2020-01-01 | BWBR0020540 | Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
This commit is contained in:
parent
790440302f
commit
60ecd0fc99
1 changed files with 26 additions and 26 deletions
|
|
@ -18,7 +18,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. administratieve kosten: kosten die zijn gemaakt in het kader van het administreren van een beleggingsobject;
|
||||
b. andere voordelen: andere posten dan opbrengsten die aan de definitie van baten voldoen;
|
||||
c. bankspaarhypotheek: product als bedoeld in de Wet van 20 december 2007, houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale facilitering banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing eigenwoningschuld, dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een spaarrekening;
|
||||
c. bankspaarhypotheek: product als bedoeld in de Wet van 20 december 2007, houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale facilitering banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing eigenwoningschuld, dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een spaarrekening;
|
||||
d. baten: vermeerderingen van het economisch potentieel gedurende de verslagperiode in de vorm van instroom van nieuwe of verhoging van bestaande activa, dan wel vermindering van vreemd vermogen, een en ander uitmondend in een toename van het eigen vermogen;
|
||||
e. beheerskosten: kosten die zijn gemaakt om een beleggingsobject in stand te houden of te onderhouden;
|
||||
f. beleggingsobjectkosten: geprognosticeerde of eventuele reeds gemaakte administratieve kosten, beheers-, productie- en verkoopkosten, alsmede de geprognosticeerde of reeds voldane rentelasten;
|
||||
|
|
@ -26,19 +26,19 @@ g. het besluit: het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft;
|
|||
h. complex beleggingsproduct: complex product voor zover het een verzekering met een beleggingscomponent of verpakt retailbeleggingsproduct is, niet-zijnde een derdepijlerpensioenproduct;
|
||||
i. contractuele looptijd: duur van de overeenkomst inzake een complex product;
|
||||
j. direct ingaande lijfrente: product waarbij in geval van een spaarvariant per direct levenslang een vaste periodieke uitkering wordt ontvangen en in geval van een beleggingsvariant een uitkering wordt ontvangen waarvan de hoogte en/of de duur afhankelijk is van de opbrengst van de beleggingen;
|
||||
k. direct ingaande uitkering: product als bedoeld in de Wet van 20 december 2007, houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale facilitering banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing eigenwoningschuld, waarbij in geval van een spaarvariant per direct gedurende een bepaald aantal jaren een vaste periodieke uitkering wordt ontvangen en in geval van een beleggingsvariant een uitkering wordt ontvangen waarvan de hoogte en/of de duur afhankelijk van de opbrengst van de beleggingen;
|
||||
k. direct ingaande uitkering: product als bedoeld in de Wet van 20 december 2007, houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale facilitering banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing eigenwoningschuld, waarbij in geval van een spaarvariant per direct gedurende een bepaald aantal jaren een vaste periodieke uitkering wordt ontvangen en in geval van een beleggingsvariant een uitkering wordt ontvangen waarvan de hoogte en/of de duur afhankelijk van de opbrengst van de beleggingen;
|
||||
l. garantie: garantie op het product die wordt afgegeven door een instelling die onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat, waarbij ingeval van een schuldproduct de aflossing van de schuld van de consument volledig of gedeeltelijk is gegarandeerd en in geval van een opbouwproduct een bepaalde opbrengst is gegarandeerd;
|
||||
m. gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten: gedelegeerde verordening (EU) 2017/653 van de Commissie van 8 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip’s) door de vaststelling van technische reguleringsnormen voor de presentatie, de inhoud, de evaluatie en de herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken (PbEU 2014, L 352/1);
|
||||
m. gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten: gedelegeerde verordening (EU) 2017/653 van de Commissie van 8 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip’s) door de vaststelling van technische reguleringsnormen voor de presentatie, de inhoud, de evaluatie en de herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken (PbEU 2014, L 352/1);
|
||||
n. guise: gemiddelde uitkering in de slechtste 10 procent van de gevallen, berekend op de in bijlage 4 aangegeven wijze;
|
||||
o. hybride hypotheek, ook wel spaarbeleggingshypotheek: schuldproduct, waarbij de consument de mogelijkheid heeft om de premie of inleg naar eigen inzicht te gebruiken voor sparen of voor beleggen;
|
||||
p. ingelegde gelden: totaal van gelden belegd door consumenten voor het verkrijgen van beleggingsobjecten;
|
||||
q. kapitaaltoereikendheidstoezicht: wettelijk bedrijfseconomisch toezicht uit hoofde van:
|
||||
|
||||
1°. de richtlijn kapitaaltoereikendheid;,
|
||||
2°. richtlijn nr. 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (PbEG L 345/1);
|
||||
3°. richtlijn nr. 2002/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 maart 2002 tot wijziging van Richtlijn 73/239/EEG van de Raad op het gebied van de solvabiliteitsmargevereisten voor schadeverzekeringsondernemingen (PbEG L 228);
|
||||
4°. richtlijn nr. 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de richtlijnen nr. 73/239/EEG, nr. 79/267/EEG, nr. 92/49/EEG, nr. 92/96/EEG, nr. 93/6/EEG en nr. 93/22/EEG van de Raad en van de richtlijnen nr. 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad;
|
||||
5°. richtlijn nr. 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (herschikking) (PbEU 2014, L 173); of
|
||||
2°. richtlijn nr. 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (PbEG L 345/1);
|
||||
3°. richtlijn nr. 2002/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 maart 2002 tot wijziging van Richtlijn 73/239/EEG van de Raad op het gebied van de solvabiliteitsmargevereisten voor schadeverzekeringsondernemingen (PbEG L 228);
|
||||
4°. richtlijn nr. 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de richtlijnen nr. 73/239/EEG, nr. 79/267/EEG, nr. 92/49/EEG, nr. 92/96/EEG, nr. 93/6/EEG en nr. 93/22/EEG van de Raad en van de richtlijnen nr. 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad;
|
||||
5°. richtlijn nr. 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (herschikking) (PbEU 2014, L 173); of
|
||||
6°. ander met het onder 1° tot en met 5° bedoeld vergelijkbaar adequaat bedrijfseconomisch toezicht;
|
||||
r. netto-rendementspercentage: percentage dat bij de bepaalde looptijd, gegeven de omvang en frequentie van de inleg leidt tot de uitkering van een complex product;
|
||||
s. omloopfactor: indicator van de omloopsnelheid van de portefeuille van een beleggingsinstelling of icbe in enig boekjaar;
|
||||
|
|
@ -55,8 +55,8 @@ ac. spaarbeleggingsproduct: opbouwproduct dat bestaat uit een combinatie van een
|
|||
ad. spaarhypotheek: complex product dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een levensverzekering met een garantiekapitaal dat in hoogte overeenkomt met de omvang van het krediet;
|
||||
ae. uitkering: uitbetaling door de aanbieder van een complex product aan de consument van de waarde van het complexe product onder aftrek van kosten bij beëindiging door de consument aangevuld met voor zover van toepassing de onttrekkingen gedaan door de consument vóór beëindiging;
|
||||
af. verkoopkosten: kosten die direct kunnen worden gerelateerd aan de verkoop van het beleggingsobject aan de consument;
|
||||
ag. vermeldingsverplichting: de verplichting een vermelding, als bedoeld in artikelen 2:59, derde lid; 2:66a; 2:74, tweede lid; 2:79, derde lid; 2:85, derde lid; 4:7, tweede lid; 5:5, tweede lid en 5:20, vijfde lid, van de wet, op te nemen in de toepasselijke vermeldingsuitingen;
|
||||
ah. vermeldingsuitingen: de in de artikelen 2:59, derde lid; 2:66a; 2:74, tweede lid; 2:79, derde lid; 2:85, derde lid; 4:7, tweede lid; 5:5, tweede lid en 5:20, vijfde lid, van de wet, bedoelde aanbiedingen, documenten, reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie;
|
||||
ag. vermeldingsverplichting: de verplichting een vermelding, als bedoeld in artikelen 2:59, derde lid; 2:66a; 2:74, tweede lid; 2:79, derde lid; 2:85, derde lid; 4:7, tweede lid; 5:4 van de wet, op te nemen in de toepasselijke vermeldingsuitingen;
|
||||
ah. vermeldingsuitingen: de in de artikelen 2:59, derde lid; 2:66a; 2:74, tweede lid; 2:79, derde lid; 2:85, derde lid; 4:7, tweede lid; 5:4 van de wet, bedoelde aanbiedingen, documenten, reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie;
|
||||
ai. voorbeeldwaarde: waarde van de opbrengst bij verkoop van een recht van deelneming in de beleggingsinstelling of icbe, waarbij verkoopkosten al zijn afgetrokken;
|
||||
aj. waarde: som van alle door de consument onderscheidenlijk deelnemer verrichte betalingen voor een complex product aan de aanbieder plus een bepaald jaarlijks rendement over het deel van die betalingen dat wordt aangewend ten einde rendement te genereren ten behoeve van de consument onderscheidenlijk deelnemer;
|
||||
ak. de wet: de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
|
@ -69,7 +69,7 @@ ak. de wet: de Wet op het financieel toezicht.
|
|||
|
||||
**1.** Indien een vermeldingsuiting op schrift is gesteld, op internet is geplaatst, of op televisie wordt getoond of ten gehore wordt gebracht, wordt de in het tweede lid gespecificeerde afbeelding, onverminderd de overige leden van dit artikel, goed leesbaar opgenomen bij de vermeldingsuiting. Indien een vermeldingsuiting ten gehore wordt gebracht via internet of radio wordt het in het tweede lid gespecificeerde geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een vermeldingsverplichting bij of krachtens artikel 2:59, 2:66a, 2:74, 2:79, 2:85 of 4:7 van de wet is gesteld, wordt één van de in de in bijlage 1.1 weergegeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.1 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. Indien een vermeldingsverplichting bij of krachtens artikel 5:5 of 5:20 van de wet is gesteld, wordt één van de in de in bijlage 1.2 weergegeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.2 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. Indien in de vermeldingsuiting zowel bij of krachtens artikel 2:66a of 2:74 van de wet als bij of krachtens artikel 5:5 of 5:20 van de wet een in die artikelen genoemde vermelding moet worden opgenomen, wordt één van de in de in bijlage 1.3 weergeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.3 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. De verschillende afbeeldingen en geluidsfragmenten zijn te downloaden vanaf www.afm.nl/vrijstellingsvermelding en www.afm.nl/exemption-notification.
|
||||
**2.** Indien een vermeldingsverplichting bij of krachtens artikel 2:59, 2:66a, 2:74, 2:79, 2:85 of 4:7 van de wet is gesteld, wordt één van de in de in bijlage 1.1 weergegeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.1 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. Indien een vermeldingsverplichting bij of krachtens artikel 5:4 van de wet is gesteld, wordt één van de in de in bijlage 1.2 weergegeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.2 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. Indien in de vermeldingsuiting zowel bij of krachtens artikel 2:66a of 2:74 van de wet als bij of krachtens artikel 5:4 van de wet een in die artikelen genoemde vermelding moet worden opgenomen, wordt één van de in de in bijlage 1.3 weergeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.3 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. De verschillende afbeeldingen en geluidsfragmenten zijn te downloaden vanaf www.afm.nl/vrijstellingsvermelding en www.afm.nl/exemption-notification.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een vermeldingsuiting in de Nederlandse taal wordt weergegeven of ten gehore wordt gebracht, is de in het eerste lid bedoelde afbeelding respectievelijk het in dat lid bedoelde geluidsfragment Nederlandstalig. Indien een vermeldingsuiting in een andere taal dan de Nederlandse taal wordt weergegeven of ten gehore wordt gebracht, is de in het eerste lid bedoelde afbeelding respectievelijk het in dat lid bedoelde geluidsfragment Engelstalig.
|
||||
|
||||
|
|
@ -117,7 +117,7 @@ d. Gedurende een vermeldingsuiting die op televisie wordt getoond of ten gehore
|
|||
De risico-indicator in een reclame-uiting, anders dan via de televisie of de radio, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van het besluit wordt opgesteld:
|
||||
|
||||
a. voor een complex beleggingsproduct of een derdepijlerpensioenproduct conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 1;
|
||||
b. voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 3;
|
||||
b. voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe, met uitzondering van lijfrentebeleggingsrechten, conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 3;
|
||||
c. voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, waarvan minder dan één keer per maand de waarde van de door de beleggingsinstelling gehouden activa op basis van de marktwaarde wordt berekend, conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 5.
|
||||
|
||||
De risico-indicatoren zijn te downloaden van www.afm.nl/reclameteksten.
|
||||
|
|
@ -176,7 +176,7 @@ c. voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, waarvan minder dan
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien informatie over een werkelijk rendement als bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid, van het besluit, niet zijnde van een beleggingsinstelling of icbe, wordt gepresenteerd:
|
||||
Indien informatie over een werkelijk rendement als bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid, van het besluit, met uitzondering van een beleggingsinstelling of icbe, niet zijnde een lijfrentebeleggingsrecht, wordt gepresenteerd:
|
||||
|
||||
a. wordt de referentieperiode vermeld;
|
||||
b. worden rendementscijfers die betrekking hebben op meerdere jaren teruggebracht tot een gemiddeld jaarrendement of als afzonderlijke jaarrendementen vermeld. Indien een gemiddeld jaarrendement over meer dan één jaar wordt gepresenteerd, wordt een meetperiode van minimaal drie jaar gehanteerd. Indien de aanbieder nog niet zo lang actief is, kan gerekend worden vanaf het moment van initiële uitgifte van het complexe beleggingsproduct of derdepijlerpensioenproduct;
|
||||
|
|
@ -186,11 +186,11 @@ e. worden de rendementscijfers gepresenteerd in procenten waardeverandering van
|
|||
f. indien gebruik wordt gemaakt van gesimuleerde rendementscijfers: certificeert een deskundige, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dat de simulatie rekenkundig juist, objectief meetbaar en representatief is. Bij de informatie over het werkelijke rendement wordt melding gemaakt van het feit dat gebruik is gemaakt van een simulatie. De certificering van de deskundige behoeft niet in de informatie te worden opgenomen; en
|
||||
g. indien de rendementscijfers niet in euro’s luiden wordt de gebruikte valuta vermeld.
|
||||
|
||||
**2.** Informatie over een toekomstig rendement, bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid van het besluit, niet zijnde van een beleggingsinstelling of icbe, wordt berekend conform één of meer scenario’s zoals beschreven in bijlage IV van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten. Indien slechts één scenario wordt getoond, dan is dit niet het gunstige scenario. Het is voor categorie 3 PRIIPs, als bedoeld in Bijlage II, deel I, onder 6 van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten, mogelijk om voor informatie die geïndividualiseerd is, af te wijken van de rekenmethode zoals beschreven in bijlage IV van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten. De wijze waarop mag worden afgeweken van deze rekenmethode staat beschreven in bijlage 14.
|
||||
**2.** Informatie over een toekomstig rendement, bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid van het besluit, met uitzondering van een beleggingsinstelling of icbe, niet zijnde een lijfrentebeleggingsrecht, wordt berekend conform één of meer scenario’s zoals beschreven in bijlage IV van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten. Indien slechts één scenario wordt getoond, dan is dit niet het gunstige scenario. Het is voor categorie 3 PRIIPs, als bedoeld in Bijlage II, deel I, onder 6 van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten, mogelijk om voor informatie die geïndividualiseerd is, af te wijken van de rekenmethode zoals beschreven in bijlage IV van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten. De wijze waarop mag worden afgeweken van deze rekenmethode staat beschreven in bijlage 14.
|
||||
|
||||
**3.** Informatie over de kosten, bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid van het besluit, niet zijnde van een beleggingsinstelling of icbe, wordt verstrekt in absolute getallen indien de aanbieder van het product de rendementen bedoeld in het eerste of tweede lid in absolute getallen weergeeft dan wel in percentages indien de betreffende financiële onderneming de rendementen in percentages weergeeft. De informatie over de kosten wordt berekend conform de tabel ‘*kosten in de loop van de tijd*’, zoals beschreven in artikel 5, tweede lid van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten.
|
||||
**3.** Informatie over de kosten, bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid van het besluit, met uitzondering van een beleggingsinstelling of icbe, niet zijnde een lijfrentebeleggingsrecht, wordt verstrekt in absolute getallen indien de aanbieder van het product de rendementen bedoeld in het eerste of tweede lid in absolute getallen weergeeft dan wel in percentages indien de betreffende financiële onderneming de rendementen in percentages weergeeft. De informatie over de kosten wordt berekend conform de tabel ‘*kosten in de loop van de tijd*’, zoals beschreven in artikel 5, tweede lid van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten.
|
||||
|
||||
**4.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s, bedoeld in artikel 52, vijfde lid, van het besluit niet zijnde van een beleggingsinstelling of icbe, wordt, indien de belegging verloren kan gaan of het totale verlies aanzienlijk hoger kan zijn dan de oorspronkelijke inleg, weergegeven door het opnemen van de waarschuwingszinnen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten.
|
||||
**4.** Informatie over de belangrijkste financiële risico’s, bedoeld in artikel 52, vijfde lid, van het besluit met uitzondering van een beleggingsinstelling of icbe, niet zijnde een lijfrentebeleggingsrecht, wordt, indien de belegging verloren kan gaan of het totale verlies aanzienlijk hoger kan zijn dan de oorspronkelijke inleg, weergegeven door het opnemen van de waarschuwingszinnen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten.
|
||||
|
||||
**5.** Informatie als bedoeld in het vierde lid kan worden vervangen door een risico-indicator, die is berekend op basis van gegevens van de consument.
|
||||
|
||||
|
|
@ -413,7 +413,7 @@ Bij berekening van de beleggingsobjectkosten, bedoeld in artikel 5:2, worden opb
|
|||
|
||||
### Artikel 6:2
|
||||
|
||||
**1.** In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beleggingsinstelling wordt inzicht verschaft in de lopende kosten van de beleggingsinstelling en eventueel in rekening gebrachte prestatievergoedingen. De berekening van de lopende kosten geschiedt conform de bepaling over lopende kosten in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van verordening nr. 583/2010 van de Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PbEU L 176) en de uitwerking daarvan door de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
|
||||
**1.** In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beleggingsinstelling wordt inzicht verschaft in de lopende kosten van de beleggingsinstelling en eventueel in rekening gebrachte prestatievergoedingen. De berekening van de lopende kosten geschiedt conform de bepaling over lopende kosten in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van verordening nr. 583/2010 van de Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PbEU L 176) en de uitwerking daarvan door de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
|
||||
|
||||
**2.** In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beleggingsinstelling wordt inzicht verschaft in de omloopsnelheid van de activa door middel van de omloopfactor.
|
||||
|
||||
|
|
@ -503,7 +503,7 @@ De bewaaradministratie betreffende financiële instrumenten van een beleggingson
|
|||
|
||||
### Artikel 7:3
|
||||
|
||||
**1.** Een beleggingsonderneming houdt zich aan de in bijlage 10 opgenomen regels met betrekking tot reclame-uitingen.
|
||||
**1.** Een beleggingsonderneming houdt zich aan de in bijlage 12 opgenomen regels met betrekking tot reclame-uitingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het reclame-uitingen met betrekking tot complexe producten betreft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -680,13 +680,13 @@ d. dat een slotbrief aan de cliënt is gestuurd, waarin de verrichte inspanninge
|
|||
|
||||
**1.** Voor cliënten met een niet opbouwende levensverzekering die een beleggingscomponent bevat geldt dat aan hen een passende oplossing moet worden geboden alvorens de levensverzekering die een beleggingscomponent bevat meetelt voor het in Bijlage 13 vastgestelde vereiste resultaat.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 8:4, tweede lid, wordt onder een niet opbouwende levensverzekering die een beleggingscomponent bevat verstaan een voor 1 januari 2013, de peildatum, afgesloten levensverzekering die een beleggingscomponent bevat waarvoor premie wordt betaald op hiervoor vermelde datum, waarbij de verwachte aangroei in vermogen tussen de peildatum en einddatum, berekend op 4% per jaar als in Modellen De Ruiter, op 1 januari 2013, lager is dan de door de cliënt naar verwachting nog in te leggen premies tussen de peildatum en de einddatum.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 8:4, tweede lid, wordt onder een niet opbouwende levensverzekering die een beleggingscomponent bevat verstaan een voor 1 januari 2013, de peildatum, afgesloten levensverzekering die een beleggingscomponent bevat waarvoor premie wordt betaald op hiervoor vermelde datum, waarbij de verwachte aangroei in vermogen tussen de peildatum en einddatum, berekend op 4% per jaar als in Modellen De Ruiter, op 1 januari 2013, lager is dan de door de cliënt naar verwachting nog in te leggen premies tussen de peildatum en de einddatum.
|
||||
|
||||
**3.** Met passende oplossing zoals vermeld in het eerste lid wordt bedoeld dat, indien de cliënt met een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat als bedoeld in het tweede lid niet kan worden bereikt of de cliënt geen weloverwogen keuze kenbaar heeft gemaakt, de levensverzekeraar ervoor zorg draagt dat het niet opbouwende karakter van de levensverzekering die een beleggingscomponent bevat wordt weggenomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8:6
|
||||
|
||||
**1.** De levensverzekeraar monitort zijn portefeuille eenmaal per jaar op een door hem gekozen meetmoment op cliënten die voor 1 januari 2013 een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat hebben afgesloten waarvoor premie wordt betaald op de hiervoor vermelde datum, en waarbij eerst op dit jaarlijkse meetmoment naar voren komt dat de verwachte aangroei in vermogen tussen het meetmoment en einddatum, berekend op 4% per jaar overeenkomstig de Modellen De Ruiter, lager is dan door de cliënt naar verwachting nog in te leggen premies tussen het meetmoment en de einddatum.
|
||||
**1.** De levensverzekeraar monitort zijn portefeuille eenmaal per jaar op een door hem gekozen meetmoment op cliënten die voor 1 januari 2013 een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat hebben afgesloten waarvoor premie wordt betaald op de hiervoor vermelde datum, en waarbij eerst op dit jaarlijkse meetmoment naar voren komt dat de verwachte aangroei in vermogen tussen het meetmoment en einddatum, berekend op 4% per jaar overeenkomstig de Modellen De Ruiter, lager is dan door de cliënt naar verwachting nog in te leggen premies tussen het meetmoment en de einddatum.
|
||||
|
||||
**2.** De cliënt als bedoeld in het eerste lid wordt een passende oplossing geboden als bedoeld in artikel 8:5, derde lid, voor zover niet eerder een oplossing is geboden als bedoeld in artikel 8:5, derde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -699,15 +699,15 @@ d. dat een slotbrief aan de cliënt is gestuurd, waarin de verrichte inspanninge
|
|||
Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 81b, derde lid van het besluit, stelt de AFM een vereist resultaat vast voor verschillende categorieën beleggingsverzekeringen. Het vereiste resultaat en de daarbij behorende einddata zijn opgenomen in de in Bijlage 13 weergeven tabel. Ten aanzien van het activeren van cliënten met een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat wordt in het vereiste resultaat een onderscheid gemaakt in:
|
||||
|
||||
a. cliënten met beleggingsverzekeringen zoals bedoeld in artikel 8:5, tweede lid (rij 1 van de tabel in Bijlage 13);
|
||||
b. cliënten met hypotheekgebonden beleggingsverzekeringen die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en premiebetalend zijn, dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom (rij 2 van de tabel in Bijlage 13);
|
||||
c. cliënten met pensioengebonden beleggingsverzekeringen, niet zijnde een collectieve verzekering, die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en die:
|
||||
b. cliënten met hypotheekgebonden beleggingsverzekeringen die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en premiebetalend zijn, dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom (rij 2 van de tabel in Bijlage 13);
|
||||
c. cliënten met pensioengebonden beleggingsverzekeringen, niet zijnde een collectieve verzekering, die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en die:
|
||||
|
||||
1° premiebetalend zijn, gesloten zijn op basis van een koopsom of premievrij gemaakt en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 40.000 of hoger, ongeacht de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 3.500 of meer was (rij 3 van de tabel in bijlage 13);
|
||||
2° niet in de categorie beleggingsverzekeringen vallen als bedoeld in sub c, onder 1, premiebetalend zijn dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 25.000 of hoger, ongeacht de hoogte van de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 1.000- of meer was (rij 4 van de tabel in Bijlage 13);
|
||||
3° niet in de categorie beleggingsverzekeringen vallen als bedoeld in sub c, onder 1 en 2, premiebetalend zijn, dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hebben van minder dan € 25.000 of waarvan de totale inleg in 2013 minder dan € 1.000 was (rij 5 van de tabel in Bijlage 13).
|
||||
d. cliënten met een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat die niet valt in de categorie bedoeld in onderdelen b en c, die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en die:
|
||||
1° premiebetalend zijn, gesloten zijn op basis van een koopsom of premievrij gemaakt en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 40.000 of hoger, ongeacht de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 3.500 of meer was (rij 3 van de tabel in bijlage 13);
|
||||
2° niet in de categorie beleggingsverzekeringen vallen als bedoeld in sub c, onder 1, premiebetalend zijn dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 25.000 of hoger, ongeacht de hoogte van de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 1.000- of meer was (rij 4 van de tabel in Bijlage 13);
|
||||
3° niet in de categorie beleggingsverzekeringen vallen als bedoeld in sub c, onder 1 en 2, premiebetalend zijn, dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hebben van minder dan € 25.000 of waarvan de totale inleg in 2013 minder dan € 1.000 was (rij 5 van de tabel in Bijlage 13).
|
||||
d. cliënten met een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat die niet valt in de categorie bedoeld in onderdelen b en c, die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en die:
|
||||
|
||||
1° premiebetalend dan wel gesloten zijn op basis van een koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 40.000 of hoger, ongeacht de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 500 of meer was (rij 6 van de tabel in Bijlage 13); of
|
||||
1° premiebetalend dan wel gesloten zijn op basis van een koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 40.000 of hoger, ongeacht de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 500 of meer was (rij 6 van de tabel in Bijlage 13); of
|
||||
2° niet in de categorie levensverzekeringen die een beleggingscomponent bevatten vallen als bedoeld in sub d, onder 1°, en premiebetalend dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom (rij 7 van de tabel in Bijlage 13).
|
||||
|
||||
### Artikel 8:8
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue