2019-04-12 | BWBR0042108 | Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2019

This commit is contained in:
Coornhert 2019-04-12 12:00:00 +00:00
parent 6f99a58b11
commit 614956abb9

View file

@ -171,8 +171,6 @@ Wanneer zich een van de hiervoor onder 3.4.1. genoemde uitzonderingssituaties vo
Ook de toestemming voor de leidinggevende is beperkt geldig. De toestemming voor leidinggevenden wordt verleend voor een periode van maximaal vijf jaren. Indien hiertoe aanleiding bestaat kan ervoor gekozen worden de toestemming voor een kortere periode dan vijf jaar te verlenen dan wel te verlengen.
Voor toestemmingen waarvan de geldigheidsduur onder het reguliere beleid in de periode van 1 april 2020 tot 1 september 2020 verloopt, geldt dat deze toestemmingen hun geldigheid zullen behouden gedurende één jaar volgend op de datum waarop hun geldigheid onder het reguliere beleid zou zijn verlopen.
#### 3.6. Verklaring van betrouwbaarheid
In artikel 10, eerste lid, van de wet is opgenomen dat particuliere alarmcentrales de alarmapparatuur die zij gebruiken alleen mogen laten installeren en onderhouden door gediplomeerde alarminstallateurs die in het bezit zijn van een verklaring van betrouwbaarheid. Zoals bepaald in artikel 10, vijfde lid, van de wet, wordt de verklaring van betrouwbaarheid afgegeven door de korpschef. In de praktijk zal de alarminstallateur zich daarvoor moeten wenden tot de politiechef van de regionale eenheid waar de alarminstallateur woont. Alarminstallateurs, zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, onder g van de wet, die deze werkzaamheden voor een particuliere alarmcentrale willen verrichten moeten een verklaring van betrouwbaarheid hebben. Personen die assistentie verlenen aan een alarminstallateur moeten eveneens beschikken over een verklaring van betrouwbaarheid. Voor ondersteunend kantoorpersoneel wordt voorzover zij geen werkzaamheden verrichten voor een alarminstallateur, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub g onder 1˚ of 2˚ door de korpschef geen verklaring van betrouwbaarheid verleend.
@ -185,8 +183,6 @@ De geldigheidsduur van de verklaring is analoog aan die van personeel zonder
Voor de afgifte van een verklaring van betrouwbaarheid worden geen kosten in rekening gebracht.
Voor verklaringen van betrouwbaarheid waarvan de geldigheidsduur onder het reguliere beleid in de periode van 1 april 2020 tot 1 september 2020 verloopt, geldt dat deze verklaringen van betrouwbaarheid hun geldigheid zullen behouden gedurende één jaar volgend op de datum waarop hun geldigheid onder het reguliere beleid zou zijn verlopen.
### 4. Legitimatiebewijzen
Relevante artikelen: artikel 9, achtste lid, van de wet en artikel 13 van de regeling.
@ -217,10 +213,6 @@ Het oranje legitimatiebewijs is bestemd voor voetbalstewards in het betaald voet
Alle soorten legitimatiebewijzen zijn na de datum van afgifte maximaal drie jaar geldig. Voor personen in opleiding is dat maximaal 1 jaar. Indien voor een bepaalde categorie een nieuw legitimatiebewijs wordt ingevoerd, hoeft pas over een nieuw legitimatiebewijs te worden beschikt wanneer de geldigheidsduur van de oude pas is verstreken.
Voor legitimatiebewijzen waarvan de geldigheidsduur onder het reguliere beleid in de periode van 1 april 2020 tot 1 september 2020 verloopt, geldt dat deze legitimatiebewijzen hun geldigheid zullen behouden gedurende één jaar volgend op de datum waarop hun geldigheid onder het reguliere beleid zou zijn verlopen.
Voor groene legitimatiebewijzen geldt in het bijzonder dat deze, voor zover de geldigheid onder het reguliere beleid in de periode van 1 april 2020 tot 1 april 2021 verloopt, hun geldigheid zullen behouden gedurende één jaar volgend op de datum waarop hun geldigheid onder het reguliere beleid zou zijn verlopen.
### 5. Erkenning van en toezicht op praktijkopleidingen
Relevant artikel: artikel 5, derde lid van de regeling
@ -322,7 +314,7 @@ De intrekking van een vergunning heeft zeer vergaande gevolgen, vanwege het feit
*Overtredingen*
Op grond van artikel 15 van de wet kan de Minister van Justitie en Veiligheid een bestuurlijke boete van maximaal € 11.250 opleggen aan de vergunninghouder indien wordt gehandeld in strijd met de regels gesteld bij of krachtens de in artikel 15 van de wet genoemde artikelen.
Op grond van artikel 15 van de wet kan de Minister van Justitie en Veiligheid een bestuurlijke boete van maximaal € 11.250 opleggen aan de vergunninghouder indien wordt gehandeld in strijd met de regels gesteld bij of krachtens de in artikel 15 van de wet genoemde artikelen.
De overtredingen zijn voor wat betreft de ernst daarvan te onderscheiden in drie categorieën:
@ -330,11 +322,11 @@ I. Overtreding van regels betreffende kwaliteit en betrouwbaarheid van personeel
II. Overtreding van regels betreffende een goede afstemming met de toezichthouder;
III. Overtredingen van regels betreffende administratieve vereisten.
In de gevallen onder categorie I gaat het om regels waarvan de overtreding door een beveiligingsorganisatie of recherchebureau de grootste maatschappelijke risicos met zich meebrengt omdat zij direct raken aan de belangen van de burger. Dit rechtvaardigt dat juist in deze categorie, waarin zich de meest zware overtredingen bevinden, de maximale boete van € 11.250, kan worden opgelegd.
In de gevallen onder categorie I gaat het om regels waarvan de overtreding door een beveiligingsorganisatie of recherchebureau de grootste maatschappelijke risicos met zich meebrengt omdat zij direct raken aan de belangen van de burger. Dit rechtvaardigt dat juist in deze categorie, waarin zich de meest zware overtredingen bevinden, de maximale boete van € 11.250, kan worden opgelegd.
De gevallen onder categorie II betreffen voorwaarden die betrekking hebben op een goede afstemming met de politie als toezichthouder. Deze afstemming is noodzakelijk om de vereiste controle op particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus te kunnen uitoefenen. Bij overtreding(en) van artikelen uit categorie II kan een boete van maximaal € 7.000 worden opgelegd.
De gevallen onder categorie II betreffen voorwaarden die betrekking hebben op een goede afstemming met de politie als toezichthouder. Deze afstemming is noodzakelijk om de vereiste controle op particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus te kunnen uitoefenen. Bij overtreding(en) van artikelen uit categorie II kan een boete van maximaal € 7.000 worden opgelegd.
In categorie III gaat het om overtredingen die te classificeren zijn als administratieve nalatigheid. Hier kan een boete van maximaal € 1.000 worden opgelegd.
In categorie III gaat het om overtredingen die te classificeren zijn als administratieve nalatigheid. Hier kan een boete van maximaal € 1.000 worden opgelegd.
Bij de bepaling van de hoogte van de boete worden als uitgangspunt de bedragen genomen genoemd in het overzicht bestuurlijke boetes.
@ -357,52 +349,52 @@ o Artikel 7 lid 1 Wpbr
Verbod leidinggevenden te werk te stellen zonder voorafgaande toestemming van de Minister van Justitie en Veiligheid.
Boetebedrag € 2.000,.
Boetebedrag € 2.000,.
o Artikel 7 lid 2 Wpbr
Verbod personeel te werk te stellen zonder voorafgaande toestemming van de korpschef of de Commandant van de Koninklijke Marechaussee.
Boetebedrag € 2.000,.
Boetebedrag € 2.000,.
o Artikel 8, lid 2 Wpbr i.v.m. artikel 5, 7, 8, 9 en 10 Rpbr
Verbod beveiligers in te zetten die niet voldoen aan opleidingseisen.
Boetebedrag € 2.000,.
Boetebedrag € 2.000,.
o oArtikel 9, lid 1 Wpbr
Plicht tot dragen van een goedgekeurd uniform.
Boetebedrag € 500,.
Boetebedrag € 500,.
o Artikel 9, lid 3 Wpbr
Verbod tot dragen van handboeien.
Boetebedrag € 2.000,.
Boetebedrag € 2.000,.
o Artikel 10, lid 1 Wpbr i.v.m. artikel 11 Rpbr
Plicht gebruik te maken van vakbekwame en betrouwbare installateurs.
Boetebedrag € 2.000,.
Boetebedrag € 2.000,.
o Artikel 11b Rpbr i.v.m. artikel 6 sub i Wpbr
Plicht gebruik te maken van vakbekwame en betrouwbare installateurs.
Boetebedrag € 2.000,.
Boetebedrag € 2.000,.
o Artikel 10, lid 3 Wpbr
Plicht gebruik te maken van gecertificeerde apparatuur.
Boetebedrag € 2.000,.
Boetebedrag € 2.000,.
o oArtikel 11b, lid 6 Rpbr
Plicht gebruik te maken van gecertificeerde apparatuur.
Boetebedrag € 2.000,.
Boetebedrag € 2.000,.
o Artikel 17 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub g Wpbr
Plicht gebruik te maken van gecertificeerde honden.
Boetebedrag € 2.000,.
Boetebedrag € 2.000,.
o oArtikel 2 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub i Wpbr
Verbod om te handelen in strijd met de belangen van de veiligheidszorg of de goede naam van de bedrijfstak.
@ -412,17 +404,17 @@ o Artikel 18 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub h Wpbr
Plicht een klachtenregeling vast te stellen.
Boetebedrag € 1.000,.
Boetebedrag € 1.000,.
o Artikel 20 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub b Wpbr
Certificeringsplicht voor Particuliere Alarmcentrales en videotoezichtcentrales.
Boetebedrag € 5.000, bij eerste overtreding en € 11.250, bij recidive.
Boetebedrag € 5.000, bij eerste overtreding en € 11.250, bij recidive.
o oArtikel 23 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub i Wpbr
Plicht gebruik te maken van juiste materieel bij geld- en waardetransport.
Boetebedrag € 5.000, bij eerste overtreding en € 11.250, bij recidive.
Boetebedrag € 5.000, bij eerste overtreding en € 11.250, bij recidive.
Goede afstemming met Minister van Justitie en Veiligheid en Politie
@ -430,56 +422,56 @@ o Artikel 9, lid 8 Wpbr
Plicht het verstrekte legitimatiebewijs bij zich te dragen.
Boetebedrag € 300,.
Boetebedrag € 300,.
o Artikel 10, lid 4 Wpbr
Plicht om bewijsstukken betreffende installateurs en apparatuur voorhanden te hebben.
Boetebedrag € 300,
Boetebedrag € 300,
o Artikel 11 b, lid 7 Rpbr
Plicht om bewijsstukken betreffende installateurs en apparatuur voorhanden te hebben.
Boetebedrag € 300,
Boetebedrag € 300,
o Artikel 11 lid 2 Wpbr
Plicht inlichtingen te verstrekken aan ambtenaren, bedoeld in artikel 141 onder b en c, Wetboek van Strafvordering.
Boetebedrag € 2.000,.
Boetebedrag € 2.000,.
o Artikel 12 lid 1 Wpbr
Plicht gevolg te geven aan aanwijzingen van de korpschef dan wel de Commandant van de Koninklijke Marechaussee.
Boetebedrag € 2.000,.
Boetebedrag € 2.000,.
o Artikel 12 lid 2 Wpbr
Plicht de korpschef van de regionale eenheid dan wel de Commandant van de Koninklijke Marechaussee bij een luchtvaartterrein te informeren wanneer een begin wordt gemaakt met nieuwe beveiligingswerkzaamheden.
Boetebedrag € 500,.
Boetebedrag € 500,.
o Artikel 12, lid 1 Rpbr i.v.m. artikel 6, sub d Wpbr
Plicht tot dragen van het vastgestelde embleem op het uniform.
Boetebedrag € 300,.
Boetebedrag € 300,.
o Artikel 13 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub e Wpbr
Plicht om het juist(e) (ingevulde) legitimatiebewijs te gebruiken.
Boetebedrag € 300,.
Boetebedrag € 300,.
o Artikel 19 lid 2 Rpbr i.v.m. artikel 6, sub i Wpbr
o licht nieuwe werkzaamheden op correcte wijze via het vastgestelde aanmeldingsformulier aan te melden bij korpschef.
Boetebedrag € 300,.
Boetebedrag € 300,.
o Artikel 22 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub i Wpbr
Plicht voor PAC en videotoezichtcentrales nieuwe werkzaamheden aan te melden bij de korpschef
Boetebedrag € 500,.
Boetebedrag € 500,.
o Artikel 13, lid 6 Rpbr i.v.m. artikel 6, sub e Wpbr
Plicht om een register bij de houden met gegevens over de legitimatiebewijzen.
Boetebedrag € 2.000,.
Boetebedrag € 2.000,.
Administratieve nalatigheid.
@ -487,18 +479,18 @@ o Artikel 18, lid 2 i.v.m. artikel 6 sub h Wpbr
Plicht om klachten ter kennis te brengen bij de Minister van Justitie en Veiligheid.
Boetebedrag € 300,.
Boetebedrag € 300,.
o Artikel 13, lid 5 Rpbr i.v.m. artikel 6, sub e Wpbr
Plicht om bewijs in te nemen en te overhandigen aan de korpschef.
Boetebedrag € 300,
Boetebedrag € 300,
Categorie I: maximum boete € 11.250
Categorie I: maximum boete € 11.250
Categorie II: maximum boete € 7.000
Categorie II: maximum boete € 7.000
Categorie III: maximum boete € 1.000.
Categorie III: maximum boete € 1.000.
#### 12.3. Intrekking