2011-12-01 | BWBR0006923 | Rijnvaartpolitiereglement 1995
This commit is contained in:
parent
acce45e9b1
commit
619687fc63
1 changed files with 84 additions and 136 deletions
|
|
@ -42,8 +42,8 @@ p. *varend schip, drijvend voorwerp of drijvende inrichting:* een schip, een dri
|
|||
q. *op radar varend schip:* een schip dat gebruik maakt van radar voor het varen bij slecht zicht;
|
||||
r. *des nachts:* de tijd tussen zonsondergang en zonsopgang;
|
||||
s. *des daags:* de tijd tussen zonsopgang en zonsondergang;
|
||||
t. *wit licht, rood licht, groen licht, geel licht en blauw licht:* een licht waarvan de kleur voldoet aan de eisen van tabel 2 van de Europese norm EN 14744 : 2006;
|
||||
u. *krachtig licht, helder licht en gewoon licht:* een licht waarvan de sterkte voldoet aan de eisen van tabel 1 van de Europese norm EN 14744 : 2006;
|
||||
t. *wit licht, rood licht, groen licht, geel licht en blauw licht:* een licht waarvan de kleur voldoet aan de eisen van tabel 2 van de Europese norm EN 14744 : 2006;
|
||||
u. *krachtig licht, helder licht en gewoon licht:* een licht waarvan de sterkte voldoet aan de eisen van tabel 1 van de Europese norm EN 14744 : 2006;
|
||||
v. *flikkerlicht, snel flikkerlicht:* een periodelicht waarvan het aantal regelmatige lichtverschijningen als flikkerlicht voldoet aan de eisen van regel 1 en als snel licht aan de eisen van regel 2 of regel 3 van tabel 3 van de Europese norm EN 14744 : 2006;
|
||||
w. *korte stoot:* een geluidssein, durende ongeveer 1 seconde; *lange stoot:* een geluidssein, durende ongeveer 4 seconden en waarbij de tijdruimte tussen de opeenvolgende stoten ongeveer 1 seconde bedraagt;
|
||||
x. *reeks zeer korte stoten:* een reeks van ten minste 6 stoten, elk durende ongeveer 1/4 seconde en waarbij de tijdruimte tussen de opeenvolgende stoten ongeveer 1/4 seconde bedraagt;
|
||||
|
|
@ -106,7 +106,7 @@ Indien hij een alcoholconcentratie in het bloed heeft van 0,5 promille of meer,
|
|||
|
||||
De dienstdoende leden van de minimumbemanning in de zin van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn, en andere personen aan boord die tijdelijk zelfstandig de koers en de snelheid van het schip bepalen, mogen in hun functioneren niet worden belemmerd door oververmoeidheid of de gevolgen van het gebruik van alcohol, medicijnen of drugs, dan wel door enige andere oorzaak.
|
||||
|
||||
Indien zij een alcoholconcentratie in het bloed hebben van 0,5 promille of meer, dan wel een hoeveelheid alcohol in het lichaam hebben die een dienovereenkomstige alcoholconcentratie in het bloed dan wel een daarmee overeenkomende alcoholconcentratie in uitgeademde lucht oplevert, is het deze personen verboden de koers en de snelheid van het schip te bepalen.
|
||||
Indien zij een alcoholconcentratie in het bloed hebben van 0,5 promille of meer, dan wel een hoeveelheid alcohol in het lichaam hebben die een dienovereenkomstige alcoholconcentratie in het bloed dan wel een daarmee overeenkomende alcoholconcentratie in uitgeademde lucht oplevert, is het deze personen verboden de koers en de snelheid van het schip te bepalen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.04
|
||||
|
||||
|
|
@ -154,7 +154,7 @@ c. schepen met een breedte van 11 m of meer,
|
|||
|
||||
**3.** Aan deze voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer het schip krachtens het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn van een certificaat of van een volgens dit reglement als gelijkwaardig erkend certificaat is voorzien, en de bouw en de uitrusting overeenstemmen met de in dat certificaat vermelde gegevens en wanneer de bemanning en de bedrijfsuitoefening in overeenstemming zijn met de voorschriften van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn.
|
||||
|
||||
**4.** Onverminderd het derde lid, moeten de in onderdeel 44 van het certificaat van onderzoek vermelde individuele reddingsmiddelen voor passagiers geschikt zijn, qua aantal en verdeling per type overeenkomen met het aantal aan boord zijnde volwassenen en kinderen en aan boord beschikbaar zijn, waarbij voor kinderen met een lichaamsgewicht tot en met 30 kg of maximaal 6 jaar oud uitsluitend harde zwemvesten als bedoeld in artikel 10.05, tweede lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn zijn toegestaan.
|
||||
**4.** Onverminderd het derde lid, moeten de in onderdeel 44 van het certificaat van onderzoek vermelde individuele reddingsmiddelen voor passagiers geschikt zijn, qua aantal en verdeling per type overeenkomen met het aantal aan boord zijnde volwassenen en kinderen en aan boord beschikbaar zijn, waarbij voor kinderen met een lichaamsgewicht tot en met 30 kg of maximaal 6 jaar oud uitsluitend harde zwemvesten als bedoeld in artikel 10.05, tweede lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn zijn toegestaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.09
|
||||
|
||||
|
|
@ -203,7 +203,9 @@ w. op het riviergedeelte tussen Basel en Mannheim voor schepen met een lengte va
|
|||
x. de overeenkomstig artikel 8a.02, derde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn vereiste kopieën van het certificaat van typegoedkeuring en van het proces-verbaal van de motorkenmerken van iedere motor;
|
||||
y. de verklaring voor de volgens artikel 10.02, tweede lid, onderdeel a, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voorgeschreven stalen trossen;
|
||||
z. de verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van het Inland AIS-apparaat;
|
||||
aa. de verklaringen die volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn voor het veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen zijn voorgeschreven.
|
||||
aa. de verklaringen die volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn voor het veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen zijn voorgeschreven;
|
||||
ab. de bunkerverklaring als bedoeld in Bijlage 2, Deel A, artikel 3.04, eerste lid, van het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (CDNI), met inbegrip van de kwitanties van de vergoedingstransacties van het SPE-CDNI over een periode van ten minste twaalf maanden. Indien de laatste afname van gasolie meer dan twaalf maanden geleden heeft plaatsgevonden, dient ten minste de laatste bunkerverklaring aan boord aanwezig te zijn;
|
||||
ac. de bij artikel 15.07, tweede lid, voorgeschreven losverklaring.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -221,9 +223,9 @@ waarbij uit een hoofdletter R, aangebracht achter het uniek Europees scheepsiden
|
|||
|
||||
Indien de duwbak over een officieel scheepsnummer beschikt, moet dat begrip en het officiële scheepsnummer op de metalen plaat worden aangebracht.
|
||||
|
||||
De gevraagde gegevens moeten, in goed leesbare letters met een hoogte van ten minste 6 mm, ingehakt of ingeslagen zijn.
|
||||
De gevraagde gegevens moeten, in goed leesbare letters met een hoogte van ten minste 6 mm, ingehakt of ingeslagen zijn.
|
||||
|
||||
De metalen plaat moet een hoogte van ten minste 60 mm en een lengte van ten minste 120 mm hebben. Zij moet op het achterschip aan stuurboordzijde op een goed zichtbare plaats zijn bevestigd.
|
||||
De metalen plaat moet een hoogte van ten minste 60 mm en een lengte van ten minste 120 mm hebben. Zij moet op het achterschip aan stuurboordzijde op een goed zichtbare plaats zijn bevestigd.
|
||||
|
||||
De overeenstemming tussen de gegevens op de plaat, met uitzondering van de letter R, met die in het certificaat van onderzoek van de duwbak moet worden bevestigd door een Commissie van Deskundigen door middel van het aanbrengen op de plaat van een stempel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -365,7 +367,7 @@ b. indien het is bestemd voor het vervoer van passagiers, het ten hoogste toegel
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bovenvermelde kentekens moeten zijn aangebracht in Latijnse letters en Arabische cijfers. Zij moeten goed leesbaar en onuitwisbaar zijn. De hoogte van de tekens moet voor de naam, het uniek Europees identificatienummer en het officiële scheepsnummer ten minste 20 cm en voor de overige aanduidingen ten minste 15 cm bedragen.
|
||||
Bovenvermelde kentekens moeten zijn aangebracht in Latijnse letters en Arabische cijfers. Zij moeten goed leesbaar en onuitwisbaar zijn. De hoogte van de tekens moet voor de naam, het uniek Europees identificatienummer en het officiële scheepsnummer ten minste 20 cm en voor de overige aanduidingen ten minste 15 cm bedragen.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
|
@ -440,10 +442,10 @@ b. een gekoppeld samenstel, waarvan de grootste lengte meer dan 140 m bedraagt,
|
|||
|
||||
Een schip mag slechts de navigatielantaarns gebruiken,
|
||||
|
||||
a. waarvan de lantaarnhuizen en toebehoren het keurmerk dragen, voorgeschreven in de richtlijn nr. 96/98/EG van de Raad van 20 december 1996, inzake uitrusting van zeeschepen (PbEG L 46), zoals gewijzigd door richtlijn nr. 2008/67/EG van de Commissie van 30 juni 2008 (PbEU L 171), en
|
||||
a. waarvan de lantaarnhuizen en toebehoren het keurmerk dragen, voorgeschreven in de richtlijn nr. 96/98/EG van de Raad van 20 december 1996, inzake uitrusting van zeeschepen (PbEG L 46), zoals gewijzigd door richtlijn nr. 2008/67/EG van de Commissie van 30 juni 2008 (PbEU L 171), en
|
||||
b. waarvan de lichten voor wat betreft hun horizontale uitstraling, kleur en sterkte in overeenstemming zijn met dit reglement.
|
||||
|
||||
Navigatielantaarns, waarvan de lantaarnhuizen, toebehoren en lichtbronnen voldoen aan de eisen van het op 30 november 2009 geldende Rijnvaartpolitiereglement of van richtlijn nr. 2006/87/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van richtlijn nr. 82/714 van de Raad, kunnen nog steeds worden gebruikt.
|
||||
Navigatielantaarns, waarvan de lantaarnhuizen, toebehoren en lichtbronnen voldoen aan de eisen van het op 30 november 2009 geldende Rijnvaartpolitiereglement of van richtlijn nr. 2006/87/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van richtlijn nr. 82/714 van de Raad, kunnen nog steeds worden gebruikt.
|
||||
|
||||
**3.** De lichten van stilliggende schepen die niet zijn uitgerust met een motor behoeven niet aan het gestelde in het tweede lid te voldoen. Bij goed zicht en tegen een donkere achtergrond dient de zichtbaarheid daarvan echter ongeveer 1000 m te bedragen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -595,9 +597,9 @@ ii. een heklicht op het achterschip van elk ander schip dat van achteren over de
|
|||
|
||||
|
||||
|
||||
**2.** Een duwstel dat door twee duwboten naast elkaar wordt voortbewogen moet de heklichten bedoeld in het eerste lid, onder *c.*i, voeren op de duwboot aan stuurboord. De andere duwboot moet het heklicht bedoeld in het eerste lid, onder *c.*ii, voeren.
|
||||
**2.** Een duwstel dat door twee duwboten naast elkaar wordt voortbewogen moet des nachts de heklichten bedoeld in het eerste lid, onder c.i, voeren op de duwboot aan stuurboord. De andere duwboot moet des nachts het heklicht bedoeld in het eerste lid, onder c.ii, voeren.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is eveneens van toepassing op duwstellen die des nachts worden gesleept. De heklichten bedoeld in het eerste lid, onder *c.*i, dienen echter geel in plaats van wit te zijn.
|
||||
**3.** Het eerste lid is eveneens van toepassing op duwstellen die des nachts worden gesleept. De heklichten bedoeld in het eerste lid, onder c.i, dienen echter geel in plaats van wit te zijn.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -862,10 +864,10 @@ Een in bedrijf zijnd drijvend werktuig en een schip, dat in de rivier werken uit
|
|||
|
||||
a. aan de zijde waar de doorvaart vrij is:
|
||||
|
||||
-. des nachts:
|
||||
- des nachts:
|
||||
|
||||
twee groene heldere of gewone lichten;
|
||||
-. des daags:
|
||||
- des daags:
|
||||
|
||||
het aanwijzingsbord E.1 ( bijlage 7) of
|
||||
|
||||
|
|
@ -876,42 +878,42 @@ in een verticale lijn met een onderlinge afstand van ongeveer 1 m;
|
|||
en zo nodig:
|
||||
b. aan de zijde waar de doorvaart niet vrij is:
|
||||
|
||||
-. des nachts:
|
||||
- des nachts:
|
||||
|
||||
een rood licht,
|
||||
een rood helder of gewoon licht,
|
||||
|
||||
op dezelfde hoogte als het bovenste van de onder *a* voorgeschreven groene lichten en van dezelfde lichtsterkte als die lichten;
|
||||
-. des daags:
|
||||
op dezelfde hoogte als het bovenste van de onder a voorgeschreven groene lichten en van dezelfde lichtsterkte als die lichten;
|
||||
- des daags:
|
||||
|
||||
het verbodsbord A.1 ( bijlage 7), op dezelfde hoogte als het onder *a* voorgeschreven bord,
|
||||
het verbodsbord A.1 ( bijlage 7), op dezelfde hoogte als het onder a voorgeschreven bord,
|
||||
|
||||
of
|
||||
|
||||
een rode bol, op dezelfde hoogte als de bovenste van de onder *a* voorgeschreven ruiten;
|
||||
een rode bol, op dezelfde hoogte als de bovenste van de onder a voorgeschreven ruiten;
|
||||
|
||||
of, in het geval dat deze schepen tevens tegen hinderlijke waterbeweging beschermd moeten worden:
|
||||
c. aan de zijde waar de doorvaart vrij is:
|
||||
|
||||
-. des nachts:
|
||||
- des nachts:
|
||||
|
||||
een rood helder of gewoon licht en een wit helder of gewoon licht, in een verticale lijn met een onderlinge afstand van ongeveer 1 m, het rode licht boven;
|
||||
-. des daags:
|
||||
- des daags:
|
||||
|
||||
een vlag waarvan de bovenste helft rood en de onderste helft wit is, dan wel twee vlaggen boven elkaar, de bovenste rood en de onderste wit;
|
||||
|
||||
en zo nodig:
|
||||
d. aan de zijde waar de doorvaart niet vrij is:
|
||||
|
||||
-. des nachts:
|
||||
- des nachts:
|
||||
|
||||
een rood licht, op dezelfde hoogte als het onder *c* voorgeschreven rode licht en van dezelfde lichtsterkte als dit licht;
|
||||
-. des daags:
|
||||
een rood licht, op dezelfde hoogte als het onder c voorgeschreven rode licht en van dezelfde lichtsterkte als dit licht;
|
||||
- des daags:
|
||||
|
||||
een rode vlag, op dezelfde hoogte als de aan de andere zijde gevoerde roodwitte vlag of de rode vlag.
|
||||
|
||||
Deze tekens moeten zijn aangebracht op een zodanige hoogte, dat zij van alle zijden zichtbaar zijn. De vlaggen mogen worden vervangen door borden van dezelfde kleur.
|
||||
|
||||
**2.** Een vastgevaren of gezonken schip moet des nachts de bij het eerste lid, onder *c* en *d*, voorgeschreven tekens voeren. Indien een gezonken schip zodanig ligt dat daarop de tekens niet kunnen worden aangebracht, moeten deze op roeiboten, op boeien of op een andere doelmatige wijze zijn geplaatst.
|
||||
**2.** Een vastgevaren of gezonken schip moet des nachts de bij het eerste lid, onder c en d, voorgeschreven tekens voeren. Indien een gezonken schip zodanig ligt dat daarop de tekens niet kunnen worden aangebracht, moeten deze op roeiboten, op boeien of op een andere doelmatige wijze zijn geplaatst.
|
||||
|
||||
**3.** De bevoegde autoriteit kan ontheffing verlenen van de verplichting tot het voeren van de bij het eerste lid, onder *a* en *b*, voorgeschreven tekens.
|
||||
|
||||
|
|
@ -993,15 +995,11 @@ een rode vlag of ieder ander geschikt voorwerp waarmee in het rond wordt gezwaai
|
|||
|
||||
### Artikel 3.31
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Indien op grond van wettelijke voorschriften de toegang aan boord voor onbevoegden is verboden, moet dit verbod worden aangeduid door: één of meer ronde witte symbolen met een rode rand en een rode diagonale balk en met, in zwart, de afbeelding van een afwerende hand. Deze symbolen moeten naar behoefte aan boord of bij de loopplank worden aangebracht. De doorsnede van deze symbolen moet ongeveer 0,60 m bedragen.
|
||||
|
||||
Indien op grond van wettelijke voorschriften de toegang aan boord voor onbevoegden is verboden, moet dit verbod worden aangeduid door:
|
||||
**2.** Deze symbolen moeten zo nodig worden verlicht om des nachts duidelijk zichtbaar te zijn.
|
||||
|
||||
één of meer ronde witte borden met een rode rand en een rode diagonale balk en met, in zwart, de afbeelding van een voetganger.
|
||||
|
||||
Deze borden moeten naar behoefte aan boord of bij de loopplank worden aangebracht. In afwijking van artikel 3.03, derde lid, moet de doorsnede van deze borden ongeveer 0,60 m bedragen.
|
||||
|
||||
**2.** Deze borden moeten zo nodig worden verlicht om des nachts duidelijk zichtbaar te zijn.
|
||||
**3.** De symbolen die overeenkomstig de op 30 november 2011 geldende versie van het Rijnvaartpolitiereglement waren voorgeschreven, mogen tot en met 30 november 2015 worden gebruikt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.32
|
||||
|
||||
|
|
@ -1009,12 +1007,14 @@ Deze borden moeten naar behoefte aan boord of bij de loopplank worden aangebrach
|
|||
|
||||
Indien het op grond van wettelijke voorschriften aan boord is verboden:
|
||||
|
||||
a. te roken;
|
||||
b. onbeschermd licht of vuur te gebruiken,
|
||||
a) te roken;
|
||||
b) onbeschermd licht of vuur te gebruiken, moet dit verbod worden aangeduid door één of meer ronde witte symbolen met een rode rand en een rode diagonale balk en met de afbeelding van een brandende lucifer.
|
||||
|
||||
moet dit verbod worden aangeduid door één of meer ronde witte borden met een rode rand en een rode diagonale balk en met de afbeelding van een rokende sigaret. Deze borden moeten naar behoefte aan boord of bij de loopplank worden aangebracht. In afwijking van artikel 3.03, derde lid, moet de doorsnede van deze borden ongeveer 0,60 m bedragen.
|
||||
Deze symbolen moeten naar behoefte aan boord of bij de loopplank worden aangebracht. De doorsnede van deze symbolen moet ongeveer 0,60 m bedragen.
|
||||
|
||||
**2.** Deze borden moeten zo nodig worden verlicht om des nachts duidelijk zichtbaar te zijn.
|
||||
**2.** Deze symbolen moeten zo nodig worden verlicht om des nachts duidelijk zichtbaar te zijn.
|
||||
|
||||
**3.** De symbolen die overeenkomstig de op 30 november 2011 geldende tekst van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 waren voorgeschreven, mogen tot en met 30 november 2015 worden gebruikt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.33
|
||||
|
||||
|
|
@ -1319,11 +1319,7 @@ Indien daardoor een ander schip zou worden genoodzaakt zijn koers of zijn snelhe
|
|||
a. "één lange stoot gevolgd door één korte stoot", zo het over stuurboord wil keren, of
|
||||
b. "één lange stoot gevolgd door twee korte stoten", zo het over bakboord wil keren.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het andere schip moet dan, voorzover nodig en mogelijk, zijn koers of zijn snelheid wijzigen om het keren zonder gevaar te kunnen doen geschieden.
|
||||
|
||||
In het bijzonder ten opzichte van een schip dat wil opdraaien moet het ertoe medewerken, dat dit tijdig kan geschieden.
|
||||
**3.** Het andere schip moet dan, voorzover nodig en mogelijk, zijn koers of zijn snelheid wijzigen om het keren zonder gevaar te kunnen doen geschieden.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1679,7 +1675,7 @@ g. in het traject van een veerpont;
|
|||
h. in de route van schepen die aan een aanlegplaats willen aanleggen of van daar vertrekken;
|
||||
i. op plaatsen om te keren, aangeduid door het teken E.8 ( bijlage 7);
|
||||
k. evenwijdig aan een schip dat het bord bedoeld in artikel 3.33 voert, binnen de afstand die op de witte driehoek van dit bord in meters is aangegeven;
|
||||
l. in een vak aangeduid door het teken A.5.1 ( bijlage 7), binnen de afstand te rekenen vanaf het teken, die daarop in meters is aangegeven.
|
||||
l. in een door het teken A.5.1 (bijlage 7) aangeduid vak, waarvan de breedte op het teken in meters is aangegeven. De breedte is vanaf het teken te rekenen.
|
||||
|
||||
**2.** Op een gedeelte van de vaarweg waar het ligplaats nemen is verboden ingevolge het eerste lid, onder *a* tot en met *d*, mogen schepen, drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen evenwel ligplaats nemen op de bijzondere ligplaatsen, aangeduid door één der tekens E.5 tot en met E.7 ( bijlage 7), met inachtneming van de artikelen 7.03 tot en met 7.06.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2032,7 +2028,7 @@ Lorch – St. Goar
|
|||
|
||||
a. Tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00) moet een opvarend schip de linkeroever en een afvarend schip de rechteroever houden.
|
||||
b. Een opvarend schip of een afvarend schip als bedoeld in artikel 9.04, vierde lid, mag onder de in artikel 9.04, derde of vierde lid, genoemde voorwaarden verlangen, dat het voorbijvaren stuurboord op stuurboord plaatsvindt. In dat geval moeten geluidsseinen worden gegeven en dagtekens worden getoond overeenkomstig artikel 9.04, vijfde lid. Artikel 6.05 is niet van toepassing.
|
||||
c. Voor de schipper van een schip met een lengte van meer dan 110 m is de verplichting tot het geven van inlichtingen aan andere schepen als voorgeschreven voor des nachts in artikel 9.08, tweede lid, onder b en c, ook overdag van toepassing.
|
||||
c. Voor de schipper van een schip met een lengte van meer dan 110 m is de verplichting tot het geven van inlichtingen aan andere schepen als voorgeschreven voor des nachts in artikel 9.08, tweede lid, onder b en c, ook overdag van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2101,10 +2097,10 @@ c. wanneer een opvarend duwstel, een opvarend gekoppeld samenstel of een opvaren
|
|||
|
||||
Een varend multifunctioneel schip:
|
||||
|
||||
a. van het Franse leger tussen Basel (km 168,450) en Lauterburg (km 352,00), en
|
||||
a. van het Franse leger tussen Basel (km 168,450) en Lauterburg (km 352,00), en
|
||||
b. van het Duitse leger tussen de sluizen te Iffezheim (km 334,00) en het Spijksche Veer (km 857,40);
|
||||
|
||||
moet des nachts de lichten, bedoeld in artikel 3.08, eerste lid, voeren en ongeveer 1 m boven het toplicht als bijkomend teken, dat ook overdag moet worden gevoerd: een geel gewoon of helder rondom schijnend flikkerlicht.
|
||||
moet des nachts de lichten, bedoeld in artikel 3.08, eerste lid, voeren en ongeveer 1 m boven het toplicht als bijkomend teken, dat ook overdag moet worden gevoerd: een geel gewoon of helder rondom schijnend flikkerlicht.
|
||||
|
||||
**2.** Een schip als bedoeld in het eerste lid wordt als klein schip aangemerkt. De artikelen 6.02 en 6.02*a*, eerste en derde lid, zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2138,7 +2134,7 @@ Tussen de Mittlere Rheinbrücke te Basel (km 166,64) en de sluis te Kembs (km 17
|
|||
|
||||
a. een schip, met uitzondering van een klein schip niet zijnde een motorschip, moet in afvaart zoveel mogelijk het midden van de rivier en in opvaart zoveel mogelijk het middelste derde gedeelte van de breedte van de rivier houden; als breedte van de rivier geldt de afstand tussen de oeverlijnen. Tijdens het varen, met inbegrip van het voorbijlopen, mogen zich ten hoogste twee eenheden naast elkaar bevinden;
|
||||
b. daar waar de plaatselijke omstandigheden het noodzakelijk maken dichter bij de oever te varen dan onder *a* is aangegeven moeten de in dat onderdeel bedoelde schepen desalniettemin zo ver mogelijk uit de oevers blijven en hun snelheid verminderen;
|
||||
c. artikel 9.04 is van toepassing. Tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00) moet een opvarend schip in het middelste derde gedeelte van de rivier zó dicht de linkeroever aanhouden, dat het ontmoeten met een afvarend schip zonder gevaar bakboord op bakboord kan geschieden;
|
||||
c. artikel 9.04 blijft van toepassing. Tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00) moet een opvarend schip in het middelste derde gedeelte van de rivier zó dicht de linkeroever aanhouden, dat het ontmoeten met een afvarend schip zonder gevaar bakboord op bakboord kan geschieden;
|
||||
d. onverminderd artikel 6.20 mag een schip ten opzichte van de oever niet sneller varen dan 20 km per uur;
|
||||
e. na het overschrijden van het hoogwaterpeil I mag een schip slechts op de betreffende riviervakken varen, indien het is uitgerust met een marifooninstallatie. De marifooninstallatie moet voor ontvangst zijn ingeschakeld op de voor de nautische informatie aangewezen kanalen. Dit geldt niet voor kleine schepen die door middel van spierkracht worden voortbewogen.
|
||||
f. na het overschrijden van het hoogwaterpeil I is het verboden te varen met een snel schip.
|
||||
|
|
@ -2206,7 +2202,7 @@ De in het eerste en tweede lid bedoelde hoogwaterpeilen die gelden voor de op- e
|
|||
| Rees-Spijksche Veer | 7,00 | 8,70 |
|
||||
| Spijksche Veer (km 857,40) ______________________________________________ | | |
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegde autoriteiten kunnen tussen Basel en de sluizen te Kembs aan individuele schepen, indien deze bepaalde voorwaarden vervullen, de vaart op dit riviergedeelte tot aan een waterstand van 8,50 m aan de peilschaal te Basel-Rheinhalle toestaan, wanneer de waterstand reeds gedurende meer dan drie dagen boven het peil van 8,20 m heeft gelegen en de voorspellingen aangeven, dat de waterstand ook de volgende twee dagen nog boven dit peil zal liggen.
|
||||
**4.** De bevoegde autoriteiten kunnen tussen Basel en de sluizen te Kembs aan individuele schepen, indien deze bepaalde voorwaarden vervullen, de vaart op dit riviergedeelte tot aan een waterstand van 8,50 m aan de peilschaal te Basel-Rheinhalle toestaan, wanneer de waterstand reeds gedurende meer dan drie dagen boven het peil van 8,20 m heeft gelegen en de voorspellingen aangeven, dat de waterstand ook de volgende twee dagen nog boven dit peil zal liggen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2236,7 +2232,7 @@ Een sleep die uit niet meer dan twee schepen bestaat mag tussen Bingen (km 529,1
|
|||
|
||||
**1.** De grootste lengte van een schip mag niet meer bedragen dan 135 m. De grootste lengte mag echter in de afvaart tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00) bij waterstanden aan de peilschaal te Kaub van minder dan 0,85 m en meer dan 4,60 m (hoogwaterpeil I) niet meer bedragen dan 110 m.
|
||||
|
||||
**2.** Een schip, met uitzondering van een passagiersschip, met een lengte van meer dan 110 meter, kan alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen, indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, tweede lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voldoet. Een passagiersschip met een lengte van meer dan 110 meter kan alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, derde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voldoet. De door de bevoegde autoriteiten voor het te bevaren riviergedeelte tussen Basel en Mannheim reeds verleende vergunningen voor schepen met een lengte tussen 110 en 135 meter, die op 30 september 2001 geldig waren, blijven onder de voorwaarden die in verband met de veiligheid gesteld zijn op het betreffende riviergedeelte van kracht.
|
||||
**2.** Een schip, met uitzondering van een passagiersschip, met een lengte van meer dan 110 meter, kan alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen, indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, tweede lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voldoet. Een passagiersschip met een lengte van meer dan 110 meter kan alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, derde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voldoet. De door de bevoegde autoriteiten voor het te bevaren riviergedeelte tussen Basel en Mannheim reeds verleende vergunningen voor schepen met een lengte tussen 110 en 135 meter, die op 30 september 2001 geldig waren, blijven onder de voorwaarden die in verband met de veiligheid gesteld zijn op het betreffende riviergedeelte van kracht.
|
||||
|
||||
**3.** De bevoegde autoriteit voor het riviergedeelte tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00) kan bij waterstanden aan de peilschaal te Kaub van minder dan 0,85 m en van meer dan 4,60 m (hoogwaterpeil I) voor een schip met een lengte van meer dan 110 m in afvaart een vergunning verlenen. Zij stelt daarbij de voorwaarden die in verband met de veiligheid noodzakelijk zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2284,7 +2280,7 @@ Een duwstel mag de hierna genoemde afmetingen niet overschrijden:
|
|||
| | hetzij .............................................................. | 140 | 17,70 |
|
||||
| | dan wel met een kopbesturing van voldoende | | |
|
||||
| | vermogen ........................................................ | 186,50 | 12,00** |
|
||||
| | * De bevoegde autoriteit kan een lengte tot 185 m toelaten. In dat geval is art. 6.28, zevende lid onder a en e, niet van toepassing. | | |
|
||||
| | * De bevoegde autoriteit kan een lengte tot 185 m toelaten. In dat geval is art. 6.28, zevende lid onder a en e, niet van toepassing. | | |
|
||||
| | ** De bevoegde autoriteit kan duwstellen met grotere afmetingen toelaten. | | |
|
||||
| | *** De langszij van de duwboot gekoppelde duwbakken mogen niet geladen zijn. | | |
|
||||
|
||||
|
|
@ -2586,7 +2582,7 @@ c. ligplaats «Rheinquai-Dreiländereck» van km 169,60 tot km 169,71. Deze ligp
|
|||
|
||||
**4.** Schepen die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede of derde lid te voeren, mogen slechts ligplaats nemen met toestemming van de Zwitserse Rijnhavens. De ligplaatsen worden van geval tot geval door de havenmeester aangewezen.
|
||||
|
||||
**5.** De op borden op de oever aangeduide breedten der ligplaatsen gelden slechts bij waterstanden aan de peilschaal van Basel-Rheinhalle van minder dan 7 m.
|
||||
**5.** De op borden op de oever aangeduide breedten der ligplaatsen gelden slechts bij waterstanden aan de peilschaal van Basel-Rheinhalle van minder dan 7 m.
|
||||
|
||||
### Artikel 14.03
|
||||
|
||||
|
|
@ -2991,78 +2987,29 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 15.01
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Algemeen
|
||||
|
||||
a. *afval/afvalwater:* deze worden onderscheiden in scheepsbedrijfsafval en afval van de lading;
|
||||
b. *scheepsbedrijfsafval:* afval en afvalwater, die bij het gebruik en het onderhoud van het schip ontstaan;
|
||||
c. *afval van de lading:* afval en afvalwater, die in verband met de lading aan boord van het schip ontstaan;
|
||||
d. *toegelaten inrichting voor het ontvangen van afval:* een schip als bedoeld in artikel 1.01, onder a, dan wel een inrichting aan land, voorzien van een door de bevoegde autoriteit verleende vergunning voor de ontvangst van scheepsbedrijfsafval en van afval van de lading;
|
||||
e. *eenheidstransport:* transport, waarbij tijdens opeenvolgende reizen in het laadruim of de ladingtank van het schip dezelfde lading of lading, waarvan het laadruim of de ladingtank niet behoeft te worden schoongemaakt, wordt vervoerd.
|
||||
De begripsbepalingen van artikel 1 van het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (CDNI) en van de artikelen 5.01 en 8.01 van bijlage 2 zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Scheepsbedrijfsafval
|
||||
|
||||
a. *afgewerkt vet:* gebruikt vet, dat na het vrijkomen uit de naven, lagers en smeerinrichtingen ontstaat, en overigens niet meer bruikbaar vet;
|
||||
b. *afgewerkte olie:* gebruikte en overigens niet meer bruikbare motor-, transmissie- en hydroliekolie;
|
||||
c. *overig olie- of vethoudend afval:* oude filters (gebruikte olie- en luchtfilters), oude lappen (verontreinigde poetslappen en poetskatoen), vaten (lege, verontreinigde blikken), verpakkingsmateriaal;
|
||||
d. *bilgewater:* oliehoudend water uit de bilge van de machinekamer, de voor- en achterpiek, de kofferdammen en de ruimten tussen zijwand en beunwand;
|
||||
e. *huishoudelijk afvalwater:* afvalwater uit de keuken, eet- en wasruimten (douche, wastafel) en bijkeuken evenals uit de toiletten;
|
||||
f. *huisvuil:* huishoudelijk organisch en anorganisch afval (bijv. etensresten, papier, glas en soortgelijk keukenafval), in ieder geval zonder resten van het overig gedefiniëerde scheepsbedrijfsafval;
|
||||
g. *zuiveringsslib:* restanten, die bij gebruik van een waterzuiveringsinstallatie aan boord van het schip ontstaan;
|
||||
h. *van olie gescheiden water:* het water dat uit bilgewater wordt afgescheiden door voorzieningen aan boord van een toegelaten bilgeboot;
|
||||
i. *slops:* een pompbaar of niet pompbaar mengsel bestaande uit lading en waswaterrestanten, roest en slib;
|
||||
j. *overig klein chemisch afval:* scheepsbedrijfsafval, met uitzondering van het onder *a* tot en met *g* en onder *i* bedoelde afval.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Afval van de lading
|
||||
|
||||
a. *restlading:* vloeibare lading, die na het lossen, zonder een efficiënt-stripping systeem als bedoeld in het ADN, in de ladingtank en in het leidingsysteem achterblijft, evenals droge lading die na het lossen, zonder gebruik van een bezem, veegmachine of een vacuümreiniger, in het laadruim achterblijft. Verpakking en stuwmateriaal behoren tot de lading;
|
||||
b. *ladingrestanten:* vloeibare lading, die niet met behulp van een efficiënt-stripping systeem als bedoeld in het ADN uit de ladingtank of het leidingsysteem kan worden verwijderd, evenals droge lading die niet met behulp van een veegmachine of een bezem uit het laadruim kan worden verwijderd;
|
||||
c. *overslagresten:* droge en eventueel vloeibare lading, die bij overslag buiten het laadruim op het schip achterblijft (bijv. in het gangboord);
|
||||
d. *ongereinigd laadruim/ladingtank:* een laadruim of ladingtank waarin zich nog restlading bevindt;
|
||||
e. *bezemschoon laadruim:* een laadruim, waaruit de restlading is verwijderd (bijv. door gebruikmaking van een veegmachine of een bezem) en waarin zich nog ladingrestanten bevinden;
|
||||
f. *gestripte ladingtank:* een ladingtank, waaruit de restlading is verwijderd (bijv door een efficiënt-stripping systeem als bedoeld in het ADN) en waarin nog slechts ladingrestanten aanwezig zijn;
|
||||
g. *vacuümschoon laadruim:* een laadruim, waaruit de restlading door middel van vacuümtechniek is verwijderd en dat beduidend minder ladingrestanten bevat dan een bezemschoon laadruim;
|
||||
h. *schoonmaken:* het verwijderen van restlading uit de laadruimen en ladingtanks met behulp van de daarvoor geschikte middelen (bijv. een bezem, een veegmachine, vacuümtechniek, efficiënt stripping) waardoor de schoonmaakstandaard,
|
||||
|
||||
"bezemschoon laadruim" of
|
||||
|
||||
"vacuümschoon laadruim" of
|
||||
|
||||
"gestripte ladingtank"
|
||||
|
||||
wordt verkregen, evenals
|
||||
|
||||
het verwijderen van overslagrestanten van gedeelten buiten het laadruim;
|
||||
i. *wassen:* het verwijderen van ladingrestanten uit een bezemschoon of vacuümschoon laadruim dan wel uit een gestripte ladingtank door middel van gebruik van stoom of water;
|
||||
j. *gewassen laadruim/ladingtank:* een laadruim of ladingtank, die na reiniging met water geschikt is voor elke soort lading;
|
||||
k. *waswater:* water, dat bij het wassen van een bezemschoon of vacuümschoon laadruim dan wel van een gestripte ladingtank ontstaat. Hieronder wordt eveneens begrepen het ballast- en regenwater dat uit het laadruim of de ladingtank komt.
|
||||
**2.** De toepassingsmodaliteiten van de bepalingen van dit hoofdstuk zijn in het CDNI geregeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.02
|
||||
|
||||
De schipper, de overige bemanning en andere personen aan boord moeten de door de omstandigheden vereiste waakzaamheid betonen om verontreiniging van de vaarweg te vermijden en de hoeveelheid afvalstoffen en afvalwater die aan boord ontstaan zo veel mogelijk te beperken.
|
||||
De schipper, de overige bemanning en andere personen aan boord moeten de door de omstandigheden vereiste waakzaamheid betonen om verontreiniging van de vaarweg te vermijden, de hoeveelheid afvalstoffen en afvalwater die aan boord ontstaan zo veel mogelijk te beperken en vermenging van verschillende afvalsoorten zo veel mogelijk te voorkomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.03
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden vanaf schepen afgewerkte olie, bilgewater, afgewerkt vet en overige oliehoudende afvalstoffen dan wel slops, huisvuil en overig klein chemisch afval te lozen of te water te doen geraken.
|
||||
**1.** Het is verboden vanaf schepen afgewerkte olie, bilgewater, afgewerkt vet en overige oliehoudende afvalstoffen dan wel slops, huisvuil, zuiveringsslib, overig klein chemisch afval, delen van de lading alsmede afval van de lading te lozen of te water te doen geraken.
|
||||
|
||||
**2.** Indien afval of afvalwater als bedoeld in het eerste lid per ongeluk vrijkomt of dreigt vrij te komen, moet de schipper onverwijld de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit waarschuwen. Daarbij moet hij de plaats van het voorval alsmede de hoeveelheid en de aard van de stof zo nauwkeurig mogelijk aangeven.
|
||||
**2.** Uitzonderingen op dit verbod zijn slechts toegelaten overeenkomstig het CDNI.
|
||||
|
||||
**3.** Indien afval of afvalwater als bedoeld in het eerste lid per ongeluk vrijkomt of dreigt vrij te komen, moet de schipper, onverminderd de bepalingen van het CDNI, onverwijld de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit waarschuwen. Daarbij moet hij de plaats van het voorval alsmede de hoeveelheid en de aard van de stof zo nauwkeurig mogelijk aangeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.04
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De schipper moet er voor zorgen dat de in artikel 15.03, eerste lid, genoemde afvalstoffen aan boord gescheiden in de daarvoor bestemde verzamelreservoirs en het bilgewater in de bilge van de machinekamer wordt verzameld.
|
||||
|
||||
De verzamelreservoirs moeten aan boord zó opgeslagen worden dat daaruit lekkende stoffen gemakkelijk en tijdig opgemerkt en het lekken gestopt kan worden.
|
||||
**1.** De schipper moet er voor zorgen dat de in artikel 15.03, eerste lid, genoemde afvalstoffen, met uitzondering van delen van de lading, alsmede afval van de lading, aan boord gescheiden in de daarvoor bestemde verzamelreservoirs en het bilgewater in de bilge van de machinekamer wordt verzameld. De verzamelreservoirs moeten aan boord zó opgeslagen worden dat daaruit lekkende stoffen gemakkelijk en tijdig opgemerkt en het lekken gestopt kan worden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -3070,19 +3017,17 @@ Het is verboden:
|
|||
|
||||
a. los aan dek staande verzamelreservoirs te gebruiken voor de opslag van afgewerkte olie;
|
||||
b. afvalstoffen aan boord te verbranden;
|
||||
c. reinigingsmiddelen die olie of vet oplossen dan wel emulgerend zijn in de bilge van de machinekamer te doen geraken. Van dit verbod zijn uitgezonderd reinigingsmiddelen die verwerking van het bilgewater door een toegelaten inrichting voor het ontvangen van afval niet bemoeilijken.
|
||||
|
||||
|
||||
c. reinigingsmiddelen die olie of vet oplossen dan wel emulgerend zijn in de bilge van de machinekamer te doen geraken. Van dit verbod zijn uitgezonderd reinigingsmiddelen die verwerking van het bilgewater door een inrichting voor het ontvangen van afval niet bemoeilijken.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.05
|
||||
|
||||
**1.** Een schip met een machinekamer als bedoeld in het Reglement onderzoek schepen op de Rijn, met uitzondering van een klein schip, moet een geldig olie-afgifteboekje aan boord hebben, dat door de bevoegde autoriteit volgens het model van bijlage 10 wordt verstrekt. Dit afgifteboekje moet aan boord worden bewaard. Na het verkrijgen van een nieuw olie-afgifteboekje moet het voorgaande boekje gedurende tenminste zes maanden na de laatste daarin vermelde datum van afgifte aan boord worden bewaard.
|
||||
**1.** Elk gemotoriseerd schip, indien het gasolie gebruikt, moet een geldig olie-afgifteboekje aan boord hebben, dat door de bevoegde autoriteit volgens het model van bijlage 10 wordt verstrekt. Dit afgifteboekje moet aan boord worden bewaard. Na het verkrijgen van een nieuw olie-afgifteboekje moet het voorgaande boekje gedurende tenminste zes maanden na de laatste daarin vermelde datum van afgifte aan boord worden bewaard.
|
||||
|
||||
**2.** De in artikel 15.03, eerste lid, genoemde afvalstoffen, met uitzondering van huisvuil, moeten met regelmatige, van de staat en van het gebruik van het schip afhankelijke, tussenpozen tegen ontvangstbewijs worden afgegeven bij de door de bevoegde autoriteit toegelaten inrichting voor het ontvangen van afval. Het bewijs bestaat uit een aantekening door bedoelde inrichting in het olie-afgifteboekje.
|
||||
**2.** Olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval, slops en overig klein chemisch afval moeten met regelmatige, van de staat en van het gebruik van het schip afhankelijke, tussenpozen bij de door de bevoegde autoriteiten toegelaten inrichtingen voor het ontvangen van afval tegen ontvangstbewijs worden afgegeven. Het bewijs bestaat uit een aantekening door de ontvangstinrichting in het olie-afgifteboekje.
|
||||
|
||||
**3.** Een schip dat op grond van voorschriften die gelden buiten de Rijn andere bescheiden over de afgifte van afvalstoffen aan boord heeft, moet in deze andere bescheiden een bewijs van de afgifte van afvalstoffen buiten de Rijn kunnen leveren. Als een dergelijk bewijs geldt ook het oliejournaal op basis van het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee door schepen (MARPOL-verdrag).
|
||||
|
||||
**4.** Huisvuil moet bij de daarvoor bestemde inzamelplaatsen worden afgegeven.
|
||||
**4.** Huisvuil en zuiveringsslib moeten bij de daarvoor bestemde inzamelplaatsen worden afgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.06
|
||||
|
||||
|
|
@ -3097,7 +3042,7 @@ d. een inrichting overeenkomstig artikel 8.05, tiende lid, van het Reglement ond
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De schipper moet er voorts voor zorgen, dat de personen van het bunkerstation en van het schip die voor het bunkeren verantwoordelijk zijn de volgende punten zijn overeengekomen:
|
||||
De schipper moet er voorts voor zorgen, dat de personen van het bunkerstation en van het schip die voor het bunkeren verantwoordelijk zijn, voordat zij met het bunkeren beginnen, de volgende punten zijn overeengekomen:
|
||||
|
||||
a. het verzekerd zijn van het goede functioneren van het systeem, bedoeld in artikel 8.05, elfde lid van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn alsmede het aanwezig zijn van een spreekverbinding tussen het schip en het bunkerstation;
|
||||
b. de te bunkeren hoeveelheid per tank en de vulsnelheid, vooral met het oog op mogelijke problemen met het ontluchten van de tank;
|
||||
|
|
@ -3108,14 +3053,12 @@ d. de snelheid van het schip, wanneer varend wordt gebunkerd.
|
|||
|
||||
### Artikel 15.07
|
||||
|
||||
(niet overgenomen)
|
||||
**1.** Bij het nalossen alsmede bij de afgifte en inname van afval van de lading, dient de schipper de bepalingen van deel B van de Uitvoeringsregeling van het CDNI na te komen.
|
||||
|
||||
**2.** Ieder schip dat op de Rijn is gelost, moet voor elk lossen een geldige losverklaring aan boord hebben overeenkomstig het in Aanhangsel IV van Bijlage 2 van het CDNI opgenomen model. Behoudens de in het CDNI vermelde uitzonderingen, dient de verklaring ten minste zes maanden na afgifte aan boord te worden bewaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.08
|
||||
|
||||
Van het verbod in artikel 15.03, eerste lid, is uitgezonderd het lozen in de vaarweg door toegelaten bilgeboten van van olie gescheiden water, indien de maximaal aanwezige olieresten in het afgescheiden water constant en zonder voorafgaande verdunning voldoen aan de nationale voorschriften.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.09
|
||||
|
||||
Het is verboden de scheepshuid te oliën of met middelen, die niet in het water mogen komen, te reinigen.
|
||||
|
||||
## Bijlage 1. Letter of lettercombinatie ter onderscheiding van het land waar de thuishaven of de plaats van teboekstelling van een schip is gelegen
|
||||
|
|
@ -3172,28 +3115,37 @@ Een reeks klokslagen moet ongeveer vier seconden duren. In plaats daarvan kunnen
|
|||
|
||||
(vervallen)
|
||||
|
||||
## Bijlage 10. Model van het olie-afgifteboekje
|
||||
## Bijlage 10. Modele de carnet de controle des huiles usees
|
||||
|
||||
( Artikel 15.05)
|
||||
**MODELE DE CARNET DE CONTROLE DES HUILES USEES**
|
||||
**(Article 15.05 RPNR ; annexe 2, appendice I CDNI1)**
|
||||
|
||||
**CARNET DE CONTRÔLE DES HUILES USÉES**
|
||||
**MUSTER FÜR DAS ÖLKONTROLLBUCH**
|
||||
**(§ 15.05 RheinSchPV; Anlage 2, Anhang I CDNI1)**
|
||||
****
|
||||
|
||||
**ÖlKONTROLLBUCH**
|
||||
****
|
||||
**MODEL VOOR HET OLIE-AFGIFTEBOEKJE**
|
||||
**(Artikel 15.05 RPR; bijlage 2, aanhangsel I CDNI1)**
|
||||
|
||||
**CARNET DE CONTROLE DES HUILES USEES**
|
||||
|
||||
**ÖLKONTROLLBUCH**
|
||||
|
||||
**OLIE-AFGIFTEBOEKJE**
|
||||
****
|
||||
|
||||
Page/Seite/Blz. 1
|
||||
1 Convention relative à la collecte, au dépôt et à la réception des déchets survenant en navigation rhénane et intérieure (CDNI)
|
||||
|
||||
Übereinkommen über die Sammlung, Abgabe und Annahme von Abfällen in der Rhein- und Binnenschifffahrt (CDNI)
|
||||
|
||||
Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (CDNI)
|
||||
|
||||
*Page/Seite/Bladzijde 1*
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Page/Seite/Blz. 2
|
||||
|
||||
Page/Seite/Blz. 3
|
||||
|
||||
*Page/Seite/Bladzijde 2*
|
||||
|
||||
*Page 3 et suivantes/Seite 3 und folgende/Bladzijde 3 en volgende*
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
|
@ -3201,11 +3153,7 @@ Cachet et signature de la station de réception
|
|||
|
||||
Stempel und Unterschrift der Annahmestelle
|
||||
|
||||
Handtekening en stempel van de ontvangstinrichting
|
||||
|
||||
^1 Quantités estimées/Mengen geschätzt/Hoeveelheden geschat
|
||||
|
||||
^2 Toutes les stations de réception ne sont pas obligées ou autorisées de recevoir ces déchets/Nicht alle Annahmestellen sind verplichtet oder berechtigt, diese Abfälle abzunehmen/Niet alle ontvangstinrichtingen zijn verplicht of gerechtigd dit afval in te nemen.
|
||||
Ondertekening en stempel van de ontvangstinrichting
|
||||
|
||||
## Bijlage 11
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue