2002-07-01 | BWBR0002564 | Mijnreglement continentaal plat
This commit is contained in:
parent
d57f73f2df
commit
6198be087c
1 changed files with 6 additions and 6 deletions
|
|
@ -448,7 +448,7 @@ f. naam, voornamen, beroep en woon- en verblijfplaats van de leider der werkzaam
|
|||
Gelijktijdig met de in het eerste lid bedoelde mededeling moet eveneens:
|
||||
|
||||
a. een schriftelijke mededeling van de in dat lid onder *a*-*e* bedoelde gegevens worden gedaan aan de Chef van de Marinestaf, de Commandant der Zeemacht in Nederland en het Hoofd van de Afdeling Hydrografie van het Ministerie van Defensie;
|
||||
b. indien het verkenningsonderzoek met gebruikmaking van luchtvaartuigen zal worden verricht, een schriftelijke mededeling van de in dat lid onder *a, c, d* en *e* bedoelde gegevens worden gedaan aan de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst en de Chef van de Luchtmachtstaf;
|
||||
b. indien het verkenningsonderzoek met gebruikmaking van luchtvaartuigen zal worden verricht, een schriftelijke mededeling van de in dat lid onder *a, c, d* en *e* bedoelde gegevens worden gedaan aan de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de Chef van de Luchtmachtstaf;
|
||||
c. indien bij het verkenningsonderzoek ontplofbare stoffen in, op of boven het continentaal plat tot ontploffing zullen worden gebracht, een schriftelijke mededeling van de in dat lid onder *a-e* bedoelde gegevens worden gedaan aan de houder van de concessie bedoeld in artikel 3 van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen (*Stb.* 1988, 520) en de Directeur-Generaal voor de Landinrichting, Grond- en Bosbeheer.
|
||||
|
||||
|
||||
|
|
@ -773,17 +773,17 @@ b. een luidsprekersysteem dat duidelijk kan worden gehoord op alle delen van de
|
|||
|
||||
### Artikel 40a
|
||||
|
||||
**1.** De bestuurders van een mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming, waarbij een of meer mijnbouwinstallaties in gebruik zijn, waarop een dek als bedoeld in artikel 40, eerste lid, aanwezig is, dienen ten aanzien van elk van die installaties te beschikken over een door de Directeur-Generaal Rijksluchtvaartdienst afgegeven verklaring, inhoudende dat het dek op die installatie aan het bij en krachtens artikel 40, eerste lid, bepaalde voldoet. De geldigheid van de verklaring verloopt 14 maanden na de dag waarop de verklaring is afgegeven.
|
||||
**1.** De bestuurders van een mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming, waarbij een of meer mijnbouwinstallaties in gebruik zijn, waarop een dek als bedoeld in artikel 40, eerste lid, aanwezig is, dienen ten aanzien van elk van die installaties te beschikken over een door de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat afgegeven verklaring, inhoudende dat het dek op die installatie aan het bij en krachtens artikel 40, eerste lid, bepaalde voldoet. De geldigheid van de verklaring verloopt 14 maanden na de dag waarop de verklaring is afgegeven.
|
||||
|
||||
**2.** Een dek als bedoeld in artikel 40, eerste lid, moet eenmaal per jaar op de staat van onderhoud en het veilig gebruik aan een doelmatige inspectie worden onderworpen. Deze inspectie wordt uitgevoerd door een ter zake deskundige en door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat als zodanig erkende instelling of onderneming. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, bij nadere regelen vaststellen aan welke voorwaarden een instelling of onderneming moet voldoen om erkenning als bedoeld in de vorige volzin te verkrijgen.
|
||||
|
||||
**3.** De door een erkende instelling of onderneming als bedoeld in het tweede lid uit te voeren inspectie moet geschieden overeenkomstig een tevoren aan de Directeur-Generaal Rijksluchtvaartdienst overgelegd inspectieplan. Indien de Directeur-Generaal Rijksluchtvaartdienst van oordeel is, dat een inspectieplan niet aan redelijk te stellen eisen voldoet, moet dit op zijn verlangen en tot zijn genoegen worden gewijzigd.
|
||||
**3.** De door een erkende instelling of onderneming als bedoeld in het tweede lid uit te voeren inspectie moet geschieden overeenkomstig een tevoren aan de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat overgelegd inspectieplan. Indien de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat van oordeel is, dat een inspectieplan niet aan redelijk te stellen eisen voldoet, moet dit op zijn verlangen en tot zijn genoegen worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**4.** Van een inspectie als in het tweede lid bedoeld moet zo spoedig mogelijk na de voltooiing daarvan een doelmatig rapport worden opgesteld, van welk rapport onverwijld een exemplaar aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen en aan de Directeur-Generaal Rijksluchtvaartdienst dient te worden toegezonden. De erkende instelling of onderneming, bedoeld in het tweede lid, adviseert de Directeur-Generaal Rijksluchtvaartdienst voor de afgifte van de in het eerste lid bedoelde verklaring.
|
||||
**4.** Van een inspectie als in het tweede lid bedoeld moet zo spoedig mogelijk na de voltooiing daarvan een doelmatig rapport worden opgesteld, van welk rapport onverwijld een exemplaar aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen en aan de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat dient te worden toegezonden. De erkende instelling of onderneming, bedoeld in het tweede lid, adviseert de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat voor de afgifte van de in het eerste lid bedoelde verklaring.
|
||||
|
||||
**5.** Nadat een inspectie als in het tweede lid bedoeld is voltooid, geeft de Directeur-Generaal Rijksluchtvaartdienst aan de betrokken bestuurders onverwijld een nieuwe verklaring af, inhoudende dat het dek aan het bij en krachtens artikel 40, eerste lid, bepaalde voldoet.
|
||||
**5.** Nadat een inspectie als in het tweede lid bedoeld is voltooid, geeft de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat aan de betrokken bestuurders onverwijld een nieuwe verklaring af, inhoudende dat het dek aan het bij en krachtens artikel 40, eerste lid, bepaalde voldoet.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, bij nadere regelen bepalen, dat voor de afgifte van de eerste verklaring voor een bepaalde mijnbouwinstallatie in die regelen aan te geven gegevens aan de Directeur-Generaal Rijksluchtvaartdienst moeten worden verstrekt.
|
||||
**6.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, bij nadere regelen bepalen, dat voor de afgifte van de eerste verklaring voor een bepaalde mijnbouwinstallatie in die regelen aan te geven gegevens aan de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat moeten worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**7.** Een verklaring als in het eerste of vijfde lid bedoeld moet in afschrift aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen worden overgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue