, 31 322, nr. 217) dat sneller overgaan tot handhaving, meer effect sorteert. handhaving conform het gemeentelijk handhavingsbeleid +• voortvarende14Hoewel er geen wettelijke termijnen zijn opgenomen, blijkt uit onderzoek in opdracht van MSZW (Kamerstukken II, 2013–2013, 31 322, nr. 217) dat sneller overgaan tot handhaving, meer effect sorteert. handhaving conform het gemeentelijk handhavingsbeleid • het juist, volledig en actueel hebben van het LRKP. De inspectie beoordeelt de wettelijke criteria als zijnde ‘op orde’ als de gemeente voldoende aangetoond heeft, mede aan de hand van de risicoanalyse en door de uitkomsten van het nader onderzoek, dat: