2005-01-01 | BWBR0007230 | Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken
This commit is contained in:
parent
a722796e82
commit
61a95ca5b0
1 changed files with 5 additions and 5 deletions
|
|
@ -34,9 +34,9 @@ e. verwerkbare gegevens: gegevens voor de afnemers die voldoen aan de door de Wa
|
|||
|
||||
**1.** De kosten van de Waarderingskamer komen ten laste van de afnemers. Het Rijk betaalt 25 percent, de gemeenten 50 percent en de waterschappen 25 percent.
|
||||
|
||||
**2.** De kosten van de waardering komen ten laste van de afnemers. Deze door de gemeenten te maken kosten worden geacht € 140 429 475 per jaar te bedragen, waarvan het Rijk 40 procent (€ 56 171 790) vergoedt, de waterschappen 15 procent (€ 21 064 421) en waarbij het restant voor rekening van de gemeenten komt. De betaling van de vergoeding van de waterschappen aan de gemeenten loopt via het Rijk.
|
||||
**2.** De kosten van de waardering komen ten laste van de afnemers. Deze door de gemeenten te maken kosten worden geacht € 132 385 917 per jaar te bedragen, waarvan het Rijk 40 procent (€ 52 954 367) vergoedt, de waterschappen 15 procent (€ 19 857 887) en waarbij het restant voor rekening van de gemeenten komt. De betaling van de vergoeding van de waterschappen aan de gemeenten loopt via het Rijk.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling over de individuele waterschappen van hetgeen de waterschappen ingevolge het tweede lid samen vergoeden, alsmede omtrent het tijdstip van de betaling aan het Rijk. Daarbij wordt de in het tweede lid bedoelde vergoeding van de waterschappen aan de gemeenten gedeeld door het totale aantal objecten in alle waterschappen samen en over de individuele waterschappen verdeeld naar rato van het aantal objecten in die individuele waterschappen. Jaarlijks doet de Unie van Waterschappen aan Onze Minister een opgave van het aantal objecten per individueel waterschap.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling over de individuele waterschappen van hetgeen de waterschappen ingevolge het tweede lid samen vergoeden, alsmede omtrent het tijdstip van de betaling aan het Rijk. Daarbij wordt de in het tweede lid bedoelde vergoeding van de waterschappen aan de gemeenten gedeeld door het totale aantal objecten in alle waterschappen samen en over de individuele waterschappen verdeeld naar rato van het aantal objecten in die individuele waterschappen. Jaarlijks doet de Unie van Waterschappen aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een opgave van het aantal objecten per individueel waterschap. Daarbij kan de Unie van Waterschappen uitgaan van het aantal objecten in een voorgaand jaar, gecorrigeerd met een volume-opslag.
|
||||
|
||||
**4.** De bedragen, genoemd in het tweede lid, worden bij het begin van een kalenderjaar bij ministeriële regeling aangepast vanwege een verwachte prijsmutatie met een volume-opslag. De verwachte prijsmutatie is daarbij het percentage zoals dat door het Centraal planbureau in het Centraal Economisch Plan is gepubliceerd als «prijsmutatie netto materiële overheidsconsumptie» voor het kalenderjaar. De volume-opslag wordt gesteld op 0,75 procent.
|
||||
|
||||
|
|
@ -65,8 +65,8 @@ Onder de kosten van de waardering, bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden vers
|
|||
1°. het verrichten van algemene werkzaamheden ten behoeve van de waardebepaling;
|
||||
2°. het verzamelen van gegevens ten behoeve van de waardebepaling alsmede aan het bijhouden daarvan;
|
||||
3°. het uitvoeren van de waardebepaling;
|
||||
4°. het opmaken en verzenden van de beschikkingen, bedoeld in de artikelen 22, 25, 26, 27, 28 en 29 van de wet;
|
||||
5°. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften tegen de beschikkingen, bedoeld in de artikelen 22, 25, 26, 27 en 28 van de wet.
|
||||
4°. het opmaken en verzenden van de beschikkingen, bedoeld in de artikelen 22, 25, 26, 27, 28, 29 en 29a van de wet;
|
||||
5°. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften tegen de beschikkingen, bedoeld in de artikelen 22, 25, 26, 27, 28 en 29a van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
|
|
@ -98,7 +98,7 @@ Ten behoeve van de heffing van belastingen door de afnemers worden met betrekkin
|
|||
|
||||
De levering van gegevens aan de afnemers vindt plaats:
|
||||
|
||||
a. ter zake van een beschikking als bedoeld in de artikelen 22, 25, 26 van de wet: binnen acht weken na de aanvang van het eerste kalenderjaar waarvoor die beschikking geldt;
|
||||
a. ter zake van een beschikking als bedoeld in de artikelen 22, 25, 26 en 29a van de wet: binnen acht weken na de aanvang van het eerste kalenderjaar waarvoor die beschikking geldt;
|
||||
b. ter zake van een beschikking als bedoeld in de artikelen 27, 28 en 29 van de wet: binnen vier weken na de vaststelling van de beschikking, met dien verstande dat gegevens betreffende een beschikking die is verminderd krachtens een beslissing op een bezwaarschrift of een rechterlijke uitspraak, worden geleverd binnen twee weken nadat die uitspraak onherroepelijk is komen vast te staan.
|
||||
|
||||
**3.** Het college van burgemeester en wethouders of de in artikel 1, tweede lid, van de wet bedoelde gemeenteambtenaar stelt de afnemers binnen vier weken op de hoogte van feiten of omstandigheden met betrekking tot een beschikking, die voor de afnemers van belang zijn in het kader van de heffing en de invordering van hun belastingen.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue