2002-07-01 | BWBR0003630 | Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984
This commit is contained in:
parent
b5456615a6
commit
60df90c07b
1 changed files with 4 additions and 4 deletions
|
|
@ -138,11 +138,11 @@ a. voor de ambtenaar voor wie één der salarisschalen 1 tot en met 17 van de bi
|
|||
|
||||
b. voor de ambtenaar, voor wie salarisschaal 18 van de bijlage B geldt, vastgesteld op één van de volgende bedragen:
|
||||
|
||||
€ 7 697,47;
|
||||
€ 7 735,96;
|
||||
|
||||
€ 7 862,65;
|
||||
€ 7 901,96;
|
||||
|
||||
€ 8 028,73.
|
||||
€ 8 068,87.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het functioneren van de ambtenaar niet langer als uitstekend kan worden gekwalificeerd, kan het bevoegd gezag de toekenning van de salarisverhoging, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk intrekken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -368,7 +368,7 @@ b. een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te
|
|||
|
||||
**1.** De ambtenaar heeft recht op een vakantie-uitkering ten bedrage van 8% van de door hem genoten bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** De vakantie-uitkering per maand bedraagt ten minste € 132,88 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Bij genot van slechts een gedeelte van zijn bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het derde lid, wordt de vakantie-uitkering naar evenredigheid verminderd.
|
||||
**2.** De vakantie-uitkering per maand bedraagt ten minste € 133,54 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Bij genot van slechts een gedeelte van zijn bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het derde lid, wordt de vakantie-uitkering naar evenredigheid verminderd.
|
||||
|
||||
**3.** Wanneer de ambtenaar op grond van deartikelen 17 t/m 20*d* of van artikel 37 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht in het genot van zijn volle bezoldiging te zijn, met dien verstande dat wanneer het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, hij voor de toepassing van het eerste lid wordt geacht geen bezoldiging te genieten.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue