2008-02-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
597b4e8ef4
commit
61a17d68f7
1 changed files with 116 additions and 72 deletions
|
|
@ -567,22 +567,6 @@ a. de vreemdeling die de nationaliteit bezit van één der door de Minister van
|
|||
|
||||
Deze landen zijn: Australië, België, Bulgarije, Canada, Cyprus Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Monaco, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Vaticaanstad, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Zuid-Korea, Zweden en Zwitserland.
|
||||
|
||||
Ingevolge artikel 3.71, tweede lid, Vb kan van het vereiste van een geldige mvv vrijgesteld worden, de vreemdeling:
|
||||
|
||||
De vreemdeling is echter niet vrijgesteld indien hij in Nederland wil verblijven voor het verrichten van arbeid als godsdienstleraar of geestelijk voorganger (zie artikel 3.71, derde lid, Vb en B5). Deze uitzondering voor de vreemdeling die als godsdienstleraar of geestelijke voorganger wil verblijven, dient er mede toe om vooraf te onderzoeken of er vanuit het oogpunt van openbare orde bedenkingen bestaan tegen het verblijf van de vreemdeling en of de groepering op wier verzoek de desbetreffende vreemdeling zijn werkzaamheden zal uitoefenen, haar wens tot het aanstellen van de vreemdeling handhaaft. De aanwezigheid en het functioneren van godsdienstleraren en geestelijk voorgangers hier te lande, in verband met de bijzondere positie die zij innemen binnen de alhier gevestigde gemeenschappen, kan van zodanige invloed zijn op de openbare orde en nationale veiligheid, dat onderzoek vooraf gewenst is. In deze gevallen wordt niet voorbijgegaan aan het mvv-vereiste; ook niet indien de vreemdeling behoort tot de in artikel 3.71, tweede lid, Vb genoemde vrijgestelde categorieën. De enige uitzondering hierop vormt artikel 3.71, tweede lid, onder h, Vb (zie hiervoor de toelichting van onderdeel h).
|
||||
|
||||
De vreemdeling dient, indien hij zich beroept op een van de vrijstellingscategorieën, aanstonds aan te tonen dat hij behoort tot een vrijstellingscategorie. Op het aanvraagformulier staan de vrijstellingscategorieën ingevolge de Vw en het Vb vermeld voorzien van een korte toelichting per vrijstellingsgrond. Indien de vreemdeling bij het indienen van de aanvraag bij de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft het beroep op één van deze vrijstellingscategorieën niet of niet afdoende middels bescheiden heeft onderbouwd, stelt de IND hem in de gelegenheid het beroep alsnog afdoende te onderbouwen. Hiertoe wordt de vreemdeling in beginsel een termijn van twee weken gegund.
|
||||
|
||||
In het vierde lid van artikel 3.71 Vb is voorzien in een zogenoemde hardheidsclausule.
|
||||
|
||||
Ook indien de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv en niet behoort tot een van de vrijgestelde categorieën is het mogelijk dat de aanvraag niet wordt afgewezen op het enkele feit dat de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv, indien de toepassing van het mvv-vereiste naar het oordeel van de Minister zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard (zie B1/4.1.1).
|
||||
|
||||
Het is, net als onder de werking van artikel 16 a Vw (oud), de bedoeling dat van de bevoegdheid tot toepassing van de hardheidsclausule over te gaan alleen gebruik wordt gemaakt in zeer bijzondere gevallen. Onder de Vw is het wel mogelijk om categorieën vreemdelingen onder de werking van de hardheidsclausule te brengen.
|
||||
|
||||
Indien de aanvraag wordt ingediend door een vreemdeling die de afgelopen vijf jaren geen verblijf heeft gehad op grond van artikel 8, onder a tot en met e, of onder l, Vw en die geen gemotiveerd beroep op de hardheidsclausule heeft gedaan, wordt de uitzetting op voorhand niet achterwege gelaten. Ingevolge artikel 62, eerste lid, Vw dient de vreemdeling nadat het rechtmatig verblijf is beëindigd Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten. Indien een eerste verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingediend, mag de beslissing hierop uitsluitend worden afgewacht als het binnen twee weken na bekendmaking van het besluit is ingediend. In bepaalde gevallen kan evenwel een kortere vertrektermijn geïndiceerd zijn. Artikel 62, vierde lid, Vw biedt de mogelijkheid om in het belang van de uitzetting een kortere vertrektermijn te hanteren. Hierbij kan blijkens de memorie van toelichting bij dit artikel gedacht worden aan de situatie dat de vreemdeling Nederland binnen vier weken dient te verlaten, echter de eerste reismogelijkheid dient zich ofwel direct, ofwel na zes weken aan. In die situatie kan beslist worden om een kortere vertrektermijn te geven.
|
||||
|
||||
Dat een aantal categorieën vreemdelingen is vrijgesteld van het vereiste van het bezit van een mvv, betekent niet dat vreemdelingen die tot deze categorie behoren, geen mvv kunnen aanvragen. Indien een vreemdeling die behoort tot een van de hieronder genoemde (van het mvv-vereiste vrijgestelde) categorieën een aanvraag tot afgifte van een mvv indient, wordt die aanvraag uiteraard in behandeling genomen. Vreemdelingen die op grond van artikel 3A Regeling op de consulaire tarieven zijn vrijgesteld van het legesvereiste van een mvv zijn dat ook bij de aanvraag van een onverplichte mvv. De onder artikel 3a, derde lid, genoemde uitzonderingen zijn de uitzonderingen als opgenomen in de GVI, hoofdstuk VII, paragraaf 4 in BNL-kader, namelijk familieleden van EU-onderdanen die gebruik maken van het vrij verkeer van personen en onderdanen van Israël en San Marino (zie ook A2/4.3.5).
|
||||
|
||||
#### 4.2. Geldig document voor grensoverschrijding
|
||||
|
||||
Als hoofdregel geldt dat iedere vreemdeling in het bezit dient te zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Uit het document blijken de identiteit van de vreemdeling en diens relatie tot het land van afgifte van dat document. Veelal blijkt uit het document ook de nationaliteit van de vreemdeling. Voorts kan het document inzicht geven in de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling in het land van afgifte, dat verplicht is tot terugname van de houder van het document.
|
||||
|
|
@ -9797,96 +9781,156 @@ In de in deze paragraaf genoemde gevallen zal het koppelingsbureau van de IND fu
|
|||
|
||||
## 18. Verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71
|
||||
|
||||
## 19. Verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
|
||||
|
||||
### 1. Inleiding
|
||||
|
||||
Aan vreemdelingen kan verblijf bij religieuze of levensbeschouwelijke organisaties worden toegestaan indien bij die organisaties de afgelopen vijf jaar aan vreemdelingen verblijf is toegestaan voor religieuze of levensbeschouwelijke doeleinden, niet zijnde arbeid als godsdienstleraar of geestelijk voorganger, of studie. Het betreft hier een overgangsregeling in afwachting van een definitief beleidskader.
|
||||
In dit hoofdstuk worden de algemene voorwaarden voor toelating van onderzoekers met de nationaliteit van een derde land in de zin van Richtlijn 2005/71 uiteen gezet. Richtlijn 2005/71 vergemakkelijkt de toelating van onderzoekers door middel van een toelatingsprocedure die los staat van de rechtsbetrekking tussen de onderzoeker en de onderzoeksinstelling waar deze te gast is en het laten vervallen van de eis van een TWV.
|
||||
De algemene voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning aan een onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71, zien op erkenning van de onderzoeksinstelling en het sluiten van een gastovereenkomst door de erkende onderzoeksinstelling met de onderzoeker.
|
||||
|
||||
|
||||
Onbezoldigde wetenschappelijk onderzoekers zijn bursalen en ontvangers van stipendia. Indien de onderzoeksinstelling waar de onbezoldigde wetenschapper onderzoek gaat verrichten, erkend is en een gastovereenkomst met de onderzoeker sluit, dan is voor de onbezoldigd wetenschappelijk onderzoeker verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 mogelijk.
|
||||
|
||||
|
||||
Voorts is van belang dat in het Nederlandse studiestelsel promovendi geen student zijn in de zin van Richtlijn 2004/114. Gelet hierop vallen promovendi in beginsel onder de Richtlijn Wetenschappelijk onderzoekers.
|
||||
|
||||
|
||||
Zowel publieke als particuliere onderzoeksinstellingen vallen onder de werkingssfeer van de richtlijn. De specifieke procedure voor onderzoekers is gebaseerd op de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen en de IND. Vooraf erkende onderzoeksinstellingen kunnen gastovereenkomsten sluiten voor het uitvoeren van een onderzoeksproject.
|
||||
Ingevolge Richtlijn 2005/71 bedraagt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning ten minste één jaar. Gezinsleden krijgen een verblijfstitel met dezelfde geldigheidsduur. Voor de afgifte van een verblijfstitel aan gezinsleden geldt geen minimale verblijfsduur van de onderzoeker. De vergunning kan worden ingetrokken of niet verlengd, indien niet (langer) wordt voldaan aan de voorwaarden, in geval van fraude of om redenen die verband houden met de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid (zie artikel 10 Richtlijn 2005/71).
|
||||
Toelatingsaanvragen kunnen door de vreemdeling, al dan niet door tussenkomst van de onderzoeksinstelling, worden ingediend (zie artikel 14 Richtlijn 2005/71).
|
||||
|
||||
|
||||
In aanvulling op de algemene voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd genoemd in B1/4, gelden voor de verlening van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als onderzoeker in de zin van richtlijn 2005/71/EG’ de in dit hoofdstuk neergelegde bijzondere voorwaarden.
|
||||
|
||||
20082130-01-200821-01-20082008/0720082130-01-200821-01-20082008/0701-02-2008
|
||||
|
||||
Omdat in het geval van verblijf bij organisaties waarbij niet eerder verblijf is toegestaan op religieuze of levensbeschouwelijke gronden, in het verleden geen uitspraak is gedaan over een wezenlijk Nederlands belang, en pas in het kader van een definitieve regeling voor verblijf op religieuze doeleinden een oordeel kan worden uitgesproken over het wezenlijk Nederlands belang dat wordt gediend met (de aard van) het verblijf van een vreemdeling bij deze organisaties, staat de onderhavige regeling niet open voor religieuze of levensbeschouwelijke organisaties bij wie niet in de afgelopen vijf jaar verblijf is verleend. Zoals hierboven gesteld geldt zulks niet voor bovengenoemde categorie kloosters. Onderhavige regeling is evenmin van toepassing op religieuze of levensbeschouwelijke organisaties waarbij tot dusverre uitsluitend verblijf is toegestaan voor het verrichten van arbeid als godsdienstleraar of geestelijk voorganger, of voor studie.
|
||||
### 2. Procedureel
|
||||
|
||||
### 2. Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning
|
||||
De toelatingsaanvragen kunnen worden ingediend door de onderzoekers, al dan niet door tussenkomst van de onderzoeksinstellingen (zie artikel 14 Richtlijn 2005/71). Erkende onderzoeksinstellingen kunnen gebruik maken van een versnelde toelatingsprocedure.
|
||||
|
||||
#### 2.1. Bekende religieuze of levensbeschouwelijke organisaties
|
||||
#### 2.1. Versnelde toelatingsprocedure
|
||||
|
||||
Verblijf bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie op religieuze of levensbeschouwelijke gronden kan worden toegestaan bij de navolgende religieuze of levensbeschouwelijke organisaties:
|
||||
Erkende onderzoeksinstellingen komen in aanmerking voor de versnelde procedure. Dit betekent dat de IND in de regel binnen twee weken na ontvangst van een verzoek om advies of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning zal beslissen, mits het verzoek of de aanvraag op de voorgeschreven wijze is ingediend, is voorzien van alle vereiste stukken en geen nader onderzoek is vereist. In enkele hierna te noemen gevallen is de behandeltermijn van twee weken niet van toepassing.
|
||||
|
||||
– de Stichting Jeugd met een Opdracht te Heerde;
|
||||
– de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen te Dordrecht;
|
||||
– centraal Missie Commissariaat te Den Haag;
|
||||
– de Syrisch Orthodoxe Kerk te Losser;
|
||||
– stichting Congregatie FIC te Maastricht;
|
||||
– Maharishi European Research University/Maharishi Vedic University te Vlodrop;
|
||||
– stichting International Buddhist Progress Society Holland te Amsterdam; en
|
||||
– individuele kloosters, mits aan een ander klooster, behorend tot dezelfde orde, congregatie of organisatie, in de afgelopen vijf jaar verblijf is verleend.
|
||||
Nadat het Loket kennis- en arbeidsmigratie het registratieformulier heeft ontvangen en – indien noodzakelijk – de onderzoeksinstelling heeft erkend, wordt hiervan bericht gestuurd aan de onderzoeksinstelling en worden de aanvraagformulieren beschikbaar gesteld.
|
||||
|
||||
Sommige van de hierboven genoemde organisaties waarbij verblijf kan worden toegestaan, hebben meerdere vestigingen in Nederland. Indien een dergelijke vestiging aantoont onderdeel te vormen van één van de in bovenstaand overzicht genoemde organisaties, kan ook bij die vestiging verblijf worden toegestaan. Indien een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie die niet in bovenstaand overzicht wordt genoemd, kan aantonen dat in de laatste vijf jaren, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling, aan een vreemdeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden is verleend bij de desbetreffende organisatie, zal worden beoordeeld of deze organisatie onder de werking van de onderhavige regeling valt. Zulks is niet van toepassing als verblijf is verleend voor het verrichten van arbeid als godsdienstleraar of geestelijk voorganger, of voor studie.
|
||||
##### 2.1.1. Erkenning van de onderzoeksinstelling
|
||||
|
||||
Géén verblijf zal worden toegestaan bij organisaties waarbij op enig moment is of wordt vastgesteld dat het verblijf op oneigenlijke gronden is verleend dan wel dat verblijfsvergunningen van vreemdelingen die verblijf bij de desbetreffende organisatie hadden, zijn ingetrokken. In het geval sprake is van beoogd verblijf bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie ten behoeve van het verrichten van arbeid in de zin van de Wav, dan wel ten behoeve van studie, zijn de voorwaarden ten aanzien van arbeid in loondienst (zie B5), respectievelijk studie (zie B6) onverkort van toepassing. Indien sprake is van een aanvraag voor verblijf bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie, zal aan de hand van de door betrokken vreemdeling, respectievelijk de betrokken religieuze of levensbeschouwelijke organisatie te verschaffen informatie, allereerst worden getoetst of er sprake is van verblijf op grond van arbeid of studie. Bij twijfel of betrokkene verblijf beoogt voor het verrichten van arbeid zal advies worden gevraagd aan de CWI. Van arbeid in loondienst is in elk geval sprake als er een arbeidsovereenkomst is tussen de vreemdeling en de organisatie. In het geval uit de door betrokken vreemdeling dan wel door de desbetreffende organisatie bij het doen van de aanvraag te verschaffen informatie valt op te maken dat primair verblijf wordt beoogd in het kader van studie, zal worden getoetst aan de voorwaarden voor verblijf voor studie (zie B6).
|
||||
Toelating in het kader van onderzoek kan ingevolge de richtlijn alleen plaatsvinden bij vooraf erkende onderzoeksinstellingen. Dit vereiste wordt gesteld om de kwaliteit van de ontvangende onderzoeksinstellingen te waarborgen. Een onderzoeksinstelling in de zin van de richtlijn kan zowel publiek als particulier zijn.
|
||||
|
||||
Bij de inwerkingtreding van deze regeling op 8 januari 2004 zijn bijzondere regelingen met een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie vervallen. De afspraken over het maximaal per jaar toe te laten vreemdelingen bij een organisatie blijven echter onverkort gehandhaafd.
|
||||
Bij artikel 3.18b VV zijn als erkende onderzoeksinstellingen aangewezen:
|
||||
|
||||
#### 2.2. Bijzondere voorwaarden
|
||||
a. een publieke onderzoeksinstelling als bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onder b, Besluit Uitvoering Wav die functieprofielen zoals opgenomen in het universitaire systeem van functieordenen onder de functiefamilie “onderzoek en onderwijs” hanteren voor onderzoekers in loondienst;
|
||||
b. een publieke onderzoeksinstelling die is opgenomen in de bijlage behorende bij de WHW;
|
||||
c. een door de Minister erkende particuliere onderzoeksinstelling.
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning kan worden verleend aan:
|
||||
De Nederlandse Onderzoek Databank is een openbare online databank met informatie over wetenschappelijk onderzoek, onderzoekers en onderzoekinstituten. De Nederlandse Onderzoek Databank bestrijkt alle wetenschappelijke disciplines en beoordeelt of een project daadwerkelijk valt onder de term wetenschappelijk onderzoek. Bij deze beoordeling wordt door de IND aangesloten.
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling die 18 jaar of ouder is;
|
||||
b. die verblijf beoogt bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie waarbij de afgelopen vijf jaar, te rekenen vanaf 8 januari 2004 (de datum van inwerkingtreding van de regeling), verblijf is toegestaan op religieuze of levensbeschouwelijke gronden. Van verblijf gedurende de laatste vijf jaar is nadrukkelijk uitgezonderd verblijf voor het verrichten van arbeid als godsdienstleraar of geestelijk voorganger, en voor studie. Het criterium van vijf jaar geldt niet voor individuele kloosters, mits bij een ander klooster, behorend tot dezelfde orde, congregatie of organisatie in de afgelopen vijf jaar verblijf is verleend;
|
||||
c. die verblijf beoogt als kloosterling dan wel voor het verrichten van (vrijwilligers)activiteiten bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie zoals bedoeld onder b.
|
||||
Op basis van deze wet hoeft voor werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen of nieuwe producten, processen of programmatuur ontwikkelen, minder loonbelasting te worden afgedragen. Teneinde erkend te worden als private onderzoeksinstelling dient de instelling een Speur en Ontwikkelingswerk verklaring te overleggen waaruit blijkt dat met succes een beroep is gedaan op de hier bedoelde regeling.
|
||||
|
||||
De ondergrens van 18 jaar wordt gesteld omdat het niet wenselijk wordt geacht om jongeren in de (gedeeltelijk) leerplichtige leeftijd verblijf in Nederland toe te staan met het oog op verblijf bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie, anders dan voor studiedoeleinden waarop het reguliere beleid van toepassing is.
|
||||
#### 2.2. Verzoek om advies
|
||||
|
||||
Zie B19/2.1.
|
||||
De toelatingsprocedure met betrekking tot onderzoekers in de zin van Richtlijn 2005/71 is bij uitstek een referentprocedure.
|
||||
|
||||
Vreemdelingen die verblijf beogen bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie waarbij niet gedurende de laatste vijf jaar aan vreemdelingen verblijf is verleend op religieuze of levensbeschouwelijke gronden, dienen te voldoen aan één van bestaande beperkingen zoals genoemd in artikel 3.4 Vb of een beperking als genoemd in de Vc.
|
||||
Het aanvraagformulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71’ dat gebruikt dient te worden voor de aanvragen in het kader van verblijf bij/als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71, wordt door het Hoofd IND vastgesteld en wordt alleen elektronisch door de IND ter beschikking gesteld.
|
||||
|
||||
Ten aanzien van verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden bij een klooster of een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie gelden de navolgende voorwaarden:
|
||||
De onderzoeksinstelling vult het formulier in en verzendt het ingevulde en ondertekende formulier (de printversie), vergezeld van de vereiste stukken, per post naar het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND.
|
||||
|
||||
– er dient sprake te zijn van een aantoonbare behoefte aan toetreding tot het klooster of verblijf bij de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie;
|
||||
– in deze behoefte kan niet worden voorzien door toetreding tot het klooster of verblijf bij de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie van een Nederlandse ingezetene dan wel een tot Nederland toegelaten vreemdeling, behorend tot de kloosterorde of religieuze of levensbeschouwelijke organisatie;
|
||||
– de vreemdeling dient reeds in het buitenland deel uit te maken van de desbetreffende kloosterorde of religieuze of levensbeschouwelijke organisatie;
|
||||
– in de kosten van levensonderhoud van betrokken vreemdeling wordt voorzien, dat wil zeggen het klooster of de organisatie stelt zich ter zake daarvan garant door middel van een ondertekend model M48-B;
|
||||
– er mag geen beroep gedaan worden op de openbare kas.
|
||||
De onderzoeksinstelling kan namens de gezinsleden, te weten de echtgeno(o)te of (geregistreerd) partner van de onderzoeker en hun minderjarige kinderen, die verblijf in Nederland bij de onderzoeker beogen, verzoeken om afgifte van een mvv. Ten behoeve van deze gezinsleden dient gebruik te worden gemaakt van de formulieren ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv gezinsleden van onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71’. De onderzoeksinstelling kan alleen ten behoeve van de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner, alsmede ten behoeve van de minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin, een verzoek om advies indienen. De algemene bepalingen van B1/4 en B2/2, B2/4 en B2/5 zijn van toepassing, tenzij navolgend anders is bepaald.
|
||||
|
||||
Het klooster of de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie verschaft ter beoordeling of aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan, de volgende gegevens en bescheiden:
|
||||
#### 2.3. Aanvraag om een verblijfsvergunning
|
||||
|
||||
– een schriftelijke uitleg over de behoefte aan het verblijf van de vreemdeling bij de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie;
|
||||
– schriftelijke bewijsstukken waaruit blijkt dat de vreemdeling ten tijde van de aanvraag deel uit maakt van de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie;
|
||||
– een gedetailleerde beschrijving van de activiteiten die de vreemdeling bij of door tussenkomst van de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie gaat uitvoeren;
|
||||
– een schriftelijke opgave van de middelen waarmee het verblijf van de vreemdeling bekostigd wordt;
|
||||
– een volledig ingevulde en ondertekende bewust- en garantverklaring conform model M48-B;
|
||||
– schriftelijke bewijsstukken met betrekking tot de solvabiliteit van de organisatie.
|
||||
De aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 wordt door de vreemdeling in persoon dan wel schriftelijk, al dan niet door tussenkomst van de onderzoeksinstelling, ingediend bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND, en wel door middel van een aanvraagformulier:
|
||||
|
||||
Indien verblijf wordt gevraagd bij een klooster, waarbij niet eerder verblijf is toegestaan, dient dat klooster in aanvulling op bovenvermelde bescheiden met schriftelijke bewijsstukken aan te tonen dat eerder verblijf is toegestaan bij (een) ander(e) klooster(s) behorende tot dezelfde orde, congregatie of organisatie.
|
||||
– aanvraag verblijfsvergunning zonder mvv of wijziging verblijfsdoel onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71; of
|
||||
– aanvraag verblijfsvergunning onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 met mvv.
|
||||
|
||||
Gezinsleden, die verblijf beogen bij een vreemdeling aan wie op grond van onderhavige regeling verblijf is toegestaan voor religieuze of levensbeschouwelijke doeleinden, dienen te voldoen aan de voorwaarden genoemd in B2.
|
||||
Het aanvraagformulier kan uitsluitend elektronisch worden verkregen van de IND.
|
||||
|
||||
#### 2.3. Algemene voorwaarden:
|
||||
De echtgeno(o)te of (geregistreerd) partner en de minderjarige kinderen die verblijf bij de onderzoeker beogen, doen met het daarvoor bestemde aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning regulier voor gezinsleden van onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71, een verblijfsaanvraag. Voor de behandeling van alle aanvragen van gezinsleden van een onderzoeker geldt een streeftermijn van twee weken. Daarbij is de IND afhankelijk van buiten de IND gelegen procedures, zoals de verplichte inschrijving van het huwelijk in de GBA, die moeten zijn afgerond voordat de IND een beslissing kan nemen op de aanvraag.
|
||||
|
||||
Naast voornoemde bijzondere voorwaarden voor toelating, moet worden voldaan aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 16 Vw. Daarbij geldt ten aanzien van middelen van bestaan het navolgende.
|
||||
De beslistermijn van twee weken is tevens van toepassing op aanvragen om wijziging van de beperking waaronder eerder een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend in de beperking ‘verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71/EG ’. Hierbij kan worden gedacht aan het geval dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid in loondienst’, deze beperking wil wijzigen in de beperking ‘verblijf als onderzoeker’.
|
||||
|
||||
Vreemdelingen aan wie verblijf wordt toegestaan op religieuze of levensbeschouwelijke gronden, dienen tijdens hun verblijf in Nederland in hun onderhoud te kunnen voorzien. Derhalve dient te kunnen worden beoordeeld of de vreemdeling gedurende zijn verblijf in Nederland bij de levensbeschouwelijke of religieuze organisatie over voldoende middelen van bestaan beschikt. Uit de aard van het verblijf vloeit voort dat in de kosten van levensonderhoud wordt voorzien door derden, in de regel de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie. De religieuze of levensbeschouwelijke organisatie waarbij de vreemdeling gaat verblijven dient door middel van een opgave van de aan de vreemdeling te verstrekken voorzieningen gedurende zijn verblijf en een bewijs dat de organisatie over voldoende financiële middelen voor dat doel beschikt, aan te tonen dat deze voorzieningen ook daadwerkelijk (kunnen) worden verstrekt. De religieuze of levensbeschouwelijke organisatie dient zich schriftelijk garant te stellen voor de kosten die voor de Staat en andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien alsmede voor de kosten van diens reis naar een plaats buiten Nederland waar diens toegang gewaarborgd is door middel van een model M48-B. De organisatie verklaart in model M48-B tevens zich bewust te zijn van de in dat model genoemde verplichtingen die uit hoofde van de toelating van een vreemdeling voor verblijf bij de desbetreffende organisatie op de organisatie rusten.
|
||||
#### 2.4. Leges
|
||||
|
||||
### 3. Procedure
|
||||
Betaling van de door de betrokken vreemdeling(en) verschuldigde leges vindt plaats door de onderzoeksinstelling door middel van een machtiging tot automatische incasso. Deze machtiging wordt door de onderzoeksinstelling bij elke individuele aanvraag afgegeven. Ten behoeve van de automatische incasso geeft de onderzoeksinstelling een Nederlands bankrekeningnummer op. Als de onderzoeksinstelling geen machtiging tot automatische incasso afgeeft bij de aanvraag ontvangt de vreemdeling die verblijf als onderzoeker beoogt een factuur met een acceptgiro van KPMG ter betaling van de verschuldigde leges. De beslistermijn van twee weken is dan niet van toepassing.
|
||||
|
||||
Voor zover op de vreemdeling de plicht berust om te beschikken over een mvv, dient de procedure ter verkrijgen van de mvv bij voorkeur in Nederland te worden gestart door de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie waarbij de vreemdeling verblijf beoogt. Daartoe dient de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie een verzoek om advies ter verlening van een mvv aan betrokken vreemdeling te richten aan de IND. Bij het verzoek om advies dienen de in B19/2.2 genoemde bescheiden te worden meegezonden. Tevens dient bij het verzoek om advies een aanvullende brief te worden meegezonden waarin uiteengezet wordt dat de vreemdeling verblijf beoogt voor religieuze of levensbeschouwelijke doeleinden, niet zijnde verblijf voor arbeid of studie. Indien door de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie op het verzoek om advies een verblijfsdoel is aangekruist terwijl uit de overgelegde bescheiden nadrukkelijk blijkt dat verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden wordt beoogd, dient de aanvraag getoetst te worden aan de voorwaarden, verbonden aan de onderhavige regeling.
|
||||
#### 2.5. mvv-vereiste
|
||||
|
||||
### 4. Beperking
|
||||
Ingevolge artikel 3.71, tweede lid, onder i, Vb is de houder van een verblijfsvergunning voor onderzoekers in de zin van Richtlijn 2005/71 afgegeven door een andere staat die partij is bij het EG-Verdrag dan wel de echtgenoot, partner of het minderjarig kind is van die houder, in geval het gezin reeds was gevormd in die andere staat, vrijgesteld van het mvv-vereiste (zie B1/4.1.1).
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden bij (naam religieuze of levensbeschouwelijke groepering)’.
|
||||
#### 2.6. TBC-verklaring
|
||||
|
||||
Op het verblijfsdocument dat aan de vreemdeling wordt verstrekt, wordt de beperking vermeld ‘verblijf conform beschikking Staatssecretaris’.
|
||||
Bij de aanvraag om een verblijfsvergunning voegt de onderzoeker, dan wel voegen de onderzoeker en diens gezinsleden, een kopie van de ingevulde en ondertekende TBC-verklaring (zie bijlage 13 VV) ten aanzien van de bereidheid om een TBC-onderzoek te ondergaan en aan een dergelijk onderzoek mee te werken. De vreemdeling die verblijf als onderzoeker beoogt meldt zich met de originele TBC-verklaring tot de GG&GD voor het ondergaan van een TBC-onderzoek. Op grond van de ondertekende verklaring kan de verblijfsvergunning worden verleend. Achteraf stelt de IND, op basis van opgave door de GG&GD, vast of betrokkene aan de verplichting om een TBC-onderzoek te ondergaan heeft voldaan (zie artikel 3.79 Vb). Indien blijkt dat zulks niet het geval is wordt de vergunning voor verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 ingetrokken op grond van het feit dat onjuiste gegevens zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning voor verblijf voor religieuze of levensbeschouwelijke doeleinden wordt conform artikel 3.57 Vb voor ten hoogste één jaar verleend en kan telkens voor ten hoogste één jaar worden verlengd.
|
||||
#### 2.7. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen
|
||||
|
||||
Omdat het een overgangsregeling betreft in afwachting van een definitief beleidskader, wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 3.5, derde lid, Vb biedt om een beperking, anders dan de in artikel 3.5, tweede lid, Vb genoemde beperkingen, aan te merken als een tijdelijk verblijfsrecht. In de beschikking op een aanvraag voor verblijf voor religieuze of levensbeschouwelijke doeleinden wordt bepaald dat het verblijfsrecht tijdelijk is. Daartoe dient de vreemdeling een verklaring M45-A te tekenen.
|
||||
De onderzoeksinstelling neemt contact op met het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND voor een afspraak om ter plaatse van voornoemd loket de sticker ‘verblijfsaantekening algemeen’ (zie bijlage 7g VV) in het reisdocument van de onderzoeker(s) en eventuele gezinsleden te laten plaatsen. Daartoe meldt de vreemdeling dan wel de onderzoeksinstelling zich met het paspoort van de vreemdeling die verblijf als onderzoeker beoogt, en eventuele gezinsleden, bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND (zie artikel 3.9, derde lid, VV).
|
||||
|
||||
### 5. Arbeidsmarktaantekening
|
||||
### 3. Voorwaarden toelating onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71
|
||||
|
||||
Vreemdelingen die in dit kader verblijf beogen hebben geen TWV nodig voor zover en aangezien het werkzaamheden betreft met een overwegend religieus of levensbeschouwelijk karakter zoals die van kloosterling of uitvoerder van activiteiten ten bate van de organisatie zelf. Dientengevolge geldt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid niet toegestaan’ Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst ‘een beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht’.
|
||||
Ingevolge artikel 3.56a Vb kan een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het verblijf als onderzoeker in de zin van de richtlijn worden verleend aan de vreemdeling:
|
||||
|
||||
In het geval betrokken vreemdeling onderdaan is van een lidstaat van de EU, de EER of Zwitserland is de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
a. die onderzoek verricht bij een bij ministeriële regeling aan te wijzen erkende onderzoeksinstelling (zie B18/2.1.1);
|
||||
b. die een met een onderzoeksinstelling gesloten gastovereenkomst overlegt, waaruit blijkt:
|
||||
|
||||
### 6. Voorschriften
|
||||
1. dat het onderzoeksproject is goedgekeurd;
|
||||
2. dat de vreemdeling over een passend diploma van hoger onderwijs, dat toegang geeft tot doctoraatprogramma’s beschikt; en
|
||||
3. wat de rechtsbetrekking en de arbeidsvoorwaarden van de vreemdeling zijn; en
|
||||
c. die een garantstelling van de onderzoeksinstelling overlegt.
|
||||
|
||||
Aan de verblijfsvergunning wordt als voorschrift verbonden het aantonen van voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten van opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting.
|
||||
Het onderzoeksproject dient door de instelling te worden goedgekeurd, waarbij getoetst wordt aan het doel en de duur van het onderzoek inclusief de benodigde financiële middelen.
|
||||
|
||||
Er dient een door een notaris of gemeente gewaarmerkte kopie van het vereiste diploma te worden toegevoegd. Voor de beoordeling of de vreemdeling beschikt over een passend diploma wordt aangesloten bij het oordeel van de onderzoeksinstelling.
|
||||
|
||||
Het begrip arbeidsvoorwaarden ziet in dit geval niet noodzakelijkerwijs op een dienstverband maar ook op de aard van de rechtsbetrekking waarin is vastgelegd wat de onderzoeksinstelling de onderzoeker aan faciliteiten biedt en wat van de onderzoeker verwacht wordt.
|
||||
|
||||
#### 3.1. Middelen van bestaan
|
||||
|
||||
Voor de beoordeling of de vreemdeling beschikt over voldoende middelen van bestaan wordt in beginsel aangesloten bij het oordeel van de onderzoeksinstelling. De onderzoeksinstelling kan gelet op artikel 6, onder c, Richtlijn 2005/71, immers alleen een gastovereenkomst sluiten indien de onderzoeker gedurende zijn verblijf beschikt over voldoende middelen, uitgaande van het minimumbedrag dat daartoe door de lidstaat is vastgesteld.
|
||||
|
||||
Wel dienen schriftelijke bewijsstukken van de inkomsten te worden overgelegd.
|
||||
|
||||
De hierna genoemde bepalingen inzake middelen van bestaan zijn ook van toepassing op de echtgeno(o)te of (geregistreerd) partner van de onderzoeker en de minderjarige kinderen.
|
||||
|
||||
De in B1/4.3 genoemde bepalingen ten aanzien van het middelenvereiste zijn ook hier van toepassing.
|
||||
|
||||
In aanvulling op de inkomstenbronnen genoemd in B1/4.3.1 worden ten aanzien van alle onderzoekers de volgende inkomsten tevens aangemerkt als zelfstandig verworven bestaansmiddel:
|
||||
|
||||
– sponsorgelden, voor zover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen. De inkomsten worden door de vreemdeling aangetoond door het overleggen van sponsorovereenkomst(en), waaruit de hoogte van de sponsorgelden en de duur van de sponsorovereenkomst(en) blijken. In geval van twijfel over de daadwerkelijke uitbetaling van de sponsorgelden kunnen ter meerdere zekerheid andere bewijsstukken worden gevraagd, waaruit blijkt dat de sponsoring daadwerkelijk plaatsvindt;
|
||||
– stipendia en beurzen, voor zover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen. De inkomsten worden door de vreemdeling aangetoond door het overleggen van schriftelijke bewijsstukken waaruit de hoogte van de beurs of het stipendium blijkt en het tijdvak waarover de beurs of het stipendium wordt toegekend;
|
||||
– periodieke betalingen, mits voldoende zekerheid is verschaft over het ongestoorde verloop van de geldstroom. Deze betalingen kunnen afkomstig zijn van zowel een buiten als binnen Nederland gevestigde persoon of instelling.
|
||||
|
||||
##### 3.1.1. Duurzame middelen
|
||||
|
||||
De middelen van bestaan zijn overeenkomstig artikel 3.75, eerste lid, Vb duurzaam, indien zij nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven. Indien de werkzaamheden korter dan één jaar duren, wordt de aanvraag niet afgewezen als wordt aangetoond dat voldoende middelen beschikbaar zijn voor de duur van het beoogde verblijf.
|
||||
|
||||
### 4. Geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Ingevolge artikel 3.68 Vb kan, in afwijking van artikel 3.57 Vb de verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met verblijf als onderzoeker in de zin van de richtlijn worden verleend voor de duur van het onderzoek als omschreven in de gastovereenkomst met een maximum van vijf jaren.
|
||||
|
||||
### 5. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, mits ook aan de algemene voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning wordt voldaan, verleend onder de beperking ‘verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71/EG ’.
|
||||
|
||||
Bij de verlening wordt de arbeidsmarktaantekening gesteld ‘‘TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan’. Hierbij is van belang dat lesgeven wordt gezien als een onlosmakelijk deel van de werkzaamheden van een onderzoeker, mits het verrichten van onderzoek niet van bijkomende aard is.
|
||||
|
||||
Aan de gezinsleden van de onderzoeker wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder de beperking ‘verblijf bij (naam onderzoeker)’. Bij de verlening aan de gezinsleden wordt de arbeidsmarktaantekening gesteld ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
|
||||
|
||||
Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
|
||||
|
||||
### 6. Wijziging werkgever, zoekperiode
|
||||
|
||||
Ingevolge artikel 3.89a juncto artikel 3.91a Vb wordt, indien de erkenning van de onderzoeksinstelling niet wordt verlengd of wordt ingetrokken vanwege fraude, eerst aan de vreemdeling – mits die te goeder trouw is – een zoektermijn van drie maanden gegund. Eerst daarna wordt overgegaan tot intrekking of niet verlenging van de verblijfsvergunning van de onderzoeker op grond van artikel 18, eerste lid, onder f, Vw.
|
||||
|
||||
Voor zover mogelijk zal hij zijn onderzoek zoals voorzien afronden bij de instelling. Als dat niet mogelijk blijkt wordt de onderzoeker de mogelijkheid geboden om een nieuwe gastovereenkomst te sluiten met een andere instelling. Hij krijgt daarvoor drie maanden de tijd. Als binnen drie maanden geen nieuwe gastovereenkomst wordt overgelegd wordt overgegaan tot intrekking van de verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
### 7. Gronden voor intrekking en niet-verlenging
|
||||
|
||||
Een verblijfsvergunning kan worden ingetrokken of niet verlengd indien er sprake is geweest van fraude bij de verkrijging, indien de houder niet voldeed of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor verkrijging (artikel 6 en 7 Richtlijn 2005/71) of indien hij in de EU verblijft voor een ander doel dan waarvoor hij is toegelaten. Intrekking of niet-verlenging is ook mogelijk op gronden die verband houden met openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid.
|
||||
|
||||
Als uitgangspunt wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning afgewezen indien niet wordt voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend of aan een voorschrift dat aan de verblijfsvergunning is verbonden of indien een van de andere in artikel 18 Vw genoemde afwijzingsgronden van toepassing is (zie B1/5.3.1 t/m B1/5.3.6). De vreemdeling die niet meer voldoet aan de beperking verband houdend met het doel waarvoor de oorspronkelijke verblijfsvergunning was verleend, kan uiteraard een aanvraag indienen tot wijziging van de verblijfsvergunning. De tijdig ingediende aanvraag komt voor inwilliging in aanmerking indien wordt voldaan aan de voorwaarden voor de eerste verblijfsaanvaarding voor het nieuw beoogde verblijfsdoel.
|
||||
|
||||
#### 7.1. Werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid
|
||||
|
||||
Werkloosheid is van invloed op de verblijfsrechtelijke positie van onderzoekers in loondienst, die houder zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71.
|
||||
|
||||
Ziekte en arbeidsongeschiktheid zijn van invloed op de verblijfsrechtelijke positie van onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 indien zij in loondienst zijn. Bij ziekte blijft de onderzoeker aan de voorwaarden voldoen zolang er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor het verrichten van onderzoek op basis van een met de onderzoeksinstelling gesloten gastovereenkomst en hij, hetzij vanwege het ontvangen loon, hetzij op grond van een uitkering, hetzij op grond van een combinatie van beide, hetzij vanwege eigen inkomsten uit arbeid in loondienst of arbeid als zelfstandige, gewoonlijk buiten Nederland verricht, over voldoende middelen van bestaan in de hier bedoelde zin blijft beschikken.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue